E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2008:BC7960
LJN BC7960, Hoge Raad, 02631/06 A

Inhoudsindicatie:

Antilliaanse zaak. Oogmerk om als echt en onvervalst te doen gebruiken i.d.z.v. art. 230 SrA. Het in art. 230.1 SrA bedoelde oogmerk ziet slechts op het gebruik van het valse/vervalste geschrift en niet ook op de valsheid zelf. Voor bewezenverklaring daarvan is beslissend of verdachte de bedoeling had het desbetreffende geschrift te (doen) gebruiken. Dat oogmerk kan dus bestaan ongeacht de vorm van het opzet die t.a.v. het valselijk opmaken of vervalsen wordt aangenomen. Vlg. t.a.v. art. 225.1 Sr: DD 96 280 en HR LJN ZD1033. ’s Hofs oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het bedoelde oogmerk. Voor het bewijs daarvan komt het er niet op aan “dat er derden in het spel moeten zijn die niet van de valsheid op de hoogte zijn” maar is voldoende dat de bedoeling voorzat tot gebruik van het geschrift dat in het maatschappelijk verkeer misleidend is doordat het vals is. De bewezenverklaring is wat betreft het oogmerk toereikend gemotiveerd.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie