< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:
Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



8 oktober 2002

Strafkamer

nr. 00539/01

IV/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 december 2000, nummer 20/000631-00, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep, behoudens wat betreft de verwerping van het gevoerde niet-ontvankelijkheidsverweer, de bewijsvoering en de strafmotivering, bevestigd een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Breda van 21 december 1999, waarbij de verdachte ter zake van "overtreding van artikel 7, eerste lid, aanhef, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994 , meermalen gepleegd " is veroordeeld tot een geldboete van ƒ 1.200,--, subsidiair 24 dagen hechtenis met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S.C.M. Asselbergs, advocaat te Bergen op Zoom, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel keert zich tegen de verwerping door het Hof van het in hoger beroep gevoerde verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging op de grond dat de Officier van Justitie door de verdachte te vervolgen in strijd heeft gehandeld met de hier toepasselijke vervolgingsrichtlijn.

3.2. Aan de verdachte is bij inleidende dagvaarding - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij op 15 mei 1999 te Bergen op Zoom als bestuurder van een motorrijtuig, (telkens) betrokken bij een verkeersongeval, de plaats van het ongeval heeft verlaten terwijl bij dat ongeval, naar hij (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een of meer personen schade was toegebracht (art. 7 lid 1 ahf/onder a WVW 1994).

3.3. Het Hof heeft het in het middel bedoelde verweer in de bestreden uitspraak als volgt samengevat en verworpen:

"Van de zijde van de verdediging is ter terechtzitting in hoger beroep, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vervolging, aangezien de richtlijnen stellen dat in geval de schade is vergoed volstaan moet worden met een boete welke richtlijnen zijn gepubliceerd en onderdeel uitmaken van het geldende recht.

Het hof overweegt daaromtrent dat de enkele stelling dat op beweerdelijk handelen in strijd met de richtlijnen van het openbaar ministerie, te allen tijde niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie dient te volgen geen steun vindt in het recht.

Voorts dienen in acht te worden genomen de bijzondere omstandigheden van het geval, waarbij in casu sprake is van een aanrijding waarbij aan een vijftal auto's een aanzienlijke schade is toegebracht, zodat een vervolging van de verdachte alleszins gerechtvaardigd was.

Het verweer dient dan ook te worden verworpen."

3.4.1. Hier is toepasselijk de "Richtlijn voor strafvordering verlaten plaats ongeval" (Richtlijn van 5 januari 1999, Stcrt. 62) - hierna: de Richtlijn - in samenhang met het in diezelfde Staatscourant gepubliceerde "Kader voor strafvordering", hierna: het Kader.

Het ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweer strekte er zakelijk weergegeven toe dat, nu gelet op het bepaalde in de Richtlijn de transactiegrens van 30 sanctiepunten niet was overschreden, het Openbaar Ministerie, dat de verdachte zonder voorafgaand transactievoorstel heeft gedagvaard, niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de strafvervolging.

3.4.2. Het Kader houdt onder meer het volgende in:

"Voor iedere strafvorderingsrichtlijn gelden in principe de uitgangspunten en rekenmethoden, zoals die in dit kader beschreven staan.

(...)

De beoordeling van een strafzaak geschiedt in twee fasen. Tijdens de eerste fase bepaalt de beoordelaar aan de hand van de richtlijnen welke sanctie passend zou zijn in soortgelijke strafzaken, gezien de gepleegde feiten en de geobjectiveerde beoordelingscriteria. De tweede fase van de beoordeling vergt het inzicht en de ervaring van de beoordelaar om te bepalen of het gevonden uitgangspunt van denken passend is in de specifieke strafzaak die ter beoordeling voorligt. Dat hierbij in voorkomende gevallen gemotiveerd van de richtlijnen kan worden afgeweken spreekt voor zich.

(...)

In geval de beoordelaar afwijkt van dat uitgangspunt dient die afwijking ook gemotiveerd te worden.

(...)

Het maximum aantal sanctiepunten ten gevolge van commune en verkeersdelicten waarbij een transactie kan worden aangeboden is bepaald op 30. Deze grens wordt de transactiegrens genoemd.

(...)

Indien een transactie kan worden aangeboden wordt de waarde van iedere sanctiepunt omgerekend in een geldbedrag. In geval een dagvaarding wordt geïndiceerd doet zich een aantal mogelijkheden voor:

A. Dagvaarden als gevolg van de omstandigheden van het delict en/of de persoon van de dader. (...)

B. Dagvaarden, alleen als gevolg van de vordering van schadevergoeding en/of aanvullende maatregelen. (...) Het betreft gevallen waarin de reden tot dagvaarding uitsluitend is:

- Weigering door de verdachte tot schadevergoeding en/of

- Vordering van een aanvullende maatregel gewenst.

Beide gronden verwoorden beleidsuitgangspunten van het openbaar ministerie. Het beleid van het openbaar ministerie is daarnaast dat bij rauwelijks dagvaarden geen kale geldboetes worden gevorderd."

3.5. Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging in het geval de desbetreffende transactiegrens van de Richtlijn nog niet is overschreden en het niettemin tot dagvaarding is overgegaan.

3.6.1. Voorzover deze opvatting mocht inhouden dat de Richtlijn het openbaar ministerie geen ruimte zou laten af te wijken van een door die Richtlijn geïndiceerd transactieaanbod, is die opvatting onjuist. De Richtlijn staat er naar haar aard, zoals daarvan mede blijkt uit het Kader, niet aan in de weg dat het openbaar ministerie in het geval de transactiegrens niet is overschreden in afwijking van de in de Richtlijn geformuleerde uitgangspunten het aanbieden van een transactie achterwege laat en tot dagvaarding overgaat, indien zich ten tijde van de vervolgingsbeslissing naar zijn oordeel in redelijkheid feiten en omstandigheden voordoen op grond waarvan desniettemin gedagvaard behoort te worden.

3.6.2. In het midden kan blijven of in deze zaak, waarin is vervolgd voor meerdere (gelijksoortige) feiten, zich het geval voordoet dat de transactiegrens nog niet is overschreden. Ook indien van zodanige overschrijding geen sprake is, geeft het oordeel van het Hof, voorzover dat erop neerkomt dat het Openbaar Ministerie niet in strijd met de Richtlijn heeft gehandeld door in de omstandigheden van het geval te dagvaarden, gelet op het vorenstaande geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.

3.7. Voorzover de aan het middel ten grondslag liggende opvatting inhoudt dat het openbaar ministerie, in het - hier te veronderstellen - geval dat het in strijd met de Richtlijn geen transactie heeft aangeboden, doch heeft gedagvaard, steeds niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de strafvervolging, is die opvatting eveneens onjuist.

Zodanig verzuim een transactie aan te bieden leidt niet in alle gevallen tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging. Bijzondere omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat dit gevolg achterwege blijft.

In dit verband verdient opmerking dat het geschonden belang van de verdachte om niet in strijd met een richtlijn te worden gedagvaard in voorkomende gevallen voldoende kan worden gecompenseerd doordat ter terechtzitting, wanneer van zodanige strijd met een richtlijn sprake is, door het openbaar ministerie een straf wordt gevorderd die feitelijk in overeenstemming is met het transactieaanbod dat aan de verdachte overeenkomstig de richtlijn zou hebben moeten zijn gedaan en de rechter bij zijn beslissing omtrent de strafoplegging ervan doet blijken vorenbedoeld verzuim in zijn beoordeling te hebben betrokken.

3.8. Aantekening verdient voorts dat de hier bedoelde niet-ontvankelijkheid niet een definitief verval van de bevoegdheid tot strafvervolging ter zake van het desbetreffende strafbare feit tot gevolg heeft. Indien het openbaar ministerie, nadat het om vorenbedoelde reden in de strafvervolging niet-ontvankelijk is verklaard, alsnog een transactieaanbod in overeenstemming met de desbetreffende richtlijn heeft gedaan en de betrokkene dit aanbod niet heeft aanvaard, herleeft de bevoegdheid tot strafvervolging ter zake van het feit waarop de transactie betrekking had.

3.9. Het verweer is dus op toereikende gronden verworpen, zodat het middel faalt.

4. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster, A.J.A. van Dorst, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 8 oktober 2002.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature