E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2006:AU4664
LJN AU4664, Hoge Raad, 00132/05 E

Inhoudsindicatie:

Voorwetenschap. 1. Reikwijdte uitzondering op verbod om te handelen met voorwetenschap. 2. Noodzakelijkheid transacties. 3. Rechtsdwaling. Ad 1a. Het verbod ex art. 46.1 (oud) Wte 1995 om, beschikkende over voorwetenschap, een transactie in effecten te bewerkstelligen, lijdt voorzover hier van belang ex art. 1.a (oud) Besluit ter uitvoering van art. 46.4 Wte 1995 slechts uitzondering indien opties, converteerbare obligaties, warrants dan wel soortgelijke rechten op aandelen of certificaten van aandelen worden toegekend in het kader van een personeelsregeling. Deze uitzondering dient strikt te worden uitgelegd. Dat brengt mee dat, ter voorkoming van gebruik van voorwetenschap, aan een personeelsregeling waarbij aan bestuurders en/of werknemers de bedoelde rechten worden toegekend, strenge eisen dienen te worden gesteld. Daarbij dient de instelling een bestendige gedragslijn te hanteren met betrekking tot de voorwaarden en periodiciteit van de regeling. Tot de eisen die aan zodanige personeelsregeling moeten worden gesteld wat betreft de toekenning aan bestuurders van opties en soortgelijke rechten, behoort, dat aan hen geen keuzevrijheid mag toekomen t.a.v. het accepteren van een pakket opties. Indien in de voorwaarden van de regeling deze keuzevrijheid van de bestuurders niet is uitgesloten, zal de betrokken bestuurder niet met vrucht een beroep kunnen doen op de voormelde uitzondering op het verbod op gebruik van voorwetenschap.

Vervolg inhoudsindicatie zie uitspraak

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie