< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

art. 287/289/302/45 Sr: Verdachte heeft aan het einde van een communiefeest twee personen met een mes in hun buik gestoken. Vrijspraak van de telkens tenlastelegde poging tot moord cq. doodslag omdat het hof voorwaardelijk

opzet op de dood niet bewezen acht (oppervlakkige verwondingen, onbekend formaat mes, onbekende kracht waarmee is gestoken) . Bewezen verklaring van twee pogingen tot zware mishandeling.

Oplegging van een gevangenisstraf van 3 jaar.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



Sector strafrecht

Parketnummer : 20-001010-12

Uitspraak : 5 november 2012

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te

's-Hertogenbosch van 28 februari 2012 in de strafzaak met parketnummer 01-839424-11 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1961],

thans verblijvende in Penitentiaire Inrichting Vught - Nieuw Vosseveld 2 HVB te Vught.

Hoger beroep

Bij voormeld vonnis is de verdachte ter zake van feit 1 subsidiair (poging tot zware mishandeling), feit 2 subsidiair (poging tot zware mishandeling) en feit 3 subsidiair (poging tot zware mishandeling) veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar met aftrek van voorarrest en is hij vrijgesproken van feit 4.

Daarnaast heeft de rechtbank inzake v.i.-nummer 99-000023-44 de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling (over een periode van 365 dagen) toegewezen.

De officier van justitie en de verdachte hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep moet het hoger beroep van de verdachte worden begrepen als uitdrukkelijk niet te zijn gericht tegen de vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde feit.

De advocaat-generaal heeft meegedeeld dat het hoger beroep van het openbaar ministerie weliswaar onbeperkt is ingesteld, maar dat hij evenals de officier van justitie in eerste aanleg vrijspraak zal vorderen van feit 4.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het beroepen vonnis zal vernietigen en – opnieuw rechtdoende – het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren, te weten: telkens poging doodslag, en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 7 jaar met aftrek van voorarrest. Met betrekking tot feit 4 is vrijspraak gevorderd.

Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling zal worden toegewezen.

De verdediging heeft betoogd dat verdachte van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde integraal moet worden vrijgesproken. In subsidiaire zin heeft de verdediging bepleit dat in geval het hof de verdachte van één of twee feiten zal vrijspreken, aan verdachte een lagere gevangenisstraf zal worden opgelegd dan de rechtbank heeft opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter en voorts omdat het hof zich niet kan verenigen met de beslissing van de eerste rechter ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [A] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [A] één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens buik(streek) en/of rug en/of romp, in elk geval in diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade aan [A] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [A] één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens buik(streek) en/of rug en/of romp, in elk geval in diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [A] heeft mishandeld door hem met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens buik(streek) en/of rug en/of romp, in elk geval in diens lichaam, te steken en/of te snijden;

2.

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [B] van het leven te beroven, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [B] één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens buik(streek), in elk geval in diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade aan [B] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [B] één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens buik(streek), in elk geval in diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [B] heeft mishandeld door hem met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens buik(streek), in elk geval in diens lichaam, te steken en/of te snijden;

3.

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van zijn voornemen om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [C] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met (een) ander, althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [C] één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens thorax en/of romp en/of bovenlichaam, in elk geval in diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van zijn voornemen om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade aan [C] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [C] één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens thorax en/of romp en/of bovenlichaam, in elk geval in diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [C] heeft mishandeld, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) die [C] met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg één of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp, in diens thorax en/of romp en/of bovenlichaam, in elk geval in diens lichaam, gestoken en/of gesneden;

4.

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van zijn voornemen om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [D] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die [D] één of meermalen met een mes en/of schroevendraaier, althans een scherp voorwerp, in haar thorax en/of romp en/of bovenlichaam, in elk geval in haar lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van zijn voornemen om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade aan [D] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg die van [D] één of meermalen met een mes en/of schroevendraaier, althans een scherp voorwerp, in haar arm en/of thorax en/of romp en/of bovenlichaam, in elk geval in haar lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of één of meermalen (met kracht) tegen haar borstkas en/of bovenlichaam heeft getrapt en/of geschopt en/of geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 14 juni 2011 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [D] heeft mishandeld, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg één of meermalen met een mes en/of schroevendraaier, althans een scherp voorwerp, in haar arm en/of thorax en/of romp en/of bovenlichaam, in elk geval in haar lichaam, gestoken en/of gesneden en/of één of meermalen (met kracht) tegen haar borstkas en/of bovenlichaam getrapt en/of geschopt en/of geduwd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak feit 3 en 4

Het hof acht met de verdediging niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Het hof overweegt daartoe het volgende.

Onder 3 is tenlastegelegd dat de verdachte met een mes of scherp voorwerp [C] heeft gestoken of gesneden.

Het enige rechtstreekse bewijsmiddel hiervoor is de verklaring van getuige [getuige 1] zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 22 oktober 2012 en bij de rechter-commissaris op 13 december 2011. Echter in zijn verklaring bij de politie op 7 juli 2011 heeft [getuige 1] verklaard dat [C] zou zijn gestoken door de medeverdachte [V] (pag. 234). De getuige [getuige 1] heeft er desgevraagd ter terechtzitting in hoger beroep geen verklaring gegeven waarom hij aanvankelijk, betrekkelijk kort na het incident, bij de politie de medeverdachte heeft genoemd als de persoon die [C] heeft gestoken, anders dan dat –samengevat – het allemaal heel snel gebeurde en de situatie erg chaotisch was. Het hof acht de verklaring van [getuige 1] niet zonder meer betrouwbaar.

De overige getuigenverklaringen die zich in het dossier bevinden, daaronder begrepen de verklaringen die de rechtbank voor het bewijs voor dit feit heeft gebruikt, zijn verklaringen van personen die niet rechtstreeks hebben gezien dat verdachte degene was die [C] heeft gestoken. Ook aangever [C] heeft zelf niet kunnen waarnemen wie hem heeft gestoken, aangezien kort tevoren zijn T-shirt over zijn hoofd was getrokken. Derhalve kunnen deze verklaringen de twijfel aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 1] niet wegnemen.

Het hof is dan ook van oordeel dat er onvoldoende overtuigend bewijs is voor dit feit.

Met de advocaat-generaal en de verdediging acht het hof niet bewezen dat de verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij ook van dit feit zal worden vrijgesproken.

Het bewijs met betrekking tot feit 1 en feit 2

1. Bewijsmiddelen feit 1

1.1 Een proces-verbaal van aangifte, d.d. 14 juni 2011, voor zover inhoudende een verklaring van aangever [A]:

Op 14 juni 2011 werd te Geldrop het feit gepleegd. Ik was aanwezig op een communiefeest op de [adres] te Geldrop. Daar waren onder anderen ook aanwezig [getuige 2], [V] en [verdachte], dit is de vader van [V].

Ik pakte toen die vader van [V]. Die gooide ik op de grond. We vielen allebei op de grond. Ik voelde dat ik geprikt werd. Ik voelde dat hij me met iets prikte. Ik zag dat hij iets in zijn hand had. Ik zag dat hij een stekende beweging maakte met zijn arm komende uit de richting van zijn buik. Ik zag dat ik 3 of 4 keer was gestoken in mijn buik. Ik zei toen tegen [getuige 2] (het hof begrijpt, gelet op de inhoud van het procesdossier: [getuige 2]) dat ik gestoken was.

1.2 Een proces-verbaal van verhoor, d.d. 5 juli 2011, voor zover inhoudende een verklaring van aangever [A]:

Ik heb [verdachte] van [getuige 2] (het hof begrijpt, gelet op de inhoud van het procesdossier: [getuige 2]) afgetrokken. We vielen samen op de grond. Toen ik op de grond lag voelde ik meteen dat ik gestoken werd door [verdachte]. Ik werd in mijn buik gestoken. [verdachte] stond met iets in zijn hand.

1.3. Een Aanvraagformulier medische informatie, d.d. 30 juni 2011, voor zover inhoudende:

Aan: St. Anna Ziekenhuis te Geldrop

Verzoek om medische informatie over:

Achternaam : [A]

Voorna(a)m(en) : [voornamen A]

Datum voorval : 14-06-2011

Medische informatie betreffende [A]

Datum onderzoek 14-06-2011

I. Omschrijving van het letsel

Uitwendig waargenomen letsel: diverse steekwonden romp voor.

Ondertekend te Geldrop door de arts op 30 juni 2011.

1.4. Een proces-verbaal van verhoor (met bijlagen), d.d. 14 juni 2011, voor zover inhoudende een verklaring van [B]:

Ik zag dat [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) 2 keer een stekende beweging maakte in de richting van mijn vader [A] (het hof begrijpt, gelet op de inhoud van het procesdossier: aangever [A]). Ik ben toen meteen ertussen gesprongen. Ik zag toen dat [verdachte] een mes in zijn rechterhand had.

1.5. Een proces-verbaal van verhoor, d.d. 23 juni 2011, voor zover inhoudende een verklaring van [getuige 2]:

(Pag. 381)

V: Wat gebeurde er?

A: Ik zag [V], [verdachte] en mijn oom [A] (het hof begrijpt, gelet op de inhoud van het procesdossier: aangever [A]). Ze hadden elkaar vast. Het gebeurde net buiten de tent. Ik ben er tussen gesprongen. Toen ik er tussen sprong hoorde ik [A] roepen “Ik ben gestoken”. Ik zag bloed bij zijn buik.

(…) Ik heb daarna [verdachte] met een mes zien staan. Toen ik dat mes zag stond [verdachte] al wat in de richting van de poort.

1.6. Een proces-verbaal van verhoor, d.d. 23 juni 2011, voor zover inhoudende een verklaring van [getuige 3]:

(Pag. 370)

U vraagt mij wat [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) deed.

Ik zag dat hij aan het vechten was met [A] (het hof begrijpt, gelet op de inhoud van het procesdossier: aangever [A]). Ik hoorde toen opeens dat [A] gestoken was. Ik hoorde dat [A] riep: Godverdomme ze hebben me gestoken.

2. Bewijsmiddelen feit 2

2.1 Een proces-verbaal van aangifte, d.d. 21 juni 2011, voor zover inhoudende een verklaring van aangever [B]:

Hierbij wens ik aangifte te doen van poging tot zware mishandeling. In de nacht van 13 op 14 juni 2011 bevond ik mij in Geldrop.

Op dinsdag 14 juni 2011 heb ik een verklaring afgelegd over het incident op het hierboven bedoelde communiefeest (hof; hierna, bewijsmiddel 2.2).

2.2 Een proces-verbaal van verhoor (met bijlagen), d.d. 14 juni 2011, voor zover inhoudende een verklaring van aangever [B]:

Ik zag dat [verdachte] (het hof begrijpt, gelet op de inhoud van het procesdossier: [verdachte]) 2 keer een stekende beweging maakte in de richting van de buik van mijn vader [A]. Ik ben toen meteen ertussen gesprongen. Ik zag toen dat [verdachte] een mes in zijn rechterhand had. Vervolgens zag en voelde ik dat [verdachte] met dat mes mij in mijn buik stak. Ik voelde een soort prik in mijn buik.

2.3. Een Aanvraagformulier medische informatie, d.d. 18 augustus 2011, voor zover inhoudende:

Aan: Elkerliek Ziekenhuis te Helmond

Verzoek om medische informatie over:

Achternaam : [B]

Voorna(a)m(en) : [voornaam B]

Datum voorval : 14 juni 2011

I. Omschrijving van het letsel

Uitwendig waargenomen letsel: steekwond(je) bovenbuik links.

Ondertekend te Helmond op 25 augustus 2011 door dr. G.J.C.M. Niessen, chirurg.

2.4. Een proces-verbaal van verhoor, d.d. 23 juni 2011, voor zover inhoudende een verklaring van [getuige 2]:

(Pag. 378 en 380-381)

V: Wat is uw relatie met de mensen die het feest op 14 juni 2011 gaven?

A: Het was de dochter van mijn nicht die communie deed. (…) Ik was uitgenodigd voor de hele dag.

(…)

V: Wat gebeurde er toen?

A: (…) Ik heb [verdachte] met een mes zien staan.

2.5. Een proces-verbaal van verhoor, d.d. 7 juli 2011, voor zover inhoudende een verklaring van [getuige 1]:

[verdachte] had een mes vast.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Alternatieve scenario’s voor het ontstaan van de verwondingen

De raadsvrouwe heeft aangevoerd dat de mogelijkheid bestaat dat de verwondingen van de slachtoffers niet zijn ontstaan door messteken die door verdachte zijn toegebracht, maar dat deze ofwel zijn ontstaan doordat (een) ander(en) dan verdachte die messteken heeft toegebracht ofwel dat deze verwondingen zijn ontstaan doordat de slachtoffers in rondliggend glas zijn gevallen of door statafels die werden gegooid. Dat in het ziekenhuis steekverwondingen zijn vastgesteld sluit niet uit dat de verwondingen door glasscherven zijn ontstaan, nu het ook als een steekwond oogt als glas door de huid heen gaat.

Het hof overweegt daaromtrent het volgende.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat getuigen hebben gezien dat verdachte een mes in zijn handen had en dat hij daarmee zowel [A] als [B] heeft gestoken. Dit wordt ondersteund door de bij de bewijsmiddelen opgenomen medische informatie waaruit blijkt, dat bij de slachtoffers steekverwondingen zijn waargenomen. De mogelijkheid dat de verwondingen van [A] en [B] door glasscherven of in het rond gegooide statafels zouden kunnen zijn ontstaan wordt derhalve weersproken door de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen.

Hetzelfde geldt voor de door de verdediging geopperde mogelijkheid dat de verwondingen zouden kunnen zijn ontstaan door toedoen van (een) ander(en) dan verdachte. Immers, uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte degene was die de slachtoffers [A] en [B] met een mes in hun buik heeft gestoken.

Anders dan de verdediging is het hof daarom van oordeel dat de steekverwondingen die [A] en [B] hebben opgelopen zijn ontstaan door messteken die door verdachte zijn toegebracht.

Betrouwbaarheid van de getuigen

Verdachte ontkent met een mes te hebben gestoken.

De verdediging heeft betoogd dat de getuigen die tot ‘het kamp [A, B en C]’ behoren onbetrouwbaar zijn en, althans zo begrijpt het hof, niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat ‘het kamp [A, B en C]’ de verdachte de schuld in de schoenen wil schuiven van de gevolgen van de ontstane vechtpartijen. Bovendien hebben de getuigen tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Zowel de verklaringen van de verschillende getuigen onderling zijn tegenstrijdig, maar ook de verklaringen die de getuigen achtereenvolgens zelf hebben afgelegd zijn tegenstrijdig met elkaar. Ook het gebruik van alcohol en drugs hebben de waarnemingen van de getuigen in negatieve zin beïnvloed.

Het hof overweegt daaromtrent het volgende.

Bij de politie heeft [A] verklaard dat hij samen met verdachte op de grond lag en dat hij voelde dat hij door verdachte in zijn buik werd geprikt. Hij kon echter niet zien wat verdachte in zijn hand had. Bij de rechter-commissaris heeft hij deze verklaring herhaald.

Naar het oordeel van het hof heeft [A] in essentie derhalve telkens consistent verklaard over de manier waarop hij door verdachte in zijn buik werd gestoken.

[getuige 2] heeft bij de politie verklaard dat [A] en verdachte elkaar vast hadden en elkaar duwden, dat hij [A] hoorde roepen dat hij was gestoken en dat hij verdachte met een mes heeft zien staan. Bij de rechter-commissaris heeft [getuige 2] dit herhaald. Naar het oordeel van het hof heeft ook [getuige 2] in essentie een consistente verklaring afgelegd.

Uit de verklaringen die [B] heeft afgelegd blijkt telkens in essentie, dat sprake was van een fysiek conflict tussen [A] en verdachte, dat [B] tussenbeide is gekomen en dat hij door verdachte in zijn buik werd geprikt. Voorts blijkt daaruit steeds dat verdachte een mes in zijn handen had.

Het hof onderkent dat de getuigenverklaringen niet geheel gelijkluidend zijn, maar overweegt daartoe dat zij hun waarnemingen hebben gedaan in een onoverzichtelijke situatie waarvan gedurende de vechtpartij sprake was, waarbij verschillende personen betrokken waren en de gebeurtenissen zich in snel tempo opvolgden. Naar het oordeel van het hof wekt het om die reden op zich geen verbazing dat de getuigenverklaringen onderling niet geheel met elkaar overeenstemmen, maar die vaststelling op zich is nog geen reden om de verklaringen per definitie als onbetrouwbaar aan te merken. Zoals hiervoor overwogen ten aanzien van de door het hof voor het bewijs gebruikte verklaringen zijn zij in essentie consistent. Dat de verklaringen van die getuigen op elkaar zijn afgestemd, zoals de verdediging heeft gesteld, acht het hof niet aannemelijk geworden. Als er wel sprake was geweest van afstemming had het voor de hand gelegen dat de verklaringen meer gelijkluidend waren.

Als laatste acht het hof evenmin aannemelijk geworden dat de getuigen onder zodanige invloed van alcohol en/of drugs verkeerden op 14 juni 2011, dat in redelijkheid niet meer van betrouwbare verklaringen sprake kan zijn.

Vrijspraak van poging doodslag

De advocaat-generaal heeft zich – kort gezegd – op het standpunt gesteld, dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van de slachtoffers van feit 1 en feit 2. Immers, er is sprake van een aanmerkelijke kans dat de slachtoffers als gevolg van messteken in hun buik en/of romp zouden komen te overlijden, nu uit getuigenverklaringen blijkt dat verdachte een mes hanteerde van 15-20 centimeter. Gelet op de geperforeerde kleding van [A] en de gebruikte hechtpleisters, die iets zeggen over de diepte van de steekwonden, moet worden geconcludeerd dat verdachte met enige kracht heeft gestoken. Dat de verwondingen uiteindelijk niet levensbedreigend waren doet niets af aan het voorgaande.

De raadsvrouwe heeft aangevoerd dat over voornoemde factoren teveel onduidelijkheid bestaat en niets met zekerheid kan worden vastgesteld, zodat niet kan worden aangenomen dat sprake is van een aanmerkelijke kans dat het overlijden van [A] en [B] zou intreden. Aan de vraag of verdachte de aanmerkelijke kans op het intreden van de dood van de slachtoffers komt het hof in dat geval niet toe, aldus de raadsvrouwe.

Het hof overweegt het volgende.

Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier de dood van [A] (feit 1) en [B] (feit 2) – is aanwezig indien de verdachte zich bewust heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Factoren die voor de beoordeling van de aanmerkelijke kans van belang zijn, zijn de aard en de grootte van het mes, de plaats waar met het mes in het lichaam is gestoken en met welke kracht verdachte heeft gestoken. Daarbij komt voorts betekenis toe aan de aard van de verwondingen die duidelijkheid zouden kunnen geven over de wijze waarop is gestoken en of sprake was van een levensbedreigende situatie.

In het onderhavige geval stelt het hof op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte met een mes in de buikstreek heeft gestoken van de slachtoffers.

Dat mes is niet aangetroffen, zodat niet objectief kan worden vastgesteld wat de omvang van het mes is geweest waarmee verdachte heeft gestoken. De getuigen [getuige 2] en [getuige 1] hebben de lengte van het mes geschat op ongeveer 20 centimeter, waarbij niet duidelijk is geworden of de genoemde lengte enkel ziet op het lemmet of het gehele mes. Andere getuigen, die eveneens in de nabijheid van verdachte stonden verklaren geen mes bij verdachte te hebben gezien of geven een vage verklaring over een steekvoorwerp of spreken, zoals [B] op p. 273, van een klein mesje.

Dit kan erop duiden, zoals ook de raadsvrouw heeft betoogd, dat het een steekvoorwerp van geringe omvang is geweest.

Van de bij [A] en [B] geconstateerde steekverwondingen in de buikstreek bevinden zich foto’s in het dossier alsmede een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het door de politie geconstateerde letsel in de buikstreek van de slachtoffers. Op grond daarvan stelt het hof vast, dat bij [A] sprake is van enkele kleine wondjes op de buik, waarop bij een aantal een hechtpleister was aangebracht. Bij [B] was sprake van één kleine wond.

Uit de medische verklaring van [A] blijkt, dat hij diverse steekwonden voor in zijn romp had. Voorts was sprake van gering uitwendig bloedverlies en was geen sprake van een vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel of inwendig bloedverlies.

Uit de medische verklaring van [B] blijkt, dat hij een steekwondje had in de bovenbuik links. Voorts was sprake van gering uitwendig bloedverlies en was geen sprake van een vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel of inwendig bloedverlies.

Uit het dossier is niet gebleken dat bij de slachtoffers operatief ingrijpen nodig was.

De advocaat-generaal heeft betoogd dat de omstandigheid dat de wondranden bij elkaar moesten worden gehouden door middel van hechtpleisters erop duidt, dat sprake is van enige diepte van de wonden. Naar het oordeel van het hof zegt het gebruik van die pleisters echter niet zonder meer dat sprake is van een enigszins diepe wond. Die pleisters houden de wondranden bij elkaar, maar dat betekent niet sprake is van een (enigszins) diepe wond, wel dat hechting van de wond niet nodig werd geacht. Voorts is omtrent de diepte van de waargenomen steekverwondingen niets door een arts of de politie vastgesteld, zodat geen zekerheid bestaat over de omstandigheid hoe diep verdachte met het mes in de buik van de slachtoffers heeft gestoken.

Het hof concludeert ten aanzien van het door verdachte bij de slachtoffers toegebrachte letsel, dat sprake was van kennelijk oppervlakkige wonden. Zodoende kan niet worden gezegd dat [A] en [B] levensbedreigend gewond waren geraakt doordat zij door verdachte met een mes waren gestoken.

Uit de aard van de verwondingen kan ook niet zonder meer volgen dat het steken met het mes op zodanige wijze en met een dusdanige kracht is gebeurd dat de dood op de koop toe is genomen.

Alle factoren wegend (oppervlakkige verwondingen, onbekend formaat mes en onbekende kracht waarmee is gestoken) is het hof, anders dan de advocaat-generaal en met de raadsvrouwe, van oordeel, dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte een aanmerkelijke kans op het doodsteken van de slachtoffers op de koop toe heeft, zodat het hof in beide gevallen de verdachte zal vrijspreken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag.

Poging zware mishandeling

Wel acht het hof op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door met een mes in de buikstreek van de slachtoffer [A] en [B] te steken, op zijn minst in voorwaardelijke zin opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Immers, door zich met een mes in een vechtpartij te begeven en tevens van dat mes gebruik te maken door ermee te steken naar en in de tegenstanders, heeft verdachte naar het oordeel van het hof de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans aanvaard dat hij de slachtoffers daarbij zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Dit geldt ook als het om een betrekkelijk klein mes gaat.

Bewezenverklaring

Op grond van de redengevende feiten en omstandigheden, zoals deze volgen uit de hiervoor vermelde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd alsmede de bewijsoverwegingen, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op 14 juni 2011 te Geldrop, ter uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk aan [A] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [A] met een mes in diens buikstreek heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 14 juni 2011 te Geldrop, ter uitvoering van zijn voornemen om opzettelijk aan [B] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [B] met een mes in diens buikstreek heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

De onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde feiten zijn telkens voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 302, eerste lid, juncto artikel 45, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Zij worden telkens als volgt gekwalificeerd:

Poging tot zware mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf of maatregel

Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan twee pogingen tot zware mishandeling.

De rechtbank heeft verdachte ter zake van drie pogingen tot zware mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van zeven jaar, uitgaande van een bewezen verklaring van drie pogingen tot doodslag.

De verdediging heeft in subsidiaire zin betoogd dat aan verdachte, in geval het hof de verdachte van één of twee feiten zou vrijspreken, een lagere gevangenisstraf moet worden opgelegd dat de rechtbank heeft opgelegd.

Het hof overweegt het volgende.

Verdachte was in de nacht van 14 juni 2011 aanwezig op een communiefeestje, waar een vechtpartij ontstond tussen de verschillende aanwezigen. Verdachte heeft zich in het gevecht gemengd en heeft daarbij zowel [A] als [B] met een mes in hun buikstreek gestoken, waardoor zij steekverwondingen hebben opgelopen. Verdachte heeft daarmee op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van beide slachtoffers.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van aanzienlijke duur met zich brengt.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op het de verdachte betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 17 september 2012. Daaruit blijkt onder meer dat verdachte meermalen eerder ter zake soortgelijke misdrijven is veroordeeld tot aanzienlijke gevangenisstraffen. Die veroordelingen weerhouden verdachte er kennelijk niet van om opnieuw geweldsmisdrijven als de onderhavige te plegen.

Het hof betrekt bij zijn oordeel tevens de omstandigheid dat verdachte de bewezen verklaarde feiten heeft gepleegd, terwijl hij voorwaardelijk in vrijheid was gesteld na een eerdere veroordeling ter zake van een geweldsmisdrijf.

Voornoemde omstandigheden zal het hof in strafverzwarende zin meewegen bij zijn oordeel.

Het hof komt tot een lagere gevangenisstraf dan door de advocaat-generaal is gevorderd en door de rechtbank is opgelegd, nu de advocaat-generaal bij zijn vordering is uitgegaan van een bewezen verklaring van drie pogingen tot doodslag en de rechtbank verdachte een straf heeft opgelegd voor drie pogingen tot zware mishandeling. Het hof komt echter tot een bewezen verklaring van twee pogingen tot zware mishandeling.

Alles afwegende acht het hof in het onderhavige geval oplegging van een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

Door de raadsvrouwe van verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep verzocht een hoeveelheid messen die onder verdachte zijn in beslaggenomen aan verdachte terug te geven. Het hof overweegt dienaangaande dat uit het dossier niet blijkt dat onder verdachte een hoeveelheid messen in beslag is genomen, zodat het hof daarover geen beslissing zal nemen.

Vordering van de benadeelde partij [C]

De benadeelde partij [C] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van EUR 2.042,68, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens heeft de benadeelde partij verzocht de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 948,95. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Nu aan verdachte ter zake van het onder 3 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [C] in haar vordering niet worden ontvangen. Met betrekking tot de kosten zal worden beslist als in het dictum vermeld.

Vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling (V.I. zaaknummer 99-000023-44)

Bij Besluit van 3 augustus 2010 is door het openbaar ministerie aan verdachte te kennen gegeven dat hij zich met ingang van 29 september 2010, de datum van voorwaardelijke invrijheidstelling, gedurende een proeftijd van 365 dagen heeft te houden aan de algemene voorwaarde dat hij geen strafbaar feit mag plegen.

De officier van justitie heeft bij vordering van 21 september 2011 gevorderd de voorwaardelijke invrijheidstelling te herroepen voor een periode van 365 dagen, omdat veroordeelde zich niet aan de aan de voorwaardelijke invrijheidstelling verbonden voorwaarde heeft gehouden.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de beslissing tot voorwaardelijke invrijheidstelling door het hof zal worden herroepen.

De verdediging heeft met betrekking tot de vordering geen verweer gevoerd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting gebleken dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, te weten de feiten waarvoor veroordeelde in het onderhavige arrest zal worden veroordeeld. Daarmee heeft veroordeelde de algemene voorwaarde die was verbonden aan voornoemde proeftijd overtreden. Gelet daarop zal de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling worden toegewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 15g, 15j, 45, 57 en 302 van het Wetboek van Strafrecht , zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [C] (feit 3) in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Compenseert de door de benadeelde partij en de verdachte gemaakte kosten aldus, dat elke partij haar eigen kosten draagt.

Wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, onder

V.I. zaaknummer 99-000023-44, toe en gelast dat de vrijheidsstraf van 365 dagen, welke als gevolg van de toepassing van de regeling voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog moet worden ondergaan.

Aldus gewezen door

mr. J.C.A.M. Claassens, voorzitter,

mr. N.J.M. Ruyters en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J. Biljard, griffier,

en op 5 november 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G.P.M.F. Mols is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature