E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHSHE:2018:2464
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17/00004

Inhoudsindicatie:

Belanghebbende was, middels [E] B.V., voor 50% aandeelhouder in [B] B.V. Op [datum] 2009 heeft [E] B.V. de aandelen in [B] B.V. verkocht. Aangezien op het moment van de aandelenoverdracht onvoldoende vermogen aanwezig was om de vennootschapsbelastingclaim ter zake van de herinvesteringsreserve te voldoen, komt het Hof tot het oordeel dat de dividenduitkering die [B] B.V. op 2 april 2009 heeft gedaan niet aangemerkt kan worden als een vermindering van het vermogen die heeft plaatsgevonden ten gevolge van de normale bedrijfsvoering van deze vennootschap. Naar het oordeel van het Hof kan belanghebbende derhalve, in beginsel, op grond van artikel 40, lid 1, van de IW juncto artikel 40, lid 3, van de IW aansprakelijk gesteld worden voor een bedrag van € 83.702 ter zake van de aan [B] B.V. opgelegde, doch onbetaald gebleven, aanslag in de vennootschapsbelasting over het jaar 2009. Belanghebbende slaagt, naar het oordeel van het Hof, echter in het leveren van het bewijs als bedoeld in artikel 40, lid 6, van de IW . Het Hof vernietigt de aan belanghebbende opgelegde beschikking aansprakelijkstelling.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie