< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Art. 285a Sr. Beïnvloeden van een getuige door het geven van juridische voorlichting of juridisch advies? HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BM4212, ECLI:NL:HR:2005:AT7093 en ECLI:NL:HR:2008:BC7910. Het middel miskent dat het geven van juridische voorlichting of juridisch advies nimmer ertoe kan of mag strekken dat iemand in zijn verklaringsvrijheid wordt beknot. Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat van juridische voorlichting of juridisch advies a.b.i. het middel i.c. geen sprake was. Samenhang met 15/04458

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



20 december 2016

Strafkamer

nr. S 15/04435

MD/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 21 september 2015, nummer 21/007250-14, in de strafzaak te gen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het tweede middel

2.1.

Het middel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 4 tenlastegelegde.

2.2.1.

Overeenkomstig de tenlastelegging is onder 4 bewezenverklaard dat de verdachte:

"op 8 april 2014 te Den Haag zich opzettelijk mondeling jegens [betrokkene 1] heeft geuit, kennelijk om haar vrijheid, om naar waarheid te verklaren of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd, immers heeft hij, verdachte, terwijl hij verbleef op het politiebureau te Den Haag en in beperkingen zat, opzettelijk telefonisch tegen [betrokkene 1] gezegd dat zij zich moet beroepen op haar zwijgrecht en dat ze alle kaarten van de telefoon moet weggooien en dat ze niet moet bevestigen dat het zijn, verdachtes, telefoonnummer is."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - op de volgende bewijsmiddelen:

"114. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek d.d. 08-04-14 20:26:40, tussen de gebruiker van een telefoonnummer [001] ( [betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1] ) en de gebruiker van telefoonnummer [002] (het hof begrijpt: verdachte [verdachte] ), inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 932):

Onderwerp: 261 [verdachte] belt vanuit hvb te Den Haag naar [betrokkene 1]

(A) wgd [verdachte] (H)

A: Ja ik hoor jou..

H: Jullie moeten helemaal niet praten..helemaal niks zeggen..je moet niks zeggen..! Hoor je mij?

A: Ja ik heb het gehoord..!

H: Helemaal niks..helemaal niks...Zij zullen jullie hoe dan ook ophalen en proberen te laten praten maar helemaal niks zeggen.. helemaal niks zeggen/praten..!

A: Ik begrijp het..!

H: Maar helemaal niks he...Wanneer zij komen moet je dus helemaal niet praten..

A: In orde..!

H: Je moet ook helemaal nergens ondertekenen/je handtekening plaatsen..! Begrijp je het?

A: Ik begrijp het..!

(...)

H: En verder..dinges...dat dinges...Ehh...Wanneer er daar over gesproken wordt, over dat gene dat is helemaal niet van mij...jullie moeten daarover helemaal geen antwoord op geven. Jullie moeten helemaal nergens antwoord opgeven, zij zullen jullie oproepen/op laten halen...! Begrijpen jullie het? Als zij willen over mijn dingessen..ehh..hoor je mij?

A: Ja ik hoor jou..!

H: Je moet zeggen dat je het niet weet..! Dat je het niet weet..dat je het niet weet..! Welke mijn nummer is en zo, zeg gewoon dat je het niet weet..Dinges..

A: ..(huilt)..!

H: Jullie weten het gewoon niet, luister naar mij, jullie beiden weten het gewoon niet..!

A: Ik begrijp het..!

H: Jullie moeten gewoon helemaal niks zeggen...Je moet gewoon helemaal geen woord opnoemen/zeggen...Je moet gewoon zeggen dat je niet wil praten. Zij zullen jullie op laten halen. Als jullie het op deze wijze gaan doen dan zal ik vrijkomen..!

A: Ik begrijp het..!

H: Het is nodig dat jullie dinges doen, hoor je mij?

A: Ja..!

(....)

H: Dat gene is niet van mij...Dat is niet van mij...Je moet gewoon zeggen: Dit zijn wij niet... niks meer en minder...Zowel jij als zij..! Gewoon dit zo zeggen en niks meer..! Zij kunnen niks doen, klaar..! wanneer er een woord gezegd wordt, dus dat gene van mij zou zijn, dat dinges dan is het klaar..Dan zal ik zeker binnen vast blijven zitten..!

Begrijpen jullie het?

A: Ik begrijp het..

H: Niks..zij kunnen jullie niks maken..Begrijp je het?

A: Ik begrijp het..! (...)

H: (...) jullie moeten zeggen: Wij willen niet praten. Jullie moeten helemaal niet praten en ook niet nergens onderteken...! Wat zij ook willen zeggen dan nog, moeten jullie beslist niet praten of iets zeggen..! In orde?

A: In orde! (...)

H: Ha...jullie moeten jullie geen zorgen maken maar nogmaals Wanneer jullie niks zeggen, kunnen zij ook niks maken..! Jullie moeten helemaal nergens antwoord op geven..Zij zullen veel vragen..zij zullen heel veel gaan vragen op verschillende wijze blijven proberen, maar nogmaals jullie moeten nergens antwoord op geven...niks meer of minder..!

A: In orde..

H: Ook jij ehh...helemaal niks zeggen, ook niet over Grilll

A: Goed.. (...)

H: Einde oefening! Jullie dingessen ...niets... Als men niet vertelt, als men niet ondertekent... kunnen zij me niets doen...Ook als zij me voor de rechtzaak halen/voor de rechter slepen...

A: Goed... (zucht).

H: En die dinges.., gooien jullie ze weg! Gooi jij die dinges weg en zij moet ze weggooien! En dan zeg jij "Deze dingen zijn niet van ons"... Jij zegt dat en zij ook. "Dit is niet zijn nummer" zeg Jij. Hoor jij me! [betrokkene 1] ?

A: Ja.

H: Zij hebben alleen dit... de telefoongesprekken...dat hebben zij alleen... Niets anders... jullie praten te veel via de telefoons... stomme dingen... Zie jij van stomme dingen wat voor pech op ons hoofd kwam... Hoor jij me? (...) jullie moeten op niets antwoord geven... Begrijp jij me?

A: Ja.

(...) H: Jullie worden veel verhoord... maar als jullie dit doen.., ben ik hier uit! Ik heb niets misdaan. En zo. Zij zullen dit en dat, aan jullie laten luisteren... Luister jij?

H: Zij zullen dit en dat laten horen. "Dat zijn wij niet" Einde! "Dat ben ik niet... Dat zijn wij niet!" Nee... jij zal geen antwoord geven op niets... Niet "Dat ben ik niet... Dat zijn wij niet!" "Ik zal zwijgen...Ik zal zwijgen... Hij is mijn man..."Zij is jouw vriendin... en is onze vriendin... Ik zal nu ophangen (...) Iets anders ...jullie moeten niet bevestigen dat dit mijn telefoonnummer is. dat is niet mijn telefoonnummer... is dat duidelijk?

A: Ja.

H: Dat moet niet bevestig zijn, [betrokkene 1] ! Zij zullen dit en dat afspelen...

A: Jouw advocaat, daar zal ik mijn nieuwe nummer aan geven...een nieuwe voor 10 euro...Ik begrijp het..

H: Zij mogen afluisteren! Gooi deze kaarten! Waarom gooien jullie niet die kaarten... Gooi deze kaart ook jij! (...)

H: (...) Doe vervangen alles.., en neem dinges... gooi deze dingen... (...)

H: (...) jij hebt het recht te zwijgen... Dat is wat zij als eerste tegen jou zeggen... Dus dat zwijgrecht heb je en dat is het. Als jij iets zegt dan gaan zij daarop ingaan... van zo een ding... [betrokkene 1] (NG)

(...)

H: Gooien jullie de dingen weg en vervang de luiers van het kind...

(...)

H: (...) En denk aan de dingen die ik jou heb gezegd... Jij hebt het recht om te zwijgen...

A: Goed.

H: Vervang de dingen. Als jullie dit doen ben ik buiten... Jullie praten over niets. Einde! Luister jij, [betrokkene 1] ?

A: Ja.

H: Jullie praten überhaupt niet. Ik zal niet meer kunnen opbellen.

115. Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle d.d. 11 november 2014, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

U houdt mij het tapgesprek d.d. 08 april 2014 te 20:26:40 uur voor. Dit was een gesprek met mijn echtgenote. Ik heb dit gesprek gevoerd. (...) Ik heb gezegd dat ze niets moest zeggen. Ik heb dit meerdere malen herhaald."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 4 tenlastegelegde voorts het volgende overwogen:

"Het hof stelt vast dat de uitingen van verdachte kennelijk bedoeld waren om de vrijheid van [betrokkene 1] om naar waarheid of geweten een verklaring af te leggen, te beïnvloeden. Weliswaar zou een deel van die uitingen - los beschouwd - nog kunnen worden geduid als voorlichting aan [betrokkene 1] over haar positie, maar uit hetgeen verdachte heeft gezegd over de telefoonkaarten en de telefoonnummers blijkt wel degelijk de bedoeling van beïnvloeding.

Namens verdachte is aangevoerd dat niet is komen vast te staan dat de uitingen van verdachte ook daadwerkelijk tot beïnvloeding hebben geleid. Daarmee wordt miskend dat noch de wet noch de jurisprudentie als eis stelt dat beïnvloeding ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Het hof verwerpt het verweer."

2.3.1.

Art. 285a, eerste lid, Sr luidt:

"Hij die opzettelijk mondeling, door gebaren, bij geschrift of afbeelding zich jegens een persoon uit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie."

2.3.2.

De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de invoering van deze bepaling bij de Wet van 11 november 1993, Stb. 603 houdt onder meer het volgende in:

"Het voorgestelde artikel 285a Sr kan betekenis hebben in die gevallen waarin uitlokking tot meineed niet aan de orde is, bij voorbeeld omdat het causale verband ontbreekt, of omdat het gebezigde middel niet voldoet aan de daarvoor in artikel 47 Sr gestelde eisen of omdat het gaat om een tegenover de politie afgelegde verklaring. Het rechtsgoed dat hier wordt beschermd is niet zo zeer de waarheid van de verklaring als wel de vrijheid - het onbelemmerd kunnen verklaren - van de betrokken persoon. Het kan nuttig zijn, dat bijvoorbeeld de politie een persoon die zich aan dergelijke uitingen te buiten wil gaan, onmiddellijk op het bestaan van deze strafbepaling kan attenderen.

Ik stel voor niet alleen de intimidatie van getuigen en deskundigen doch ook de intimidatie van personen die tijdens het opsporingsonderzoek een verklaring willen afleggen onder het bereik van de voorgestelde strafbepaling te brengen.

(...)

De voorgestelde strafbepaling beoogt de vrijheid van alle burgers om ten overstaan van een rechter of een ambtenaar naar waarheid en geweten een verklaring af te leggen te beschermen."

(Kamerstukken II, 1991/92, 22 483 nr. 3, p. 39)

2.4.1.

Aan het middel ligt kennelijk de opvatting ten grondslag dat voor een veroordeling ter zake van het in art. 285a, eerste lid, Sr voorziene misdrijf is vereist dat komt vast te staan dat van de zijde van de verdachte sprake is geweest van intimidatie jegens de in die bepaling bedoelde persoon. Voor die opvatting is in de tekst van die bepaling evenwel geen steun te vinden, terwijl strekking noch geschiedenis van die bepaling nopen tot een uitleg als in het middel wordt voorgestaan (vgl. HR 14 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4212, NJ 2010/499). De strafbaarstelling van art. 285a, eerste lid, Sr strekt immers tot bescherming van de vrijheid van personen om onbelemmerd ten overstaan van een rechter of een ambtenaar een verklaring te kunnen afleggen (vgl. HR 30 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7093, NJ 2005/544). Van "beïnvloeden" in de zin van art. 285a, eerste lid, Sr is derhalve sprake indien de in deze bepaling omschreven uiting ertoe strekt deze verklaringsvrijheid aan te tasten. Voldoende is dat komt vast te staan dat de uiting kennelijk bedoeld was om de verklaringsvrijheid te beïnvloeden zonder dat wordt vereist dat die kennelijke bedoeling ook tot een daadwerkelijke beïnvloeding heeft geleid (vgl. HR 27 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7910, NJ 2008/315). In zoverre is het middel vruchteloos voorgesteld.

2.4.2.

Het middel steunt voorts op de stelling dat het in het onderhavige geval slechts gaat om het geven van juridisch advies door de verdachte aan [betrokkene 1] , hetgeen niet strafbaar is. Het middel faalt reeds omdat het miskent dat het geven van juridische voorlichting of juridisch advies nimmer ertoe kan of mag strekken dat iemand in zijn verklaringsvrijheid wordt beknot. Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat van juridische voorlichting of juridisch advies als in het middel bedoeld te dezen geen sprake was.

2.5.

Het middel faalt in zoverre.

3 Beoordeling van de middelen voor het overige

Ook voor het overige kunnen de middelen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature