< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden. Art. 14e.1 Sr. Een rechtelijke uitspraak mag in de regel pas tenuitvoergelegd worden nadat zij onherroepelijk is geworden en de in art. 14e Sr voorziene uitzondering op deze regel m.b.t. de dadelijke uitvoerbaarheid van de o.g.v. art. 14c Sr gestelde bijzondere voorwaarden dan wel het o.g.v. art. 14d Sr uit te oefenen toezicht kan – ook volgens de wetsgeschiedenis – voor de veroordeelde verstrekkende gevolgen hebben. Mede gelet daarop zal de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ervan blijk dienen te geven zich ervan te hebben vergewist dat aan de in art. 14e Sr gestelde voorwaarden is voldaan. Meer in het bijzonder zal hij in een uitspraak waarin ten laste van de verdachte een misdrijf is bewezenverklaard dat is gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, als zijn oordeel tot uitdrukking dienen te brengen dat en waarom ernstig rekening ermee moet worden gehouden dat de verdachte wederom zo een misdrijf zal begaan. Het Hof heeft de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden bevolen “gezien het belang van het slachtoffer bij een contact- en locatieverbod en gelet op het belang dat zowel de verdachte als de samenleving heeft bij behandeling, uit het oogpunt van het terugdringen van recidivegevaar”. Door aldus te overwegen heeft het Hof zijn beslissing ontoereikend gemotiveerd.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



10 maart 2015

Strafkamer

nr. 13/05630

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 14 november 2013, nummer 23/005481-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het derde middel

3.1.

Het middel klaagt over 's Hofs bevel dat de gestelde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

3.2.1.

Het Hof heeft de verdachte ter zake van 1. verkrachting", 2. "poging tot zware mishandeling" en 4. " opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met bijzondere voorwaarden. Het dictum van het bestreden arrest houdt dienaangaande het volgende in:

"Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de volledige proeftijd onder toezicht en leiding zal stellen van Reclassering Nederland. Vervolgens zal hij gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van de Reclassering Nederland blijven en zich naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen gedragen, zolang deze instelling dat nodig vindt, ook als dit inhoudt het volgen van een ambulante behandeling bij De Waag of een andere door de Reclassering aan te wijzen instantie.

Beveelt dat voormelde voorwaarde en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat het de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verboden is op enigerlei wijze contact te leggen of te laten leggen met de benadeelde partij N. Kruisheer.

Beveelt dat voormelde voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat het de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verboden is zich te bevinden binnen een straal van 100 meter van de straat waar de benadeelde partij N. Kruisheer woont.

Beveelt dat voormelde voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is."

3.2.2.

Het bestreden arrest houdt onder het opschrift "Oplegging van straf en maatregel" onder meer het volgende in:

"Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting en een poging tot zware mishandeling. De verdachte heeft het slachtoffer, met wie hij een relatie had, een riem om de nek gebonden en haar anaal verkracht, terwijl hij de riem om haar nek aangetrokken hield. Het slachtoffer had duidelijk te kennen gegeven dat zij geen seks met de verdachte wilde en heeft zich hiertegen verzet. Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij de geestelijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig heeft geschonden en haar angst heeft aangejaagd in haar eigen woning. Op een dergelijke manier aangevallen worden in eigen huis leidt in het algemeen tot gevoelens van onveiligheid in de eigen woonomgeving, een plaats waar men zich bij uitstek veilig moet kunnen voelen. Het slachtoffer, zo blijkt uit de - ter terechtzitting in hoger beroep op 31 oktober voorgelezen - slachtofferverklaring, wilde niet meer in haar eigen huis zijn en heeft de huur van de woning opgezegd omdat alles in huis aanleiding was om de situatie te herbeleven. Zij voelt zich nu onzeker en beroofd van haar gevoelens van eigenwaarde. Zij ziet en voelt overal gevaar. Zij verklaart in haar schriftelijke slachtoffer verklaring (pag. 3): "Alles van en in mij is door hem kapot gemaakt".

Het hof heeft kennis genomen van de volgende omtrent verdachte uitgebrachte rapporten:

(...)

In het Pro Justitia rapport van drs. M.R. Weeda, psychiater van 2 december 2011, wordt de conclusie getrokken dat er bij verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis NAO. Daarnaast is er sprake van een voorgeschiedenis van psychoses. Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde was er ook sprake van deze persoonlijkheidsstoornis. Geadviseerd wordt om de verdachte ten aanzien van het (nu) als tweede ten laste gelegde feit, indien bewezen, als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Geadviseerd wordt tevens om de verdachte in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel een behandeling bij De Waag op te leggen onder toezicht van de reclassering.

In het Pro Justitia rapport van M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog van 2 december 2011 wordt de conclusie getrokken dat er in de voorgeschiedenis sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een psychotische stoornis NAO. Er werd een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens vastgesteld in de vorm van een gemengde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline en afhankelijke trekken. Een persoonlijkheidsstoornis is duurzaam aanwezig. Er was daarom ook sprake van deze problematiek in de periode van het ten laste gelegde (indien bewezen). Ten tijde van de periode van het ten laste gelegde was geen sprake van een psychotische stoornis. Geadviseerd wordt de verdachte te beschouwen als verminderd toerekeningsvatbaar voor het ten laste gelegde (indien bewezen).

Geadviseerd wordt tevens om de verdachte, in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke detentie en een verplicht reclasseringscontact, aan te melden voor de schematherapie die plaats kan vinden in De Waag te Amsterdam.

(...)

Zowel psychiater Weeda als psycholoog Van Willigenburg adviseren in het kader van bijzondere voorwaarden aan de verdachte op te leggen dat hij zich zal aanmelden voor therapie bij De Waag. De verdachte is inmiddels begonnen met schematherapie bij De Waag in Haarlem.

Drs. F.R.H. Mooij heeft bericht, op 30 oktober 2013, dat inmiddels zeventien behandelgesprekken hebben plaatsgevonden in een frequentie van eenmaal per twee weken. Verdacht komt trouw zijn afspraken na en er is sprake van contactgroei. Mooij denkt dat de duur van de behandeling ongeveer een jaar zal bedragen.

Het hof acht het, uit oogpunt van beperking van het gevaar op herhaling van soortgelijke feiten, van groot belang dat de verdachte genoemde therapie zal volgen. Het hof zal het advies van voornoemde psycholoog en psychiater dan ook volgen en zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden: toezicht door de reclassering en een behandeling bij De Waag. Tevens zal het hof als bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf verbinden, zoals eerder opgelegd door de rechtbank en gevorderd door de advocaat-generaal, een contactverbod met de benadeelde partij en een locatieverbod.

Het hof zal de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden bevelen, gezien het belang van het slachtoffer bij een contact- en locatieverbod en gelet op het belang dat zowel de verdachte als de samenleving heeft bij behandeling, uit het oogpunt van het terugdringen van het recidivegevaar.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 17 oktober 2013 is de verdachte eerder onder meer ter zake van mishandeling onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt."

3.3.1.

Art. 14e, eerste lid, Sr luidt:

"De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van het openbaar ministerie, bevelen dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn, indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen."

3.3.2.

De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de invoering van deze bepaling, houdt - voor zover hier van belang - het volgende in:

"Het Wetboek van Strafvordering kent als algemene regel dat een rechterlijke uitspraak pas ten uitvoer wordt gelegd als zij onherroepelijk is. Dit betekent dat zolang niet op een ingesteld hoger beroep of cassatieberoep is beslist, niet met de tenuitvoerlegging kan worden begonnen. Dit is vastgelegd in artikel 557 van het Wetboek van Strafvordering. Het wetboek kent op deze hoofdregel een aantal uitzonderingen, waarvan de bevelen betreffende de voorlopige hechtenis de bekendste zijn. Die bevelen zijn dadelijk uitvoerbaar. Voorgesteld wordt ook voor het naleven van voorwaarden en het daarbij behorende (reclasserings)toezicht in het kader van een voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf de mogelijkheid te creëren dat deze dadelijk uitvoerbaar zijn. Omdat dit voor de veroordeelde verstrekkende gevolgen heeft, is in een aantal waarborgen voorzien. In de eerste plaats kan een bevel strekkende tot dadelijke uitvoerbaarheid alleen worden gegeven indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit criterium is thans ook al opgenomen in artikel 14b van het Wetboek van Strafrecht in verband met het vaststellen van een proeftijd van ten hoogste tien jaren. De bescherming van de veiligheid en lichamelijke integriteit van personen rechtvaardigt dat de mogelijkheid wordt gecreëerd om in individuele gevallen af te wijken van het uitgangspunt dat de tenuitvoerlegging eerst een aanvang neemt na het onherroepelijk worden van de veroordeling. In de tweede plaats wordt de keuze of in het concrete geval de onmiddellijke uitvoering van de voorwaarden en het toezicht genoodzaakt is, in handen gelegd van de rechter. Het gaat dus om een modaliteit die uitsluitend door de rechter kan worden toegewezen, waardoor zij op de meest zorgvuldige wijze in het strafproces is ingebed. De rechter kan daarbij alle omstandigheden van het geval meewegen. Van belang hierbij is dat de voorwaarden zoveel mogelijk zijn toegesneden op de persoon en de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het opleggen van de voorwaardelijke straf, zodat dit voor de veroordeelde niet onnodig beperkend hoeft te zijn, terwijl de maatschappij in het algemeen en slachtoffers in het bijzonder wel zoveel mogelijk direct worden beschermd. Ten derde, kan het bevel strekkende tot dadelijke uitvoerbaarheid door de rechter waarbij het hoger beroep tegen de veroordeling aanhangig is, worden opgeheven. Dit is bijvoorbeeld aan de orde in de gevallen dat het gerechtshof al snel tot een ander oordeel komt dan de rechtbank, waardoor de voorwaardelijke vrijheidsstraf niet in stand kan blijven.

Voor de behandeling in hoger beroep blijft overigens uiteraard vooropstaan dat de in eerste aanleg veroordeelde voor onschuldig wordt gehouden totdat het gerechtshof over die schuld zijn eigen oordeel heeft gevormd. De door de rechtbank bevolen dadelijke uitvoerbaarheid doet daar niet aan af."

Kamerstukken II 2009-2010, 32 319, nr. 3, p. 12-13.

3.4.

Vooropgesteld moet worden dat een rechterlijke uitspraak in de regel pas tenuitvoergelegd mag worden nadat zij onherroepelijk is geworden en dat de in art. 14e Sr voorziene uitzondering op deze regel met betrekking tot de dadelijke uitvoerbaarheid van de op grond van art. 14c Sr gestelde bijzondere voorwaarden dan wel het op grond van art. 14d Sr uit te oefenen toezicht - ook volgens voormelde wetsgeschiedenis - voor de veroordeelde verstrekkende gevolgen kan hebben. Mede gelet daarop zal de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ervan blijk dienen te geven zich ervan te hebben vergewist dat aan de in art. 14e Sr gestelde voorwaarden is voldaan. Meer in het bijzonder zal hij in een uitspraak waarin ten laste van de verdachte een misdrijf is bewezenverklaard dat is gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, als zijn oordeel tot uitdrukking dienen te brengen dat en waarom ernstig rekening ermee moet worden gehouden dat de verdachte wederom zo een misdrijf zal begaan.

3.5.

Blijkens zijn in 3.2.2 weergegeven overweging heeft het Hof de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden bevolen "gezien het belang van het slachtoffer bij een contact- en locatieverbod en gelet op het belang dat zowel de verdachte als de samenleving heeft bij behandeling, uit het oogpunt van het terugdringen van het recidivegevaar". Door aldus te overwegen heeft het Hof zijn beslissing ontoereikend gemotiveerd.

3.6.

Voor zover het middel hierover klaagt is het terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal om redenen van doelmatigheid de zaak zelf afdoen en het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid vernietigen.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend ten aanzien van het bevel dat de in de bestreden uitspraak vermelde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2015.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature