E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2019:1555
Hoge Raad, 18/00058

Inhoudsindicatie:

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutel, art. 311.1 Sr. 1. Kunnen uitlatingen van gemachtigde raadsman op eerste tz. in h.b. (geen inhoudelijke behandeling), inhoudende dat verdachte niet is aangevoerd voor behandeling van andere zaak (omzetting taakstraf) en behandeling van deze zaak in h.b., worden aangemerkt als mondelinge bezwaren tegen vonnis Pr a.b.i. art. 416.2 Sv? 2. Heeft Hof op tz. verzuimd gemachtigde raadsman in de gelegenheid te stellen bezwaren tegen vonnis (alsnog) op te geven of te verduidelijken?

Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:2002 inhoudende dat onder ‘grieven’ a.b.i. art. 410.1 Sv zowel bezwaren direct gericht tegen oordeel van rechter in e.a. als andersoortige gronden voor instellen van beroep kunnen vallen. Dit geldt ook voor in art. 416.1 en 416.2 Sv genoemde mondelinge ‘bezwaren tegen het vonnis’. Hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat hetgeen door gemachtigd raadsman op tz. naar voren is gebracht omtrent afwezigheid van verdachte op die tz., niet kan worden aangemerkt als grief of bezwaar tegen vonnis a.b.i. art. 410.1 Sv resp. art. 416.1 en 416.2 Sv. Gelet op hetgeen hiervoor is vooropgesteld en op hetgeen door raadsman naar voren is gebracht - in de kern slechts inhoudende dat verdachte boos was omdat hij, net als eerder in andere zaak, niet was opgehaald om bij tz. aanwezig te zijn, geeft dit oordeel niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk.

Ad 2. P-v van eerste tz. in h.b. houdt in dat Hof - mede op verzoek van raadsman van niet-verschenen verdachte - onderzoek ttz. heeft geschorst met bevel tot oproeping van verdachte tegen nader te bepalen tz. Dit p-v vermeldt niet dat AG zaak aldaar heeft voorgedragen, zodat het er voor moet worden gehouden dat die voordracht niet heeft plaatsgevonden. O.g.v. art. 416.1 Sv wordt verdachte die h.b. heeft ingesteld, na voordracht van AG in de gelegenheid gesteld zijn bezwaren tegen vonnis op te geven. Rechter in h.b. is niet verplicht om al vóór die voordracht verdachte in de gelegenheid te stellen bezwaren tegen vonnis op te geven.

Volgt verwerping.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie