E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2019:1346
Hoge Raad, 18/01486

Inhoudsindicatie:

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op woning onder klaagster i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen echtgenoot van klaagster t.z.v. verdenking van (gewoonte)witwassen. Rb heeft klaagschrift van klaagster (derde) ongegrond verklaard op de grond dat niet boven redelijke twijfel is verheven dat echtgenoot (beslagene) niet als (mede-)rechthebbende van inbeslaggenomen woning moet worden aangemerkt en dat belang van strafvordering zich verzet tegen gevraagde teruggave. Heeft Rb juiste maatstaf toegepast? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. toepasselijke maatstaf of buiten redelijke twijfel is dat derde die ex art. 552a Sv om teruggave verzoekt als eigenaar moet worden aangemerkt en, zo ja, of zich situatie van art. 94a.4 of 94a.5 Sv voordoet. Door te onderzoeken of boven redelijke twijfel is verheven dat beslagene niet als eigenaar van het pand kan worden aangemerkt, heeft Rb een andere dan de toepasselijke - en dus een onjuiste - maatstaf aangelegd. Volgt (partiƫle) vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 18/01485 B.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie