< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:
Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



28 september 2001

Eerste Kamer

Rek.nr. R00/156HR

AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vader], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. R. Kaya,

t e g e n

[De moeder], wonende te België,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 17 oktober 1996 ter griffie van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht een omgangsregeling te treffen tussen hem en [het] minderjarige [kind], bij voorkeur gedurende een weekend per veertien dagen, althans een zodanige regeling als de Rechtbank zal vermenen te behoren.

Verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - heeft het verzoek bestreden.

Bij de mondelinge behandeling door de Rechtbank heeft de vader zijn verzoek aangevuld in die zin dat hij subsidiair verzocht een informatieregeling als bedoeld in art. 1:377b BW vast te leggen.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 5 november 1997 het verzoek strekkende tot vaststelling van een omgangsregeling afgewezen en voorts bepaald dat de moeder éénmaal per kwartaal de vader schriftelijk dient te informeren over de ontwikkelingen van [het kind] en tweemaal per jaar een recente foto van [het kind] aan de vader ter hand dient te stellen.

Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Nadat het Hof bij tussenbeschikking van 12 januari 2000 de advocaat van de moeder had opgedragen een verslag van de behandelend psychiater van [het kind] als vermeld in de tussenbeschikking onder 4.6 over te leggen alsmede ervoor zorg te dragen en te bevestigen dat de informatie over het vierde kwartaal 1999 en een goedlijkende recente foto aan de vader was verzonden, heeft het Hof bij eindbeschikking van 27 september 2000 de bestreden beschikking bekrachtigd.

De eindbeschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de eindbeschikking van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 28 september 2001.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature