E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHSHE:2020:1476
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19/00265 en 19/00272

Inhoudsindicatie:

Belanghebbende is Rijnvarende. Op het loon zijn door de werkgever in Luxemburg al sociale verzekeringspremies ingehouden. De Belastingdienst heft premie volksverzekeringen over 2007. Het in het onderhavige jaar (2007) van toepassing zijnde Rijnvarendenverdrag voorziet niet in een zelfde soort dwingende regeling als opgenomen is in de sinds 1 mei 2010 geldende toepassingsverordening om de verzekerings- en premieplicht van werknemers die werken in twee of meer staten vóóraf te coördineren en/of een dubbele heffing achteraf ongedaan te maken door verrekening in Nederland van in een andere lidstaat reeds geheven premies sociale verzekeringen. Een Rijnvaartverklaring of een ‘Certificat d’Exploitant’ kunnen een aanwijzing vormen voor wie het schip daadwerkelijk exploiteert en wie beslissingsbevoegd is voor het economische en commerciële management van het schip, maar tegen deze aanwijzing kan tegenbewijs worden geleverd. Belanghebbende is verzekerings- en premieplichtig voor de sociale verzekeringen in Nederland. Belanghebbende kan achteraf verzoeken om een zogenoemde regularisatie als bedoeld in artikel 13 van het Rijnvarendenverdrag en /of herziening van een definitieve uitspraak van de belastingrechter. De aanslag blijft in stand.

Instemming om later op het bezwaar te beslissen houdt in dat de verlenging niet meetelt voor de overschrijding van de redelijke termijn.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie