E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2019:1308
Hoge Raad, 18/01399

Inhoudsindicatie:

Herziening. Uitkeringsfraude. Medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en medeplegen opzettelijk gebruik maken van vals geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.2 Sr). Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:2586 (art. 80a RO). Kunnen de verklaringen van getuigen die zijn afgelegd op openbare zitting van CRvB en uitspraak van CRvB worden aangemerkt als novum ex art. 457.1.c. Sv? HR: Op gronden vermeld in CAG kan het in de aanvraag aangevoerde niet worden aangemerkt als gegeven ex art. 457.1.c. Sv. Afwijzing aanvraag. CAG: Enkele omstandigheid dat bestuursrechter anders oordeelt dan strafrechter, betekent niet dat sprake is van novum. Verklaringen van getuigen zoals afgelegd op zitting van CRvB wijken niet af van verklaringen die deze getuigen destijds in strafzaak hebben afgelegd. Desbetreffende verklaringen leveren geen gegevens op die bij onderzoek ttz. aan Hof niet bekend waren en die op zichzelf of i.v.m. de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnen, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien deze gegevens bekend zouden zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot een vrijspraak van aanvrager.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie