E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2011:BO9872
LJN BO9872, Hoge Raad, 09/03329 J

Inhoudsindicatie:

Art. 6 en 495 Sv. Bevoegdheid Kinderrechter. Met het voorschrift van art. 6.2 Sv heeft de wetgever beoogd in geval van gelijktijdige vervolging te bewerkstelligen dat de zaken tegen medeverdachten door dezelfde rechter worden behandeld (vgl. HR LJN ZD1575). De met art. 6.2 Sv beoogde behandeling door dezelfde rechter kan hier niet worden bereikt waar de zaak van de verdachte door een kinderrechter moet worden behandeld en de zaken van de medeverdachten door de rechtbank worden behandeld. Art. 6.2 Sv staat niet eraan in de weg dat in een geval als de onderhavige - waarin sprake is van gelijktijdige vervolging - de zaak tegen een jeugdige verdachte wordt aangebracht voor de kinderrechter die op grond van de woonplaats van de verdachte bevoegd is. In een dergelijke situatie dient het geen redelijk, met de beoogde doelmatige rechtspleging strokend, doel als uitsluitend de kinderrechter in de rechtbank waar de medeverdachten worden vervolgd bevoegd zou zijn van het aan de verdachte tenlastegelegde feit kennis te nemen en niet de kinderrechter van verdachtes woonplaats.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie