E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHSHE:2020:1703
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 200.268.732_01

Inhoudsindicatie:

In een executiegeschil waarbij het erom gaat of dwangsommen zijn verbeurd omdat een verbod niet is nageleefd geldt een restrictieve interpretatieregel, te weten de regel dat een redelijke uitlegging van een dergelijk verbod meebrengt dat de draagwijdte daarvan beperkt is te achten tot handelingen waarvan niet kan worden betwijfeld dat zij, mede gelet op de gronden waarop het verbod werd gegeven, inbreuken als door de rechter verboden opleveren

De kern van de arresten van de Hoge Raad van 15 november 2002, (ECLI:NL:HR:2002:AE9400) en 15 april 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AS5238) is dat de rechter bij de beantwoording van de vraag of dwangsommen zijn verbeurd doel en strekking van het verbod tot richtsnoer dient te nemen, zodanig dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel. Wat doel en strekking van het verbod zijn dient door restrictieve uitleg te worden bepaald. Vervolgens geldt dat het dictum van een uitspraak dient te worden uitgelegd met inachtneming van de overwegingen in de uitspraak die tot die beslissing hebben geleid (Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:369).

Het belang van de hiervoor vermelde maatstaven is hierin gelegen dat degene die het door de rechter is verboden op straffe van een dwangsom bepaalde handelingen te verrichten uit het vonnis moet kunnen begrijpen welke handelingen het betreft. In het geval van deze zaak is een restrictieve uitleg temeer van belang omdat het hier gaat om gestelde onrechtmatige hinder en het antwoord op de vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is afhangt van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebracht schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder ook de plaatselijke omstandigheden. Deze maatstaf brengt mee dat ten aanzien van elke handeling waarvan wordt gesteld dat deze onrechtmatige hinder veroorzaakt de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder ook de plaatselijke omstandigheden dienen te worden gewogen om vervolgens te oordelen of deze handeling al dan niet onrechtmatige hinder veroorzaakt.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie