E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHSHE:2019:3446
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, K19/200064

Inhoudsindicatie:

Het hof is van oordeel dat beklaagde, een geitenhouder, vervolgd dient te worden wegens dood door schuld. De zoon van klaagster is na een bezoek aan de geitenhouderij van beklaagde besmet geraakt met Q-koorts als gevolg waarvan hij is overleden. Het hof ziet, gelet op de ernst van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan, alsmede gelet op de zich in het dossier bevindende aanwijzingen, aanleiding om het beklag gegrond te verklaren en de vervolging van beklaagde te bevelen. Het dossier bevat voldoende aanwijzingen voor de gerede kans dat de strafrechter zal oordelen dat beklaagde anders had moeten handelen waardoor besmetting en het als gevolg daarvan overlijden van de zoon hadden kunnen worden voorkomen. Het hof heeft hierbij in aanmerking genomen dat in 2008 antistoffen tegen Q-koorts in de tankmelk van de geiten van beklaagde zijn aangetroffen, en dat de Q-koortsepidemie ten tijde van het bezoek van de zoon aan het bedrijf van beklaagde al geruime tijd in Brabant en Gelderland gaande was. Beklaagde heeft zelf verklaard dat hij op 18 maart 2009 de dierenarts heeft laten komen omdat hij op grond van zijn constatering dat sinds een week sprake was van een verhoogd aantal abortussen een vermoeden had dat zijn geiten ziek waren en dat hij bij die stand van zaken de opdracht aan de dierenarts heeft gegeven om monsters af te nemen. Beklaagde heeft in dit verband gesteld dat hij als eerste dacht aan de ziekte chlamydia, maar daarmee is voorshands, gezien de omstandigheden van dit geval, niet gezegd dat op dat moment een reële kans op besmetting met Q-koorts kon worden uitgesloten. Uit onderzoek van bedoelde monsters blijkt dat 3 van de 5 monsters besmet waren met Q-koorts. Uit de eerste publicaties volgt dat voorzichtigheid geboden is indien zich verwerpingen voordoen zonder dat daarvan een oorzaak is vastgesteld. Ter voorkoming van eventuele besmetting dienen alsdan kwetsbare groepen en bezoekers geweerd te worden uit de stallen. Beklaagde heeft het bezoek met een klas (kwetsbare) kinderen toegelaten op zijn boerderij en in de stallen om met de nieuw geboren lammetjes te knuffelen. Als zeer waarschijnlijk gevolg hiervan zijn diverse kinderen, medewerkers en ouders besmet geraakt met Q-koorts, zo ook, naar voorshands eveneens in hoge mate waarschijnlijk is, de zoon en klaagster. Tot op heden is niet gebleken dat beklaagde, toen op 18/19 maart 2009 Q-koortsbesmetting als oorzaak van het verhoogde aantal verwerpingen in de voorafgaande week allerminst kon worden uitgesloten, het bezoek van de klas voordat deze op zijn bedrijf arriveerde, heeft afgezegd. Hierbij neemt het hof ook in overweging dat beklaagde reeds een dag later (20 maart 2009) kennelijk een zodanige vrees voor Q-koortsbesmetting heeft dat hij zijn medewerkers op de hoogte stelt van een eventuele besmetting en ook maatregelen neemt, terwijl pas vijf dagen later (op 25 maart 2009) de boerderij officieel besmet wordt verklaard. Voorts weegt het hof mee dat beklaagde een zorgboerderij had waar (zeer) kwetsbare mensen werkzaam waren. 92% van alle medewerkers zijn besmet geraakt met Q-koorts. Als het waar is dat de ‘hulpboeren’ de kadavers moesten opruimen, geldt voorshands dat niet voldoende zorg in acht is genomen om te voorkomen dat deze kwetsbare personen besmet zouden raken. Het hof is van oordeel dat, gelet op de ernstige gevolgen, het opportuun is om de zaak voor de strafrechter te brengen. Nog daargelaten dat niet kan worden uitgesloten dat nader onderzoek nodig of wenselijk is om beklaagde succesvol te vervolgen ter zake van dood door schuld – welk onderzoek in het kader van een aanhangige strafprocedure kan worden verricht -, zijn er volgens het hof reeds nu voldoende aanwijzingen om het beklag gegrond te verklaren en de vervolging van beklaagde te bevelen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie