< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.

Uitspraak



Parketnummer : 20-001482-16

Uitspraak : 17 september 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van 18 mei 2016 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 04-800128-11 en 04-850429-12, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats/land ] op [geboortedag] 1959,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is verdachte ter zake de navolgende feiten

parketnummer 04/800128-11

- feit 1 (kort gezegd het witwassen van panden aan de [adres 4] te Horn, [adres] te Roermond en aan de [adres 5] te Roermond, van een personenauto (merk BMW , type X5) en van geld afkomstig uit de handel in verdovende middelen)

parketnummer 04/850429-12

- feit 3 (kort gezegd het niet (goed) opruimen van asbesthoudende materialen);

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar, met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van:

Ter zake parketnummer 04/800128-11:

- feit 2 (deelneming criminele organisatie witwassen)

Ter zake parketnummer 04/850429-12:

- feit 1 (valsheid in geschrift)

- feit 2 ((handelen met asbest in strijd met milieuregels)

Nu verdachte ten aanzien van voormelde feiten van de gehele tenlastelegging is vrijgesproken, is verdachte gelet op het bepaalde in artikel 404, tweede lid, Wetboek van Strafvordering in zoverre niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Witwassen panden

Onder parketnummer 04/800128-11, feit 1 is verdachte vrijgesproken van het gewoontewitwassen van de navolgende panden:

- het pand gelegen aan de [adres 1] te Roermond;

- het pand gelegen aan de [adres 2] te Roermond;

- het pand gelegen aan [adres 3] te Roermond.

Ten aanzien van deze vrijspraak overweegt het hof het volgende.

Aan verdachte is als gronddelict ten laste gelegd: gewoontewitwassen. Daarbij heeft de steller van de tenlastelegging het bestanddeel ‘gewoonte’ verfeitelijkt door de tenlastelegging van onder meer het witwassen van voornoemde panden. Naar het oordeel van het hof worden door deze wijze van ten laste leggen (de strafverzwarende omstandigheid van gewoontewitwassen) de genoemde voorwerpen, zijnde de tenlastegelegde panden, auto’s, een horloge en een hoeveelheid geld, niet gezien als afzonderlijk vernoemde strafbare feiten. Hierdoor is er geen sprake van een of meer gevoegde feiten als bedoeld in artikel 407, tweede lid, Sv . Er is derhalve geen sprake van een beschermde vrijspraak op dit onderdeel. Hierdoor is gezien het – overigens onbeperkt – ingestelde appel, feit 1 geheel aan het oordeel van het hof onderworpen.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft verweren gevoerd met betrekking tot:

- de bewezenverklaring onder parketnummer 04/800128-11 van feit 1; en

- de strafoplegging;

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na een nadere omschrijving ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg en voor zover in hoger beroep nog aan de orde – tenlastegelegd dat:

Parketnummer 04-800128-11:

1.

1. hij in of omstreeks de periode van 1 december 2005 tot en met 5 maart 2012, in de

gemeente Roermond en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers

heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) van (een) voorwerp(en), te

weten

- een pand gelegen aan de [adres 1] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 4] te Horn en/of

- een pand gelegen aan de [adres] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 2] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 5] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 3] te Roermond en/of

- een personenauto (merk BMW, type X5) en/of

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) geld (afkomstig uit de handel in verdovende middelen),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing

verborgen en/of verhuld,

althans heeft hij (telkens) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op (een)

voorwerp(en), te weten

- een pand gelegen aan de [adres 1] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 4] te Horn en/of

- een pand gelegen aan de [adres] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 2] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 5] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 3] te Roermond en/of

- een personenauto (merk BMW, type X5) en/of

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) geld (afkomstig uit de handel in verdovende middelen),

was,

en/of

heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) (een) voorwerp(en), te weten

- een pand gelegen aan de [adres 1] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 4] te Horn en/of

- een pand gelegen aan de [adres] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 2] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 5] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 3] te Roermond en/of

- een personenauto (merk BMW, type X5) en/of

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) geld (afkomstig uit de handel in verdovende middelen),

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet,

althans van (een) voorwerp(en), te weten

- een pand gelegen aan de [adres 1] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 4] te Horn en/of

- een pand gelegen aan de [adres] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 2] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 5] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 3] te Roermond en/of

- een personenauto (merk BMW, type X5) en/of

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) geld (afkomstig uit de handel in verdovende middelen),

gebruik gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat/die pand(en) en/of die

personenauto en/of dat geld – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig

misdrijf;

althans indien ter zake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2005 tot en met 5 maart 2012, in de gemeente Roermond en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

(telkens) van (een) voorwerp(en), te weten

- een pand gelegen aan de [adres 1] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 4] lc te Horn en/of

- een pand gelegen aan de [adres] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 2] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 5] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 3] te Roermond en/of

- een personenauto (merk BMW, type X5) en/of

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) geld (afkomstig uit de handel in verdovende middelen),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft

verborgen en/of verhuld,

althans (telkens) heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op (een) voorwerp(en), te weten

- een pand gelegen aan de [adres 1] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 4] te Horn en/of

- een pand gelegen aan de [adres] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 2] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 5] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 3] te Roermond en/of

- een personenauto (merk BMW, type X5) en/of

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) geld (afkomstig uit de handel in verdovende middelen),

was,

en/of

(telkens) (een) voorwerp(en), te weten

- een pand gelegen aan de [adres 1] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 4] lc te Horn en/of

- een pand gelegen aan de [adres] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 2] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 5] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 3] te Roermond en/of

- een personenauto (merk BMW, type X5) en/of

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) geld (afkomstig uit de handel in verdovende middelen),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet,

althans van (een) voorwerp(en), te weten

- een pand gelegen aan de [adres 1] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 4] lc te Horn en/of

- een pand gelegen aan de [adres] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 2] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 5] te Roermond en/of

- een pand gelegen aan de [adres 3] te Roermond en/of

- een personenauto (merk BMW, type X5) en/of

- ( een) hoeveelhe(i)d(en) geld (afkomstig uit de handel in verdovende middelen),

gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat

dat/die pand(en) en/of die personenauto en/of dat geld – onmiddellijk of middellijk –

afkomstig was/waren uit enig misdrijf

Parketnummer 04/850429-12

3.

hij in of omstreeks de periode van 7 november 2011 tot en met 12 december 2011 in de

gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan

niet opzettelijk, handelingen met betrekking tot afvalstoffen heeft verricht of nagelaten,

terwijl hij en/of zijn medeverdachte(n) wist(en) of redelijkerwijs had(den) kunnen weten dat

daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden of konden ontstaan, en toen aldaar

niet heeft/hebben voldaan aan de verplichting alle maatregelen te nemen of na te laten die

redelijkerwijs van hem/hen konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk

te voorkomen of te beperken, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) de

asbesthoudende golfplaten en/of brokstukken daarvan, ontstaan door de sloop van het

(asbesthoudende) dak van een loods aan de [adres 4] niet (voldoende) opgeruimd.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Met de rechtbank spreekt het hof verdachte vrij van feit 1 van parketnummer 04/800128-11 voor zover het betreft het witwassen van:

- het pand gelegen aan de [adres 1] te Roermond;

- het pand gelegen aan de [adres 2] te Roermond;

- het pand gelegen aan de [adres 3] te Roermond.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Parketnummer: 04/800128-11

1

in de periode van 1 december 2005 tot en met 5 maart 2012, in de gemeente Roermond en

elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers

hebben verdachte en zijn mededaders van een voorwerp, te weten

- een personenauto (merk BMW, type X5),

verhuld wie de rechthebbende op dat voorwerp was

en

hebben verdachte en zijn mededaders voorwerpen, te weten:

- een pand gelegen aan de [adres 4] te Horn en

- een pand gelegen aan de [adres] te Roermond en

- een pand gelegen aan de [adres 5] te Roermond en

verworven en voorhanden gehad

terwijl hij en zijn mededaders wisten dat die panden en die personenauto onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf

Parketnummer: 04/850429-12

3

In de periode van 10 december 2011 tot en met 12 december 2011 in de gemeente Leudal,

opzettelijk handelingen met betrekking tot afvalstoffen heeft nagelaten, terwijl hij

wist dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden of konden ontstaan, en toen aldaar niet heeft voldaan aan de verplichting alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, immers heeft verdachte de asbesthoudende golfplaten en brokstukken daarvan, ontstaan door de sloop van het (asbesthoudende) dak van een loods aan de [adres 4] niet (voldoende) opgeruimd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Standpunten verdediging

bewijsuitsluiting verklaring [medeverdachte 1]

De rechtbank heeft de bewezenverklaring van een groot aantal feiten gestoeld op de verklaringen die door de medeverdachte [medeverdachte 1] zijn afgelegd bij de politie in de maanden oktober en november 2013.

De verdediging heeft het in eerste aanleg gevoerde verweer herhaald dat deze verklaringen – kort gezegd – onbetrouwbaar zijn en derhalve van het bewijs moeten worden uitgesloten.

Daartoe is aangevoerd dat [medeverdachte 1] zijn verklaringen van eind 2013 op de inhoud van het dossier heeft afgestemd. Zijn verklaringen bevatten reeds wat uit het dossier kenbaar was en [medeverdachte 1] heeft daar niets nieuws aan toegevoegd wat betrouwbaar is te achten. Verder zouden zijn verklaringen inconsistent zijn.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

[medeverdachte 1] heeft zich aanvankelijk bij de politieverhoren (verhoren van 8 november 2011, p. 487 tot en met 6 februari 2012, p. 653) beroepen op zijn zwijgrecht. Vervolgens is [medeverdachte 1] vanaf 25 oktober 2013 gaan verklaren over de rol van verdachte, van zichzelf en over de rollen van anderen.

Als eerste stelt het hof vast dat voor zover het hof de verklaringen van [medeverdachte 1] tot bewijs zal bezigen, deze niet op zich staan maar steun vinden in andere bewijsmiddelen.

Verder is het hof van oordeel dat [medeverdachte 1] in zijn verklaringen vanaf 25 oktober 2013 consistent heeft verklaard. Voor zover deze verklaringen op onderdelen niet geheel eensluidend zijn, betreft het onderdelen van ondergeschikte aard die aan de betrouwbaarheid van [medeverdachte 1] verklaringen als geheel niet afdoen.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat er geen reden is te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] en dat er geen reden is tot bewijsuitsluiting ervan over te gaan. Dat [medeverdachte 1] zich aanvankelijk op zijn zwijgrecht heeft beroepen doet hieraan niet af.

Parketnummer 04-800128-11, feit 1

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het witwassen van:

- het pand gelegen aan de [adres 4] te Horn; en

- het pand gelegen aan de [adres] te Roermond; en

- het pand gelegen aan de [adres 5] te Roermond,

moet worden vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd dat deze panden niet uit enig misdrijf afkomstig zijn maar afkomstig zijn uit een drietal – hierna te noemen – legale bronnen.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit het procesdossier blijkt onder meer – zakelijk weergegeven – omtrent de verwerving van genoemde panden van het volgende.

Door verdachte werden na te melden panden niet in privé aangekocht maar op naam van de [Limited] Limited, [bedrijf 1] , waarvan verdachte bestuurder was.

[adres 4] te Horn

Het pand aan de [adres 4] te Horn is op 2 december 2008 aangekocht voor een bedrag van € 115.000,-. Op dit pand is geen hypotheek gevestigd. Het aankoopbedrag van

€ 123.226,22 voor de betaling van dit pand werd via een bankrekening bij de ING gestort op de derdengeldrekening van de notaris. Kort daarvoor op 27 november 2008 werd een bedrag van € 124.925,- vanuit Turkije bijgeschreven op de bankrekening van [bedrijf 1] .

[adres 6] 43 te Roermond

In maart 2009 is door verdachte, namens [bedrijf 1] , een koopovereenkomst getekend voor de koop van het pand aan de [adres] te Roermond. In een later stadium heeft [medeverdachte 3] als vertegenwoordiger van [bedrijf 1] een koopovereenkomst getekend voor de aankoop van dit pand.

Dit pand is aangekocht voor een bedrag van € 250.000,-. Aangetroffen is een koopcontract waaruit blijkt dat [bedrijf 2] het pand voor genoemd bedrag heeft verkocht aan [bedrijf 1] , vertegenwoordigd door verdachte. Levering van dit onroerend goed heeft niet plaatsgevonden.

Voor dit pand kon geen hypotheek bij de bank worden verkregen omdat verdachte een BKR-registratie had en er door de bank geen hypotheek verstrekt werd [bedrijf 1] , omdat dit een buitenlandse besloten vennootschap betrof.

Op 25 mei 2010 vond er via de bankrekening van [bedrijf 1] een eerste betaling plaats voor de aankoop van deze woning. Het betrof een bedrag van € 50.000,-. Via dezelfde rekening volgden daarna meerdere betalingen aan [bedrijf 2] ter afbetaling van dit pand.

De eerste betaling van de betreffende rekening was mogelijk omdat er nog voldoende saldo aanwezig was. Dit saldo was mede te danken aan eerdere overboekingen vanuit Turkije.

Vervolgens werd het saldo van de bankrekening van [bedrijf 1] op peil gehouden doordat hierop diverse betalingen/overboekingen vanaf andere rekeningen plaatsvonden.

In totaal is er in ongeveer 1,5 jaar tijd een bedrag van € 205.000,- via de bankrekening van [bedrijf 1] aan [bedrijf 2] betaald en op 24 januari 2012 was het pand nog steeds eigendom van [bedrijf 2] . Er heeft nog geen levering aan verdachte plaatsgevonden.

[adres 5] te Roermond

Dit pand is aangekocht op 9 juli 2009 voor € 170.000,-. De betaling van de koopsom voor het pand vond plaats middels:

- overname van een schuld van € 26.000,- van verkoper door koper;

- betaling van een geldbedrag van € 80.000,- aan verkoper via de derdengeldrekening van de notaris;

- een schuld uit geldlening van € 64.000,-

Een deel van het aankoopbedrag van € 86.648,59 is via een bankrekening van de ING op 6 juli 2009 gestort op de derdengeldrekening van de notaris.

Kort daarvoor, op 2 juli 2009, werd een bedrag van € 85.000,- vanuit Turkije bijgeschreven op de bankrekening van [bedrijf 1] . Op 8 juli 2009 werd er nogmaals een bedrag van € 39.686,- vanuit Turkije bijgeschreven op de rekening van [bedrijf 1] .

De schuld uit geldlening van € 64.000,- heeft verkoper op enig moment contant in handen gekregen van verdachte.

Herkomst gestorte gelden op rekeningen van [bedrijf 1] .

De bedrijfsresultaten van [bedrijf 1] waren in de jaren 2008 tot en met 2012 negatief, daarnaast is niet gebleken van bedrijfsactiviteiten van [bedrijf 1] .

Zoals hiervoor aangegeven heeft de verdediging aangevoerd dat de gelden uit een drietal legale bronnen afkomstig zijn. Dit zijn:

- opbrengst van de verkoop van handelspanden van [betokkene 1] na diens overlijden op 31 januari 2007;

- de opbrengsten van voortgezette horecazaken van wijlen [betokkene 1] waarbij verdachte is opgetreden als zaakwaarnemer namens de familie [familie];

- investeringen van de familie [familie].

Omtrent deze bronnen zijn in eerste aanleg en in hoger beroep getuigen gehoord.

In eerste aanleg zijn gehoord: [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] .

Naar aanleiding van die verhoren heeft de rechtbank (vonnis, p. 11) het navolgende overwogen:

‘Drie getuigen hebben verklaringen afgelegd over de herkomst van het geld van [bedrijf 1] .

Door [getuige 1] wordt weliswaar verklaard dat hij samen met [verdachte] in totaal 250.000,00 euro naar het Nederlandse rekeningnummer van [bedrijf 1] heeft overgemaakt in verband met aankopen van vastgoed, maar uit niets blijkt van enige betrokkenheid van [getuige 1] bij [bedrijf 1] . Daarbij komt, (…). Dat destijds [verdachte] de enige die beschikkingsbevoegde was ten aanzien van [bedrijf 1] en ook als enige de betreffende overboekingen kon verrichten. De verklaringen stroken ook niet met de verklaring van aandeelhouder [getuige 2] die verklaart geen weet te hebben van de Nederlandse rekening van [bedrijf 1] en in de veronderstelling te zijn dat de geldbedragen zijn overgeboekt naar [verdachte] . De andere aandeelhouder, [getuige 3] , verklaart dat niemand geld heeft ingelegd in [bedrijf 1] . En ook hij heeft geen weet van de rekening van [bedrijf 1] .’

Het hof neemt deze overweging van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne.

In hoger beroep zijn omtrent de genoemde bronnen nog als getuigen gehoord [getuige 4] , [getuige 3] en [getuige 5] .

[getuige 4] , weduwe van [betokkene 1] , heeft verklaard dat haar echtgenoot werkzaam was in de horeca, dat na zijn overlijden in 2007 de ondernemingen in handen zijn gekomen van zijn broers en dat zij verdachte heeft gemachtigd voor die bedrijven, dat zij verder niets afweet van de werkzaamheden van verdachte en dat de naam [bedrijf 1] . haar niets zegt.

[getuige 3] heeft verklaard dat hij enkel mede-eigenaar is geweest van het bedrijf [bedrijf 1] , dat hij verder niets heeft meegekregen van de financiële gang van zaken en enkel mede-eigenaar is geworden omdat een bedrijf in die tijd niet met slechts één eigenaar opgericht kon worden. Over financiële banden tussen de Turkse onderneming [bedrijf 1] . en Nederland verklaart deze getuige niets te weten.

[getuige 5] heeft verklaard dat hij accountant van [betokkene 1] is geweest tot diens overlijden. Hij heeft verklaard dat na het overlijden van [betokkene 1] , verdachte was gemachtigd voor de ondernemingen van [betokkene 1] dat hij toen daar ook boekhouder van was.

Volgens [getuige 5] zou verdachte met de opbrengsten van de ondernemingen van [betokkene 1] de kosten van de bedrijven hebben betaald. Gevraagd naar de onderneming [bedrijf 1] . heeft [getuige 5] verklaard dat deze onderneming door verdachte is opgericht en zich bezig zou gaan houden met import en export. [getuige 5] is ook accountant van [bedrijf 1] geweest en was betrokken bij de oprichting ervan. [getuige 5] heeft verder verklaard dat wanneer er geld aan [bedrijf 1] door een natuurlijk persoon of bedrijf zou zijn geleend bij de oprichting of erna, hij dit in de boekhouding van [bedrijf 1] . had moeten zien, maar dat dit niet het geval is geweest.

Het hof heeft in voornoemde getuigenverklaringen en vooral ook in de verklaring van de boekhouder [getuige 5] geen bevestiging gevonden voor herkomst uit de drie door de verdediging genoemde bronnen van de gelden die op de diverse rekeningen van [bedrijf 1] . zijn gestort in verband met de financiering van de hiervoor genoemde drie panden.

Het hof is van oordeel dat de verklaring van verdachte omtrent de herkomst van de gelden weliswaar concreet en verifieerbaar is maar op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zodat daar ook geen nader onderzoek door het openbaar ministerie meer hoefde plaats te vinden.

Het hof is van oordeel dat het niet anders kan zijn dat de gelden waarmee de panden zijn aangekocht uit enig misdrijf afkomstig zijn.

Verhullen rechthebbende van de panden

De verdediging heeft zich ten aanzien van voornoemde drie panden – subsidiair – op het standpunt gesteld dat verdachte niet heeft verhuld wie de rechthebbende op de panden is geweest. Daartoe is aangevoerd dat de panden weliswaar op naam zijn gesteld van [bedrijf 1] . maar dat verdachte gebruik heeft gemaakt van die panden en volgens het GBA ook stond ingeschreven op het adres [adres] te Roermond. Evenmin was sprake van een “ondoorzichtigheid van opeenvolgende transacties”, zoals voor verhullen vereist. De geldstroom was telkens helder. In Turkije werd geld gestort op de bankrekeningen van [bedrijf 1] ., dat geld werd vervolgens overgemaakt naar de Nederlandse bankrekening van [bedrijf 1] waarmee de aankoop van de panden werd betaald. Verdachte was daarbij telkens de enig beschikkingsbevoegde. Van “verhullen of verbergen” is geen sprake en ook om die reden dient verdachte te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit de in het procesdossier aanwezige bewijsmiddelen blijkt onder meer – zakelijk weergegeven – omtrent de verwerving van genoemde panden van het volgende.

Verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] konden beschikken over een of meerdere rechtspersonen. Deze rechtspersonen waren door hen opgericht of overgenomen dan wel waren ze hiervan volledig bevoegd bestuurder.

Het betrof onder meer onderstaande rechtspersonen

- [bedrijf 1]

- [bedrijf 3]

- [bedrijf 3]

- [bedrijf 4] .

Onder de paraplu van bovenstaande BV’s waren weer andere bedrijven ondergebracht onder bijvoorbeeld de bedrijfsnamen:

- [bedrijf 9]

- [bedrijf 5]

- [bedrijf 6]

- [bedrijf 7]

- [bedrijf 8]

Het betrof veelal rechtspersonen waarbinnen geen of nauwelijks bedrijfsactiviteiten plaatsvonden, zoals dat in dit geval specifiek voor [bedrijf 1] . Op naam van de rechtspersonen werden bankrekeningen geopend/aangehouden waarop diverse contante stortingen werden gedaan. Binnen deze rechtspersonen werden gelden rondgepompt onder andere onder de noemer lening en overboeking, waarna een deel hiervan uiteindelijk terecht kwam op de bankrekening van [bedrijf 1] . Ook werden er facturen die betrekking hadden op [bedrijf 9] rechtstreeks betaald op een bankrekening van [bedrijf 1] waardoor geldstromen door elkaar kwamen te lopen. Via deze laatste rekening werd vervolgens geld overgeboekt naar de verkoper van het pand.

Naast de ondoorzichtigheid van de geldstromen is het hof met de rechtbank van oordeel dat er gebruik werd gemaakt van schijnconstructies. Zo stond de koopovereenkomst voor het pand aan de [adres 6] aanvankelijk op naam van verdachte, maar werd deze een jaar later op naam van zijn dochter [medeverdachte 3] gezet.

Gelet op het vorenstaande is het hof ten aanzien van de genoemde panden van oordeel dat verdachte voormelde panden niet alleen heeft verworven, maar ook heeft verborgen/verhuld wie de rechthebbende is met betrekking tot die panden.

Witwassen BMW X5

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat nu een criminele herkomst van de gelden op de Turkse bankrekening (hof: bedoeld zal zijn de Turkse bankrekening van [bedrijf 1] ) niet vaststaat, dit impliceert dat verdachte tevens moet worden vrijgesproken van het witwassen van de BMW X5.

Het hof verwerpt dit verweer nu hiervoor is geoordeeld dat de verklaring omtrent de drie bronnen van herkomst op voorhand onwaarschijnlijk is en dat het niet anders kan zijn dan dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Parketnummer 04-800128-11

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

- Medeplegen van gewoontewitwassen

Parketnummer 04/850429-12

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

- Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.1 van de Wet milieubeheer

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar met aftrek van voorarrest. Bij de strafoplegging heeft de rechtbank de overschrijding van de redelijke termijn verdisconteerd, echter daarbij is niet aangegeven wat de straf zou zijn geweest zonder termijnoverschrijding.

De advocaat-generaal heeft zich vereenzelvigd met voormeld vonnis van de rechtbank behoudens de opgelegde straf en heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek van voorarrest.

De verdediging heeft verzocht aan verdachte een minder zware straf op te leggen en heeft daarbij er onder meer op gewezen dat verdachte in Turkije inmiddels een nieuw bestaan heeft opgebouwd.

Het hof is niet tot een wezenlijk andere bewezenverklaring gekomen dan de rechtbank.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen en aan het handelen met asbest in strijd met milieuregels.

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op het voorgaande, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het hof is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden in beginsel passend en geboden is.

Met de rechtbank heeft het hof vastgesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM in eerste aanleg is overschreden. De aanvang van de redelijke termijn stelt het hof met de verdediging op 5 maart 2012, zijnde de datum waarop verdachte buiten heterdaad is aangehouden.

De rechtbank heeft uitspraak gedaan op 18 mei 2016 waarmee de redelijke termijn die voor deze fase doorgaans op twee jaren wordt gesteld met twee jaren en twee maanden is overschreden.

De redelijke termijn in hoger beroep is aangevangen op 18 mei 2016, zijnde de datum waarop door verdachte hoger beroep is ingesteld. Het hof zal eindarrest wijzen op 17 september 2020 waarmee de termijn in hoger beroep – die eveneens doorgaans op twee jaren wordt gesteld – met ongeveer twee jaar en twee maanden is overschreden.

Mede gelet op de in eerste aanleg en in hoger beroep uitgevoerde onderzoekshandelingen zal het hof voormelde overschrijding van de redelijke termijn in die zin in de strafoplegging verdisconteren dat aan verdachte in plaats van een gevangenisstraf van 12 maanden een gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek van voorarrest wordt opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 3, 11 en 11b van de Opiumwet en de artikelen 36f, 47, 57, 225, 311, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht , zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 04-800128-11 onder 2 en in de zaak met parketnummer 04-850429-12 onder 1 en 2 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 04-800128-11 onder 1 primair en in de zaak met parketnummer 04-850429-12 onder 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 04-800128-11 onder 1 primair en in de zaak met parketnummer 04-850429-12 onder 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. J. Nederlof, voorzitter,

mr. A.M.G. Smit en mr. A.R. Hartmann, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. Van der Meijs, griffier,

en op 17 september 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.H.W. van der Meijs is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature