< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Zedenzaak; ontucht met jongens; het betreft kwetsbare minderjarige en jongmeerderjarige slachtoffers; seksueel binnendringen; dwang tot het ondergaan van seksuele handelingen; onverhoeds handelen.

De slachtoffers hebben verklaard dat zij in de woning van de verdachte kwamen, dat hij hen behulpzaam was met hun problemen en dat hij vervolgens ontuchtige handelingen met hen heeft gepleegd, die meestal plaatsvonden nadat de slachtoffers met de verdachte alcohol hadden gedronken.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



Parketnummer : 20-003471-17

Uitspraak : 20 oktober 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 26 oktober 2017 in de strafzaak met parketnummer 02-700005-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1957,

wonende te [woning verdachte] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het eerste deel van het onder 2 tenlastegelegde, kort gezegd, het met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige plegen van ontuchtige handelingen, die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

De rechtbank heeft de verdachte ter zake van

1. met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd, én

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

2. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

3. met iemand van wie hij weet dat hij in staat van verminderd bewustzijn verkeert ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

4. met iemand van wie hij weet dat hij in staat van verminderd bewustzijn verkeert ontuchtige handelingen plegen;

5. met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd,

veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de rechtbank beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en over een inbeslaggenomen voorwerp.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, tot een bewezenverklaring zal komen van de ten laste gelegde feiten onder aanvulling van de bewijsmiddelen en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest. Daarnaast is geëist dat de vorderingen van de benadeelde partijen volledig zullen worden toegewezen en dat ten aanzien van het inbeslaggenomen pistool de onttrekking aan het verkeer zal worden gelast.

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte van de gehele tenlastelegging zal worden vrijgesproken en dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in hun vorderingen. Uiterst subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich daardoor mede tegen de vrijspraak door de rechtbank van het eerste deel van het onder 2 tenlastegelegde feit. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit hiertegen is gericht.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - tenlastegelegd dat:

1.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 november 2000 tot en met 14 november 2003 te Vlissingen en/of de Verenigde Staten, met [slachtoffer 1] (geboren

[geboortedatum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, telkens buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht;

en/of

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 november 2000 tot en met 14 november 2003 te Vlissingen en/of de Verenigde Staten, met [slachtoffer 1] (geboren

[geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het pijpen van die [slachtoffer 1] en/of het betasten van de penis van die [slachtoffer 1] ;

2.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 juni 2009 tot en met 22 juni 2011 te Vlissingen, met [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het pijpen van die [slachtoffer 2] en/of het betasten van de penis van die [slachtoffer 2] ;

3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 maart 2000 tot en met

31 december 2003 te Vlissingen, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het pijpen van die [slachtoffer 3] en/of het betasten van de penis van die [slachtoffer 3] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat die [slachtoffer 3] onder invloed was van een bedwelmende stof (alcohol) en/of (vervolgens) in slaap was gevallen en/of verdachte die [slachtoffer 3] vervolgens onverhoeds heeft betast;

4.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 januari 2011 tot en met

31 december 2012 te Vlissingen, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het betasten van de penis en de ballen van die [slachtoffer 4] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat die [slachtoffer 4] onder invloed was van een bedwelmende stof (alcohol) en/of (vervolgens) in slaap was gevallen, althans sliep en/of verdachte onverhoeds die [slachtoffer 4] heeft betast;

5.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van [datum] 2003 tot en met [datum] 2005 te Vlissingen, met [slachtoffer 5] geboren [geboortedatum] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het pijpen van die [slachtoffer 5] en/of het betasten van de penis van die [slachtoffer 5] en/of het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 5] .

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.hij in de periode van 15 november 2002 tot en met 14 november 2003 te Vlissingen, met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer 1] gebracht;

en

hij op tijdstippen in de periode van 15 november 2002 tot en met 14 november 2003 te Vlissingen, met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het pijpen van die [slachtoffer 1] en het betasten van de penis van die [slachtoffer 1] ;

2.hij op tijdstippen in de periode van 23 juni 2009 tot en met 22 juni 2011 te Vlissingen, met [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het pijpen van die [slachtoffer 2] en het betasten van de penis van die [slachtoffer 2] ;

3.hij op tijdstippen in de periode van 18 maart 2000 tot en met 31 december 2003 te Vlissingen, telkens door feitelijkheden [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het dulden ontuchtige handelingen, bestaande uit het pijpen van die [slachtoffer 3] en het betasten van de penis van die [slachtoffer 3] en bestaande die feitelijkheden hierin dat die [slachtoffer 3] onder invloed was van een bedwelmende stof (alcohol) en/of vervolgens in slaap was gevallen en verdachte die [slachtoffer 3] vervolgens onverhoeds heeft betast;

4.hij in de periode van 11 januari 2011 tot en met 31 december 2012 te Vlissingen, door feitelijkheden [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten van de ballen van die [slachtoffer 4] en bestaande die feitelijkheden hierin dat die [slachtoffer 4] onder invloed was van een bedwelmende stof (alcohol) en/of vervolgens in slaap was gevallen en verdachte onverhoeds die [slachtoffer 4] heeft betast;

5.hij op tijdstippen in de periode van [datum] 2003 tot en met [datum] 2005 te Vlissingen, met [slachtoffer 5] geboren [geboortedatum] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het pijpen van die [slachtoffer 5] en het betasten van de penis van die [slachtoffer 5] en het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 5] .

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Het oordeel dat de verdachte het onder 1 tot en met 5 bewezenverklaarde heeft begaan grondt het hof op onderstaande bewijsmiddelen en (bewijs)overwegingen, in onderling verband en samenhang bezien.

Bewijsmiddelen

1. Het proces-verbaal informatief gesprek zeden, opgemaakt d.d. 11 april 2013, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van de verbalisanten [naam] en [naam]:

Op 2 april 2013 hadden wij een gesprek met [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum] .

[slachtoffer 1] wil aangifte doen tegen [verdachte] . Officieel heet hij [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte] ). [verdachte] heeft misbruik van hem gemaakt. Hij heeft [verdachte] leren kennen via zijn broertje. [slachtoffer 1] vertelt dat het in die tijd niet goed met hem ging. Hij was niet handelbaar. Hij werd uit huis geplaatst. Hij had geen vertrouwen in mensen maar wel in [verdachte] . Hij deed leuke dingen samen met [verdachte] . [verdachte] wilde hem ook een dak (het hof begrijpt: onderdak) aanbieden. [verdachte] was op de hoogte van de dingen die [slachtoffer 1] had uitgespookt.

[slachtoffer 1] sliep in bed bij [verdachte] . Op een ochtend werd [slachtoffer 1] wakker en voelde hij dat [verdachte] aan zijn geslachtsdeel zat. [verdachte] trok er aan. [slachtoffer 1] heeft zich omgedraaid. Een paar dagen later begon [verdachte] uit het niets [slachtoffer 1] te pijpen. [slachtoffer 1] durfde niets te zeggen omdat [verdachte] nog de enige was die hij had. [slachtoffer 1] was toen 15 jaar.

[slachtoffer 1] is met [verdachte] drie weken op vakantie geweest naar Amerika. Daar zijn ook veel seksuele handelingen gebeurd. Daar heeft [verdachte] aan hem gezeten, [verdachte] heeft hem gepijpt en in zijn reet geneukt.

Op een gegeven moment kon [slachtoffer 1] de situatie niet meer aan en is hij gevlucht. Hij kwam terecht bij [instelling] . Daar heeft hij anderhalf jaar gewoond. Echter keerde hij steeds terug naar [verdachte] . Bij [verdachte] waren er geen regels.

[slachtoffer 1] heeft het aan zijn ouders verteld. [verdachte] was ook hun beste vriend. De ouders van [slachtoffer 1] hebben [verdachte] geconfronteerd.

[slachtoffer 1] geeft aan dat verschillende jongens bij [verdachte] hebben gewoond, hij weet dat [naam] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] bij [verdachte] hebben gewoond.

[slachtoffer 1] geeft aan dat hij het [naam] syndroom heeft. Zijn IQ is laag, rond de 70.

2. Het proces-verbaal aangifte, opgemaakt d.d. 11 april 2013, met bijlagen, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van de verbalisanten [naam] en [naam]:

Het verhoor wordt uitgewerkt door een schrijftolk en zal bij een apart proces-verbaal worden gevoegd. De aangever [slachtoffer 1] verklaarde dat hij aangifte van seksueel misbruik wilde doen tegen [verdachte] , die woont aan de [woning verdachte] . [slachtoffer 1] verklaarde dat er diverse seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Onder andere penetratie in de anus door [verdachte] .

3. Het verslag verbatim studioverhoor d.d. 11 april 2013, opgemaakt d.d. 25 juni 2013, inclusief het bijbehorende proces-verbaal van authenticiteit, opgemaakt d.d. 28 juni 2013 door verbalisant [naam] , voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]:

(p. 79)

Ik had problemen thuis, ik kwam via mijn broertje bij [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) terecht. Ik was niet handelbaar thuis. Ik ben veel met de politie in aanraking geweest. Toen hadden mijn ouders gezegd van ga daar maar eventjes wonen, kijken of het daarna wel weer goed gaat. Ik vertrouwde hem omdat ik nog al snel beïnvloedbaar ben.

(p. 80)

Ik kwam daar dus wonen.

(p. 81)

Toen ik vijftien was. Later heb ik ook nog bij [verdachte] gewoond.

Ik had problemen thuis, want ik wou niet luisteren thuis en had verkeerde vriendjes. Mijn jongere broertje is [naam] , zo kwam ik bij [verdachte] terecht.

(p. 82)

Er was een keer een feestje en toen liep ik daar binnen. [verdachte] was bedrijfsleider bij de [naam] in [plaats] . Zijn echte naam is [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte] ) maar ze noemen hem [verdachte] .

Ik kreeg op een gegeven moment de vraag, het was toen best wel erg thuis, toen zeiden ze van, of wij gaan scheiden of jij gaat weg. Ik heb toen gezegd, ik ga wel weg, ik wil niet dat jullie gaan scheiden. Ik was een probleemkind.

(p. 83)

Mijn broertje zei, ik weet wel iemand en toen zijn we naar [verdachte] toegegaan. Ik was toen vijftien. Ik zat toen in de tweede of derde klas van [naam] . Bij [verdachte] mocht alles en ik moest niets.

(p. 84)

Dat sprak mij natuurlijk wel aan. We deden leuke dingen, Antwerpen, Gentse feesten, strandpaviljoens, een biertje drinken. Ik woonde eventjes bij hem. Toen ging ik weer thuis wonen, maar dat ging niet, toen ben ik effetjes terug gegaan. Vanaf daar ben ik naar [instelling] in Middelburg gegaan.

(p. 85)

In eerste instantie was het gezellig, tot dat hij met die rare voorstellen kwam. Toen ik vijftien was, toen dacht ik, als ik dat niet doe dan lig ik er uit. Dan zit ik straks op straat.

Wat die voorstellen waren? Dat die toch wel wou proberen om eens te neuken en je wakker te pijpen.

(p. 86)

Dat soort gekke fratsen, zeg maar, daar kwam hij mee ’s ochtends vroeg. Toen was ik vijftien. Dat staat in mijn geheugen gegraveerd.

Hoe het ging met zo’n raar voorstel? Hij wou weten of ik wel of geen homo was. Ik heb geantwoord dat ik hetero was en geen homo.

Dan ging hij met mij praten, in bed, wat ik had uitgevreten destijds en hoe kan dat dan. Dan gaf hij een soortement van liefde. Dan kruipt hij tegen je aan en dan knuffelt hij je en dan vervolgens gaat die met zijn hand richting je lul. En toen dacht ik de eerste keer, hu. Maar je durft niks te zeggen want je bent bang.

(p. 87)

En vervolgens begon die je te pijpen, ’s ochtends. Van, vind je ’t leuk als ik je pijp ’s ochtends? Nou, ik durfde daar eigenlijk niet op te antwoorden maar hij deed ’t gewoon. Ik sliep bij hem in bed. Ik sliep daar vaker.

Wat voor handelingen hij doet als hij liefde geeft? Dan kwam hij bij je liggen.

(p. 88)

Een aai over je bolletje. Dan gaat hij een soort van doordrammen. Na verloop van tijd gaat die aan je zitten. Met zijn hand. Pik trekken.

Waar ik bang voor was? Ik was bang dat als ik het niet zou doen ik op straat zou staan, ik laat ’t doen.

Hoe het op dat moment stopte? Ik draaide me om.

(p. 89)

Daarna deed die van, slaap lekker [slachtoffer 1] . Mijn bijnaam was [slachtoffer 1] toen.

Daarna probeerde die ’t weer. Ik denk een weekje later.

(p. 90)

Hij heeft me ook in mijn kont gepakt. Twee keer in totaal gedaan, maar dat doet best pijn, dat wou ik niet meer. Dat heb ik tegen hem gezegd, dat ik dat sowieso niet wou. En voor de rest vond die ’t gewoon leuk om aan me te zitten.

Hoe vaak het is gebeurd dat hij aan mijn pik trekt? Te veel. Als ik daar aan terug denk, word ik helemaal gek. Dertig of veertig keer. Hij trekt je gewoon af.

(p. 91)

Hij deed dat met zijn rechterhand. Wat voor soort beweging hij dan maakt? Dan gaat hij dus met zijn hand omhoog, omlaag.

(p. 92)

Wat ik bedoel met, hij heeft me in mijn kont gepakt? Hij deed gewoon een condoom om en dan probeerde die ’t. Hij ging d’r een of twee of drie keer in, toen dacht ik van, gaat ‘m even niet worden, vriend. Ik was vijftien toen dat de eerste keer gebeurde, dat staat in m’n database in m’n hoofd.

Eerst had die me gepijpt en dan pakte die in z’n nachtkastje, daar liggen allemaal van die condooms.

Of ik een tekening van zijn kamer zou kunnen maken? Dit is een schilderij van z’n moeder, van hem en z’n zus. Heb je hier die nachtkastjes met condooms d’r in. Hier staat z’n bed. Dat is een wekkertje. Hier heb je een spiegel. Tegenover ’t bed stond een kast, daar liggen handdoeken. Hier heb je balkondeurtjes. Hier staan drie van die beeldjes. Er staat nog z’n bureau, hiernaast staat weer een kast.

(p. 93)

Dat is zo’n inkoopkast. Voor de kast moet je bukken. Hier is de deur.

Hier zat een trektouwtje voor het licht. Het plafond loopt schuin af.

Hoe dat pijpen ging? Eerst deed hij zijn hand omhoog en omlaag aan mijn pik en dan kwam zijn mond er bij en ging die ook omhoog en omlaag. Zijn mond kwam bij mijn pik. Dat was op de slaapkamer.

(p. 94).

Mijn kleding lag op die stoel. Ik had in bed alleen mijn boxershort aan. Hij had mijn boxershort uitgedaan.

(p. 95)

Hij sliep altijd naakt. Eerst in boxershort en daarna sliep die gewoon naakt.

Het was eerst knuffelen, dan gaat die met z’n hand bij je lul en zo gaat die verder met z’n hand. En pijpen.

(p. 96)

Hij heeft me een beetje steeds kapot gemaakt. Ik zit er nog steeds heel zwaar mee.

(p. 99)

Toen hij mij pijpte lag ik op mijn rug. Of ik nog wat heb gezegd? Ik had er geen lef voor toen. Dat durfde ik toen niet, omdat ik nergens naar toe kon.

(p. 100)

Hij pakte die condooms uit de onderste la, doet die om z’n lul. Hij propt hem in je kont.

Ik ken maar twee persoonlijkheden van [verdachte] , dat is normaal en die duivelkant, ik noem dat geilachtig duiveltje.

(p. 101)

[verdachte] zat op zijn knieën. Met die condoom naar zijn eigen geslachtsdeel.

Hij maakte zijn vinger nat en probeert die ’t bij je sterretje. Vervolgens had die dan z’n condoom met glijmiddel. En toen deed die ‘m d’r in. Of ik een ander woord ken voor sterretje? Je poepgat.

(p. 103)

Wat ik dan voel? Dat het heel veel pijn doet, bij mijn kont. Een super raar gevoel.

Hij maakt die bewegingen op en neer. Dat doet pijn dus ik draai me snoeihard om dat die weg moest gaan, hij ging d’r wel gewoon van af.

(p. 107)

Hoe vaak het gebeurd is, dat hij mij aftrekt en dan pijpt? Dat pijpen, dat is best vaak gebeurd. Boven de twintig keer.

(p. 108)

Hij breekt je, hij maakt je aan het huilen op het moment dat je een foutje hebt gemaakt en dan profiteert hij daarvan. Dan had die van die rare vragen en daar breek je gewoon van. Dan breek je in huilen uit en dan slaat mijnheer toe. Hij weet precies wat hij moet zeggen om mensen te breken. En dan trek ik het niet meer.

(p. 109)

Wat hij doet als ik moet huilen? Knuffelen en aan je zitten en dat soort dingen. Waar we dan zijn? Op die slaapkamer. Altijd op de slaapkamer.

(p. 160)

In 2012 had ik gezegd tegen mijn ouders dat ik seksueel misbruikt ben door [verdachte] . Toen hebben ze ‘m op het matje geroepen. Toen gaf die ’t toe.

(p. 162)

Ze hebben eerst een gesprek gehad. Daar was ik toen niet bij. Daarna nog een gesprek. Daar was ik bij. [verdachte] gaf dat toen toe. Dat hij mij had misbruikt.

(p. 170)

[verdachte] woont in de [woning verdachte] . Daar is de slaapkamer waar het allemaal is gebeurd.

4. Het proces-verbaal van studioverhoor en het bijbehorende verslag verbatim studioverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 23 oktober 2015, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]:

Het hof begrijpt V als “vraag verbalisant” en G als “antwoord getuige”.

(p. 13)

V: Wanneer heb je [verdachte] leren kennen?

G: toen ik veertien, vijftien was.

(p. 16)

G: Bij hem was ’t altijd. Bij hem thuis was ’t altijd eh geen regeltjes

V: Ja

G: Niks moet alles mag.

G: Ja daar was ’t lang leve de lol, om ’t zo te zeggen.

(p. 42)

V: Wat voor rol heeft je vader [naam] gehad bij het doen van de aangifte?

G: Niet

V: Geen rol gehad?

G: Nee. Ik moet dat zelf, ik moet dat zelf ook doen. Dat is mijn beslissing.

V: Eh hoe komt ’t dat je destijds niet direct aan de politie of je ouders, of andere personen hebt verteld dat je daar jaren mee hebt gewacht, hoe komt dat?

G: Omdat ik me al, al die tijd heb geschaamd, zeg maar.

V: Je hebt je geschaamd voor de?

G: De eh dingen die hij mij heeft aangedaan

(p. 44)

V: Benoem in de kern de seksuele handelingen die bij jou zijn gebeurd.

G: Penetratie en eh

G: en eh pijpen.

G: ik klap dicht. Ik krijg ’t niet uit m’n strot.

G: Ja zijn lul in m’n kont.

V: En pijpen?

G: Dat deed die ook bij mij, ja.

(p. 45)

G: In z’n slaapkamer.

V: Dit hé, wat we net besproken hebben, penetratie en pijpen. Wanneer was ’t voor de eerste keer dat [verdachte] jou seksueel misbruikte?

G: Toen ik vijftien was.

5. Het proces-verbaal verhoor getuige, opgemaakt d.d. 16 april 2013, met bijlage, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [vader van slachtoffer 1]:

(p. 434)

Mijn zoon [slachtoffer 1] (het hof begrijpt: aangever [slachtoffer 1] ) heeft aangifte gedaan van misbruik. Hij is misbruikt door [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte). Daar kwam hij mee op 3 juni 2012. Hij kwam overstuur binnen. Hij moest huilen. Hij zei dat we niet moesten schrikken maar dat hij verkracht was door [verdachte] . Hij vertelde dat het ruim tien jaar geleden gebeurd was. Hij had al die tijd zijn mond gehouden omdat het onze beste vriend was.

(p. 435)

In de begintijd had hij gesprekken met [verdachte] gehad. Het kwam op het onderwerp seksualiteit. [slachtoffer 1] had kennelijk verteld dat hij niet veel plezier beleefde aan seksualiteit. [verdachte] vond het toen nodig om handelingen te verrichten en [slachtoffer 1] te laten zien dat het wel leuk kon zijn. In die periode is [verdachte] naar ons toe gekomen en had verteld dat [slachtoffer 1] een homo was.

[slachtoffer 1] vertelde dat [verdachte] in die periode bij hem binnen was gedrongen toen hij lag te slapen. Hij werd wakker en toen was [verdachte] bezig. [slachtoffer 1] was afhankelijk van [verdachte] . Hij woonde daar omdat het thuis niet meer ging. Ik kwam er achter dat [slachtoffer 1] geld van ons pikte. Ik heb toen [slachtoffer 1] door de [slachtoffer 2] geschopt. Mijn andere zoon [naam] kende [verdachte] al. [slachtoffer 1] is toen een week of anderhalve week bij [verdachte] verbleven. [slachtoffer 1] is toen weer thuis gekomen.

Toen de problemen speelden en dat [slachtoffer 1] naar [verdachte] ging was hij 15 jaar oud. [slachtoffer 1] zat op [naam] toen hij naar [verdachte] ging.

(p. 436)

[verdachte] bood aan dat hij [slachtoffer 1] mee zou nemen naar Amerika zodat hij even weg was. We waren [verdachte] daar toen erg dankbaar voor.

(p. 437)

Onderzoek wees uit dat [slachtoffer 1] het [naam] Syndroom had. Vrij in het begin hebben we [verdachte] de papieren laten lezen. Zodat hij kon meedenken hoe we het beste met [slachtoffer 1] om konden gaan.

[slachtoffer 1] ging af en toe wel bij [verdachte] op visite. Ik heb er niet zo op gelet. [slachtoffer 1] was altijd buiten.

Het kan kloppen dat [slachtoffer 1] drie periodes bij [verdachte] is geweest.

Ik vond het een geweldige vent. Hij hielp echt de jongeren. In zijn winkel liet hij ook jongeren met problemen stage lopen. [verdachte] was 12 jaar mijn beste maat.

(p. 438)

[verdachte] was bedrijfsleider bij de winkel [naam] . [slachtoffer 3] (het hof begrijpt: [slachtoffer 3] ) werkte daar ook. [slachtoffer 3] was ook onhandelbaar. [verdachte] begeleidde [slachtoffer 3] .

Mijn vrouw heeft de datum 3 juni 2012 in de agenda opgeschreven. [slachtoffer 1] en [naam] waren bij ons. [slachtoffer 1] had het eerst aan [naam] verteld. Hij belde op dat hij met ons wilde praten. [slachtoffer 1] was heel emotioneel. Hij liep te janken van de zenuwen. Ik wist meteen dat hij dit nooit zou liegen. [verdachte] was onze beste maat. Hij vertelde dat hij verkracht was door [verdachte] . [slachtoffer 1] vertelde dat hij ook bij hem binnen was gedrongen. Later zei hij dat hij van achter genaaid was. [slachtoffer 1] durfde helemaal niets meer. Hij verstijfde van angst. Ik zakte toen helemaal in elkaar. Ik heb gehoord dat het bij [verdachte] thuis had plaatsgevonden.

We zijn toen naar goede vrienden gegaan, de ouders van [slachtoffer 4] .

(p. 439)

We hebben verteld wat [slachtoffer 1] had verteld. [slachtoffer 1] wou geen aangifte doen. Er werd besloten dat ik [verdachte] ging confronteren. Op 5 juni heb ik [verdachte] uitgenodigd bij ons thuis voor een biertje. Ik heb dit in de agenda van mijn vrouw teruggevonden. Ik heb toen aan [verdachte] gezegd dat ik een verontrustend bericht van mijn zoon had gehad dat hij [slachtoffer 1] had misbruikt. [verdachte] begon te stotteren. [verdachte] zei dat er vroeger dingen waren gebeurd die niet door de beugel konden. Hij had een verkeerde inschatting gemaakt. [verdachte] vertelde dat [slachtoffer 1] had gezegd dat hij geen plezier aan seks had. [verdachte] vertelde dat hij [slachtoffer 1] voor had gedaan hoe hij er wel plezier aan kon hebben.

(p. 440)

Op 5 juli hadden we een gesprek met [verdachte] , [slachtoffer 1] en mijn vrouw. [slachtoffer 1] sloeg steeds dicht tijdens dat gesprek. Ik zei op een gegeven moment dat [verdachte] ook [slachtoffer 1] inwendig had misbruikt. [verdachte] zei dat hij zich dat niet kon herinneren. [slachtoffer 1] schudde nee met zijn hoofd. Hij liet merken dat hij het er niet mee eens was wat [verdachte] zei. [verdachte] heeft zijn excuses aangeboden voor de ontstane ellende.

[verdachte] heeft gezegd dat er handelingen zijn gebeurd die niet horen tussen een volwassene en een jongere.

Ik bleef vriend met [verdachte] . Ik deed echt mijn best. Maar ik monitorde hem toch. Hij liep toen stage bij [instelling] . Ik heb gezegd dat hij niet verder in de hulpverlening kon vanwege wat hij bij [slachtoffer 1] had gedaan. We hebben ook gezegd dat hij moest stoppen met de opvang van jongeren.

(p. 445)

[slachtoffer 1] is heel makkelijk beïnvloedbaar. Dit komt door het [naam] syndroom. Hij heeft vaak het overzicht niet.

[verdachte] liet de jongeren alcohol drinken. Ze dronken veel alcohol. Ik heb ook wel gezien dat jongeren dronken waren.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de raadsheer-commissaris d.d.

9 maart 2020, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [vader van slachtoffer 1] :

Ik dacht dat [verdachte] mijn allerbeste vriend was. Sinds 26 december 2012 heb ik geen contact meer met [verdachte] gehad. Het is inderdaad zo dat door deze zaak het contact verbroken is. In de zomer van 2012 is naar buiten gekomen dat mijn zoon misbruikt is door [verdachte] . Dat was een behoorlijke klap. Je merkte wel dat hij anders was geworden, maar niet waarom. Nadat dit naar buiten gekomen was heb ik contact opgenomen met vrienden van ons in [plaats] . Ik heb toen besloten [verdachte] uit te nodigen en hem te confronteren. Hij gaf toe dat er dingen gebeurd waren die absoluut nooit hadden mogen gebeuren. Toen heb ik hem twee weken niet willen zien en toen hebben we thuis een afspraak gemaakt met hem en [slachtoffer 1] om er over te praten. Ik vond [verdachte] altijd de beste vriend en hulpverlener. Hij haalde jongens van de straat en die ving hij op. Hij heeft toen gezegd dat het absoluut niet had mogen gebeuren en dat het een eenmalige fout was. Toen heeft [slachtoffer 1] gezegd, [verdachte] dat is niet waar.

Toen is [slachtoffer 1] bij anderen gaan informeren. Ze zijn toen bij [getuige] geweest en daar hebben ze met verschillende mensen die close waren met hem gekeken of die er ook last van hadden. Dat bleek inderdaad zo te zijn. Toen heeft [slachtoffer 1] gezegd, nu ga ik aangifte doen. Toen ik aangifte deed, kreeg ik de instructie van de politie dat wij niet met andere aangevers mochten praten. Dat heb ik toen ook niet gedaan.

Het alcoholgebruik van de jongens was schrikbarend. Niet alleen op feestjes maar in het algemeen bij [verdachte] . Wij hebben hem daarover aangesproken. Dat ging om whisky en bier terwijl de jongens gewoon naar school moesten.

De advocaat-generaal vraagt mij of [slachtoffer 1] al bij [verdachte] kwam voordat de jacuzzi er was. Ja dat is zo en [slachtoffer 2] ook. Wij hebben [verdachte] leren kennen omdat hij bedrijfsleider was bij de [naam] . Hij liet die jongeren bij hem werken. Jongens met gedragsproblemen. Die kwamen ook bij hem thuis en die logeerden bij hem. De advocaat-generaal vraagt of iedereen naakt in die jacuzzi zat. Ja bijna altijd. Er werd dan ook alcohol gedronken. Het leven was daar altijd een feest.

7 Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de raadsheer-commissaris d.d.

9 maart 2020, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [getuige] :

[verdachte] was altijd een goede vriend van mij. Ik zie hem al vijf jaar niet meer. Ik heb vanaf mijn zestiende contact met hem gehad. Ik kreeg te horen van één van die gasten dat hij seksueel contact had gehad met [verdachte] . Ik heb aan meerdere van die gasten gevraagd of ze wilden komen praten daarover. Ik weet de namen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Ik heb gevraagd of ze kwamen eten bij ons. Bij de bijeenkomst werd wel duidelijk dat hij met meerdere van de jongens contact had gehad. Ik bedoel seksueel contact. Dat werd spontaan verteld. Al de jongens die toen bij ons zaten hebben verklaard over seksueel contact met [verdachte] . U vraagt mij of dat in zijn algemeenheid werd aangegeven of dat specifiek werd verklaard welke handelingen waren verricht. Nee, over handelingen hebben we het niet gehad.

De raadsman houdt mij voor dat ik bij de politie heb verklaard over mond-op-mond-reclame waardoor jongens bij [verdachte] terechtkwamen. Hij vraagt mij wat er dan werd gezegd over [verdachte] . Er werd gezegd over [verdachte] dat ze daar eventueel terecht konden als ze geen dak boven hun hoofd hadden. De raadsman houdt mij voor dat ik ook heb verklaard dat als alles bezet is er bij [verdachte] op de kamer nog ruimte is. Er sliepen regelmatig mensen in zijn kamer.

De advocaat-generaal vraagt mij of ik aanwijzingen heb dat de jongens aangifte gingen doen om [verdachte] een loer te draaien. Nee. Ik zou niet weten waarom ze dat zouden moeten doen.

8. Het proces-verbaal verhoor getuige, opgemaakt d.d. 23 maart 2014, met bijlagen, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van

[getuige] :

( p. 477)

Ik heb bij [naam] gewerkt. Rond mijn 17e ben ik bij [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) in huis gaan wonen. Dat was meer een jaar ‘om [getuige] op zijn poten te zetten’, van veel praten. Ook het jaar dat hij een keer een voorstel deed op seksueel gebied. Ik sliep ook af en toe bij hem in bed. In die tijd heeft hij ooit een keer gezegd: als je aan me wilt zitten is dat geen probleem. Ik zei toen: vieze oude man en heb me omgedraaid. Daarna is dat nooit meer gebeurd. Het dagelijks leven bij [verdachte] thuis ging gepaard met veel drankgebruik. Altijd bier. Het was de zoete inval daar. Het was altijd een feestje. [verdachte] zei: ik ga je opvoeden.

(p. 478)

Ik sliep bij [verdachte] in bed als we een gezellige avond hadden gehad of als er logees waren. Of als we beneden een zwaar gesprek hadden gingen we boven door praten in zijn bed.

(p. 479)

Hij lag altijd naakt in bed.

De omgang met [verdachte] is gestopt sinds de kerst van 2012. [slachtoffer 1] heeft toen gezegd dat er ooit iets gebeurd was, jaren geleden.

(p. 480)

Ik heb gezien dat [verdachte] plat in het bubbelbad lag met [naam] bovenop hem. Ik denk dat [naam] 16 jaar was. Ik ben hard weggerend. Ik heb een vriendin, [naam] , gebeld en die heeft [naam] van hem afgeplukt. [naam] was echt ‘out’.

[slachtoffer 1] had een probleem en vertelde dat het niet zo goed werkte ‘daar beneden’. [verdachte] vond het zijn plicht om te laten zien hoe het moest en heeft het voorgedaan. Dat is hetgeen mij verteld is. Dat [verdachte] aan [slachtoffer 1] zat terwijl hij sliep. [slachtoffer 1] was een kwetsbaar persoon. Hij vertelde dat [verdachte] hem in zijn kruis had gepakt terwijl hij sliep. Hij vertelde dat hij verkracht was door [verdachte] . Voor mij was duidelijk dat [verdachte] zijn penis van achter bij [slachtoffer 1] in zijn kont had gestopt.

9. Het (niet getekende) proces-verbaal informatief gesprek zeden, opgemaakt d.d. 1 april 2013, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van de verbalisanten [naam] en [naam]:

(p.192)

Informatief gesprek met [vader van slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum] (vader van [slachtoffer 2] ) en benadeelde: [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] .

(p. 193)

Vader [slachtoffer 2] geeft aan dat hij heeft gezien dat [slachtoffer 1] , de zoon van [vader van slachtoffer 1] , bij de verdachte in bed sliep, zogenaamd omdat er geen plaats meer was.

(p. 194)

Vader [slachtoffer 2] heeft gisteren het verhaal gehoord van de moeder van [slachtoffer 2] . Zij heeft dat huilend aan hem verteld. Daarop heeft [slachtoffer 2] actie ondernomen en is naar de politie gegaan. [slachtoffer 2] heeft tegen zijn moeder gezegd dat hij misbruikt is. [slachtoffer 2] sliep daar, om die feestjes die er waren

(p. 195)

[slachtoffer 2] heeft een beperking. Hij is minder begaafd. In recente rapporten staat dat het IQ van [slachtoffer 2] 80/90 is.

(p. 196)

1 april 2013: informatief gesprek met [slachtoffer 2] zonder vader

(p. 197)

Melding is gericht tegen [verdachte] , adres: [woning verdachte] .

[slachtoffer 2] is via zijn oom [naam] en tante [naam] in contact gekomen met [verdachte] . [verdachte] helpt jongeren, verleent onderdak, helpt ze met financiën, ze kunnen bij hem slapen. [verdachte] heeft altijd op de [woning verdachte] gewoond. [slachtoffer 2] heeft ongeveer een jaar bij [naam] in Vlissingen gewerkt.

[verdachte] is een behulpzame man, hij kan heel aardig overkomen, dat is ook gelijk de manier waarop hij mensen manipuleert om ze zover te krijgen.

(p. 198)

[slachtoffer 2] heeft nooit met anderen gesproken over wat hem is overkomen. Het doet hem te veel pijn om er over te praten. Allereerst heeft hij het globaal tegen zijn moeder verteld.

[slachtoffer 2] zegt dat [verdachte] je probeert zover te krijgen door overmatig alcohol/bier schenken.

De eerste keer dat er wat met [slachtoffer 2] is gebeurd was in de jacuzzi. Hij was toen 14/15 jaar. Ze hadden toen aan de sterke drank gezeten omdat het bier op was. [verdachte] was met zijn piemel aan het spelen. [slachtoffer 2] probeerde het weg te douwen, maar [verdachte] bleef doorgaan.

(p. 199)

Een andere keer heeft [verdachte] hem gepijpt onder water in de jacuzzi.

10. Het verslag verbatim studioverhoor d.d. 25 september 2013, opgemaakt d.d. 30 oktober 2013, inclusief het bijbehorende proces-verbaal van authenticiteit, opgemaakt d.d. 7 november 2013 door verbalisant [naam] , voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2]:

(p. 269)

Ik kom met jullie praten over seksueel misbruik. Door [verdachte] , heeft mij meerdere malen aangerand en tegen mijn wil dingen met mij ondernomen. We zijn begonnen in het bubbelbad. Biertje d’r bij. We zijn op den duur gaan praten. Ik ging eigenlijk steeds meer drinken. Toen heeft hij mij ook aangeraakt. Onder andere bij m’n geslachtsdeel.

Toen ben ik naar boven gelopen, gaan slapen. Toen heeft hij ’s nachts ook nog van alles proberen te doen. Ik heb hem weg gestompt. Toen ben ik een paar weken niet geweest. Een paar weken later heeft hij nog een keer ’t zelfde liedje gedaan.

(p. 271)

Flessen Whisky haalde hij in huis. Daar ga je op den duur nokkie van.

(p. 274)

In bad heeft meen ik zeker wel een stuk of zes, zeven keer me aangerand. Wat hij dan doet? Aan m’n piemel zitten. En ja pijpen onder water en dat soort dingen.

Aan de piemel zitten en pijpen onder water was in de jacuzzi in de tuin .

(p. 280)

Ik had thuis problemen. Ik heb op veel scholen gezeten. Ik was veertien, vijftien dat ik daar veel kwam. Toen ik die feestjes allemaal leuk vond.

(p. 310)

[verdachte] heeft bij mij met zijn tong m’n eikel gelikt, en heen en weer gegaan. En in zijn mond. Dat is een aantal keren gebeurd. Dat pijpen is zeker een stuk of vier gebeurd. Dat gebeurde in de jacuzzi.

We hadden zwaar gefeest. Iedereen was al gaan slapen. We zaten in ’t bubbelbad. Ik was vet bezopen. Ik lag bijna te slapen. Toen heeft die dat gedaan. Hij ging onder water en dan nam die ‘m in zijn mond en ging heen en weer met zijn hoofd.

(p. 311)

Met zijn tong tegen mijn eikel aan de hele tijd en zo. Het was de gewoonte daar dat niemand kleding aan had in de jacuzzi. Ik zat naakt in de jacuzzi.

(p. 314)

Ik was veertien. Het eerste wat er gebeurt aan seksuele dingen is het aanraken. Van mijn lichaam en mijn piemel. Dan doet hij een beetje rukken en zo. Met z’n hand. Dat gebeurt in het bubbelbad.

Hij heeft zeker zes tot acht keer mijn piemel aangeraakt met zijn hand. Ik kwam in die periode zoveel bij [verdachte] .

(p. 315)

De ene week was het een paar keer in de week dat ik daar kwam, de andere keer was het één keer in de twee weken. Het was eigenlijk gewoon een feesthuis.

11. Het proces-verbaal van studioverhoor en het bijbehorende verslag verbatim studioverhoor bij de rechter-commissaris d.d. 23 oktober 2015, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2]:

Het hof begrijpt V als “vraag verbalisant” en G als “antwoord getuige”.

(p. 7)

G: Ja toen eh dat uitkwam heb ik ’t hele verhaal natuurlijk naar boven gehaald. En daar ben ik eigenlijk gewoon zwaar depressief van geworden eh herbeleving van gekregen. Beelden terug in m’n hoofd.

G: eh moeten, moeten stoppen met werken. En ja zodoende ben ik eh de ziektewet in gegaan.

(p. 8)

G: toen heb ik meerdere behandelingen gehad bij [instelling] .

(p. 15)

G: ik heb [verdachte] leren kennen via de familie. En toen was hij een goede vriend van m’n oom [naam] . [verdachte] was een vriend van de familie.

(p. 17)

G: Hij kwam mij in [plaats] ophalen met een [naam] . Gingen we naar Vlissingen, frietje eten. Zo is eigenlijk het contact gekomen.

(p.21)

G: er kwamen zoveel mensen over de vloer.

Eh veel drank, harde muziek, hij had een jacuzzi in de tuin , sauna. Alcohol werd d’r altijd veel gedronken. Ja, d’r stonden vier kratten buiten en die gingen gewoon op. Ook wel whisky.

G: ’t was eh ja wanneer ik echt eh zo lam was dat ik niet meer op m’n benen kon staan, dan crashte ik gewoon ergens.

(p. 43)

Ik heb ’t drie keer met mijn besef meegemaakt, hoe zwaar dronken is ook was, heb ik ’t meegemaakt, kon ik niks doen.

V: Want de eerste keer dat ’t gebeurd is, hoe oud was je toen?

G: veertien

V: als je ’t over die drie keer hebt, heb je ’t dan over penetreren, pijpen of betasten aan je penis?

G: Betasten.

(p. 48)

G: ik heb dit meegemaakt en eh ik zie d’r geen reden achter waarom ik eh d’r over zou moeten liegen.

12. Het proces-verbaal verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 1 oktober 2015, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [naam] (het hof begrijpt: de moeder van [slachtoffer 2]):

Het is juist dat [slachtoffer 2] in zijn jeugd problemen heeft ondervonden. Zo vond hij het erg moeilijk op school en begon hij te spijbelen.

[slachtoffer 2] had vanaf zijn twaalfde contact met [verdachte] . Wij woonden toen nog in [plaats] en [verdachte] is hem een keer komen ophalen om een rondje te rijden. [verdachte] zei tegen mij dat hij [slachtoffer 2] weer op de rails zou helpen, zodat hij weer naar school zou gaan. Voor [slachtoffer 2] was het fijn om daar te komen. Er werden leuke activiteiten gehouden.

Ik heb in maart 2013 voor het eerst gehoord dat [slachtoffer 2] misbruikt was. Ik kwam daar achter omdat [slachtoffer 2] telefoon kreeg van [getuige] (het hof begrijpt: [getuige] ) die hem vroeg of hij ook misbruikt was. Ik hoorde dat gesprek en zag dat [slachtoffer 2] brak en toen heb ik met hem gesproken over wat er dan aan de hand was.

[slachtoffer 2] vertelde mij dat het al heel lang aan de hand was. Hij vond het ontzettend moeilijk om er over te praten. Hij vertelde dat er vanaf zijn 14e seksuele handelingen bij hem zijn verricht. Hij wist niet wat hij er mee aan moest en schaamde zich. Hij kon er bijna niet over praten.

[slachtoffer 2] heeft mij verteld dat hij sinds het misbruik veel moeite heeft met seksualiteit. Hij vertelt dat als hij overweegt seks te hebben hij beelden krijgt van [verdachte] en van het misbruik. Daar heeft hij veel last van.

Tijdens het gesprek in 2013 huilde [slachtoffer 2] alleen maar.

13. Het proces-verbaal aangifte, opgemaakt d.d. 25 februari 2015, met bijlagen, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van

[slachtoffer 7] :

Betreft: [slachtoffer 7] , geboren op [geboortedatum]

(p. 391)

Ik wil aangifte doen tegen [verdachte] . We hebben 1 keer seks gehad in het bubbelbad. Dat was 2,5 jaar geleden. Ik denk dat het juli 2012 was. [slachtoffer 6] , [verdachte] en ik hadden redelijk wat gedronken aan alcohol. We zaten in het bubbelbad. We hebben toen seks gehad.

(p. 392)

We hadden geen kleding aan. [verdachte] had als regel dat hij niet in zijn eigen bubbelbad in een zwembroek zou zitten.

Een krat bier en een fles wijn later en we zaten drie uur in bad. Ik denk dat [verdachte] daar wel op heeft gestuurd, op seks, want wij spraken daar met [verdachte] ook over.

(p. 394)

[verdachte] heeft mij gepijpt. Hij is met zijn hoofd onder water gegaan. Hij heeft mij toen gepijpt. Hij ging met zijn mond er over heen.

[verdachte] wilde mij laten klaarkomen. Hij ging mij toen aftrekken.

(p. 400)

Ik was toen 19 jaar oud. [slachtoffer 6] was 18 jaar oud. [verdachte] was ergens tussen de 50 en 60 jaar oud.

[verdachte] heeft nog wel eens toespelingen gemaakt dat het leuk zou zijn dat het nog zou gebeuren in het bubbelbad. Hij zei ook dat hij dit ook met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] had gedaan. Ik voelde dat als een soort aanmoediging dat het wel kon.

Ik woonde bij [verdachte] in mei, juni. Het was in 2012.

[verdachte] heeft het met diverse mensen geprobeerd. Met [slachtoffer 1] heeft [verdachte] het ook gedaan toen hij jonger was. [slachtoffer 1] woonde toen bij [verdachte] . [slachtoffer 1] is met dat verhaal naar zijn ouders gegaan. [verdachte] heeft het toen aan ons uitgelegd. Hij vertelde dat [slachtoffer 1] een ziekte had en dat [verdachte] hem had uitgelegd hoe en wat. Het had te maken met zijn voortplantingsorgaan en toen had [verdachte] dit alles uitgelegd toen [slachtoffer 1] jonger was.

Ook heeft [verdachte] het erover gehad dat hij het met [slachtoffer 2] heeft gedaan. [slachtoffer 2] sliep ook wel eens bij hem. Maar dit kon niet omdat [slachtoffer 2] minderjarig was.

(p. 401)

[slachtoffer 2] verbleef toen veel bij [verdachte] .

14. Het proces-verbaal informatief gesprek zeden, opgemaakt d.d. 18 november 2013, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van de verbalisanten [naam] en [naam]:

Betrokkene: [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] .

[slachtoffer 3] heeft [verdachte] leren kennen toen hij bij [naam] ging werken. [slachtoffer 3] was toen 16 jaar. De thuissituatie van [slachtoffer 3] was op dat moment niet goed. Zijn ouders lagen in scheiding en er was veel ruzie. [verdachte] werd een soort vaderfiguur voor hem. In het weekend waren er feestjes bij [verdachte] . [verdachte] praatte veel over seks. [verdachte] had de reputatie dat hij jonge jongens hielp die in de problemen waren. [verdachte] hield veel van knuffelen. [slachtoffer 3] vond dat niet fijn en zei dat [verdachte] er mee moet stoppen. [verdachte] zei ‘nee, jij vindt dat fijn’.

Er werd veel alcohol gedronken bij [verdachte] . [slachtoffer 3] vertelde dat zij veel hadden gedronken en [slachtoffer 3] ging onder de zonnebank liggen. [verdachte] ging dan aan de penis van [slachtoffer 3] zitten. Dat deed hij vaker als [slachtoffer 3] onder invloed was. De eerste keer was hij tussen de 17 en 18 jaar. [slachtoffer 3] zegt dat de zonnebank op de slaapkamer van [verdachte] stond. [slachtoffer 3] weet dat de sauna en het bubbelbad in de tuin er nog niet waren toen [verdachte] aan zijn penis zat.

[verdachte] ging steeds vaker aan hem zitten. [slachtoffer 3] zei dat hij daar mee moest ophouden, maar [verdachte] deed dat iedere keer opnieuw als [slachtoffer 3] alcohol ophad. Toen [slachtoffer 3] 17 jaar was werd hij een keer wakker omdat [verdachte] zijn penis aan het opmeten was. [slachtoffer 3] zegt dat het vaker voorkwam dat [verdachte] op zijn slaapkamer was gekomen en dat hij dan stiekem aan de penis van [slachtoffer 3] zat. Als [verdachte] aan de penis van [slachtoffer 3] zat dan trok hij eraan.

[verdachte] heeft ook een keer gezogen aan de penis van [slachtoffer 3] . Dat was gebeurd na een feestje bij [getuige] . Dat was een collega van [slachtoffer 3] , bij [naam] . [getuige] woonde in Vlissingen. [slachtoffer 3] had die avond veel gedronken en was in slaap gevallen. [verdachte] , [getuige] en [slachtoffer 3] sliepen bij [getuige] in bed. [slachtoffer 3] werd wakker omdat [verdachte] aan zijn penis aan het zuigen was. [slachtoffer 3] heeft [verdachte] een stomp tegen zijn gezicht gegeven. In 2004 heeft hij het contact met [verdachte] afgekapt. De seksuele handelingen waren voor het laatst in 2003.

Waar is het gebeurd? [woning verdachte] .

15. Het proces-verbaal verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 6 oktober 2015, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3]:

Ik heb bij de politie naar waarheid verteld wat er was gebeurd tussen [verdachte] en mij. Op de vraag in welke periode ik door [verdachte] aan mijn penis ben betast zeg ik dat dat in de periode van 1999 tot eind 2002 valt. Als ik er over nadenk dan heeft hij zo tussen de vijf en de tien keer iets bij mij geprobeerd.

Ik wist dat [verdachte] seks had met vrienden omdat hij mij dat zelf heeft verteld. Volgens mij was ik toen 17.

Het betasten van mijn penis bestond eruit dat hij mij probeerde af te trekken. De eerste keer gebeurde dit tijdens de reis naar Amerika. Ik heb hem toen van mij af geduwd. Dit was in augustus 2000.

Na de reis naar Amerika sliep ik met [getuige] op een kamer. Ik heb toen tweemaal meegemaakt dat ik wakker werd omdat [verdachte] mijn penis stijf maakte en opmat. Ik durfde toen niets te doen.

In huis daar vloeide het rijkelijk met feestjes. Ik merk op dat met name de voorvallen die plaats vonden op de zonnebank, een keer of drie, na alcoholgebruik voorvielen. Ik was dan redelijk aangeschoten na het drinken van bier. Hij probeerde dan aan mijn piemel te zitten. Hij pakte mijn piemel dan vast en begon met aftrekken. Ik duwde hem dan weg maar dat was niet zo eenvoudig omdat ik aangeschoten was. [verdachte] probeerde het dan nog een of twee keer om toch door te gaan. Uiteindelijk stopte hij dan wel.

Het is juist dat ik door [verdachte] ook eenmaal ben gepijpt. Dat is gebeurd in het huis van [getuige] . Dit is eind 2002 gebeurd. We hadden veel bier gedronken. Iedereen was dronken. [verdachte] en [getuige] en ik zijn met zijn drieën in het bed van [getuige] gaan slapen. Op een gegeven moment werd ik wakker en zag en voelde dat [verdachte] mij aan het pijpen was. Ik heb hem toen geslagen. Hij stopte toen en is in slaap gevallen.

Ik woonde niet permanent bij [verdachte] . Het ging om een aantal dagen in de week. De periode waarin ik meerdere nachten bij [verdachte] sliep, was in 2000 en 2001. Ik heb zelf meegemaakt dat [verdachte] [slachtoffer 1] ook ging helpen.

Ik sliep meestal op de kamer van [getuige] , maar soms sliep ik bij [verdachte] .

[verdachte] heeft mij zelf verteld over het misbruik van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft een of andere aandoening waardoor hij geen vriendin kon krijgen althans angst had voor seks met vrouwen. [verdachte] heeft verteld dat hij [slachtoffer 1] heeft geholpen door bij [slachtoffer 1] seksuele handelingen te verrichten. [verdachte] vertelde dat hij [slachtoffer 1] had afgetrokken.

16. Het proces-verbaal informatief gesprek zeden, opgemaakt d.d. 3 februari 2014, inclusief bijlage, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van de verbalisanten [naam] en [naam]:

Betrokkene: [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum]

[slachtoffer 3] heeft verbleven bij [verdachte] . [slachtoffer 3] heeft vanaf 2012 bij het [instelling] gewoond. Via een medebewoner, [slachtoffer 8] , is [slachtoffer 3] in contact gekomen met [verdachte] . De eerste avond dat [slachtoffer 3] bij [verdachte] thuis kwam werd de deur opengedaan door [slachtoffer 2] . [verdachte] stelde die eerste avond gelijk voor dat [slachtoffer 3] bij hem langs mocht komen wanneer hij wilde. [slachtoffer 3] kende weinig mensen in Vlissingen. Na enkele bezoeken kon [slachtoffer 3] bij [verdachte] komen werken. [verdachte] werkte toen bij [naam] .

In de tijd daarna is [slachtoffer 3] bij [verdachte] gaan wonen. [slachtoffer 3] stond op straat en kon geen kant op. [verdachte] vertelde dat hij geen bed vrij had. [slachtoffer 3] kon of op de bank slapen of in het bed bij [verdachte] .

[slachtoffer 3] sliep die nacht bij [verdachte] . Op een gegeven moment werd hij wakker en voelde een hand, die ging steeds verder naar beneden. [verdachte] zat aan de ballen van [slachtoffer 3] , met zijn handen. [slachtoffer 3] draaide zich om op zijn buik.

[slachtoffer 3] is bij [verdachte] blijven wonen.

[verdachte] aaide [slachtoffer 3] wel eens over heeft hoofd. [verdachte] heeft een aantal keren gevraagd of hij met [verdachte] wilde zoenen en seks met hem wilde. [verdachte] vertelde tegen anderen dat [slachtoffer 3] homo was. [verdachte] stelde aan [slachtoffer 3] voor om daarmee te experimenteren.

Vaak als er jongeren zijn gaan ze met zijn allen in het bubbelbad of de sauna.

Bij [verdachte] was er altijd drank in overvloed. Sinds 11 januari 2013 is [slachtoffer 3] bij [verdachte] weg.

[slachtoffer 3] heeft bij het [instelling] verbleven tot zijn achttiende. Dit was naar aanleiding van de thuissituatie.

Toen [slachtoffer 3] bij [verdachte] verbleef woonden daar ook nog [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] . [slachtoffer 3] zat regelmatig naakt in de sauna of het bubbelbad.

Waar is het gebeurd? [woning verdachte] .

17. Het proces-verbaal aangifte, opgemaakt d.d. 17 februari 2014, met bijlagen, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4]:

(p. 352)

Tot mijn twaalfde woonde ik thuis en daarna heb ik in [instelling] gezeten en veel bij Jeugdzorg. Ik heb ongeveer 6 jaar niet thuis gewoond. Het laatste waar ik heb gewoond is het [instelling] . Daar heb ik tot mijn achttiende gewoond.

In groep 8 begon men te merken dat ik concentratieproblemen had en druk was.

(p. 353).

Aan het einde van groep 8 ben ik uit huis geplaatst.

Ik had gedragsproblemen. Ik had ADD.

(p. 354)

Ik heb stage gelopen bij [naam] . Ik ben daar via [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) terecht gekomen.

(p. 355)

Ik heb [verdachte] leren kennen toen ik bij het [instelling] zat. Ik was daar samen met een jongen, [slachtoffer 8] . [slachtoffer 8] heeft mij een keer meegenomen naar [verdachte] thuis. Ik heb met [verdachte] gesproken. Hij vroeg wie ik was en hoe ik bij het [instelling] terecht was gekomen. Daarna zijn we in de jacuzzi gaan zitten.

Ik was 17 jaar toen ik voor de eerste keer bij [verdachte] kwam. Ik werd 18 en de hulpverlening stopte. Ik ben toen eerst een week naar [slachtoffer 1] gegaan. Ik ben toen bij [verdachte] gaan wonen. Ik was net 18 toen ik bij [verdachte] ging wonen.

(p. 356)

Ik heb daar 5 á 6 maanden gewoond. Toen ben ik op mezelf gaan wonen. Een jaar later heb ik nog een keer bij [verdachte] gewoond. Ook een half jaar.

De eerste keer dat ik bij [verdachte] woonde, kon ik of op de bank liggen of bij [verdachte] in bed. Ik koos er voor om bij [verdachte] in bed te liggen. Ik had al een week bij [slachtoffer 1] op de bank geslapen. Dat is ook de eerste keer geweest dat [verdachte] aan mij had gezeten. [slachtoffer 6] sliep boven.

Ik heb een keer of vier bij [verdachte] in bed geslapen, in ieder geval niet meer dan 10 nachten. Die andere nachten waren in de tweede periode dat ik daar woonde.

(p. 357)

[slachtoffer 2] sliep vaak bij [verdachte] . [slachtoffer 2] en [verdachte] waren heel close. Wij sliepen voornamelijk bij [verdachte] als wij lang in de jacuzzi hadden gezeten en er veel gedronken werd. [verdachte] zei altijd: je kan ook wel naast mij slapen.

Er werd door veel mensen gedacht dat ik homoseksueel zou zijn. [verdachte] heeft toen gezegd dat als ik er voor wou uitkomen ik bij hem terecht kon. Hij heeft ook gezegd dat als ik wilde experimenteren dat ik bij hem terecht kon. Ik werd beschreven als een homo, ook door [verdachte] .

Die eerste avond hebben wij dat gesprek gehad. Ik mocht toen blijven. Wij zijn in het bubbelbad geweest. Er werd veel bier gedronken. Ik had ook veel gedronken. Ik ben in het bed van [verdachte] gaan liggen. [verdachte] kwam ook. Ik ben toen in slaap gevallen. Het enige wat ik mij kan herinneren is dat ik wakker werd van een hand die mij aan het betasten was. Dat was de hand van [verdachte] , want die lag naast mij.

In het bubbelbad had ik een boxershort aan.

(p. 358)

[verdachte] en de anderen waren naakt. Ik heb die avond bier gedronken. Het waren flesjes.

In bed wreef [verdachte] met zijn hand in mijn nek en praatte tegen mij. Hij zei zoiets als, ben je blij dat je hier mag blijven? Ik ben in slaap gevallen. Ik werd dus wakker van die hand die aan het wrijven was. Ik voelde dat die hand bij mijn ballen kwam en dat die hand vervolgens in mijn boxershort ging. Ik heb me met een ruk omgedraaid.

[verdachte] slaapt altijd naakt.

Hij ging met zijn hand in mijn boxershort. Hij voelde aan mijn ballen met zijn hand.

(p. 360)

Ik ben vorig jaar in maart nog een keer bij [verdachte] geweest. [verdachte] heeft toen gezegd dat hij bij [slachtoffer 1] hetzelfde heeft gedaan als bij mij. Hij zei dat [slachtoffer 1] homo was en dat hij [slachtoffer 1] heeft geholpen met experimenteren. Ze zijn naar Amerika op vakantie gegaan.

18. Het proces-verbaal verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 6 oktober 2015, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4]:

Op de eerste avond bij [verdachte] vertelde [verdachte] mij dat ik niet bij [slachtoffer 6] op zijn kamer kon slapen. Ik mocht slapen op de bank maar ik mocht ook slapen bij [verdachte] zelf in bed. Ik heb daar verder niet over nagedacht, ik was gewoon blij dat ik daar kon blijven.

Ik heb de eerste avond bier gedronken. Ik heb gezegd dat ik ging slapen. Uren later hoorde ik [verdachte] naar boven komen. Op een gegeven moment voelde ik zijn hand bij mijn boxershort. Later voelde ik dat hij aan mijn benen zat en steeds dichterbij mijn geslachtsdelen kwam. Hij heeft toen aan mijn ballen gezeten.

19. Het mutatierapport met registratienummer PL194E 2012053948-1, d.d. 21 juli 2012, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

Pleegdatum: 21 juli 2012 te 00:37 uur

Plaats voorval: [woning verdachte]

Na een melding van geluidsoverlast ter plaatse gegaan. In de achtertuin een jacuzzi aangetroffen met daarin betrokkenen. Zagen dat betrokkene [slachtoffer 8] gebukt over de rand van de jacuzzi hing. Alle heren waren naakt en hadden een erectie. Ze waren allen onder invloed van alcoholhoudende drank. Er stond een kratje naast de jacuzzi en de heren hadden allemaal een flesje waaruit zij bier dronken.

Betrokkenen: [slachtoffer 4] , geboren [geboortedatum] , [slachtoffer 7] , geboren [geboortedatum] , [slachtoffer 8] , geboren [geboortedatum] en [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1957.

20. GBA bevraging, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:

Resultaat GBA-bevraging

Adres [woning verdachte] .

Vanaf [datum] : [verdachte] , geboortedatum [geboortedag] 1957.

Van 9-7-12 tot 13-11-13: [slachtoffer 3] , geboortedatum [geboortedatum]

21. Het proces-verbaal informatief gesprek zeden, opgemaakt d.d. 26 januari 2015, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van de verbalisanten [naam] en [naam]:

Benadeelde: [slachtoffer 5] , geboren [geboortedatum]

Benadeelde geeft aan dat hij in het verleden seksueel is misbruikt door [verdachte] . [slachtoffer 5] spreekt over aftrekken en pijpen. Hij wil aangifte doen.

22. Het proces-verbaal aangifte, opgemaakt d.d. 22 januari 2015, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5]:

(p. 374)

Ik wil aangifte doen van seksueel misbruik tegen [verdachte] . Hij woont aan de [woning verdachte] . Het bestond uit van alles. Aftrekken, pijpen.

(p. 375)

Toen het begon zat ik in Havo 2. Het was zomer de eerste keer dat ik daar was. Het was daar heel los. Alles mocht en alles kon daar. Wij gingen dan bijvoorbeeld ’s avonds nog zwemmen en liepen dan naakt terug naar huis. Hij zei dan bijvoorbeeld, zullen we een pornofilm kijken.

Binnen een half jaar nadat ik daar over de vloer kwam is het begonnen. Het begon er mee dat hij mij aftrok, hij ging met zijn hand om mijn penis. Hij ging met zijn hand heen en weer.

Het gebeurde overal in huis. Op de bank, op de slaapkamer, in de jacuzzi. Hij gaf mij het idee dat het goed was. Hij zei dan, ik doe dat ook met die en die.

Hij deed het ook bij [naam] .

[verdachte] was mij aan het pijpen. Toen hij met zijn mond over mijn penis ging. Ik denk dat ik 15 was toen [verdachte] mij voor het eerst pijpte.

(p. 376)

Ik was een heel moeilijk ventje. Ik heb problemen gehad. Mijn ouders zijn gescheiden.

Ik had ADD. Toen kwam het blowen er bij en ging het helemaal mis. Toen kwam [verdachte] en gaf me een baan bij de [naam] .

[verdachte] heeft heel veel met mij gepraat. Bij [verdachte] was het erg gezellig.

[verdachte] was bedrijfsleider bij [naam] . Ik heb daar [getuige] leren kennen en [slachtoffer 3] .

[slachtoffer 3] heeft bij [verdachte] gewoond. Hij vertelde dat [verdachte] ’s nachts zijn kamer binnen kwam. Hij werd wakker omdat [verdachte] aan hem zat.

De laatste keer dat ik daar was, was ik ook dronken. We zaten in de jacuzzi en toen heeft hij ook weer aan mij gezeten.

(p. 377)

Er bleven regelmatig mensen slapen daar. Er sliepen ook mensen bij hem in bed. Dat pijpen is meerdere keren gebeurd. Ik heb hem wel eens afgetrokken. Een keer wilde hij dat ik hem pijpte maar dat lukte gewoon niet. Ik blokkeerde. Hij zei dat het niet erg was. Hij zei altijd ‘ik doe het voor jou’.

(p. 378)

Het naakt zijn daar was niet zo moeilijk. Er was daar een sauna, jacuzzi, zonnehemel. Ik lag regelmatig onder de zonnehemel.

23. Het proces-verbaal verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 6 oktober 2015, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van

[slachtoffer 5] :

Ik heb bij de politie naar waarheid verklaard. Het is wel zo dat ik wat snel antwoord moest geven op de vraag hoe vaak het gebeurd was. Ik heb toen gezegd 40 tot 50 keer. Later heb ik mij gerealiseerd dat dat wat hoog ingeschat was. Het was eerder tussen de 10 en 20 keer in totaal.

Ik heb [verdachte] leren kennen toen ik in de tweede klas van de havo zat. [verdachte] hoorde over mijn problemen en bood aan om mij te helpen. Hij heeft mij geholpen door mij een baantje te geven. Hij was gewoon lange tijd een vaderfiguur voor mij. Ik heb regelmatig bij hem geslapen zoals ook veel anderen deden.

Ik heb van [verdachte] zelf gehoord dat hij seksuele handelingen bij anderen verrichtte. Als ik zei dat ik het gek en raar vond dat hij seksuele handelingen bij mij verrichtte, zei hij dat dat niet gek of raar was. Volgens hem was dat iets wat vrienden met elkaar deden omdat dat leuk was. Ik heb ook van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] gehoord dat [verdachte] seksuele handelingen bij hun had gedaan. [slachtoffer 2] heeft mij ook verteld dat [verdachte] dit ook had gedaan bij [slachtoffer 3] (het hof begrijpt: [slachtoffer 4] ). Ik heb het ook gehoord van [slachtoffer 3] (het hof begrijpt: [slachtoffer 3] ) zelf. Die vertelde mij dat [verdachte] ’s nachts bij hem op de kamer kwam en dan aan zijn penis zat om hem af te trekken waardoor [slachtoffer 3] wakker werd.

Het eerste misbruik vond plaats 6 tot 9 maanden na mijn eerste bezoek aan [verdachte] . Ik zat toen nog in havo 2. Ik was toen 13 of 14 jaar oud. Hij heeft mij toen afgetrokken. Bij de daarop volgende keren heeft hij mij afgetrokken, gepijpt. Het laatste misbruik vond plaats na de vakantie in de Verenigde Staten. Ik was toen 21 jaar oud.

24. Het proces-verbaal aangifte, opgemaakt d.d. 26 februari 2015, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [slachtoffer 6]:

Betreft: [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedatum] )

Ik wil aangifte doen van seksueel misbruik.

(p. 424)

Het misbruik heeft plaatsgevonden aan de [woning verdachte] . Op de slaapkamer en de jacuzzi. Ik ben seksueel misbruikt door [verdachte] .

Ik ben vanaf 6 a 7 jaar weggehaald bij mijn biologische moeder. Ik ging naar een pleeggezin. Daar ben ik weggehaald door jeugdzorg. Toen ging ik naar een crisis pleeggezin. In 2012 ben ik bij [verdachte] terecht gekomen.

(p. 426)

[verdachte] haalde kratten bier in huis. Hij haalde whisky. Eens in de zoveel tijd was er een feestje. Je kon daar gewoon alcohol pakken. Hij stelde ook voor om een biertje te pakken. Voor je het weet zat je dan in de avond ladderzat in de jacuzzi.

Hoe het verder ging? Veel praten met [verdachte] . Hij gaat dan wel verder in hoe je geleefd hebt. [verdachte] doet heel veel voor je. Mee naar een restaurant. Naar een strandpaviljoen. Naar Zoutelande.

(p. 427)

De eerste keer was op de slaapkamer. Het was op een avond en we hadden eerst in de sauna gezeten. Met whisky. Dat vond ik toen wel lekker. Na de sauna ben ik het bad ingegaan. Toen ben ik bier gaan drinken. [verdachte] heeft me toen naar boven getild en heeft me op zijn bed gelegd. [verdachte] heeft toen allerlei seksuele dingen met me geprobeerd en is me gaan aanraken. Ik was toen 18 jaar. Ik was naakt en [verdachte] ook. Ik ben nog nooit zo van de kaart geweest als toen.

(p. 428)

Hij raakte mijn geslachtsdeel met zijn handen en zijn mond aan. Uiteindelijk probeerde hij zijn piemel in mijn kont te doen. Dat is niet gelukt. Ik ben in slaap gepleurd. Ik werd de volgende ochtend wakker doordat ik merkte dat hij mijn piemel in zijn hand had. Toen ik dat merkte ben ik opgestaan en weggerend.

(p. 429)

[verdachte] , [slachtoffer 7] en ik zaten in de jacuzzi. [verdachte] dook op [slachtoffer 7] . Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 7] probeerde te zoenen en dat [verdachte] onder water ging. Bij de piemel van [slachtoffer 7] . Ik hoorde van [slachtoffer 7] dat hij door [verdachte] gepijpt was.

25. Het proces-verbaal verhoor getuige, opgemaakt d.d. 15 januari 2015, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van [slachtoffer 8]:

Betreft: [slachtoffer 8] , geboren op [geboortedatum]

(p. 544)

Ik heb een problematische jeugd gehad. Veel last van problemen met mijn ouders.

Ik heb [verdachte] leren kennen via [slachtoffer 2] . Ik denk dat ik toen 15 jaar oud was.

Ik ging naar [verdachte] gewoon om eventjes een avondje niet bij mijn ma te zijn.

(p. 545)

Toen ik 18 a 19 jaar oud was werd ik uit de [instelling] gezet. Toen ben ik bij [verdachte] gaan wonen. Ik kon nergens heen dus dat was de oplossing.

(p. 546)

Er is een keer iets voorgevallen. Toen was ik heel dronken. Ik lag in dezelfde kamer en toen heeft hij aan mij gezeten. Ik was helemaal dronken, echt naar de klote. Ik had overgegeven en ik was daar. Dit was [verdachte] zijn kamer.

(p. 547)

Hij is tegen mij aan gaan liggen en hij zat in mijn onderbroek. Het was een van de eerste keren dat ik daar was. Ik was toen minderjarig. Ik schaam mij er enorm voor.

Hij zat aan mijn penis met zijn hand. Hij lag achter mij en zat toen aan mijn penis. Ik was echt helemaal out. Ik was dronken.

(p. 548)

Tussen [verdachte] en mij is 1 keer iets gebeurd.

26. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt d.d. 24 maart 2015, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende al relaas van verbalisanten [naam] en [naam]:

Op 22 januari 2015 hebben wij, verbalisanten, verdachte [verdachte] gehoord in het politiecellencomplex te Middelburg. Wij, verbalisanten, hebben tijdens het verhoor niet meegetypt, gezien het feit dat de verdachte het gehele verhoor, verbaal zeer aanwezig was en meetypen voor ons daardoor niet mogelijk was. Het verhoor is audiovisueel geregistreerd.

Af en toe is het mogelijk een gerichte relevante vraag aan de verdachte te stellen, waarop hij in eerste instantie antwoord geeft, waarna hij weer uitwijdt over allerlei minder relevante zaken welke dan weer als samenvatting of in een opmerking worden weergegeven.

V = vraag

A = antwoord

O = opmerking

(p. 714)

De verdachte verklaarde onder andere het volgende:

Dat hij fouten heeft gemaakt in het verleden en dat de vele feesten en het zuipen 1 van zijn fouten was.

(p. 715)

O: Door ons, verbalisanten, wordt aangegeven dat hij daar ook van verdacht wordt, van het misbruik maken van de zwakheden van de jongeren.

V: Reageer daar eens op?

A: Ja precies. Die jongens zijn kwetsbaar en zwak en ik zou daar misbruik van kunnen maken.

Verder geeft verdachte onder andere aan:

- dat hij fouten heeft gemaakt en dominant is, dat hij fouten heeft gemaakt met [slachtoffer 1] .

V: Benoem je fouten dan eens met [slachtoffer 1] ?

A: Ik wist van de problematiek van [slachtoffer 1] toen hij 15 was en bij mij kwam.

De verdachte gaf aan dat:

- dat [slachtoffer 1] al een poos met regelmaat bij de verdachte logeerde als het thuis niet ging.

(p. 716)

V: Wat bespreek je dan met [slachtoffer 1] ?

A: [slachtoffer 1] vertelt mij ook dat [naam] zich iedere avond aftrekt en dat hij dat vies vindt. Ik heb hem gezegd dat aftrekken een normale mannelijke reactie is en dat dit niet erg is. Ik heb hem gezegd “dat is leuk, daar kun je van genieten”.

V: Hoe reageerde [slachtoffer 1] daar dan op?

A: Hij kwam me melden dat het klaarkomen niet lukte, maar hij wilde wel behandeld worden.

V: Hoe komt het dat je met [slachtoffer 1] naar Amerika bent gegaan?

A: Ik heb hem twee doelstellingen laten halen en beloofd om dan naar Amerika te vertrekken. Ik heb gezegd dat als hij zijn diploma zou halen en hij bij mij als stagiair zou komen werken en zijn werk goed zou doen dat ik hem mee naar Amerika zou nemen. Beide doelstellingen had hij gehaald en dus zijn we naar Amerika gegaan.

V: Waar woonde [slachtoffer 1] dan op dat moment?

A: [slachtoffer 1] heeft nooit echt veel bij mij gewoond. Hij woonde thuis en als het thuis fout ging dan was hij bij mij. Ook wel in het weekend. Er werd teveel gedronken, ja, dat geef ik toe.

(p. 718)

Verder vertelde de verdachte:

- dat [slachtoffer 1] met Bevrijdingsdag bij hem in bed heeft geslapen en daarna ook nog weleens.

- dat de verdachte honderden foto’s heeft van veel feestjes en veel bier maar dat daar misschien 1 foto bij zou zitten die seksueel getint zou zijn. Dat zou een foto van [slachtoffer 2] kunnen zijn. Dat was een foto dat [slachtoffer 2] in het bed van de verdachte sliep.

(p.720)

Ik heb ook altijd afwijkend gedrag gehad. Ik bepaal alles. Ik bepaal mijn leven. Ik ben de baas. Ik ben dominant. Dat is waar, dat klopt.

(p. 723)

V: We hebben het over feestjes gehad. Achteraf zei je dat je dat anders had moeten aanpakken, maar hoe ging dat dan?

A: Ik werkte 6 tot 7 dagen per week. Het was alleen zaterdags. Het was zuipen tot je er bij neerviel. Het was van alle leeftijden wat daar rond liep.

V: Gebeurde er op feestjes dingen waarvan je later dacht…..

A: Nou het was een jongensachtig feestje.

Verder verklaarde de verdachte dat:

- iedereen bloot in dat bad zat, ook [slachtoffer 2] zat een keer bloot in bad. Hij was toen 14.

- dat er op zo’n feestje wel 40 kratten bier doorheen gingen en dat dan de meesten bleven slapen.

V: Nog even terugkomen op dat slapen, want je zei vanochtend, dan tref ik [slachtoffer 2] aan in mijn bed?

A: Ja hoor, dat ga ik niet ontkennen. Hij lag daar gewoon, meerdere keren. Hij ging daar gewoon lekker liggen.

(p. 724)

V: Welke jongens hebben er bij jou in bed gelegen?

A: Uiteindelijk iedereen wel.

Verder verklaarde de verdachte dat:

- dat hij ook wel eens met meerdere in zijn bed had gelegen.

- dat het ooit begonnen was met [slachtoffer 1] , dat hij bij de verdachte in bed kwam liggen.

- dat [slachtoffer 1] veel betekent in het leven van de verdachte, zoals alle jongens, hij was een nut in het leven.

- dat [getuige] (het hof begrijpt: [getuige] ) bij hem in bed had gelegen. De verdachte heeft toen gezegd tegen hem ‘kom er maar achter wat je nu bent’.

(p. 725)

De verdachte vertelt dat [getuige] daarna nog vaak bij hem in bed gelegen heeft en dat [getuige] dan niet durfde te gaan slapen omdat hij bang was dat de verdachte aan hem zou komen.

27. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt d.d. 27 maart 2015, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende al relaas van verbalisanten [naam] en [naam]:

Nadat de verdachte uit zijn cel was gekomen werd hij op 25 maart 2015 door ons, verbalisanten, gehoord in het politiecellencomplex te Middelburg.

Wij, verbalisanten, hebben tijdens het verhoor niet meegetypt, gezien het feit dat de verdachte gedurende het gehele verhoor verbaal zeer aanwezig was en meetypen voor ons daardoor niet mogelijk was.

Ik, [naam] , heb zoveel mogelijk meegeschreven. Het verhoor is audiovisueel geregistreerd. Af en toe is het mogelijk de verdachte te onderbreken om hem een gerichte relevante vraag te stellen. Hierop geeft hij in eerste instantie antwoord om vervolgens weer uit te wijden over andere minder relevante zaken, welke dan weer als samenvatting of in een opmerkingen worden weergegeven.

(p. 732)

De verdachte verklaart dat:

- die jongens ook wel nodig hebben dat er iemand is die van ze houdt.

- dat hij wel knuffelt of een aai over iemand zijn bol geeft.

(p. 733)

V: Wat weet je van [slachtoffer 5] (het hof begrijpt: [slachtoffer 5] )?

A: Hij was een jaar of 15 toen ik hem leerde kennen. Pas een jaar later barstte de bom, ik ben geduldig en kan luisteren. Toen heeft ie zijn bak van ellende met zijn vader verteld. Ik heb gezegd dat ik hem wel wil helpen.

De verdachte verklaart:

- later heeft verdachte hem als zaterdaghulp aangenomen.

- dat als je een stiekeme pedofiel was, je van een zwakker iemand toch geen sterker iemand gaat maken en al die hulpverlening afloopt. Dat je hem dan voor jezelf houdt, lekker in je huisje, in je bedje.

- dat hij 1 vakantie met hem heeft gehad.

(p. 735)

V: We treffen een serie op jouw spullen, naaktfoto’s van [slachtoffer 2] aan. Hoe komt dat?

(p. 736)

V: Dus als ik jou vraag, hoe komen naaktfoto’s van [slachtoffer 2] in jouw woning, wat kan je daar dan op zeggen?

A: Ehm, dat zou kunnen. Ja die keer waarover ik heb verklaard dat ie zo stoned was als een kanariepietje met een witte neus in mijn bed.

Total loss, zonder kleding. Ik heb 1 foto gemaakt van hem.

(p. 737)

A: [slachtoffer 2] sliep wel bij mij.

V: Dan hebben jullie het over je geslachtsdeel?

A: ja je praat op een bepaalde manier met die gasten.

V: Maar doe je dat als hulpverlener of wil je een maatje van ze zijn?

A: Een combinatie daarvan. Dat is ook de fout die ik gemaakt heb denk ik. Ik kon het in dat opzicht ook helemaal niet aan. Je bent niet echt hulpverlener. Ik heb daar ook bij [slachtoffer 2] gevraagd om hulp. Ik kwam daarin te kort. Het werd me veel te ingewikkeld. Ook bij [slachtoffer 1] .

28. Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 11 oktober 2017, zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als verklaring van verdachte:

Het klopt dat ik betrokken ben geweest bij de opvang van jongeren. [getuige] is als eerste bij mij komen wonen. Ik nam kansarme jongeren aan. Het klopt dat ik niet alleen jongeren opnam in het bedrijf, maar ook thuis.

Ik ben dit jaren blijven doen. Het klopt dat ik geen achtergrond in de hulpverlening had. Ik was vrijgezel en leefde in een relatief groot huis. De latere jongens hadden contact met Jeugdzorg. Zij mochten altijd binnenkomen. Ik begeleidde de jongeren in moeilijke fases van hun leven. Ik had de ambitie om pleegouder te worden.

U vraagt mij naar 21 juli 2012. Op die dag stond de politie voor de deur in verband met een melding van geluidsoverlast. Zij troffen mij aan, onder invloed, met drie jongeren naakt in de jacuzzi. Dat zou goed kunnen. Wij zaten regelmatig in de jacuzzi in de tuin . Het klopt dat er alcohol beschikbaar was. Er werd wel een biertje bij gedronken.

Bewijsoverwegingen

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat hij van de gehele tenlastelegging zal worden vrijgesproken, om de redenen zoals vermeld in de pleitnota van de raadsman. De verdachte ontkent stellig dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan enig seksueel misbruik.

Voorwaardelijke verzoek tot het horen van getuigen

De raadsman heeft bij wijze van voorwaardelijk verzoek het hof gevraagd om [getuige] en [getuige] als getuigen te horen. Deze verzoeken zijn al eerder gedaan en ter terechtzitting d.d. 5 november 2019 als niet noodzakelijk afgewezen.

Het hof bezigt de verklaringen van deze getuigen niet tot het bewijs. Reeds gelet daarop is het niet noodzakelijk dat het hof beslist op het herhaalde (voorwaardelijke) verzoek tot het horen van de getuigen [getuige] en [getuige] . De verdediging heeft overigens ook verzocht [getuige] als getuige te horen. Deze getuige is door de verdachte meegebracht naar de terechtzitting van het gerechtshof d.d. 6 oktober 2020 en toen gehoord.

Voorts is ter terechtzitting d.d. 6 oktober 2020 nogmaals verzocht om een verhoor van aangever [slachtoffer 2] als getuige. Ook dat verzoek is ter terechtzitting d.d. 5 november 2019 als niet noodzakelijk afgewezen. Deze getuige is in eerste aanleg uitgebreid gehoord bij de rechter-commissaris door middel van een studioverhoor. De toenmalige raadsvrouw van de verdachte was bij dat verhoor aanwezig. Zij bevond zich samen met de rechter-commissaris in de meekijkruimte en is in de gelegenheid geweest om vragen voor te leggen aan de getuige. Gelet daarop acht het hof het nogmaals horen van [slachtoffer 2] als getuige niet noodzakelijk.

Betrouwbaarheid getuigen

De raadsman heeft bepleit dat de verklaringen van aangevers/getuigen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] niet betrouwbaar zijn en daarom ongeschikt zijn om als bewijsmiddel te gebruiken. Door de betrokkenen zijn verschillende verklaringen afgelegd, die op talloze punten van elkaar verschillen, aldus de raadsman. Daarnaast is er een bijeenkomst geweest bij de getuige [getuige] , waarbij meerdere personen die tegen de verdachte aangifte hebben gedaan aanwezig waren, te weten [slachtoffer 1] , [getuige] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] . Volgens de raadsman is “collaborative storytelling” daardoor een reëel risico, alsmede het afstemmen van die verklaringen. Daarbij komt dat meerdere personen die belastend over de verdachte hebben verklaard nauw verbonden met elkaar zijn, door een familieband of als goede vriend. Ook dat maakt de verklaringen van de aangevers/getuigen onbetrouwbaar, aldus de raadsman. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat sprake is van een ‘werkoverleg’ dan wel een ‘complot’ omdat de aangevers en getuigen allemaal een clubje vormen.

Het hof overweegt als volgt.

Voor iedere betrokkene geldt dat hij pas geruime tijd na het door hem aan de orde gestelde seksueel misbruik hierover een verklaring heeft afgelegd.

In het geval van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] zijn zelfs 10 jaren of meer voorbij gegaan voordat zij met hun verklaringen over de verdachte naar buiten zijn getreden. Daarbij komt dat de aangevers/getuigen allen in meer of mindere mate te kampen hadden met problematiek op het vlak van huisvesting, gedrag dan wel op het vlak van geestelijke gezondheid. Voorts hebben de aangevers verklaard over grote schaamte om te vertellen waarbij ook een rol heeft gespeeld dat de verdachte een vriend van de familie was en hulp heeft verleend bij het oplossen van problemen.

Gelet op deze omstandigheden zal het hof de verklaringen zoals afgelegd door de aangevers en de getuigen slechts voor het bewijs bezigen voor zover daarvoor voldoende ondersteuning is te vinden in andere verklaringen dan wel andere bewijsmiddelen zoals opgenomen in het dossier.

De suggestie dat de belastende verklaringen jegens de verdachte het gevolg zijn van het overleg bij [getuige] en/of de familiaire dan wel vriendschappelijke banden tussen de betrokkenen, wordt door het hof terzijde geschoven. Deze omstandigheden brengen niet met zich dat er vanuit moet worden gegaan dat de betrokkenen hun verklaringen dientengevolge op elkaar hebben afgestemd. [getuige] is op verzoek van de verdediging in hoger beroep bij de raadsheer-commissaris gehoord over het door de verdediging aangehaalde overleg. Hij heeft verklaard dat de jongens spontaan vertelden over het seksueel contact met de verdachte en dat er niet gesproken is over specifieke handelingen. Het hof heeft in het dossier ook overigens geen aanwijzingen aangetroffen die er op duiden dat de betrokkenen de verklaringen onderling op elkaar hebben afgestemd of, in de woorden van de verdachte ter zitting in hoger beroep dat zij ‘werkoverleg’ hebben gehad dan wel sprake zou zijn van een ‘complot’ tegen verdachte. Iedere aangever dan wel getuige heeft verklaard over hetgeen hemzelf met betrekking tot het misbruik door de verdachte is overkomen, in eigen bewoordingen en met eigen details. Voor het hof is verder, zonder nadere toelichting door de verdediging – die ontbreekt, niet aannemelijk geworden dat sprake zou zijn van “collaborative storytelling”. Derhalve kan niet gezegd worden dat de aangevers/getuigen door anderen dusdanig zijn beïnvloed of onder druk gezet dat hun verklaringen om die reden als niet betrouwbaar moeten worden uitgesloten van het bewijs.

Meer specifiek met betrekking tot de ten laste gelegde feiten overweegt het hof als volgt.

Feit 1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde met betrekking tot [slachtoffer 1] heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Primair is betoogd dat de verklaringen van [slachtoffer 1] onbetrouwbaar zijn en daarom niet geschikt als bewijsmiddel. Subsidiair is bepleit dat de rest van het dossier onvoldoende steun biedt aan de verklaringen van [slachtoffer 1] . Meer subsidiair is bepleit dat niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte daadwerkelijk het lichaam van [slachtoffer 1] is binnengedrongen met zijn penis. Het gaat volgens de raadsman om een niet geslaagde poging. Bovendien volgt uit de verklaring van [slachtoffer 1] dat hij 16 jaar of ouder zou zijn geweest toen de seksuele handelingen plaatsvonden, aldus de raadsman.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof constateert dat de verklaringen van [slachtoffer 1] weliswaar op detailniveau onderling verschillen bevatten, maar dat zij in de kern met elkaar overeenstemmen. [slachtoffer 1] is gehoord in de verhoorstudio in 2013 en daarna nogmaals in 2015 via de rechter-commissaris. In de kern is hij gebleven bij zijn aangifte. Deze verklaringen staan niet op zichzelf, maar worden ondersteund door ander bewijsmateriaal.

De vader van aangever [slachtoffer 1] , te weten [vader van slachtoffer 1] , die destijds een goede vriend was van de verdachte, heeft bij de politie verklaard dat zijn zoon [slachtoffer 1] in 2012 overstuur binnenkwam, moest huilen en vervolgens vertelde dat hij ruim 10 jaar geleden door de verdachte was verkracht. Hij had al die tijd zijn mond gehouden omdat de verdachte de beste vriend was van zijn ouders. Kort daarna heeft vader [slachtoffer 1] een gesprek met de verdachte gehad en hem geconfronteerd met de beschuldigingen door zijn zoon [slachtoffer 1] . De verdachte zei dat er vroeger dingen waren gebeurd die niet door de beugel konden. De verdachte heeft gezegd had hij een verkeerde inschatting heeft gemaakt. De verdachte vertelde aan [vader van slachtoffer 1] dat aangever [slachtoffer 1] had gezegd dat hij ( [slachtoffer 1] ) geen plezier aan seks had en dat verdachte voor had gedaan hoe hij er wel plezier aan kon hebben. Gehoord bij de raadsheer-commissaris is [vader van slachtoffer 1] bij zijn verklaring gebleven.

De verklaring van aangever [slachtoffer 1] wordt verder ondersteund door de verklaringen van

[slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [getuige] en [slachtoffer 7] . [slachtoffer 3] heeft verklaard dat de verdachte zelf aan hem heeft verteld over seksuele handelingen met aangever [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] zou problemen hebben op seksueel vlak en daarom had de verdachte met hem geëxperimenteerd.

Ook [slachtoffer 4] , [getuige] en [slachtoffer 7] hebben in die zin verklaard.

[slachtoffer 7] heeft bovendien tegenover de politie verklaard dat de verdachte hem heeft verteld dat verdachte seksuele handelingen heeft verricht met aangever [slachtoffer 1] .

De verdachte zelf heeft bij de politie verklaard dat [slachtoffer 1] bij hem in bed heeft geslapen.

Door de raadsman is opgemerkt dat aangever [slachtoffer 1] het heeft over handelingen in de jacuzzi, terwijl aannemelijk is dat de jacuzzi pas in februari 2005 bij de verdachte is afgeleverd en in de tuin is geplaatst. Om die reden kunnen de verklaringen van aangever [slachtoffer 1] niet kloppen, aldus de raadsman. Het hof constateert echter, onder andere op pagina 109 van het politiedossier, dat [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de handelingen merendeels plaatsvonden op de slaapkamer (bewijsmiddel 3). Toen er tijdens dit studioverhoor op

11 april 2013 door de zedenrechercheurs werd doorgevraagd, heeft hij gezegd dat er één keer iets is gebeurd in de jacuzzi. Hij denkt dat hij toen 16 jaar oud was, hetgeen hij is geworden op [geboortedag] 2003. Deze vergissing in de tijd maakt naar het oordeel van het hof evenwel niet dat de volledige verklaring van [slachtoffer 1] als niet betrouwbaar terzijde moeten worden geschoven. Het betreffende studioverhoor vond zoals gezegd plaats op

11 april 2013, dus geruime tijd nadat de seksuele handelingen met de verdachte hebben plaatsgevonden. Aangever [slachtoffer 1] is ook op latere leeftijd nog bij de verdachte geweest, toen er wel een jacuzzi was. Bovendien is bij [slachtoffer 1] sprake van het [naam] syndroom en is hij verstandelijk beperkt (IQ rond de 70).

Al deze omstandigheden tezamen maken dat het gegeven dat de jacuzzi er pas in februari 2005 kwam, onvoldoende afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangever [slachtoffer 1] .

Aangever [slachtoffer 1] heeft niet alleen verklaard over seksuele handelingen die hebben bestaan uit pijpen en het betasten van zijn penis door de verdachte, maar ook over seksueel binnendringen, doordat de verdachte zijn penis in de anus van [slachtoffer 1] heeft gebracht. [slachtoffer 1] heeft tijdens het studioverhoor op 11 april 2013 verklaard dat het ‘in de database in zijn hoofd’ staat dat hij de eerste keer dat dat gebeurde 15 jaar oud was (bewijsmiddel 3, pagina 92 van het politiedossier). [slachtoffer 1] heeft op meerdere momenten verklaard dat al sprake was van seksuele handelingen door de verdachte toen hij 15 jaar oud was. Hij plaatst dat in de tijd doordat hij in de tweede of derde klas van het [naam] zat. Hij verklaard ook gedetailleerd over het seksueel binnendringen, zoals dat het pijn deed, dat het een super raar gevoel gaf en dat de verdachte erin ging en op en neer bewoog. Het hof heeft geen reden om eraan te twijfelen dat de verdachte daadwerkelijk de anus van [slachtoffer 1] met zijn penis is binnengedrongen; van een mislukte poging is geen sprake. Het hof komt aldus ook tot een bewezenverklaring van het eerste gedeelte van het onder 1 ten laste gelegde.

Feit 2

In hoger beroep is ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde met betrekking tot [slachtoffer 2] primair bepleit dat zijn verklaringen niet tot het bewijs mogen worden gebezigd, omdat de verdediging het ondervragingsrecht niet daadwerkelijk heeft kunnen effectueren. Het ontbreken van deze mogelijkheid is op geen enkele wijze, althans in ontoereikende mate gecompenseerd. Er is niet voldaan aan het recht op een eerlijk proces. Daarnaast zijn de verklaringen van aangever [slachtoffer 2] zeer inconsistent en inconsequent en daarmee onbetrouwbaar. De raadsman heeft er in dat verband op gewezen dat de moeder van [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij manipuleert om zijn zin te krijgen en veel liegt, om welke reden uiterst behoedzaam met zijn verklaringen moet worden omgegaan. Subsidiair is vrijspraak bepleit omdat het dossier onvoldoende steun biedt aan de verklaringen van [slachtoffer 2] .

Het hof overweegt als volgt.

[slachtoffer 2] is in eerste aanleg gehoord bij de rechter-commissaris door middel van een studioverhoor, waarbij de toenmalige raadsvrouw van de verdachte aanwezig was. Dat aangever [slachtoffer 2] tijdens het studioverhoor bij de rechter-commissaris niet alle vragen kon beantwoorden, maakt niet dat sprake is van een situatie waarin er voor de verdediging geen behoorlijke en effectieve mogelijkheid is geweest om hem als getuige te horen. De verdediging is voldoende in de gelegenheid geweest om [slachtoffer 2] als getuige te horen.

[slachtoffer 2] is tijdens het studioverhoor in 2015 bij de rechter-commissaris gebleven bij de verklaringen zoals afgelegd bij het eerdere studioverhoor in 2013, voor zover relevant in het kader van het ten laste gelegde.

Dat [slachtoffer 2] in 2012 tijdens een psychiatrisch onderzoek in een andere kwestie tegenover de onderzoeker heeft verklaard dat er geen incidenten met betrekking tot de verdachte hebben plaatsgevonden, brengt het hof niet tot een ander oordeel. Tijdens het tweede studioverhoor heeft [slachtoffer 2] hierover verklaard (p. 50 e.v.) dat hij toen vast zat en alle uitwegen zocht om zijn leven opnieuw op te bouwen en dat toen de enige optie was om bij verdachte te gaan wonen en dat dat de reden is dat hij destijds in positieve zin heeft gesproken over verdachte en geen melding heeft gemaakt van incidenten.

Naar het oordeel van het hof is voor de verklaringen van [slachtoffer 2] voorts ondersteuning te vinden in ander bewijsmateriaal in het dossier. Het hof wijst daarbij op de inhoud van proces-verbaal van bevindingen op pagina 646 van het politiedossier. Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte op 13 januari 2015 is een SD-kaart in beslag genomen, waarop bij onderzoek door de politie 4 verwijderde foto’s zijn aangetroffen. De foto’s zijn volgens de tijdsvermelding erop gemaakt op 9 juni 2010 omstreeks 23.25 uur. Het betreffen 4 foto’s van een naakte man op bed, steeds dezelfde man. Verbalisant [naam] heeft gerelateerd dat de foto’s zijn gemaakt op de slaapkamer op de eerste verdieping, rechts van de trap, in de woning van verdachte. Dat de man op de foto’s aangever [slachtoffer 2] is volgt uit de verklaring van de verdachte bij de politie. De verdachte heeft zelf verklaard een dergelijke foto te hebben gemaakt. Ook heeft hij verklaard dat [slachtoffer 2] bij hem in bed sliep.

Voorts wordt de verklaring van [slachtoffer 2] ondersteund door de verklaring van de moeder van [slachtoffer 2] , die tegenover de politie heeft verklaard dat zij een telefoongesprek van haar zoon hoorde waarin hem werd gevraagd of hij was misbruikt door de verdachte en dat zij zag dat haar zoon toen brak. Hij vond het ontzettend moeilijk om er over te praten en huilde steeds. [slachtoffer 2] heeft haar ook verteld dat hij sinds het misbruik veel moeite heeft met seksualiteit en dat, als hij overweegt seks te hebben, hij beelden krijgt van de verdachte en het misbruik.

Daarnaast worden de verklaringen van [slachtoffer 2] ondersteund door de verklaring van de getuige [slachtoffer 7] . [slachtoffer 7] heeft tegenover de politie verklaard dat de verdachte hem heeft verteld dat de verdachte seksuele handelingen heeft verricht met aangever [slachtoffer 2] .

Feit 3

Wat betreft [slachtoffer 3] heeft de raadsman aangevoerd dat het dossier geen aangifte bevat van [slachtoffer 3] . Het ontbreken van een aangifte levert in bewijstechnische zin een contra-indicatie op, aldus de raadsman.

In de onderhavige strafzaak is [slachtoffer 3] hier specifiek op bevraagd bij de rechter-commissaris. Bij die gelegenheid op 6 oktober 2015 heeft hij verklaard dat de politie hem tijdens het informatieve gesprek heeft verteld dat hij voor het doen van aangifte zeker moest weten dat er dingen waren gebeurd voor zijn 16e levensjaar, want anders zou het niet relevant zijn voor een strafzaak. Gelet hierop kan niet gezegd worden dat het ontbreken van een aangifte gevolgen heeft voor de bruikbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 3] .

De raadsman heeft ook aan de orde gesteld dat [slachtoffer 3] heeft verklaard dat de verdachte een sauna en een bubbelbad had in de [slachtoffer 2] en dat [slachtoffer 3] het contact in 2004 heeft afgekapt, zodat zijn verklaring niet kan kloppen. De jacuzzi kwam er immers pas in februari 2005.

[slachtoffer 3] heeft echter tijdens het informatief zedengesprek (pagina 339 van het politiedossier) verklaard dat het bubbelbad en de sauna er nog niet waren toen de verdachte aan zijn penis zat. Dit gegeven vormt voor het hof aldus juist een indicatie dat [slachtoffer 3] de waarheid heeft verteld.

Voor het hof heeft overigens niet aannemelijk kunnen worden dat [slachtoffer 3] de verdachte beticht van ontuchtige handelingen uit rancune, zoals de verdediging stelt. Hij is onder ede gehoord bij de rechter-commissaris en heeft bij die gelegenheid verklaard dat hij bij de politie de waarheid heeft verteld.

De verklaring van [slachtoffer 3] vindt ondersteuning in de verklaringen van [slachtoffer 5] . Deze heeft verklaard dat hij van [slachtoffer 3] zelf heeft gehoord dat [verdachte] ’s nachts bij hem op de kamer kwam en dan aan zijn penis zat om hem af te trekken waardoor [slachtoffer 3] wakker werd.

Feit 4

Wat betreft [slachtoffer 4] is nog betoogd door de verdediging dat er opmerkelijke verschillen zijn tussen zijn verklaring tijdens het informatief gesprek bij de politie en zijn verklaring bij de rechter-commissaris. Het hof merkt op dat [slachtoffer 4] daar op 6 oktober 2015 specifiek over bevraagd is bij de rechter-commissaris (zie blad 7 van het proces-verbaal van getuigenverhoor). Hij heeft bij die gelegenheid onder ede verklaard dat hij bij de politie de waarheid heeft verteld, dat zijn herinneringen toen nog vers waren en dat een en ander inmiddels een beetje is weggezakt. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [slachtoffer 4] gedurende langere tijd bij de verdachte heeft gewoond. Mogelijk dat hij daardoor tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris in de war was over de vraag of hij wel of niet in de jacuzzi heeft gezeten en welke personen daar bij waren. Dat doet echter niet af aan de kern van zijn verklaring, inhoudende dat hij op de eerste avond bij de verdachte in bed heeft geslapen, alcohol had genuttigd, in slaap was gevallen en wakker werd door een hand die zijn ballen betastte. Daarover zijn zijn verklaringen helder en eenduidig.

Het hof acht ondersteunend voor de verklaring van [slachtoffer 4] de omstandigheid dat op

21 juli 2012 de politie [slachtoffer 4] heeft aangetroffen onder invloed van alcohol samen met onder andere verdachte in de tuin en dat alle aanwezigen, naar de verbalisanten hebben waargenomen, een erectie hadden.

Verdachte heeft een en ander bevestigd in zijn verklaring bij de politie.

Feit 5

Wat betreft [slachtoffer 5] is nog betoogd dat deze heeft verklaard dat het misbruik overal heeft plaatsgevonden, op de bank, op de slaapkamer en in de jacuzzi, terwijl het misbruik zou hebben plaatsgevonden in de periode van [datum] 2003 tot en met [datum] 2005. De desbetreffende periode in de tenlastelegging hangt echter samen met het verwijt dat de verdachte bij het onder 5 tenlastegelegde wordt gemaakt, alwaar hem wordt verweten dat hij ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 5] vóórdat hij 16 was.

Uit de verklaringen van [slachtoffer 5] blijkt echter dat hij ook nadat hij 16 jaar oud was geworden bij de verdachte kwam; er hebben zelfs seksuele handelingen door de verdachte plaatsgevonden toen hij, [slachtoffer 5] , 21 jaar oud was. De handelingen waarover [slachtoffer 5] verklaart, hebben dus over een veel langere periode plaatsgevonden dan waar de tenlastelegging betrekking op heeft. Bovendien is de jacuzzi in februari 2005 in de [slachtoffer 2] van de verdachte geplaatst, terwijl de tenlastegelegde periode loopt tot en met [datum] 2005.

Wat betreft het aantal keren dat door de verdachte ontuchtige handelingen met hem zijn gepleegd, heeft [slachtoffer 5] zijn verklaring bij zoals de politie afgelegd, ten overstaan van de rechter-commissaris naar beneden bijgesteld. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat [slachtoffer 5] zelf, zonder concrete vraag daarover, aan het begin van zijn verhoor daarover zegt: “Ik heb bij de politie een verklaring afgelegd. Ik heb dat naar waarheid gedaan. Het is wel zo dat ik wat snel antwoord moest geven op de vraag hoe vaak het gebeurd was. Ik heb toen gezegd 40 tot 50 keer. Later heb ik mij gerealiseerd dat dat wat hoog ingeschat was. Het was eerder tussen de 10 en 20 keer in totaal maar ik kan het nog steeds niet precies zeggen”. Voor het hof staat hiermee vast dat het seksueel misbruik meerdere malen heeft plaatsgevonden.

Ondersteuning

Naar het oordeel van het hof staan de aangiftes/verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] niet op zichzelf, maar vinden deze voldoende steun in ander bewijs zoals hierboven in de bewijsmiddelen is aangegeven. Bovendien ondersteunen deze verklaringen elkaar over en weer. Ook vinden zij ondersteuning in de verklaringen van [slachtoffer 7] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] . Allen hebben verklaard dat zij in de woning van de verdachte in [plaats] kwamen, dat de verdachte hen behulpzaam was met hun problemen, dat de verdachte ontuchtige handelingen met hen heeft gepleegd op het moment dat zij minderjarig dan wel jongmeerderjarig waren, terwijl de seksuele handelingen (voor een groot deel) plaatsvonden nadat zij met de verdachte alcohol hadden gedronken.

Dwang

Ten aanzien van het onder 3 en 4 tenlastegelegde heeft de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat geen sprake is geweest van dwang.

Wat betreft [slachtoffer 3] is aangevoerd dat deze bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat de verdachte hem niet dwong tot het ondergaan van de handelingen. Wat betreft [slachtoffer 4] is aan de orde gesteld dat hij heeft verklaard dat toen hij zich omdraaide het stopte, zodat de verdachte hem niet heeft gedwongen tot het ondergaan van ontuchtige handelingen.

Het hof overweegt als volgt.

Uit vaste jurisprudentie volgt dat de dwang in artikel 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht van dien aard moet zijn dat de ander zich naar redelijke verwachting niet tegen de seksuele handelingen heeft kunnen verzetten, dan wel door toedoen van de verdachte in een zodanig bedreigende situatie is gebracht dat deze zich daaraan niet heeft kunnen onttrekken. Of dat het geval is laat zich niet in het algemeen beantwoorden, maar hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Van dwang kan ook sprake zijn in het geval door onverhoeds handelen verzet wordt voorkomen.

[slachtoffer 3] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat de voorvallen op de zonnebank na alcoholgebruik voorvielen en dat hij aangeschoten was na het drinken van bier. De verdachte pakte dan zijn piemel vast en begon met aftrekken. [slachtoffer 3] duwde de verdachte dan weg, maar dat was niet zo eenvoudig omdat hij aangeschoten was. De verdachte ging dan door. Naar het oordeel van het hof blijkt uit deze omstandigheden dat de verdachte [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen. Immers, [slachtoffer 3] liet blijken dat hij het niet wilde, maar de verdachte ging toch door. Dat hij uiteindelijk stopte doet daar niet aan af.

Ook heeft [slachtoffer 3] verklaard dat hij lag te slapen en dat hij op een gegeven moment wakker werd en bemerkte dat de verdachte hem aan het pijpen was. Hij heeft de verdachte toen geslagen. In dat geval is sprake geweest van onverhoeds handelen. [slachtoffer 3] is door de verdachte tijdens zijn slaap op seksuele wijze aangeraakt en heeft zich vervolgens verzet.

Ook bij [slachtoffer 4] is sprake geweest van onverhoeds handelen. [slachtoffer 4] verkeerde in een benarde situatie door problemen met zijn huisvesting. Hij mocht bij de verdachte logeren, in diens bed. [slachtoffer 4] had alcohol gedronken en was in slaap gevallen. Hij werd vervolgens wakker doordat de hand van de verdachte, die aan het wrijven was, in zijn boxershort ging en aan zijn ballen kwam. Vervolgens heeft hij zich verzet, door zich met een ruk om te draaien. Op dat moment was hij echter al gedwongen geweest tot het zonder instemming ondergaan van seksuele handelingen, die hem overkwamen terwijl hij lag te slapen.

Het verweer wordt verworpen.

Al hetgeen overigens door de verdediging naar voren is gebracht heeft het hof niet gebracht tot een ander oordeel en de verweren worden in zoverre verworpen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam

en

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat aan hem in het geval van een bewezenverklaring een gevangenisstraf zal worden opgelegd waarvan de duur gelijk is aan de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht, eventueel in combinatie met een voorwaardelijk strafdeel. Daartoe is aangevoerd dat door de wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep een strafverzwarende omstandigheid is geschrapt, alsmede dat het gaat om oude feiten. Gelet op het tijdsverloop ligt het volgens de raadsman niet in de rede dat de verdachte nu nog naar de gevangenis terug zou moeten.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Het gaat in deze strafzaak om het plegen van ontuchtige handelingen, begaan jegens minderjarigen en jongmeerderjarigen. Bij het onder 1 bewezenverklaarde betreft het mede het seksueel binnendringen van het lichaam, hetgeen voor de betrokkene een bijzonder ingrijpende ervaring moet zijn geweest.

Zoals de rechtbank heeft overwogen, waren de slachtoffers destijds kwetsbare jongens, een aantal met een verstandelijke beperking. De jongens hadden gedragsproblemen en ondervonden problemen op meerdere leefgebieden. Sommigen hadden een complexe en onveilige thuissituatie, waardoor zij in hun ontwikkeling werden bedreigd. In de moeilijke situatie waarin de slachtoffers zich bevonden, heeft de verdachte zich opgeworpen als hulpverlener en zijn huis voor hen open gesteld. Hij heeft hun vertrouwen gewonnen. De verdachte had, mede door het grote leeftijdsverschil, overwicht.

De jongens vertrouwden hem en werden in toenemende mate van hem afhankelijk. Van dit vertrouwen heeft de verdachte door het begaan van de bewezenverklaarde feiten op grove wijze misbruik gemaakt. Dat rekent het hof de verdachte zeer zwaar aan. Daarbij komt dat op basis van de verklaringen van de slachtoffers kan worden vastgesteld dat regelmatig sprake is geweest van excessief drankgebruik, hetgeen werd gefaciliteerd door de verdachte. Als de slachtoffers onder invloed van alcohol verkeerden pleegde de verdachte seksuele handelingen.

Door zijn handelen heeft verdachte niet alleen misbruik gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen en van het overwicht dat hij op de slachtoffers had, maar heeft hij tevens een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van deze minderjarigen en jongmeerderjarigen en hun seksuele ontwikkeling verstoord. Uit de slachtofferverklaringen van aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] blijkt dat verdachtes handelen nog steeds vergaande psychische gevolgen voor hen heeft. De verdachte heeft zich kennelijk geen rekenschap gegeven van de belangen van de slachtoffers en zich met name bekommerd om de bevrediging van zijn behoefte aan intimiteit en seks met jonge mannen.

Ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d.

9 april 2020, waaruit blijkt dat hij niet eerder onherroepelijk tot straf is veroordeeld ter zake van een zedenmisdrijf.

Voorts heeft het hof in het kader van de straftoemeting kennis genomen van het multidisciplinair triple-onderzoek d.d. 18 maart 2016, opgemaakt door psychiater [naam] , psycholoog [naam] en forensisch milieurapporteur [naam] . De rapporteurs beschrijven dat bij de verdachte sprake is van een cognitieve stoornis NAO (niet aangeboren hersenaandoening na een ongeval in 2014), maar dat daarvan geen sprake was ten tijde van de tenlastegelegde feiten, noch van een andere ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling.

Voorts heeft het hof acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde is de oplegging van een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk gelijk is aan de duur van het voorarrest - ondanks de ouderdom van de feiten en de gezondheidssituatie van verdachte - niet aan de orde. Met de rechtbank en de advocaat-generaal acht het hof het passend en geboden aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Redelijke termijn

Door verdachte is op 8 november 2017 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Het onderhavige arrest wordt gewezen op 20 oktober 2020. Derhalve is sprake van een tijdsverloop van meer dan twee jaar na het instellen van het hoger beroep. Het gaat om een overschrijding van bijna één jaar. Het hof acht geen bijzondere omstandigheden aanwezig die een dergelijk tijdsverloop rechtvaardigen. Een en ander brengt met zich mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden.

Nu de redelijke termijn is geschonden, zal worden volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 33 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest.

Beslag

Het in de woning van de verdachte in beslag genomen pistool, is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu dit bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de

verdachte begane misdrijf werd aangetroffen en dit van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot vergoeding van immateriële schade ter hoogte van € 4.400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten van tenuitvoerlegging. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van verdachtes onder 1 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden van het geval, de ernst van de gevolgen voor het slachtoffer en de bedragen die in soortgelijke gevallen worden toegekend, acht het hof een smartengeldvergoeding zoals gevorderd billijk. De verdachte is tot vergoeding van de schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Genoemd bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2003 tot aan de dag der algehele voldoening, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Schadevergoedingsmaatregel ( [slachtoffer 1] )

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het onder 1 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer 1] is toegebracht tot een bedrag van € 4.400,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op

te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2003 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot vergoeding van immateriële schade ter hoogte van € 4.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten van tenuitvoerlegging. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van verdachtes onder 2 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden van het geval, de ernst van de gevolgen voor het slachtoffer en de bedragen die in soortgelijke gevallen worden toegekend, acht het hof een smartengeldvergoeding zoals gevorderd billijk. De verdachte is tot vergoeding van de schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Genoemd bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Schadevergoedingsmaatregel ( [slachtoffer 2] )

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het onder 2 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer 2] is toegebracht tot een bedrag van € 4.000,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op

te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot vergoeding van immateriële schade ter hoogte van € 3.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten van tenuitvoerlegging. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] als gevolg van verdachtes onder 5 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden van het geval, de ernst van de gevolgen voor het slachtoffer en de bedragen die in soortgelijke gevallen worden toegekend, acht het hof een smartengeldvergoeding zoals gevorderd billijk. De verdachte is tot vergoeding van de schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Genoemd bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2005 tot aan de dag der algehele voldoening, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Schadevergoedingsmaatregel ( [slachtoffer 5] )

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het onder 5 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer 5] is toegebracht tot een bedrag van € 3.000,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op

te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2005 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14 b, 14c, 36b, 36c, 36d, 36f, 57, 245, 246 en 247 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraak van het eerste deel van het onder 2 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 33 (drieëndertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een pistool, kleur zwart.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 4.400,00 (vierduizend vierhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.400,00 (vierduizend vierhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 54 (vierenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op

14 november 2003.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 4.000,00 (vierduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.000,00 (vierduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 50 (vijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op

22 juni 2011.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 3.000,00 (drieduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5] , ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van

€ 3.000,00 (drieduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 40 (veertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op

25 september 2005.

Aldus gewezen door:

mr. J. Platschorre, voorzitter,

mr. drs. P. Fortuin en mr. P.J. Hödl, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,

en op 20 oktober 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. drs. P. Fortuin [is] buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

In de hierna volgende bewijsmiddelen wordt - tenzij anders vermeld - verwezen naar het proces-verbaal van de Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, Divisie Recherche, Team Zeden, proces-verbaalnummer 2013021197, onderzoeksnummer 20TOZ14142, Onderzoek Sandau, gesloten op 29 mei 2015 en op ambtseed opgemaakt door [naam] , inspecteur, met bijlagen, bestaande uit in wettige vorm opgemaakte processen-verbaal en/of geschriften, doorgenummerde dossierpagina's 1-740.

Dossierpagina’s 53-56.

Dossierpagina’s 72-75.

Dossierpagina’s 76-189.

Opgenomen in de RC-map, proces-verbaal d.d. 23 oktober 2015, p. 1-3 en verbatim verslag, p. 1-72.

Dossierpagina’s 434-448.

Los opgenomen in het dossier.

Los opgenomen in het dossier.

Dossierpagina’s 476-484.

Dossierpagina’s 192-202.

Dossierpagina’s 263-338.

Opgenomen in de RC-map, proces-verbaal d.d. 23 oktober 2015, p. 1-3 en verbatim verslag, p. 1-55.

Opgenomen in de RC-map, proces-verbaal d.d. 1 oktober 2015, blad 15-18.

Dossierpagina’s 389-413.

Dossierpagina’s 339-342.

Opgenomen in de RC-map, proces-verbaal d.d. 6 oktober 2015, blad 2-5.

Dossierpagina’s 343-350.

Dossierpagina’s 351-364.

Opgenomen in de RC-map, proces-verbaal d.d. 6 oktober 2015, blad 6-9.

Los opgenomen in het dossier, als bijlage bij de brief van de advocaat-generaal d.d. 29 mei 2019 (in reactie op de onderzoekswensen verdediging).

Dossierpagina’s 34 en 48.

Dossierpagina’s 370-372.

Dossierpagina’s 373-381.

Opgenomen in de RC-map, proces-verbaal d.d. 6 oktober 2015, blad 10-12.

Dossierpagina’s 423-432.

Dossierpagina’s 543-550.

Dossierpagina’s 714-727.

Dossierpagina’s 729-738.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature