< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Bij een controle op 30 augustus 2016 wordt geconstateerd dat belanghebbende in een auto met een Pools kenteken rijdt. De auto staat op naam van de opa van belanghebbende die in Polen woont. In geschil is de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over de periode 6 mei 2013 tot en met 29 augustus 2016 en de daarmee verband houdende boetebeschikking. Het hof acht de verklaring van belanghebbende dat de auto hem in de naheffingsperiode niet ter beschikking stond geloofwaardig. De naheffingsaanslag en de boetbeschikking worden vernietigd.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 19/00574

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 28 augustus 2019, nummer BRE 17/2751 in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft een naheffingsaanslag motorijtuigenbelasting (hierna: MRB) over de periode 6 mei 2013 tot en met 29 augustus 2016 opgelegd. Tevens is bij beschikking een boete opgelegd.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep uitsluitend wat betreft de boete gegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De zitting heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2020 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen belanghebbende en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .

1.6.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende stond vanaf zijn geboorte op [datum] 1995 ingeschreven als ingezetene in de basisregistratie personen (BRP). Op 30 augustus 2016 is geconstateerd dat belanghebbende gebruik heeft gemaakt van de openbare weg met een auto met buitenlands (Pools) kenteken. Voor deze auto is in Nederland geen MRB voldaan. De auto stond in Polen geregistreerd op naam van de opa van belanghebbende.

2.2.

De inspecteur heeft een naheffingsaanslag MRB opgelegd over de periode 6 mei 2013 tot en met 29 augustus 2016 van € 2.713. Ook is bij beschikking een boete opgelegd van € 2.713. Bij uitspraak op bezwaar zijn de naheffingsaanslag en de boetebeschikking gehandhaafd.

2.3.

De rechtbank heeft de naheffingsaanslag gehandhaafd en de boete verminderd tot € 257 in verband met de financiële omstandigheden van belanghebbende, het feit dat de naheffingsaanslag en tevens grondslag voor de boete is vastgesteld met toepassing van een wettelijk berekeningsvoorschrift en een bewijsvermoeden, en vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.

2.4.

De auto was tot 18 april 2013 eigendom van belanghebbendes moeder. De auto is voor het eerst op kenteken gezet op 9 november 2005. Belanghebbendes moeder heeft de auto verkocht aan haar vader (hierna: de opa). De auto is toen geëxporteerd naar Polen en vervolgens is deze auto op 30 april 2013 in Polen geregistreerd en op 6 mei 2013 is het kentekenbewijs voor deze auto ( [kenteken] ) afgegeven op naam van de opa. De opa heeft de auto in Polen verzekerd met ingang van 30 april 2013.

De auto is op 18 april 2016 gekeurd in Polen. Op 9 april 2015 heeft er een onderhoudsbeurt plaatsgevonden waarbij diverse onderdelen van de auto zijn vervangen. Dit is gebeurd bij een garage “ [garage] ” gevestigd in [plaats] (Polen), de woonplaats van de opa.

3 Geschil en conclusies van partijen

3.1.

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de naheffingsaanslag en de boete terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd.

3.2.

Belanghebbende is van mening dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De inspecteur is van mening dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4 Gronden

Ten aanzien van het geschil

4.1.

Motorrijtuigenbelasting wordt geheven van degene die bij de aanvang van een tijdvak het motorrijtuig houdt. Een motorrijtuig wordt gehouden door degene die een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig in Nederland feitelijk ter beschikking heeft. Vaststaat dat belanghebbende op de dag van de controle feitelijk de beschikking had over de auto.

4.2.

De wijze van heffing en de aanvang van het tijdvak met ingang waarvan MRB wordt geheven is voor dit geval, waarin belanghebbende in Nederland gebruik heeft gemaakt van een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig, geregeld in artikel 13 Wet MRB. De aanvang van het tijdvak is in beginsel de dag waarop belanghebbende is ingeschreven in de basisregistratie personen. In dit concrete geval heeft de inspecteur de aanvang gesteld op 6 mei 2013, de datum waarop voor de auto een kentekenbewijs in Polen is afgegeven.

4.3.

De Hoge Raad heeft in de arresten van 5 april 2019 nader gepreciseerd hoe de bepaling van artikel 13 Wet MRB moet worden toegepast. Daarin is geoordeeld dat de tegenbewijsregeling die is opgenomen in artikel 13, lid 2, Wet MRB zowel betrekking kan hebben op de aanvang van het tijdvak van naheffing, dat wil zeggen dat kan worden aangetoond dat de auto pas op een later tijdstip in Nederland ter beschikking heeft gestaan dan het tijdstip van inschrijving in de basisregistratie personen, maar ook op tussenliggende periodes waarin de auto de belastingplichtige niet ter beschikking heeft gestaan. Onder aantonen dient te worden verstaan: aannemelijk maken.

4.4.

Het hof zal daarom beoordelen of belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat – zoals hij stelt – de auto alleen op de controledatum hem ter beschikking heeft gestaan en dat de overige tijdvakken gelegen na 6 mei 2013 de auto hem niet ter beschikking heeft gestaan.

4.5.

Belanghebbende heeft als bewijs dat de auto niet hem maar zijn opa ter beschikking heeft gestaan de volgende stukken ingebracht:

Pools kentekenbewijs op naam van de opa;

bewijs van verzekering van de auto op naam van de opa voor de periodes 30 april 2013 tot 29 april 2014 en 30 april 2015 tot 9 april 2017;

bewijs van een APK-keuring in Polen op 18 april 2016;

een rekening van een garage in Polen gericht aan de opa;

enkele Poolse benzinebonnen uit 2015.

Op de zitting heeft belanghebbende nader toegelicht hoe en waarom zijn moeder de auto heeft verkocht aan de opa, de frequentie waarmee de opa zijn dochter en belanghebbende bezocht in Nederland en wat er is gebeurd op de controledatum.

4.6.

Het hof is van oordeel dat gelet op de geloofwaardige verklaringen van belanghebbende op de zitting in combinatie met de onder 4.5. vermelde bewijsmiddelen, belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat de auto in de periode vanaf 6 mei 2013, afgezien van het eenmalige gebruik op de controledatum, hem niet ter beschikking stond. Aan de inspecteur kan worden toegegeven dat het overgelegde bewijs niet de gehele periode omvat en dat uit de benzinebonnen niet kan worden afgeleid van wie deze zijn en met welke auto is getankt. Het gaat er echter om of belanghebbende het door hem gestelde aannemelijk heeft gemaakt en niet om het overtuigend aantonen. Aan die bewijslast heeft belanghebbende volgens het hof voldaan.

4.7.

Het voorgaande betekent dat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat de auto hem pas op 30 augustus 2016 ter beschikking stond. Op die datum vangt het tijdvak aan. Aangezien de naheffingsaanslag betrekking heeft op de periode tot en met 29 augustus 2016, en dus niet een tijdvak omvat dat aanvangt op 30 augustus 2016, dient de naheffingsaanslag te worden vernietigd. Hetzelfde heeft te gelden voor de daarmee verband houdende boetebeschikking.

Conclusie

4.8.

De conclusie is dat het hoger beroep gegrond is.

Ten aanzien van het griffierecht

4.9.

De inspecteur dient aan belanghebbende het bij het hof betaalde griffierecht van € 128 te vergoeden omdat de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.

Ten aanzien van de proceskosten

4.10.

Het hof veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de kosten die belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep bij het hof, omdat het door belanghebbende ingestelde hoger beroep gegrond is.

4.11.

Het hof stelt deze tegemoetkoming op een bedrag aan reiskosten van belanghebbende voor het bijwonen van de zitting van € 16,92.

4.12.

Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft gemaakt.

5 Beslissing

Het hof:

verklaart het hoger beroep gegrond;

vernietigt de uitspraak van de rechtbank, met uitzondering van de beslissing over het griffierecht;

verklaart het tegen de uitspraak op bezwaar bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

vernietigt de uitspraak op bezwaar;

vernietigt de naheffingsaanslag en de boetebeschikking;

bepaalt dat de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het hoger beroep bij het hof van € 128 vergoedt;

veroordeelt de inspecteur in de kosten van het geding bij het hof van € 16,92.

De uitspraak is gedaan T.A. Gladpootjes, voorzitter, A.J. Kromhout en L.B.M. Klein Tank, in tegenwoordigheid van A.S. van Middelkoop, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2020 en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden.

De uitspraak is alleen door de voorzitter ondertekend, aangezien de griffier is verhinderd deze te ondertekenen.

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

(Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

de naam en het adres van de indiener;

de dagtekening;

een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

e gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.

Artikel 6 Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: Wet MRB).

Artikel 7, lid 1, letter c, Wet MRB.

Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:482 en ECLI:NL:HR:2019:483.

Dit bedrag is gebaseerd op de reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste klasse, conform artikel 1, lid 1, sub d in samenhang met artikel 2, lid 1, sub d van het Besluit proceskosten bestuursrecht en artikel 11, lid 1, sub d van het Besluit tarieven in strafzaken 2003.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature