E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2019:1474
Hoge Raad, 18/04307

Inhoudsindicatie:

Verkrachting (meermalen gepleegd) in 1992, art. 242 Sr. Oplegging betalingsverplichting als bijzondere voorwaarde. Staat aan stellen van bijzondere voorwaarde dat verdachte door strafbare feiten veroorzaakte schade vergoedt a.b.i. art. 14c.2.1 Sr, in de weg staat dat rechtsvorderingen van b.p. tot vergoeding van deze schade vanwege verjaring niet opeisbaar zijn? Opvatting dat stellen van bijzondere voorwaarde dat (gehele of gedeeltelijke) vergoeding van door strafbaar feit veroorzaakte schade a.b.i. art. 14c.2.1 Sr afhankelijk is gesteld van opeisbaarheid van vorderingsrecht van b.p., vindt geen steun in het recht (vgl. ECLI:NL:HR:2019:793). Volgt verwerping.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie