< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.

veroordeling voor diefstal en diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Uitspraak



Parketnummer : 20-003886-18

Uitspraak : 5 februari 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 december 2018 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 02-154325-18 en 02-161603-18, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, het onder parketnummer 02-154325-18 en het onder parket-nummer 02-161603-18 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, waarvan 6 weken voorwaar-delijk met een proeftijd van 2 jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden van Reclasseringstoezicht en ambulante behandeling van de verdachte door Forensische Zorg Zeeland of een soortgelijke zorginstelling.

Door en namens verdachte is een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de Politierechter.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 02-154325-18:

hij op of omstreeks 3 augustus 2018 te Domburg, gemeente Veere een of meerdere krat(ten), in elk geval enig goed/goederen, dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde(n), te weten aan [benadeelde 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Zaak met parketnummer 02-161603-18 (gevoegd): hij op of omstreeks 14 augustus 2018 te Vlissingen een of meerdere flesjes frisdrank, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door voornoemde [slachtoffer] te duwen tegen het lichaam.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-154325-18 en in de zaak met parketnummer 02-161603-18 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 02-154325-18: hij op 3 augustus 2018 te Domburg kratten die toebehoorden aan [benadeelde 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Zaak met parketnummer 02-161603-18 (gevoegd): hij op 14 augustus 2018 te Vlissingen flesjes frisdrank, die toebehoorden aan [benadeelde 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door voornoemde [slachtoffer] te duwen tegen het lichaam.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 02-154325-18 bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 02-161603-18 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Door en namens verdachte is verzocht om te volstaan met het aan de verdachte opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag, dus voor de duur van het voorarrest, en daarnaast een forse werkstraf op te leggen. De verdediging heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van langere duur omdat verdachte, die een veelpleger is met een omvangrijke documentatie, zijn leven sinds enige tijd een positievere wending heeft kunnen geven. Verdachte wordt vanaf 19 november 2019 behandeld en begeleid door Emergis-MJD (Maatschappelijk en Justitiële Dienstverlening) en heeft op regelmatige basis gesprekken. Daarnaast werkt verdachte zo veel hij kan en is hij de laatste tijd niet meer met politie of justitie in aanraking gekomen. Het opleggen van een onvoor-waardelijke gevangenisstraf van enige duur zou deze positieve ontwikkelingen doorkruisen hetgeen de verdediging onwenselijk acht.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van kratten van [benadeelde 1] . Daarmee heeft hij schade en overlast veroorzaakt aan [benadeelde 1] . Daarnaast heeft verdachte frisdrank gestolen en een omstander, die het feit zag plaatsvinden en verdachte daarop aansprak, een harde duw gegeven. Met dit handelen heeft verdachte schade en overlast veroorzaakt aan [benadeelde 2] en pijn veroorzaakt bij het slachtoffer, [slachtoffer] .

Het hof heeft bij de strafoplegging voorts ten nadele van de verdachte meegewogen dat verdachte, blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 december 2019, reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van het plegen van vermogensdelicten.

Uit dit uittreksel volgt echter ook dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, in verband met een veroordeling van verdachte door de Politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 september 2018. Verdachte is toen ter zake van diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 dagen.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Gelet op de omstandigheid dat verdachte reeds eerder is veroordeeld ter zake van het plegen van soortgelijke strafbare feiten en verdachte er geen blijk van heeft gegeven het kwalijke van zijn handelen in te zien, is het hof, met de advocaat-generaal, van oordeel dat aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, waarvan 6 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar dient te worden opgelegd. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal op deze straf in mindering worden gebracht.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Het hof zal aan deze straf de bijzondere voorwaarden van Reclasseringstoezicht en ambulante behandeling door Forensische Zorg Zeeland verbinden, nu ter terechtzitting is gebleken dat verdachte daarbij baat heeft en verdachte zelf bovendien heeft verklaard baat te hebben bij deze ondersteuning. Daarnaast zal het hof aan de verdachte een taakstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis opleggen. Het hof legt aan de verdachte aan hogere straf op dan geëist door de advocaat-generaal nu het hof van oordeel is dat de door de advocaat-generaal geëiste straf onvoldoende recht doet aan de ernst van het bewezenverklaarde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14 a, 14b, 14c, 57, 63, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-154325-18 en in de zaak met parketnummer 02-161603-18 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 02-154325-18 en in de zaak met parketnummer 02-161603-18 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) weken.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich onder behandeling zal blijven stellen van Forensische Zorg Zeeland of een soortgelijke zorginstelling op door of namens de behan-delaar(s) aan te geven tijdstippen en plaats, zolang de behandelaar(s) of de reclassering dit noodzakelijk acht(en) gedurende de proeftijd van 2 jaar. De verdachte zal daartoe tevens meewerken aan een intakeprocedure. De verdachte zal zich gedurende deze behandeling houden aan de aanwijzing(en) van de behandelaar(s). De verdachte zal zich houden aan de aanwijzingen van reclassering Nederland en zich telkens weer melden zo vaak en zo lang de reclassering dat noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. F.C.J.E. Meeuwis, voorzitter,

mr. E.N. van der Spoel en J.F. Dekking, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. L.J.J.G. Verhaeg, griffier,

en op 5 februari 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature