E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2019:652
Hoge Raad, 17/03557

Inhoudsindicatie:

Oplichting door zich voor te doen als gediplomeerd arts, diagnose borstkanker te stellen en tegen betaling van € 60.000,- behandeling in China aan te raden, art. 326.1 Sr. 1. Heeft verdachte slachtoffer bewogen tot afgifte geldbedrag of is zij te goedgelovig geweest? 2. Bijzondere voorwaarde dat verdachte zich onthoudt van verrichten of doen van handelingen op gebied van individuele gezondheidzorg te ruim?

Ad 1. HR herhaalt overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:2892 t.a.v. ratio achter strafbaarstelling van oplichting en gevallen waarin slachtoffer door oplichtingsmiddel dat door verdachte is gebezigd, is bewogen tot in art. 326.1 Sr bedoelde handeling. Hof heeft vastgesteld dat verdachte praktijk hield in “Medisch Center B” en daarbij steeds een witte doktersjas droeg. Hij wekte - tijdens de in totaal 34 bezoeken die A aan praktijk bracht - bij A steeds de indruk dat hij een ervaren arts was. Na 'Magnetische Resonantie Analyse' en echo's deelde hij A mee dat analyse uitwees dat zij een knobbeltje in haar borst had, dat vrijwel zeker kwaadaardig was. In verband met dat knobbeltje adviseerde verdachte A operatie in China te ondergaan, waarop hij visum en vliegtickets regelde. Kosten voor deze operatie in China bedroegen volgens verdachte € 60.000,-, welk bedrag A aan verdachte heeft betaald. Anders dan door verdachte was voorgespiegeld bleek na terugkeer uit China dat bij A geen 'kankerwerende apparaatjes of matjes' in de borsten waren geplaatst. ‘s Hofs o.m. op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat zich hier niet een geval voordoet waarin slachtoffer in gedragingen van verdachte besloten liggende onjuiste voorstelling van zaken had moeten doorzien, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Dat wordt niet anders door omstandigheid dat A, nadat verdachte een 'vrijwel zeker kwaadaardig' knobbeltje in haar borst had geconstateerd, deelnam aan bevolkingsonderzoek naar borstkanker waarbij niets werd gevonden, mede in aanmerking genomen dat verdachte bij A op verschillende manieren vertrouwen heeft gewekt dat hij over medische kennis beschikte, alsmede dat hij voorafgaand aan bevolkingsonderzoek aan A heeft medegedeeld 'dat ze met de inferieure apparatuur in Nederland de door hem geconstateerde knobbel niet zouden zien'. ‘s Hofs oordeel dat verdachte door bewezenverklaarde oplichtingsmiddelen A heeft 'bewogen' tot afgifte van geldbedrag, geeft ook overigens niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Ad 2. Mede gelet op bewezenverklaarde feiten en in art. 1 Wet BIG gegeven definitie van handelingen op het gebied van individuele gezondheidzorg, heeft Hof met deze voorwaarde kennelijk beoogd te voorkomen dat verdachte zich opnieuw bezighoudt met verrichtingen - onderzoeken en geven van raad daaronder begrepen - die rechtstreeks betrekking hebben op een persoon en ertoe strekken diens gezondheid te bevorderen of te bewaken. Dat verdachte aldus ook wordt beperkt in handelingen die slechts zijn eigen gezondheid en niet die van andere persoon betreffen, blijkt niet uit formulering van voorwaarde.

Volgt verwerping.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie