E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHSHE:2019:799
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 200.208.733_01

Inhoudsindicatie:

In dit arrest doet het hof de zaak FNV c.s./[de vennootschap 1] af, die door de Hoge Raad naar het hof was verwezen bij arrest van 25 november 2016, nummer 15/03022, ECLI:NL:HR:2016:2687. De vorderingen van FNV c.s. worden grotendeels toegewezen.

In het tussenarrest van 24 oktober 2017 had het hof [de vennootschap 1] toegelaten te ontzenuwen de voorshands bewezen geachte stelling dat op 20 mei 2010 mondeling tussen FNV en [de vennootschap 2] is overeengekomen dat het Sociaal Plan ook van toepassing zou zijn op de achterblijvers. Het hof komt in dit eindarrest tot de slotsom dat [de vennootschap 1] hierin niet geslaagd is.

De uitleg van de wilsovereenstemming, die op 20 mei 2010 tussen FNV en [de vennootschap 2] is bereikt, op het punt van de vraag of de achterblijvers al dan niet onder het Sociaal Plan zouden vallen moet naar oordeel van het hof worden beantwoord volgens de Haviltexmaatstaf (rov. 6.4 tot en met 6.10).

Het hof blijft, wat betreft de waardering van de gebeurtenissen na 20 mei, bij hetgeen al is overwogen in rov. 3.4.12 van het tussenarrest. De conclusie daarvan is dat de achterblijvers onder het Sociaal Plan vallen. (rov. 6.11).

Ook de door [de vennootschap 1] afgegeven garantie wordt uitgelegd met de Haviltexmaatstaf (rov. 6.13). Het hof komt tot de slotsom dat de garantie van [de vennootschap 1] alle verplichtingen van [de vennootschap 2] uit hoofde van het Sociaal Plan betrof, dus ook de verplichtingen jegens de achterblijvers (rov. 6.14).

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie