< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

1. Klachtdelict. In cassatie kan niet voor het eerst worden geklaagd dat niet is gebleken dat een klacht is ingediend. AG: anders.

2. Gegronde bewijsklachten (onder meer belaging).

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



27 september 2011

Strafkamer

nr. 09/04647

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 6 november 2009, nummer 21/005082-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. B.P. de Boer en mr. M. van Delft, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot vernietiging van het arrest waarvan beroep ten aanzien van de feiten 2 en 3 en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde in zoverre opnieuw recht te doen op basis van het bestaande hoger beroep, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Bewezenverklaring en bewijsvoering

2.1. Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte onder 2 en 3 bewezenverklaard dat:

"2. hij op 10 mei 2003 te Enschede, opzettelijk mishandelend zijn echtgenote [slachtoffer 1], bij de keel heeft gegrepen en vervolgens enige tijd de keel heeft dichtgeknepen, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

3. hij in de periode van 01 september 2003 tot en met 31 december 2004, te Enschede en elders in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander, te weten van [slachtoffer 1] en de kinderen [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], met het oogmerk die anderen te dwingen iets te doen en/of iets niet te doen en/of iets te dulden en/of om die ander vrees aan te jagen, immers

- heeft hij meer malen bij de woning van [slachtoffer 1] aangebeld en op de deur en de ramen geklopt en gebonkt/geslagen en

- heeft hij [slachtoffer 1] en die kinderen meer malen opgebeld en

- is hij meer malen (langzaam) met zijn auto langs de woning van [slachtoffer 1] gereden."

2.2.1. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsvoering:

"1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van het hof d.d. 23 oktober 2009 voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:

(...)

Ten aanzien van feit 2.

Ik heb haar wel bij de keel gegrepen.

2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0500/04-109430, gesloten en getekend op 22 februari 2005 door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], respectievelijk brigadier en surveillant van politie (als bijlage op de pagina's 82 - 86 van het proces-verbaal, genummerd PL0500/04-006301) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte:

Op een gegeven moment, de datum weet ik niet meer, kwam [slachtoffer 3] bij me met de mededeling dat haar broer [slachtoffer 2] haar iets had aangedaan (het hof begrijpt: [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2], de kinderen uit het eerste huwelijk van [slachtoffer 1]). In reactie daarop heb ik [slachtoffer 2] bij me geroepen. In het berghok heb ik [slachtoffer 2] aangesproken op zijn gedrag. Ik heb [slachtoffer 2] met kracht vastgepakt.

Begin januari 2003 heb ik [slachtoffer 2] met kracht vastgepakt. In mei 2003 escaleerde een ruzie tussen mij en [slachtoffer 1]. Ik werd toen zo kwaad dat ik haar bij haar keel heb gepakt. Ik heb haar met één hand bij de keel gepakt.

3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0500/04-109430, gesloten en getekend op 22 februari 2005 door [verbalisant 1] en [verbalisant 3], respectievelijk brigadier en agent van politie (als bijlage op de pagina's 87 - 89 van het proces-verbaal, genummerd PL0500/04-006301) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte:

Op 30 augustus 2003 ben ik uit onze woning vertrokken. Vanaf 30 augustus 2003 tot medio augustus 2004, als ik het mij goed herinner, ben ik met enige regelmaat op mijn oude adres [a-straat 1] (het hof begrijpt: in [plaats]) geweest. Ik ben in genoemde periode meerdere malen aan de deur geweest. Ik belde dan bij de voordeur aan. In de periode na 30 augustus 2003 heb ik denk ik ongeveer 1 keer per week telefonisch contact gezocht met [slachtoffer 1] of een van mijn kinderen. Ik kreeg moeilijk contact. In de meeste gevallen werd door [slachtoffer 1] de verbinding verbroken.

Na januari 2004 reed ik gemiddeld één a twee keer door [plaats] (het hof begrijpt gemeente Enschede) om naar mijn werk in Enschede te gaan. Ik heb deze ritten wel gecombineerd met het op afstand bezoeken van mijn woning in de hoop een glimp van mijn kinderen op te vangen. Ik reed dan langzaam langs de hoek van de straat om in de richting van mijn oude woning te kijken.

4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0500/04-109430, gesloten en getekend op 30 september 2004 door [verbalisant 4], brigadier van politie (als bijlage op de pagina's 26 - 38 van het proces-verbaal, genummerd PL0500/04-006301) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [slachtoffer 1]: Ik ben gehuwd geweest met [verdachte]. Uit het huwelijk met hem zijn twee kinderen geboren te weten [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]. Ik ben eerder gehuwd geweest. Uit het eerste huwelijk zijn [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] geboren. In de herfstvakantie van 2002 (het hof begrijpt, gelet op de verklaring van [betrokkene 1], p. 58, 2001) is [slachtoffer 2] mishandeld door [verdachte]. [Slachtoffer 3] kwam op een gegeven moment in huis en vertelde dat zij lastig gevallen werd door [slachtoffer 2]. [Betrokkene 1] was op visite. Nadat [slachtoffer 3] dit had verteld werd [verdachte] kwaad en rende naar buiten. Ik zag dat hij [slachtoffer 2] vastgreep en met zich mee trok naar het berghok. Ik hoorde dat [slachtoffer 2] riep: "Mam, help, hij vermoordt me". Ik ben toen samen met [betrokkene 1] naar het berghok gelopen en ik zag dat [slachtoffer 2] op de grond lag en dat [verdachte] bezig was om de arm van [slachtoffer 2] met kracht om te draaien.

Op 5 januari 2003 heb ik gezien dat [verdachte] mijn zoon [slachtoffer 2] heeft mishandeld. Er ontstond onenigheid tussen [verdachte] en [slachtoffer 2]. [Verdachte] maakte zich kwaad en ik hoorde hem tegen [slachtoffer 2] zeggen: "Kom jij maar eens even mee", en ik hoorde [slachtoffer 2] zeggen: "Nee, nee", en nog wat bange kreten. Ik ging toen kijken en zag dat [slachtoffer 2] beneden aan de trap stond en ik zag dat [verdachte] hem tegen de muur tussen de voordeur en de wc deur aanduwde. Ik zag dat [verdachte] zijn beide handen om de keel van [slachtoffer 2] vasthield en de keel van [slachtoffer 2] dicht kneep. Ik zag dat [verdachte] hierna [slachtoffer 2] tegen de grond aanwerkte en hem de arm omdraaide. Op 10 mei 2003 ben ik ernstig mishandeld door [verdachte]. [Verdachte] pakte mij bij de keel en ik voelde dat hij mijn keel zodanig strak dicht drukte dat ik geen adem meer kreeg voor ongeveer 15 seconden. Ik dacht toen echt dat ik hierdoor dood zou gaan. Het was heel heftig. [Slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] hebben bij deze mishandeling gestaan.

Op 8 september 2003 omstreeks 17.11 uur kwam [verdachte] bij mijn woning aan de [a-straat 1] te Enschede. Ik had hem binnengelaten omdat hij nog spullen op moest halen. Tijdens het ophalen van die spullen is hij ook kwaad geworden en gooide hij met alles wat hem voorhanden kwam. Op 21 september 2003 omstreeks 02.30 uur stond [verdachte] aan de voordeur. Hij kon niet binnen, omdat ik de sloten had veranderd. Hij belde aan en begon op de deur te slaan en op het raam te kloppen.

Op 22 september 2003 omstreeks 01.42 uur stond [verdachte] weer aan de deur. Hij heeft toen heel lang met tussenpozen aangebeld, kennelijk om mij lastig te vallen. Ook telefonisch heeft hij mij lastiggevallen. Hij dreigde mij telkens om mij en de kinderen wat aan te doen of hij begon te schelden aan de telefoon.

Op 30 december heeft hij mijn antwoordapparaat ingesproken. Ik hoorde dat [verdachte] met een zachte stem zei: "uw telefoon doet weer raar [slachtoffer 1]. Misschien dat het eens even verstandig wordt je eens even gaat nadenken, waar je mee bezig bent. Want anders denk ik gebeuren er rare dingen om je heen en ik denk dat dat niet de bedoeling is: voor jou niet, voor mij niet, voor de kinderen niet. Dus ik denk eens dat het verstandig is dat je tot bezinnen komt en ophoudt met een beetje kinderachtig te doen. Dat brengt toch niks, dat weet jij toch ook wel he!!"

Op 7 maart 2004 omstreeks 12.15 uur, had ik [verdachte] weer aan de deur staan. Hij bonkte weer op de deur. Ik zag dat hij probeerde binnen te komen. Hij deed de deur open, maar omdat de haak erop zat, kwam hij niet verder dan een kier. Hij gooide toen een oud broodje naar binnen. Op 4 juli 2004 omstreeks 00.56 uur reed [verdachte] telkens door de straat. Ik was wakker en heb hem in zijn auto gezien. Dit rijden door de straat maakt ook al een dreigende indruk op mij. Ik word ook hiervan bang.

Op 16 juli 2004 omstreeks 13.15 uur reed [verdachte] weer door mijn straat. Hij bleef mij telefonisch lastig vallen.

Op 18 juli 2004 was ik met de kinderen op vakantie in Bergen aan Zee. Daar hoorde ik dat ene [verdachte] gebeld had en naar mij gevraagd had. De gedachte alleen dat hij alweer wist waar ik mij bevond beangstigde mij.

Op 2 augustus 2005 om 13.05 en 14.20 uur heb ik weer gezien dat [verdachte] door mijn straat voor mijn woning langsreed. Op 3 augustus 2004 omstreeks 17.34 uur reed [verdachte] opnieuw voor mijn woning. Hij is toen op de stoep gestopt en heeft toen weer op de voordeur gebonkt.

Op 16 augustus 2004 omstreeks 18.04 uur stond [verdachte] weer bij mij aan de voordeur. [Verdachte] belde toen.

Op 18 augustus 2004 omstreeks 16.17 uur stond [verdachte] wederom aan mijn voordeur. Hij belde weer aan en ik zag dat hij boos keek. Op 6 september 2004 omstreeks 09.45 uur zag ik dat [verdachte] weer bij mijn huis langs reed.

Verder werd ik regelmatig telefonisch lastiggevallen door [verdachte]. Hij viel mij op de gekste tijden lastig. Hij uitte dreigende taal door de telefoon. Diverse keren belde hij op en zei dan helemaal niets en soms uren achter elkaar. Telkens kwam hij weer achter mijn nieuwe geheime telefoonnummer.

Op 23 september 2004 omstreeks 16.45 uur zag ik [verdachte] wederom bij mijn woning langs rijden.

(...)

6. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Almelo van 20 maart 2006 voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven- als verklaring van [slachtoffer 2]: Op 5 januari 2003 heeft hij (het hof begrijpt: [verdachte]) mij de keel dichtgeknepen en tegen een kast aangeduwd. Ik heb daar nog lang last van gehad. Ik heb veel mishandelingen gezien. Ik kan mij herinneren dat hij mijn moeder een keer bij de keel greep.

7. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0500/04-109430, gesloten en getekend op 20 oktober 2004 door [verbalisant 5], agent van politie (als bijlage op de pagina's 42 - 44 van het proces-verbaal, genummerd PL0500/04-006301) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [slachtoffer 3]: Ik heb meerdere malen gezien dat [verdachte] mijn moeder en [slachtoffer 2] mishandeld heeft. Ik weet nog dat [verdachte] mijn moeder eens heeft mishandeld door haar bij de keel te grijpen. De keer dat [verdachte] kwaad was op [slachtoffer 2] omdat we ruzie hadden gehad bij het trampolinespringen kan ik mij nog goed herinneren. Ik had ruzie met [slachtoffer 2] en ben toen naar [verdachte] gelopen en heb hem dit verteld. [verdachte] werd toen boos. [Verdachte] heeft [slachtoffer 2] zijn arm op de rug gedraaid en [slachtoffer 2] was aan het schreeuwen.

(...)

10. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0500/04-109430, gesloten en getekend op 13 september 2004 door [verbalisant 6], hoofdagent van politie (als bijlage op de pagina's 53 - 56 van het proces-verbaal, genummerd PL0500/04-006301) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 2]: Nadat [slachtoffer 1] bij [verdachte] is weggegaan, werd [slachtoffer 1] regelmatig door [verdachte] lastiggevallen. Ik was op de verjaardag van [slachtoffer 5] in maart 2004. De kinderen zagen dat [verdachte] eraan kwam rijden. We waren bang voor hem en besloten hierop de gordijnen dicht te doen. Keer op keer belde [verdachte] aan. Schijnbaar heeft de deur toch ets opengestaan, ik denk op de ketting, aangezien [verdachte] een hard broodje naar binnen had gegooid.

Op de verjaardag van [slachtoffer 4] was het hetzelfde geval. Ook toen zagen we [verdachte] aan komen rijden. Ook toen waren we bang."

2.2.2. Het Hof heeft ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde voorts nog het volgende overwogen:

"Het hof is van oordeel dat de onder 3 tenlastegelegde gedragingen, mede gelet op de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden, namelijk de echtscheidingsprocedure waarin verdachte en [slachtoffer 1] verwikkeld waren en het feit dat verdachte zich in het verleden eerder jegens Vos en haar kinderen agressief had getoond, als bijzonder vervelend zijn aan te merken.

Ten aanzien van de duur van de gedragingen overweegt het hof dat tussen de incidenten nu en dan veel tijd is verstreken, maar dat alle incidenten binnen de tenlastegelegde periode, die ruim anderhalf jaar beslaat, vallen. Gelet op de aard, de duur en de frequentie van de gedragingen van verdachte en de invloed daarvan op het persoonlijk leven van Vos en haar kinderen, is het hof van oordeel dat de gedragingen van verdachte stelselmatig inbreuk hebben gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van haar en haar kinderen en dat hierdoor sprake is van belaging."

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel klaagt dat niet alle onderdelen van het onder 2 bewezenverklaarde uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid.

3.2. De bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat het bewezenverklaarde is gepleegd te Enschede en dat [slachtoffer 1] op 10 mei 2003 de echtgenote was van de verdachte, kan niet zonder meer worden afgeleid uit de inhoud van de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen. De bestreden uitspraak is dus in dit opzicht niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

3.3. Het middel is in zoverre terecht voorgesteld.

4. Beoordeling van het tweede middel

4.1. Het middel klaagt dat het Hof wat betreft het onder 3 tenlastegelegde het Openbaar Ministerie ten onrechte ontvankelijk heeft geoordeeld in de vervolging, nu niet is gebleken dat door of namens alle "belaagden" een klacht is ingediend.

4.2. In aanmerking genomen dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep enerzijds inhoudt dat de verdachte aldaar is verschenen en is bijgestaan door een raadsman, en anderzijds niet inhoudt dat het verweer is gevoerd dat niet is gebleken dat door alle "belaagden" een klacht is ingediend, kan daarover niet met vrucht voor het eerst in cassatie worden geklaagd.

4.3. Het middel faalt.

5. Beoordeling van het derde middel

5.1. Het middel klaagt dat de onder 3 bewezenverklaarde belaging van de kinderen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.

5.2. De bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat stelselmatig inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de kinderen [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], kan niet zonder meer worden afgeleid uit de bewijsvoering. De bestreden uitspraak is dus in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

5.3. Het middel slaagt.

6. Beoordeling van het vierde middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

7. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het eerste middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

8. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 27 september 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature