E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2019:1591
Hoge Raad, 18/04994

Inhoudsindicatie:

OM-cassatie. Beklag, (door RC afgewezen vordering tot machtiging van OvJ tot leggen van) beslag ex art. 94a Sv onder klager op niet nader omschreven voorwerpen t.z.v. ontneming w.v.v. Moet vordering tot machtiging van OvJ concrete voorwerpen noemen waarop beslag betrekking heeft? Uit wettelijke regeling (art. 94b Sv, art. 94c Sv, vierde Titel van Derde Boek van WvRv, art. 94a.4 Sv en art. 94a.5 Sv) en eisen van redelijke en doeltreffende toepassing daarvan volgt dat OvJ in vordering tot machtiging zo duidelijk mogelijk moet vermelden wat aard is van voorgenomen beslag. Een algemene verplichting om in iedere vordering tot machtiging tot het leggen van conservatoir beslag op voorhand ook concrete voorwerpen waarop dat beslag betrekking heeft te omschrijven, volgt daaruit echter niet. Oordeel Rb dat in vordering tot machtiging van OvJ tot het leggen van conservatoir beslag a.b.i. art. 94a en 103 Sv (steeds) concrete voorwerpen moeten worden genoemd waarop voorgenomen beslag betrekking heeft, geeft blijk van onjuiste rechtsopvatting. Onvoldoende belang bij vernietiging en terugwijzing, nu OvJ, zo daartoe nog aanleiding bestaat, opnieuw vordering kan doen tot machtiging tot het leggen van conservatoir beslag, waarop RC zal beslissen met inachtneming van het voorgaande. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. afdoening (strekt tot vernietiging en terugwijzing).

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie