E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2006:AY8343
LJN AY8343, Hoge Raad, 02811/05

Inhoudsindicatie:

Verdachte wordt vervolgd wegens valsheid in geschrift en computervredebreuk. Hij heeft een boek geschreven waarin hij gewag maakt van een door hem als ‘gat’ betitelde mogelijkheid van misbruik van het vertrouwen waarop het bancaire systeem van automatische incasso ten dele is gebaseerd en de handelingen beschrijft die nodig zijn om gelden te incasseren zonder dat daaraan een factuur ten grondslag ligt en zonder dat de debiteur een incasso-machtiging heeft verleend. Voor het ‘bewijs’ van de geloofwaardigheid van zijn stellingen dienaangaande heeft verdachte per computer opdrachten verstuurd om van bepaalde rekeninghouders bepaalde geldbedragen te incasseren, terwijl hij wist dat deze rekeninghouders daarvoor geen machtiging hadden gegeven en zij deze geldbedragen niet verschuldigd waren. Die opdrachten zijn uitgevoerd. Aldus heeft verdachte ten laste van 93 rekeninghouders van verschillende banken de bankrekening van zijn (reeds failliete) vennootschap gecrediteerd voor een totaalbedrag van € 739.435,80. De geïncasseerde bedragen zijn door verdachte niet (direct) teruggestort op de rekeningen van de rechthebbenden.

Het hof (dat het verweer dat de vervolging strijdt met art. 10 EVRM) heeft, zonder miskenning van art. 10.2. EVRM, kunnen oordelen dat i.c. door de strafvervolging van verdachte strafbare feiten worden voorkomen en de rechten van anderen worden beschermd a.b.i. die bepaling. Zijn oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie