< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:
Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



20 maart 2001

Strafkamer

nr. 01922/00

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van

18 februari 2000, parketnummer 23/002372-99, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, wonende te

[woonplaats], ten tijde van het instellen van beroep in cassatie verblijvende in de

Penitentiaire Inrichting te Leeuwarden

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 4 augustus 1999, voorzover aan ‘s Hofs oordeel onderworpen, - de verdachte vrijgesproken van het hem bij in-leidende dagvaarding in (zaak A) onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde en voorts heeft het Hof verstaan dat de verdachte door de eerste rechter ter zake van (zaak B) 1. “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid en het feit begaan door het dragen van een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie” en 4. “handelen in strijd met

artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie” is veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Voorts is de tenuitvoerlegging gelast van een voorwaardelijk opgelegde straf.

2. Geding in cassatie

Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de gegeven vrijspraken - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.M. Kengen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Procesgang

De stukken van het geding houden, voorzover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

(i) a. Bij inleidende dagvaarding (parketnummer 13/067246-99) is de verdachte gedagvaard om ter zake van een drietal gekwalificeerde diefstallen terecht te staan ter terechtzitting van de Rechtbank van 21 juli 1999, verder te noemen: zaak A;

b. Voorts is de verdachte bij inleidende dagvaarding (parketnummer 13/077040-99) tegen diezelfde terechtzitting gedagvaard om terecht te staan ter zake van - kort gezegd - het voorhanden hebben van (1) een pistool en

munitie, (2) een vervalst paspoort, (3) een vervalst rijbewijs en (4) een aantal hagelpatronen, verder te noemen: zaak B;

c. Ten slotte is de verdachte bij oproeping (parketnummer 13/066957-97) voor diezelfde terechtzitting opgeroepen voor de behandeling van een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, opgelegd bij vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Amsterdam van 8 juni 1998: verder te noemen zaak C. Deze vordering houdt, voorzover hier van belang, in:

"dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierboven genoemde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een of meer strafbare feiten, zoals tenlastegelegd in de dagvaarding met parketnummer 067246-99".

(ii) Ter terechtzitting van 21 juli 1999 heeft de Rechtbank de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen aangebrachte zaken A en B.

(iii) De Rechtbank heeft de verdachte bij vonnis van 4 augustus 1999 veroordeeld ter zake van de feiten in zaak A en de feiten (1) en (4) in zaak B. Voorts heeft zij in zaak C de tenuitvoerlegging gelast van de voorwaardelijk opgelegde straf, waartoe zij onder meer het volgende heeft overwogen:

"Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De hiervoor genoemde voorwaardelijk opgelegde straf dient dan ook ten uitvoer te worden gelegd".

(iv) Namens de verdachte is op 10 augustus 1999 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank.

Op 3 februari 2000 heeft de verdachte het hoger beroep ingetrokken voorzover het betreft zaak B en het uitdrukkelijk gehandhaafd ter zake van de zaken A en C.

(v) De verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep verschenen. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep is door de Advocaat-Generaal aldaar het volgende standpunt ingenomen:

"Als de grondslag van de vordering tenuitvoerlegging fungeert niet slechts de in eerste aanleg gevoegde zaak A; het gaat erom of de algemene voorwaarden zijn overtreden. (...) De straf voor de feiten in zaak B dient te worden bepaald op drie maanden gevangenisstraf".

De overgelegde schriftelijke vordering van de Advocaat-Generaal houdt in dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden en dat in zaak C de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling zal worden toegewezen.

(vi) Het Hof heeft in het thans bestreden arrest verstaan dat het hoger beroep van de verdachte niet is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven beslissingen ten aanzien van het in zaak B tenlastegelegde. Voorts heeft het Hof de verdachte vrijgesproken van de in zaak A tenlastegelegde feiten. Ten slotte heeft het Hof de vordering in zaak C toegewezen. In dat verband heeft het Hof onder meer het volgende overwogen:

"De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat vrijspraak van het tenlastegelegde in zaak A meebrengt dat tevens de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf moet worden afgewezen, nu deze vordering uitdrukkelijk naar zaak A verwijst, zodat uitsluitend het in zaak A tenlastegelegde als grondslag voor toewijzing kan dienen.

Het hof verwerpt dit betoog. Waar ter terechtzitting in eerste aanleg de voeging van de afzonderlijk aangebrachte zaken A en B is bevolen en de rechtbank bij gelegenheid van een veroordeling ter zake van de aldus gevoegd tenlastegelegde feiten de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf heeft toegewezen, is voldaan aan de vereisten die door artikel 14g van het Wetboek van Strafvordering (de Hoge Raad leest: Strafrecht) aan de toewijzing van een dergelijke vordering worden gesteld. De strekking van artikel 14g in samenhang met artikel 407 van het Wetboek van Strafvordering brengt evenwel niet mee dat in het geval het hoger beroep niet alle gevoegde zaken betreft, de toewijzing van meerbedoelde vordering opnieuw afhankelijk wordt gesteld van veroordeling terzake van het tenlastegelegde in de zaak waarbij zij aanvankelijk aan de rechter werd voorgelegd. In hoger beroep ziet het hof zich derhalve voor de taak gesteld te bezien of het - in het licht van een inmiddels onherroepelijk geworden veroordeling in eerste aanleg en/of een veroordeling in hoger beroep - termen vindt de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf te gelasten".

4. Beoordeling van het middel

4.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof ten onrechte de vordering tot tenuitvoerlegging toewijsbaar heeft geacht, althans dat het Hof de toewijzing van die vordering ontoereikend heeft gemotiveerd.

4.2. Voor de beoordeling van het middel zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang:

- art. 14g, eerste lid, Sr, dat luidt:

"Indien enige gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd kan de rechter, indien hij daartoe termen vindt, na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie en onverminderd het bepaalde in artikel 14f, 1 °. gelasten dat de niet ten uitvoer gelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd; (...)";

- art. 14i, zesde lid, Sr, dat luidt:

"Gedurende het onderzoek kan het openbaar ministerie zijn ingediende vordering of conclusie en de veroordeelde zijn verzoek wijzigen".

4.3. Blijkens de wetsgeschiedenis heeft de wetgever met de woorden "na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie" in de aanhef van het eerste lid van art. 14g Sr tot uitdrukking willen brengen dat de rechter een andere beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke veroordeling kan geven dan die waartoe de vordering strekt (vgl. Kamerstukken II 1914-1915, MvA 32.1., blz. 11). Nu in het zesde lid van art. 14i Sr is bepaald dat de ingediende vordering door het openbaar ministerie kan worden gewijzigd, moet als bedoeling van de wetgever worden aangenomen dat de hiervoor bedoelde rechterlijke beoordelingsvrijheid haar begrenzing vindt in de grondslag van de vordering. Opmerking verdient dat noch art. 14i, zesde lid, Sr noch enige andere rechtsregel eraan in de weg staat dat die wijziging plaatsvindt gedurende het onderzoek in hoger beroep, terwijl deze, in aanmerking genomen dat art. 313 Sv hier niet van toepassing is verklaard, niet in schriftelijke vorm behoeft te worden gedaan.

4.4. Hetgeen hiervoor onder 3 sub (v) is weergegeven moet aldus worden verstaan dat de Advocaat-Generaal bij de behandeling van de zaak in hoger beroep de grondslag van de vordering tot tenuitvoerlegging aldus heeft gewijzigd dat zij mede is komen te berusten op de grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de strafbare feiten die in zaak B zijn tenlastegelegd.

4.5. Daarvan uitgaande kon het Hof zonder miskenning van enige rechtsregel de vordering tot tenuitvoerlegging toewijzen, wat er zij van de gronden waarop zijn beslissing steunt.

4.6. Het middel faalt derhalve.

5. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren

G.J.M. Corstens, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 20 maart 2001.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature