< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

(Medeplegen van) hennephandel (art. 3.B en 3.C Opiumwet), witwassen (art. 420bis.1.b Sr) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr). Kwalificatieklacht witwassen m.b.t. verwerven, voorhanden hebben, overdragen en/of omzetten van geldbedrag van € 104.855,- en 12 bedragen van € 25.000,-. Middel doet beroep op rechtspraak HR m.b.t. "verwerven" of "voorhanden hebben" van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen, waarbij uit motivering kwalificatie moet kunnen worden afgeleid dat gedragingen verdachte (kennelijk) gericht waren op daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst (vgl. ECLI:NL:HR:2016:2842). Deze rechtspraak heeft geen betrekking op een geval als i.c. waarin (mede) is bewezenverklaard "overdragen" en "omzetten". Niet valt uit te sluiten dat anders moet worden geoordeeld in het uitzonderlijke geval dat het "overdragen" en "omzetten" plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin een verdachte die een misdrijf heeft begaan en daarmee een door dat misdrijf verkregen voorwerp verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan (schuld)witwassen (vgl. ECLI:NL:HR:2014:716). Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de hiervoor weergegeven rechtspraak niet aan kwalificatie als witwassen in de weg staat. In aanmerking genomen dat het Hof heeft geoordeeld dat het bedrag van € 104.855,- is aangetroffen in de kluis in de woning van de moeder van verdachte en dat verdachte de 12 bedragen van telkens € 25.000,- in kleine coupures heeft overgedragen aan de SNS-bank welke coupures zijn omgezet in coupures van € 500,-, geeft dat oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is, mede gelet op de door het Hof vastgestelde tegenstrijdigheden in de verklaringen van verdachte, ook niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 17/00853 P.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



18 december 2018

Strafkamer

nr. S 17/00855

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 februari 2017, nummer 21/002399-09, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het tweede middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer over het oordeel van het Hof dat de bewezenverklaring onder 3 wat betreft de daarin vermelde geldbedragen "witwassen" oplevert.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:

"hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 8 mei 2007 in het arrondissement Utrecht alleen, voorwerpen, waaronder

- een personenauto (merk: Mercedes , kenteken [kenteken 1] ), gekocht rond juli 2006

voor (ongeveer) € 33.000,-- en

- een personenauto (merk: Peugeot , kenteken [kenteken 2] ), gekocht rond januari 2007

voor (ongeveer) € 12.600,-- en

- een caravan (merk: Tabbert), gekocht voor (ongeveer)

€ 12.000,-- en

- een keuken, gekocht rond juni 2006 voor (ongeveer)

€ 15.900,-- en

- een geldbedrag, van (ongeveer) € 104.855,-- (op 8 mei 2007) en

- 12 bedragen van telkens (ongeveer) € 25.000,--

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet, terwijl hij wist, dat deze voorwerpen en dit geld , - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"16. Het als bijlage bij voormeld hoofdproces-verbaal gevoegde, in wettelijke vorm door [verbalisant 1] , brigadier van politie, opgemaakte proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 11 september 2007 mei 2007, waaruit onder meer blijkt dat:

- verdachte van 1 januari 2003 tot en met april 2007 een gering legaal contant inkomen genoot en tegelijk beschikking had over forse contante geldbedragen en omvangrijke contante betalingen (pagina 262);

- de bankrekeningen van verdachte en zijn partner regelmatig aangezuiverd worden door contante stortingen (pagina 265) en de legale inkomsten per bank volstrekt ontoereikend waren om alle uitgaven per bank te kunnen voldoen (pagina 268);

- verdachte nagenoeg geen loon uit arbeid heeft genoten en een klein inkomen uit een WAO-uitkering (pagina 267);

- er voor € 597.400,-- onverklaarbare contante geldbewegingen hebben plaatsgevonden in de periode van 2003 tot en met 2007 (pagina 290);

- op 3 juli 2006 door Mercedes-dealer [… ] een

MOT-melding is gedaan in verband met een contante betaling van € 33.000,-- door [… ] . De betaling geschiedde grotendeels in bankbiljetten van € 50,--.

17. Het als bijlage bij voormeld hoofdproces-verbaal gevoegde, in wettelijke vorm door [verbalisant 3] , inspecteur van politie, opgemaakte proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 8 mei 2007, inhoudende als relaas van de verbalisant (pagina 905):

Op dinsdag 8 mei 2007 werd een doorzoeking verricht in perceel [a-straat 1] te Amersfoort. In diverse ruimten werden voorwerpen aangetroffen en in beslag genomen. Ik verwijs naar de bijlage.

Op de bijlage (pag. 910) zijn als inbeslaggenomen goederen vermeld:

- in kluisje bankbiljetten, totaalwaarde € 101.555,--

- bundel bankbiljetten in papier met opschrift "Muis" (54 biljetten van € 50,-- = € 2.700,--)

- in kast bij kluisje enveloppe met bankbiljetten totaalwaarde € 600,--

18. Het als bijlage bij voormeld hoofdproces-verbaal gevoegde, in wettelijke vorm door [verbalisant 4] en

[verbalisant 5] , beiden brigadier van politie, opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte, gesloten en ondertekend op 23 mei 2007, inhoudende als verklaring van verdachte [betrokkene 5] (pagina 4924):

V(raag): U heeft gisteren verklaard over het geldbedrag dat bij de doorzoeking in uw woning is aangetroffen en inbeslaggenomen. Het geld werd aangetroffen in de kluis. U heeft verklaard dat u het geld ongeveer zes weken geleden heeft gevonden in het cafeetje naast de schuur op uw perceel. U verklaarde dat het geld van uw overleden man is. Verder heeft u verklaard dat u het geld heeft geteld. Klopt dat ?

A(ntwoord): Ja. Ik had inmiddels € 25.000,-- geteld en ben toen gestopt met tellen.

V: Hoe komt het dan dat uw zoon [verdachte] in zijn verhoor heeft verklaard dat hij het geldbedrag van

€ 100.000,--, zoals aangetroffen in uw woning, op of omstreeks 7 februari 2007 van de bank heeft gehaald?

A: Dat klopt. Daar is ook het bewijsje van aangetroffen bij de doorzoeking.

V: Van wie was dat geld dan?

A: Dat moet u aan [verdachte] vragen.

V: Hoe zit het dan met het geld dat in de kluis is aangetroffen ?

A: Het geld dat apart in een tasje in de kluis lag betreft het geld dat ik had gevonden in het cafeetje.

V: Dat bedrag betrof naar uw zeggen € 25.000,--. Van wie is dan de rest?

A: De € 25.000,-- heb ik gevonden. De rest van het geld dat in de kluis is aangetroffen is niet mijn eigendom.

V: U heeft gisteren verklaard over een bedrag van

€ 2.700,-- dat bij de doorzoeking is aangetroffen in een keukenkastje in uw woning. U verklaarde hierover dat u niet weet hoe dit geld daar komt. Voorts verklaarde u dat het bedrag bestond uit bankbiljetten van € 50,-- en dat u dit heeft gezien toen het geldbedrag werd aangetroffen bij de doorzoeking. Klopt dit?

A: Dat klopt. Ik ben gebeld door [verdachte] , wanneer precies weet ik niet. [verdachte] vroeg mij in dit gesprek waar het geld lag van de huur.

19. Het als bijlage bij voormeld hoofdproces-verbaal gevoegde, in wettelijke vorm door [verbalisant 1] , brigadier van politie en [verbalisant 6] , buitengewoon opsporingsambtenaar, opgemaakte proces van verbaal verhoor verdachte, gesloten en ondertekend op 14 juni 2007, inhoudende als verklaring van verdachte (pagina 4608):

V(raag): Je verklaarde al eerder over die € 100.000,-- die van [betrokkene 6] zou zijn. Hoe zit dat nu precies ?

A(ntwoord): Dit geld is van [betrokkene 6] en [betrokkene 7] en diende gestort te worden op een rekening i.v.m. een bankgarantie . Dat geld heb ik gestort en er ook weer af gehaald. Dit geld is door de politie aangetroffen in de woning van mijn moeder in de kluis.

V: Al met al ontstaat het beeld dat jij over grote contante geldbedragen hebt kunnen beschikken zonder dat hiervoor een legale verklaring is vanuit je inkomen. Wat is hierop je verklaring ?

A: Ik heb daar geen verklaring voor op dit moment.

20. Het als bijlage bij voormeld hoofdproces-verbaal gevoegde, in wettelijke vorm door [verbalisant 1] , brigadier van politie, opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 8] , gesloten en ondertekend op 27 juni 2007, inhoudende als verklaring van de getuige (pagina 5438):

Ik begrijp dat er bij de moeder van [verdachte] een geldbedrag is aangetroffen van ruim € 100.000,--. Ik begrijp dat [verdachte] gezegd heeft dat dit van mij is. Dat is zeker niet het geval. Dat geld is niet van mij en ik snap niet waarom hij dit zegt.

Het is zo dat er een bankgarantie is gesteld in het kader van de aankoop. Hiervoor heeft [verdachte] € 100.000,-- gestort op een bankrekening. Dit geld was voor de helft van mij en voor de helft van [betrokkene 7] . Dit geld is door [verdachte] van de bank gehaald en ik heb het bij zijn moeder nog diezelfde dag opgehaald. Het geld dat jullie daar aantroffen kan dus niet van mij zijn.

21. Het als bijlage bij voormeld hoofdproces-verbaal gevoegde, in wettelijke vorm door [verbalisant 1] , brigadier van politie en [verbalisant 6] , buitengewoon opsporingsambtenaar, opgemaakte proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 15 mei 2007, waaruit blijkt dat het in de kluis van het perceel [a-straat 1] te Amersfoort, aangetroffen geldbedrag 1.726 coupures van € 50,- bevatte (pagina 983).

22. Het als bijlage bij voornoemd hoofdproces-verbaal gevoegde, in wettelijke vorm door [verbalisant 1] , brigadier van politie en [verbalisant 7] , buitengewoon opsporingsambtenaar, opgemaakte processen-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 9] (medewerker SNS-Bank), gesloten en ondertekend op 8 mei 2007, inhoudende als verklaring van verdachte (pagina 4737):

[verdachte] wisselt steeds hoeveelheden van € 25.000,--. Ik heb zeker twaalf keer een portie van € 25.000,-- gewisseld. Hij wisselde altijd briefjes van € 50,-- tegen briefjes van € 500,--. Ik heb op enig moment gedacht dat het misschien drugsgeld zou zijn. Gisteren belde hij me nog dat hij nog 4 porties van € 25.000,-- wilde wisselen. Hij wist dat ik weg zou gaan. Het geld is niet besteld, ik wilde van hem af.

23. Het als bijlage, bij voormeld hoofdproces-verbaal gevoegde, in wettelijke vorm door [verbalisant 1] , brigadier van politie en [verbalisant 6] , buitengewoon opsporingsambtenaar, opgemaakte proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 14 juni 2007, inhoudende als verklaring van verdachte (pagina 4624):

[betrokkene 9] schuift alles op mij af. Ik heb nooit voor mijzelf bij hem gewisseld en dat weet hij ook. Ik heb wel voor anderen gewisseld. Ik wil de namen van die anderen niet noemen. Hij heeft er ook geld voor gekregen. Ik wisselde geld afkomstig van iemand die actief is in de prostitutie in Amsterdam. Ik ben er ongeveer vijf keer geweest en niet vaker. Het is wel mogelijk dat er meer bestellingen door mij zijn gedaan, maar ik was dan alleen de schakel.

24. Het als bijlage bij voormeld hoofdproces-verbaal gevoegde, in wettelijke vorm door [verbalisant 8] , brigadier van politie, opgemaakte proces-verbaal van verhoor, gesloten en ondertekend op 8 mei 2007, inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 10] (medewerkster SNS-bank) (pagina 5390):

Vanaf de periode voor de zomer 2006 tot en met nu doe ik regelmatig de bestellingen van het geld. Ik moest voor [betrokkene 9] regelmatig extra biljetten van 500 euro bestellen. [betrokkene 9] wisselde namelijk regelmatig deze biljetten om voor biljetten van 50 euro. De man die ze kwam inwisselen was [verdachte] . Het gebeurde regelmatig. Ik denk elke week wel een wissel van 25.000 euro aan vijftigjes voor 25.000 aan vijfhonderdjes. Ik weet ook dat er een piektijd was dat er wel twee keer per week een wissel plaatsvond.

25. Het als bijlage bij voormeld hoofdproces-verbaal gevoegde, door [verbalisant 1] , brigadier van politie in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 10 juli 2007 (pagina 804), inhoudende als relaas van de verbalisant:

Uit de afgeluisterde telefoongesprekken ontstaat het beeld dat de woning van [betrokkene 5] werd gebruikt als bergplaats voor geld. Gedurende het onderzoek bleek dat [verdachte] € 50 bankbiljetten wisselde voor € 500 bankbiljetten. Rond het moment van zo'n wisseling vond er een aantal keer telecommunicatie plaats tussen [verdachte] en zijn moeder. Het geld wordt in ieder geval voordat het gewisseld wordt bewaard bij zijn moeder in de woning.

26. Het proces-verbaal van verhoor op 27 juli 2016 van getuige [betrokkene 1], opgemaakt door de raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige:

Vraag van de raadsheer-commissaris:

U heeft op 17 april 2009 tegenover een onderzoeksrechter in Nederland eerder een verklaring afgelegd, onder meer over uw relatie met [verdachte] en het feit dat werd gezegd dat grote geldsommen die [verdachte] bij een SNS-bank zou hebben gewisseld van u afkomstig zouden zijn geweest. U was tijdens het verhoor nogal boos over deze beschuldiging omdat ze u met vrouwenhandel en inkomsten uit die handel associeerden. Heeft u in dat verhoor naar waarheid verklaard?

Antwoord: ja dat heb ik.

V: Was daar geld van u bij?

A: Het geld waar [verdachte] het over heeft, komt op geen enkele wijze van mij af.

V: Heeft u ooit aan [verdachte] gevraagd of hij geld voor u wilde wisselen ?

A: Nooit.

(...)

Het hof is mede tot de overtuiging gekomen dat verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd door

- de tegenstrijdigheden in de verklaringen van verdachte en getuige Van Empelen en de strijdigheid van die verklaringen met de overige bewijsmiddelen en

- de tegenstrijdigheden in de verklaringen van verdachte en zijn moeder, mevrouw [betrokkene 5] en de strijdigheid van die verklaringen met de overige bewijsmiddelen."

2.2.3.

Het Hof heeft voorts ten aanzien van de bewezenverklaring het volgende overwogen:

"De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het witwassen van de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen. Uit vaste jurisprudentie blijkt immers dat het enkele voorhanden hebben van geldbedragen onvoldoende is voor een bewezenverklaring van het "verbergen en verhullen van de herkomst van die geldbedragen."

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het verhullen van het bedrag van € 9.874--, dat onder feit 3, zesde aandachtstreepje is tenlastegelegd.

Het hof overweegt als volgt.

Nu slechts het 'voorhanden hebben' van een geldbedrag ad € 9.874,-- is bewezenverklaard dient verdachte van het witwassen van dit bedrag te worden vrijgesproken.

Voor zover de raadsman heeft betoogd dat verdachte ook zou moeten worden vrijgesproken van het witwassen van de onder feit 3 (...) tenlastegelegde geldbedragen, deelt het hof die opvatting niet. De door de raadsman in dit verband aangehaalde jurisprudentie ziet niet op het omzetten of overdragen van door een misdrijf of misdrijven verworven voorwerpen. De geldbiljetten, die werden aangetroffen in de kluis in de woning van de moeder van verdachte zijn daar verborgen. De geldbiljetten (van meestal € 50) aangeboden aan de SNS-bank zijn ter omzetting (in bankbiljetten van € 500) overgedragen aan de SNS-bank, waarmee de verschillende bestanddelen van het witwassen van die geldbedragen zijn vervuld."

2.3.

Het middel doet een beroep op rechtspraak van de

Hoge Raad met betrekking tot het (schuld)witwassen bestaande in het "verwerven" of "voorhanden hebben" van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf. Uit de motivering van de kwalificatie moet dan kunnen worden afgeleid dat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp. (Vgl. HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2842.)

Deze rechtspraak heeft geen betrekking op een geval als het onderhavige waarin (mede) is bewezenverklaard het "overdragen" en "omzetten" van een voorwerp. Niet valt echter uit te sluiten dat anders moet worden geoordeeld in het uitzonderlijke geval dat het "overdragen" en "omzetten" van een door eigen misdrijf verkregen voorwerp plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en daarmee een door dat misdrijf verkregen voorwerp verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan het (schuld)witwassen van dat voorwerp. (Vgl. HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:716.)

2.4.

Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de hiervoor weergegeven rechtspraak niet aan de kwalificatie van het bewezenverklaarde als witwassen in de weg staat. In aanmerking genomen dat het Hof heeft geoordeeld (i) dat het bedrag van € 104.855,- is aangetroffen in de kluis in de woning van de moeder van de verdachte en (ii) dat de verdachte de 12 bedragen van telkens € 25.000,- in kleine coupures heeft overgedragen aan de SNS-bank welke coupures zijn omgezet in coupures van € 500,-, geeft dat oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is, mede gelet op de door het Hof vastgestelde tegenstrijdigheden in de verklaringen van de verdachte, ook niet onbegrijpelijk.

2.5.

De klacht faalt.

3 Beoordeling van de middelen voor het overige

De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2018.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature