< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Artikel 96 Wsfv, artikel 5.3 Regeling Wfsv , sectorindeling werknemersverzekeringen, franchise

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 18/03623

Datum 19 juli 2019

ARREST

In de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 juli 2018, nr. 17/00695, gewezen op het beroep van belanghebbende betreffende een beschikking sectorindeling voor de werknemersverzekeringen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 23 april 2019 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep (ECLI:NL:PHR:2019:439).

De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de klachten

2.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1

Belanghebbende is een franchisegever. Zij begeleidt ruim 150 franchisenemers bij conceptontwikkeling, marketing, inkoop, bedrijfsvoering, productontwikkeling, bouw en verbouw.

2.1.2

Belanghebbende is voor de sectorindeling als bedoeld in artikel 96 van de Wet financiering sociale verzekeringen (hierna: Wfsv) door de Inspecteur ingedeeld in sector 45 (Zakelijke dienstverlening III).

2.2.1.

Voor het Hof was in geschil of belanghebbende moet worden ingedeeld in sector 44 (Zakelijke dienstverlening II) of sector 45.

2.2.2.

Het Hof heeft tot uitgangspunt genomen dat belanghebbende moet worden ingedeeld met toepassing van artikel 5.3 Regeling Wet financiering sociale verzekeringen (hierna: Regeling Wfsv) door assimilatie in sector 44 of 45 van bijlage 1 bij die Regeling. Het Hof heeft geoordeeld dat die indeling moet geschieden naar de aard van de verrichte werkzaamheden en op basis van de functie die de (onderneming van de) werkgever in het maatschappelijk verkeer vervult. Die functie houdt in de kern in dat zij een merk, een formule ontwikkelt, onderhoudt en exploiteert. Daartoe ondersteunt zij de bij haar aangesloten franchisenemers bij hun bedrijfsvoering, zowel intern door het geven van adviezen en voorschriften voor die bedrijfsvoering en een netwerk, als extern door collectieve inkoop en het maken van reclame voor de door haar geëxploiteerde formules. Die functie vertoont belangrijke overeenkomsten met de in sector 44 ingedeelde bedrijven. De werkzaamheden van belanghebbende komen naar hun aard het meest overeen met de werkzaamheden van de takken van bedrijf en beroep van sector 44. Het Hof heeft geconcludeerd dat belanghebbende in sector 44 moet worden ingedeeld.

2.3.

Het middel betoogt dat het in 2.2.2 vermelde oordeel van het Hof onjuist dan wel onbegrijpelijk is gelet op artikel 96 Wfsv en artikel 5.3 Regeling Wfsv . Daartoe wordt onder meer aangevoerd dat het Hof zijn oordeel in wezen uitsluitend heeft gebaseerd op de aard van de werkzaamheden van belanghebbende, en niet (mede) op de maatschappelijke functie waarbinnen die werkzaamheden worden verricht. Een franchisegever is een enkelvoudige onderneming en is qua functie niet vergelijkbaar met een in sector 44 genoemd PR-bureau of marketingbureau, dat zich primair richt op verkoop in de vrije markt, aldus het middel.

2.4.

Het oordeel dat de indeling van belanghebbende moet geschieden naar de aard van de verrichte werkzaamheden en op basis van de functie die de (onderneming van) belanghebbende in het maatschappelijk verkeer vervult, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG5387). Hiervan uitgaande behoefde het Hof zich van zijn oordeel dat belanghebbende moet worden ingedeeld in sector 44, niet te laten weerhouden door de omstandigheid dat belanghebbende zich primair richt op haar franchisenemers. Anders dan het middel betoogt, volgt uit de bestreden uitspraak dat de activiteiten van belanghebbende zijn beschouwd naar zowel de aard als de functie als hiervoor bedoeld. Het oordeel van het Hof is toereikend gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. Het middel faalt.

3 Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4 Beslissing

De Hoge Raad;

- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.536 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J.A.C.A. Overgaauw, M.A. Fierstra, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2019.

Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 508.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature