< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Megazaak 'Gletsjer'. Gevangenisstraf van 5 jaar en 8 maanden voor onder meer het produceren van synthetische drugs en lidmaatschap van een criminele organisatie.

Uitspraak



Sector strafrecht

Parketnummer : 20-000684-08

Uitspraak : 30 mei 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda van

7 februari 2008 in de strafzaak met parketnummer 02-811308-06 tegen:

[verdachte],

geboren te Apeldoorn op [datum] 1964,

wonende te [postcode] Sint-Willebrord, [adres 1],

thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Vught - Nieuw Vosseveld 2 HVB te Vught,

bij welk vonnis verdachte ter zake van

1. Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

2. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

3. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

4. Medeplegen van een feit, bedoeld in het derde lid van artikel 10 van de Opiumwet , voorbereiden of bevorderen door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

5. Overtreding van artikel 5 van de Wet voorkoming misbruik chemicali ën (oud), terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, opzettelijk begaan en overtreding van artikel 2 van de Wet voorkoming misbruik chemicali ën, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

6. Witwassen;

7. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie ,

werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar, met aftrek van voorarrest, met beslissingen omtrent het beslag.

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, onder aanvulling van de bewijsmiddelen.

De verdediging heeft bepleit dat verdachte van de onder 1 tot en met 6 ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd reeds omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Overwegingen vooraf

A.

Ten aanzien van feit 4 is ten laste gelegd – onder meer en kort gezegd – het voorbereiden en/of bevorderen van het buiten het grondgebied van Nederland brengen van synthetische harddrugs (zie regel 6). Gelet op het feit dat het onder 1 ten laste gelegde onder meer inhoudt dat de organisatie tot doel had het binnen het grondgebied van Nederland brengen van synthetische harddrugs, is het hof van oordeel dat de steller van de tenlastelegging ook met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde het oog heeft gehad op het voorbereiden en/of bevorderen van het binnen het grondgebied van Nederland brengen van synthetische harddrugs. Het hof zal dit onderdeel van de tenlastelegging verbeterd lezen.

B.

In het onder 5 ten laste gelegde zijn de stoffen fenyl-2-propanon (synoniem van BMK) en

3,4-Methyleendioxyfenylpropan-2-on (synoniem van PMK) opgenomen. Voornoemde benaming van deze stoffen zijn echter niet gelijkluidend met de benaming van die stoffen zoals deze zijn opgenomen in bijlage I bij de richtlijn 92/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1992 en bijlage 1 van de Verordening nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad, naar welke bijlagen in de tenlastelegging wordt verwezen. Gelet op het feit dat de steller van de tenlastelegging in het ten laste gelegde heeft verwezen naar voornoemde bijlagen, is het hof van oordeel dat de steller van de tenlastelegging het oog heeft gehad op de stoffen zoals die in deze bijlagen zijn opgenomen. Nu de benamingen in de tenlastelegging niet overeenkomen met die in de bijlagen, zal het hof de benaming van de stoffen overeenkomstig de voornoemde bijlagen verbeterd lezen in de tenlastelegging, te weten als 1-Fenyl-2-propanon (synoniem van BMK) en 3,4-Methyleendioxyfenylpropaan-2-on (synoniem van PMK).

C.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkwamen, zijn deze eveneens verbeterd.

De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting door voornoemde verbeteringen niet in zijn verdediging geschaad.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en met inachtneming van het bovenstaande – ten laste gelegd dat:

1.

hij op meerdere althans (een) tijdstip(pen) in de periode van 17 december 2004 tot en met

29 augustus 2006 te Sint-Willebrord, gemeente Rucphen, althans in Nederland en/of in Klein Horendonk, althans in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben van (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs) en/of

- het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen in verband met het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben van (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs);

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 17 december 2004 tot en met 29 augustus 2006 te Klein Horendonk, althans in België en/of binnen het arrondissement Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereiden/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meerdere handelshoeveelheid/heden, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of MDA, zijnde amfetamine en/of MDMA en/of MDA (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 29 augustus 2006 te Klein Horendonk (te België), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (in een perceel aan [adres 2]) opzettelijk aanwezig heeft gehad vloeistoffen en/of poeders en/of tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende MDMA en/of MDA en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of MDA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 17 december 2004 tot en met 29 augustus 2006 te Sint-Willebrord, gemeente Rucphen en/of op andere plaatsen in Nederland en/of te Klein Horendonk, althans in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet , te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs) voor te bereiden en/of te bevorderen

- (telkens) een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of een of meer anderen (telkens) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen, en/of

- (telkens) voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delict(en);

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks voornoemde pleegperiode en op voornoemde pleegplaats(en)

- een vakantiehuis uitgezocht en/of geld gegeven om de huur voor dat huis te betalen en/of geld gegeven om aceton te kopen en/of

- contacten gelegd en/of onderhouden (telefonisch en/of in persoon) met een of meer andere personen in Nederland en of in het buitenland inzake de productie en/of verkoop en/of afname en/of levering van (een) hoeveelhe(i)d(en) (synthetische) harddrugs en/of inzake de voor productie van (synthetische) harddrugs benodigde grondstoffen, althans aceton en/of zoutzuur en/of methanol en/of zwavelzuur en/of materialen en/of

- een grondstof(fen) benodigd voor de productie van (synthetische) harddrugs aangekocht en/of verkocht en/of geleverd, althans aceton en/of zoutzuur en/of methanol en/of zwavelzuur opgehaald en/of weggebracht en/of

- grondstoffen ((te Klein Horendonk) aceton en/of zoutzuur en/of methanol en/of zwavelzuur en/of (te Sprundel) natriumboorhydride en/of mierenzuur en/of zwavelzuur en/of PMK) en/of apparatuur ((te Klein Horendonk) 10 diepvriezers en/of diverse vaten en/of een vacuümmachine en/of een weegschaal en/of een centrifuge en/of (te Sprundel) jerrycans en/of een büchnertrechter en/of zandbodemkolf en/of een vacuümfles en/of een of meer frituurpan(nen)) voor de productie van (synthetische) harddrugs voorhanden gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delict(en);

5.

hij, niet zijnde een houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet voorkoming misbruik chemicali ën en/of niet zijnde (een) perso(o)n(en) of instelling(en) als bedoeld in artikel 4 van de Wet voorkoming misbruik chemicali ën, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 17 december 2004 tot en met 21 februari 2006 in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet (telkens) opzettelijk voorhanden heeft/hebben gehad een (grote) hoeveelheid 1-Fenyl-2-propanon, (synoniem van BMK) en/of een (grote) hoeveelheid

3,4-Methyleendioxyfenylpropaan-2-on (synoniem van PMK), (elk) zijnde voornoemde stof(fen) een geregistreerde stof van categorie 1 van bijlage I bij de richtlijn 92/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1992, als genoemd in artikel 1 eerste lid onder b van de Wet voorkoming misbruik chemicali ën;

en/of

hij, als marktdeelnemer, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 22 februari 2006 tot en met 29 augustus 2006 in Nederland en/of België tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, (een) geregistreerde stof(fen) van categorie I van bijlage 1 van de Verordening nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad, te

weten 3,4-Methyleendioxyfenylpropaan-2-on (synoniem van PMK) en/of 1-Fenyl-2-propanon (synoniem van BMK), zonder een door de bevoegde instanties afgegeven vergunning, in zijn bezit heeft gehad en/of in de handel heeft gebracht;

6.

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 17 december 2004 tot en met 29 augustus 2006, te Sint-Willebrord, gemeente Rucphen, althans in Nederland, (een) voorwerp(en), te weten 19.820 Engelse ponden, 180 Schotse ponden en 27.856 euro (althans 800 euro en 3.900 euro en 22.656,15 euro en 500 euro) althans (een) geldbedrag(en), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten dat/die geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

7.

hij op of omstreeks 29 augustus 2006 te Sint-Willebrord, gemeente Rucphen, voorhanden heeft gehad 23 patronen (merk Fiocchi, kaliber 9 mm Luger), in elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie II en/of III.

Het bewijs

In de hieronder opgenomen bewijsmiddelen wordt telkens – tenzij anders aangegeven – verwezen naar het dossier “Gletsjer” van regiopolitie Midden en West Brabant, Divisie Recherche, Unit Zware Criminaliteit, onderzoek DR206003, op ambtseed opgemaakt en op 15 februari 2007 gesloten door [naam], inspecteur van politie, [naam], brigadier van politie, en [verbalisant 1], hoofdagent van politie, bestaande uit in wettige vorm opgemaakte processen-verbaal en andere geschriften, doorgenummerde dossierpagina’s 1 t/m 2816.

1.

Het proces-verbaal van bevindingen “video-observatie [adres 3] te Harderwijk”, proces-verbaalnummer DR206003-008, documentcode dossier A sub 2.7.5.11 (map 4), d.d. 24 maart 2006, doorgenummerde pagina’s 1077 t/m 1078, voor zover – zakelijk weergegeven – het relaas van de desbetreffende verbalisant:

Gedurende het strafrechtelijk onderzoek, bekend onder de naam “Fox”, werden bevelen verstrekt tot stelselmatige observatie. Ter uitvoering van deze bevelen werd als technisch hulpmiddel registrerende plaatsbepalingsapparatuur (observatiecamera) aangewend welke was gericht op perceel [adres 3] te Harderwijk. Aan de hand van de registrerende plaatsbepalingsapparatuur werden de navolgende gedragingen waargenomen.

10 december 2005:

Omstreeks 12.01 uur wordt waargenomen dat een groene Toyota Dyna, kenteken XX-XX-XX, arriveert aan [adres 3] te Harderwijk. De laadbak van genoemd voertuig is geladen met “groen afval/kerstbomen”. Bestuurder haalt vervolgens vanuit de laadbak een witte zak en loopt hiermee het erf van [adres 3] te Harderwijk op. Omstreeks 12.07 uur vertrekt de bestuurder.

12 januari 2006:

Omstreeks 14.05 uur wordt waargenomen dat een groene Toyota Dyna, kenteken XX-XX-XX, arriveert aan [adres 3] te Harderwijk. Bestuurder stapt uit en opent het rechter voorportier. Waargenomen wordt dat er een wit voorwerp gelijkend op een zak op de grond wordt neergelegd.

19 januari 2006:

Omstreeks 14.22 uur wordt waargenomen dat een groene Toyota Dyna, kenteken XX-XX-XX, arriveert aan [adres 3] te Harderwijk. Bestuurder stapt uit en loopt naar de achterzijde van het erf.

Opgemerkt dient te worden dat de bestuurder van genoemde Toyota telkenmale dezelfde persoon betreft.

2.

Het proces-verbaal (met bijlage), proces-verbaalnummer PL2005/DR206003-002, documentcode dossier A sub 2.7.5.10 (map 4), d.d. 27 maart 2006, doorgenummerde pagina 1075, voor zover – zakelijk weergegeven – het relaas van de desbetreffende verbalisant:

Op 23 maart 2006 bevond ik mij in een onderzoeksruimte van het onderzoeksteam FOX te Apeldoorn. Toen ik de beelden zag van de video-opname van 10 december 2005 omstreeks 12.05 uur zag ik dat de groene vrachtauto, kenteken XX-XX-XX, kwam aanrijden en dat de bestuurder uitstapte. Ik zag kort daarop dat deze bestuurder de mij bekende [medeverdachte 4] uit [adres 4] te Sprundel betrof. Ik herkende hem aan zijn postuur en zijn gelaat. Ik zie hem geregeld en ken hem goed. De personalia van [medeverdachte 4] zijn: [medeverdachte 4], geboren te Breda op [datum] 1960, wonende te [adres 4] te [postcode] Sprundel.

3.

Het proces-verbaal met zaakcode 6003-0605.16, documentcode A sub 2.7.4.3 (map 4), d.d. d.d. 22 mei 2006, doorgenummerde pagina’s 933 t/m 935, voor zover – zakelijk weergegeven – het relaas van de desbetreffende verbalisanten:

Op dinsdag 16 mei 2006 werden wij belast met observatiewerkzaamheden naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek, DR206003.

Gegevens met betrekking tot subject(en): [medeverdachte 4].

10:45 uur:

Zag ik, verbalisant Q558, dat de Toyota Dyna 100, kleur groen, gekentekend XX-XX-XX, geparkeerd stond in de parkeervakken ter hoogte van perceel [adres 4] te Sprundel.

11:59 uur:

Zag ik, verbalisant Q543, dat de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, wegreed vanaf [adres 4] te Sprundel. Herkende ik, verbalisant Q517, de bestuurder als de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 4].

12:03 uur:

Zag ik, verbalisant Q529, dat de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, geparkeerd werd in [straat A] te Sint-Willebrord. Zag ik dat [medeverdachte 4] uitstapte en het terrein van perceel [adres 1] te Sint-Willebrord opliep. Zag ik, verbalisant Q512, dat [medeverdachte 4] een kennelijk leeg klein zwart tasje in zijn hand had.

12:08 uur:

Zag ik, verbalisant Q512, dat er een Jeep Cherokee, kleur grijs, XX-XX-XX, vertrok vanaf [adres 1] te Sint-Willebrord. De bestuurder betrof een manspersoon gekleed in een zwart T-shirt en een kaal hoofd.

12:09 uur:

Zag ik, verbalisant Q512, dat [medeverdachte 4] het terrein van perceel [adres 1] te Sint-Willebrord afgelopen kwam.

12:10 uur:

Zag ik, verbalisant Q529, dat [medeverdachte 4] een kleine kennelijk gevulde zwarte tas in zijn hand had en hiermee in de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, stapte en wegreed.

12:16 uur:

Zag ik, verbalisant Q543, dat de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, geparkeerd werd op het terrein van [naam], gelegen aan [adres 5] te Sprundel. Zag ik dat [medeverdachte 4] uitstapte en richting het voornoemd perceel liep.

12:17 uur:

Zag ik, verbalisant Q512, dat de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, met [medeverdachte 4] als bestuurder het terrein van perceel [adres 5] te Sprundel afgereden kwam.

12:20 uur:

Zag ik, verbalisant Q558, dat de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, geparkeerd stond ter hoogte van [adres 6] te Sint-Willebrord.

12:23 uur:

Zag ik, verbalisant Q508, dat [medeverdachte 4] uit de richting van pand [adres 6] te Sint-Willebrord gelopen kwam met een wit papier in zijn hand. Zag ik, verbalisant, dat [medeverdachte 4] als bestuurder in de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, stapte en wegreed.

12:28 uur:

Zag ik, verbalisant Q543, dat de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, geparkeerd stond in de parkeervakken ter hoogte van perceel [adres 4] te Sprundel.

13:28 uur:

Zag ik, verbalisant Q553, dat [medeverdachte 4] als bestuurder in de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, stapte en wegreed. Zag ik, verbalisant Q543, dat er een witte doos achterop de laadbak van de voornoemde Toyota stond.

13:42 uur:

Zag ik, verbalisant Q512, dat de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, geparkeerd stond in [straat B] te Sint-Willebrord. Zag ik dat [medeverdachte 4] contact had met een manspersoon gekleed in een T-shirt met geel opschrift FBI, verder in dit proces-verbaal NN01 genoemd.

13:34 uur:

Zag ik, verbalisant Q543, dat [medeverdachte 4] als bestuurder in de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, stapte en wegreed en dat NN01 als bestuurder in een Mercedes E, kleur grijs, XX-XX-XX, stapte en eveneens wegreed achter voornoemde Toyota aan.

13:37 uur:

Zag ik, verbalisant Q508, dat de Mercedes E, kleur grijs, XX-XX-XX, geparkeerd stond in de parkeervakken ter hoogte van perceel [adres 4] te Sprundel. Zag ik dat de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, vertrok vanaf [adres 4] te Sprundel. Zag ik dat er twee personen in de voornoemde Toyota zaten.

14:40 uur:

Zag ik, verbalisant Q508, dat de Toyota Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX met de achterzijde geparkeerd stond tegen een garagedeur aan van perceel [adres 2] te Essen (België).

15:50 uur:

Zag ik, verbalisant Q508, dat een zogenaamd Velux raam aan de achterzijde van pand [adres 2] te Essen (België) geheel geopend was. Zag ik, verbalisant Q512, dat een raam aan de zijkant van voornoemd perceel wagenwijd openstond.

4.

Het proces-verbaal met zaakcode 6003-0605.17, documentcode dossier A sub 2.7.4.4 (map 4), d.d. 22 mei 2006, doorgenummerde pagina’s 937 t/m 939, voor zover – zakelijk weergegeven – het relaas van de desbetreffende verbalisanten:

Op 17 mei 2006 werden wij belast met observatiewerkzaamheden naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek DR20/6003.

Gegevens met betrekking tot subject(en): [medeverdachte 4].

10.38 uur

Zag ik, verbalisant Q559, dat de personenauto, merk Mercedes, E-klasse, kleur grijs, kenteken XX-XX-XX, en de personenauto, merk Mercedes, Type C200, kleur zwart, kenteken XX-XX-XX, geparkeerd stonden ter hoogte van het pand, [adres 4] te Sprundel.

10.42 uur

Zag ik, verbalisant Q558, dat de personenauto, merk BMW , type 3-serie cabriolet, kleur zwart, kenteken XX-XX-XX, geparkeerd stond voor het pand, [adres 1] te Sint-Willebrord.

10.45 uur

Zag ik, verbalisant Q559, dat de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 1], uit de oprit van het pand, [adres 1] te Sint-Willebrord kwam gelopen. Ik zag dat [medeverdachte 1] de kofferdeksel van de BMW cabrio, gekentekend XX-XX-XX, opende en kennelijk met iets doende was in de kofferruimte.

11.20 uur

Zag ik, verbalisant Q517, dat de bestelauto, merk Toyota met open laadbak, type Dyna 100, kleur groen, XX-XX-XX, geparkeerd stond in de nabijheid van het pand, [adres 4] te Sprundel.

11.45 uur

Zag ik, verbalisant Q554, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, uit [straat C] te Sprundel kwam gereden.

11.52 uur

Zag ik, verbalisant Q559, dat in de Toyota Dyna, XX-XX-XX, 2 personen waren gezeten.

11.55 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, op [straat D] in de gemeente Schijf, de grens van Nederland met België passeerde.

12.02 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat de mij ambtshalve bekende, [medeverdachte 4], als bestuurder van de Toyota Dyna, XX-XX-XX, was gezeten. Voorts herkende ik de bijrijder als zijnde de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 5], wonen[adres 7] te Rotterdam.

12.20 uur

Ik, verbalisant Q559, heb van de omgeving en het pand, [adres 2] te Horendonk (België) video-opnamen gemaakt.

12.24 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, stopte op het parkeerterrein van het tuincentrum "Moerkant" aan het Zandfort te Hoek (België). Zag ik, verbalisant Q554, dat [medeverdachte 4], met een klein model zwart tasje in zijn handen, en [medeverdachte 5] uitstapten en in de richting van de ingang van het tuincentrum liepen.

12.26 uur

Zag ik, verbalisant Q559, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, met [medeverdachte 4] als bestuurder en [medeverdachte 5] als passagier van het parkeerterrein van het tuincentrum Moerkant, kwam gereden.

12.55 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, met [medeverdachte 4] als bestuurder geparkeerd stond op [straat E] te Essen (België) ter hoogte van het pand 135.

13.28 uur

Zag ik, verbalisant Q559, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, [adres 2] te Horendonk (België) opreed.

14.48 uur

Zagen wij, verbalisanten Q559 en Q560, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, geparkeerd stond ter hoogte van het pand, [adres 4] te Sprundel. Wij zagen tevens dat de Mercedes E-klasse, XX-XX-XX niet meer in [adres 4] geparkeerd stond.

5.

Het proces-verbaal met zaakcode 6003-0605.17, documentcode dossier A sub 2.7.4.5 (map 4), d.d. 22 mei 2006, doorgenummerde pagina’s 941 t/m 944, voor zover – zakelijk weergegeven – het relaas van de desbetreffende verbalisanten:

Op vrijdag 19 mei 2006 werden wij belast met observatiewerkzaamheden naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek, DR206003.

Gegevens met betrekking tot subject(en): [medeverdachte 4].

8.45 uur

Zag ik, verbalisant Q550, een zwarte Mercedes C-klasse, kenteken XX-XX-XX, geparkeerd staan aan [adres 4] te Sprundel ter hoogte van pandnummer 46.

8.49 uur

Zag ik, verbalisant Q517, een zilver grijze Mercedes E klasse, XX-XX-XX, ingeparkeerd staan in de haakse parkeervakken aan [adres 4] te Sprundel in de buurt van pandnummer 46.

9.35 uur

Zag ik, verbalisant Q560, dat de zwarte BMW cabriolet, XX-XX-XX, ingeparkeerd stond in de haakse parkeervakken, [adres 1] te St. Willebrord ter hoogte van pandnummer 5.

9.39 uur

Zag ik, verbalisant Q517, dat de groene Toyota Dyna, XX-XX-XX, aan de rechter zijkant geparkeerd stond naast de woning welke gelegen is aan [adres 2] te Essen (België). Bij deze waarneming werd de landsgrens Nederland/België overschreden België ingaande.

11.48 uur

Zag ik, verbalisant Q559, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, weg reed bij [adres 2] te Essen (België). Hier werd de grens België/Nederland overschreden Nederland in.

11.52 uur

Zag ik, verbalisant Q550, dat er in de Toyota Dyna 2 mannen zaten. Ik herkende de bestuurder als [medeverdachte 4].

11.57

Zag ik, verbalisant Q517, dat er in de laadbak van de Toyota Dyna, XX-XX-XX, een groen opgefrommeld afdekzeil lag.

12.03

Zag ik, verbalisant Q543, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, stond geparkeerd aan [adres 4] te Sprundel.

12.04

Zag ik, verbalisant Q543, dat [medeverdachte 4] vanuit zijn woning naar een zilver grijze Mercedes, XX-XX-XX, liep. Ik zag dat [medeverdachte 4] in de Mercedes stapte als passagier.

12.05 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat de Mercedes, XX-XX-XX, vertrok. Ik zag dat [medeverdachte 4] een reseda kleurige Bomber jack aan had.

12.08 uur

Zag ik, verbalisant Q560, dat de zilver grijze Mercedes, XX-XX-XX, parkeerde aan [adres 1] te St. Willebrord.

12.09 uur

Zag ik, verbalisant Q560, dat beide mannen uit de Mercedes, XX-XX-XX, stapten en de oprit opliepen van [adres 1] te St. Willebrord.

12.23 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat een zwarte BMW cabriolet, XX-XX-XX, ter hoogte van [adres 1] stond geparkeerd.

13.59 uur

Zag ik, verbalisant Q 559, dat er ter hoogte van [adres 1] te St. Willebrord een Jeep Cherokee, XX-XX-XX, stond geparkeerd.

14.11 uur

Zag ik, verbalisant Q553, dat de Mercedes, XX-XX-XX, weg reed vanuit [adres 1] te St. Willebrord. Ik zag dat er twee personen in de Mercedes zaten.

14.15 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat de bijrijder van de Mercedes, XX-XX-XX, [medeverdachte 4] betrof.

14.16 uur

Zag ik, verbalisant Q560, dat de Mercedes, XX-XX-XX, wegreed komende uit de richting [adres 4] te Sprundel. Ik zag dat er in de Mercedes 1 persoon zat.

14.56 uur

Zag ik, verbalisant Q560, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, wegreed uit de richting van [adres 4] te Sprundel.

14.58 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat [medeverdachte 4] ter hoogte van [adres 6] te St. Willebrord uitstapte. Ik zag dat [medeverdachte 4] een half gevulde grijze plastic boodschappentas bij zich had.

15.01 uur

Zag ik, verbalisant Q559, dat [medeverdachte 4] uit [pand] gelegen aan [adres 6] te St. Willebrord kwam gelopen. Ik zag dat hij een zwarte tas over zijn schouder droeg.

15.04 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 1] uit een zilvergrijze Mercedes Vito stapte ter hoogte van [adres 1] te St. Willebrord. Ik zag dat [medeverdachte 1] in de zwarte BMW cabriolet stapte, XX-XX-XX.

15.14 uur

Zag ik, verbalisant Q559, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, wegreed vanuit [adres 1] te St. Willebrord.

15.33 uur

Zag ik, verbalisant Q559, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, geparkeerd stond aan het [plein 1] te Breda.

6.

Het proces-verbaal met zaakcode 6003-0605.23, documentcode dossier A sub 2.7.4.6 (map 4), d.d. 13 juni 2006, doorgenummerde pagina’s 946 t/m 947, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisanten:

Op dinsdag 23 mei 2006 werden wij belast met observatiewerkzaamheden naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek, DR206003.

Gegevens met betrekking tot subject(en): [medeverdachte 4].

08.40 uur

Zag ik, verbalisant Q517, dat de groene Toyota Dyna, kenteken XX-XX-XX, stond geparkeerd in de haakse parkeervakken aan [adres 4] te Sprundel. Tevens zag ik, verbalisant Q517, dat aan [adres 4] te Sprundel ter hoogte van huisnummer 46 de zwarte Mercedes C klasse, XX-XX-XX, stond geparkeerd.

08.41 uur

Zag ik, verbalisant Q529, dat de zilvergrijze Mercedes E klasse, XX-XX-XX, over de A58 reed ter hoogte van de afslag Sprundel.

08.43 uur

Zag ik, verbalisant Q517, dat de zilvergrijze Mercedes, XX-XX-XX, richting [adres 4] te Sprundel reed. Ik herkende de bestuurder als zijnde [medeverdachte 5].

09.05 uur

Zag ik,verbalisant Q508, dat er 2 mannen uit de richting [adres 4] te Sprundel liepen in de richting van de Toyota Dyna, XX-XX-XX. Ik, verbalisant Q508, herkende een van deze mannen als de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 4].

9.06 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat beide mannen instapten in de Toyota Dyna, XX-XX-XX, en wegreden.

9.18 uur

Zag ik, verbalisant Q517, dat de Toyota Dyna werd ingeparkeerd op de parkeerplaats bij de [bouwmarkt] aan [adres 5].

9.22 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat de laadbak van de Toyota Dyna, XX-XX-XX, leeg was.

9.30 uur

Herkende ik, verbalisant Q508, de man welke samen met [medeverdachte 4] in de Toyota Dyna was gestapt als [medeverdachte 5]. Ik, verbalisant Q508, zag dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] binnen in de [bouwmarkt] liepen.

9.31 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat [medeverdachte 4] 2 douchegordijnen kocht van het merk Sealskin. Ik, verbalisant Q508, zag dat [medeverdachte 4] 45 Euro moest betalen voor deze douchegordijnen. Ik zag dat [medeverdachte 4] betaalde met 50 Euro en een klantenkaart af gaf aan de caissière.

9.33 uur

Zag ik, verbalisant Q529, dat de portieren van de Toyota Dyna, XX-XX-XX, werden geopend. Ik, verbalisant Q529, zag dat [medeverdachte 4] in stapte.

09.34 uur

Zag ik, verbalisant Q529, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, vertrok van de parkeerplaats bij de [bouwmarkt].

9.47 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, in de richting reed van [adres 2] te Essen (België).

10.07 uur

Zag ik, verbalisant Q553, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, achteruit geparkeerd stond aan de rechterzijde van de woning aan [adres 2] te Essen.

10.26 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, wegreed in de richting Kalmthout België.

7.

Het proces-verbaal met zaakcode 6003-0605.24, documentcode dossier A sub 2.7.4.7 (map 4), d.d. 13 juni 2006, doorgenummerde pagina’s 949 t/m 951, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de betreffende verbalisanten:

Op woensdag 24 mei 2006 werden wij belast met observatiewerkzaamheden naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek, DR206003.

Gegevens met betrekking tot subject(en): [medeverdachte 4].

8.45 uur

Zag ik, verbalisant Q553, dat de Toyota Dyna, kenteken XX-XX-XX, geparkeerd stond in de haakse parkeervakken aan [adres 4] te Sprundel. Tevens zag ik dat de zwarte Mercedes C, XX-XX-XX, geparkeerd stond ter hoogte van [adres 4] te Sprundel.

9.06 uur

Zag ik, verbalisant, Q553, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, vanuit [straat B] aan kwam rijden in de richting van [adres 4].

9.08

Zag ik, verbalisant Q507, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, geparkeerd stond voor de woning aan [adres 4] te Sprundel.

9.17 uur

Zag ik, verbalisant Q553, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, vertrok vanuit [adres 4] te Sprundel. Ik, verbalisant Q553, herkende de bestuurder als de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 4].

10.15 uur

Zag ik, verbalisant Q554, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, stond geparkeerd op de parkeerplaats van [fitnesscentrum] aan de [straat F] te St. Willebrord.

10.39 uur

Zag ik, verbalisant Q554, dat de zilvergrijze Mercedes E klasse, XX-XX-XX, vanuit de richting [straat G] in de richting van [adres 6] te St. Willebrord rijden. Ik, verbalisant Q554, herkende de bestuurder als de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 5]. Tevens zag ik, verbalisant Q554, dat achter de Mercedes, XX-XX-XX, de Toyota Dyna, XX-XX-XX, kwam aanrijden.

10.41 uur

Zag ik, verbalisant Q558, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, stopte aan [adres 6] te St. Willebrord.

10.42 uur

Zag ik, verbalisant Q529, dat de Mercedes, XX-XX-XX, geparkeerd stond aan [adres 6] te St. Willebrord. Ik, verbalisant Q529, zag dat er niemand meer aanwezig was in de Mercedes, XX-XX-XX.

10.43 uur

Zag ik, verbalisant Q529, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX wegreed en zijn weg vervolgde over [adres 6] te St. Willebrord.

10.57 uur

Zag ik, verbalisant Q529, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, [adres 2] te Essen (België) inreed.

11.10 uur

Zag ik, verbalisant Q529, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, vertrok vanuit [adres 2] te Essen (België).

11.23 uur

Zag ik, verbalisant Q553, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, stond geparkeerd op de parkeerplaats van de kerk aan de [straat H] te Essen (België).

11.28 uur

Zag ik, verbalisant Q553, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, vertrok vanuit de parkeerplaats aan de [straat H] te Essen (België).

11.31 uur

Herkende ik, verbalisant Q507, de bestuurder van de Toyota Dyna, XX-XX-XX, als zijnde [medeverdachte 4].

11.37 uur

Zag ik, verbalisant Q529, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, [adres 2] te Essen (België) inreed.

12.05 uur

Zag ik, verbalisant Q529, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, vertrok uit [adres 2] te Essen (België).

12.21 uur

Zag ik, verbalisant Q554, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, stopte aan [adres 6] te St. Willebrord.

12.22 uur

Zag ik, verbalisant Q554, dat de zowel de Toyota Dyna XX-XX-XX, en de Mercedes, XX-XX-XX, vertrokken vanuit [adres 6] te St. Willebrord.

12.23 uur

Zag ik, verbalisant Q529, dat de Mercedes, XX-XX-XX, [adres 1] te St. Willebrord inreed.

12.26 uur

Zag ik, verbalisant Q560, dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] beiden binnen gingen in [adres 1] te St. Willebrord.

15.30 uur

Zag ik, verbalisant Q554, dat de Mercedes, XX-XX-XX staan aan [adres 1] te St. Willebrord. Tevens zag ik, verbalisant Q554, dat de zwarte BMW, XX-XX-XX, stond geparkeerd aan [adres 1] te St. Willebrord ter hoogte van huisnummer 7.

8.

Het proces-verbaal met zaakcode 6003-0605.31, documentcode dossier A sub 2.7.4.9 (map 4), d.d. 13 juni 2006, doorgenummerde pagina’s 957 t/m 960, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisanten:

Op woensdag 31 mei 2006 werden wij belast met observatiewerkzaamheden naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek, DR206003.

Gegevens met betrekking tot subject(en): [medeverdachte 4].

14.05 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat de Mercedes, kenteken XX-XX-XX, stond geparkeerd aan [adres 4] te Sprundel.

14.12 uur

Zag ik, verbalisant Q517, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, stond geparkeerd in de haakse parkeervakken aan de [straat I] te St. Willebrord.

17.13 uur

Zag ik, verbalisant Q504, dat de Toyota Dyna vertrok vanuit [adres 4] te Sprundel.

17.15 uur

Herkende ik, verbalisant Q517, de bestuurder van de Toyota Dyna, XX-XX-XX, als de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 4].

17.25 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, [adres 2] te Essen (België) inreed.

17.38 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, weg reed vanuit [adres 2] te Essen (België).

17.40 uur

Werd de grens België -Nederland gepasseerd.

17.42 uur

Zag ik, verbalisant Q504, dat er in de laadbak van de Toyota Dyna, XX-XX-XX, een grijs opgevouwen afdekzeil en een ongeveer 10 liter jerrycan lag.

17.55 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat [medeverdachte 4] de woning aan [adres 4] te Sprundel via de achterzijde binnen ging. Ik, verbalisant Q543, zag dat [medeverdachte 4] een zwart tasje bij zich had. Tevens zag ik, verbalisant Q543, dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, stond geparkeerd in de haakse parkeervakken aan [adres 4] te Sprundel.

18.06 uur

Zag ik, verbalisant Q515, dat de Mercedes, XX-XX-XX, weg reed vanuit de richting [adres 4] te Sprundel.

18.07 uur

Herkende ik, verbalisant Q517, de bestuurder van de Mercedes, XX-XX-XX, als [medeverdachte 4].

9.

Het proces-verbaal met zaakcode 6003-0606.08, documentcode dossier A sub 2.7.4.13 (map 4), d.d. 9 juni 2006, doorgenummerde pagina’s 973 t/m 976, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisanten:

Op donderdag 8 juni 2006 werden wij belast met observatiewerkzaamheden naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek, DR206003.

Gegevens met betrekking tot subject(en): [medeverdachte 4].

08:27 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat op [adres 4] te Sprundel de personenauto stond geparkeerd van het merk Mercedes, kleur grijs, kenteken XX-XX-XX, alsmede de personenauto van het merk Mercedes, kleur zwart, kenteken XX-XX-XX.

08:31 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat op [adres 1] te Sint-Willebrord ter hoogte van perceel 9 de personenauto stond geparkeerd van het merk Mercedes, kenteken NH-LV-99.

08:48 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat op Belgisch grondgebied, ter hoogte van perceel [adres 2] te Horendonk Essen, een groene bestelauto met open laadbak, stond geparkeerd.

09:30 uur

Zag ik, verbalisant Q547, dat de deur van de garage behorend bij perceel [adres 2] te Horendonk Essen, open stond. Verder zag ik dat nabij deze garage de eerder genoemde groene bestelauto met open laadbak stond geparkeerd.

10:20 uur

Zag ik, verbalisant Q554, dat de eerder genoemde groene bestelauto met open laadbak, de Toyota Dyna betrof, XX-XX-XX. Verder rook ik, ter hoogte van genoemd perceel, een opvallende zure lucht.

14:01 uur

Zag ik, verbalisant Q550, dat uit [adres 2] te Horendonk, Essen, de Dyna wegreed.

14:05 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat de Dyna de Belgisch-Nederlandse grens overschreed op de Horendonk, in de richting van Nederland.

14:03 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat de Dyna op de [straat J] reed in de richting van Roosendaal. Ik zag dat vanuit tegenovergestelde richting een bestelbus naderde over de [straat J]. Ik zag dat deze bestelbus van het merk Mercedes, type Vito, kleur grijs was, XX-XX-XX. Ik zag dat beide voertuigen, op het moment dat zij ter hoogte van elkaar waren, afremden en dat de inzittenden elkaar kennelijk groetten. Ik zag dat de Dyna zijn weg vervolgde. Ik zag dat zich in de Dyna slechts een persoon bevond. Ik zag dat de bestuurder van de Dyna de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 4], betrof.

14:03 uur

Zag ik, verbalisant Q515, dat zich in de Vito een tweetal personen bevonden. Ik zag dat de Vito op de [straat J] keerde en vervolgens achter de Dyna in dezelfde richting reed.

14:04 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat de Dyna linksaf de doodlopende [straat K] in reed.

Zag ik, verbalisant Q515, dat de Vito eveneens linksaf de doodlopende [straat K] in reed.

14:05 uur

Zag ik, verbalisant Q554, dat de Dyna en de Vito achter elkaar stonden geparkeerd op [straat K]. Ik zag dat de inzittenden van deze beide voertuigen kennelijk met elkaar in gesprek waren.

14:09

Zag ik, verbalisant Q508, dat de Dyna alsmede de Vito achter elkaar het doodlopende deel van [straat K] uitreden en vervolgens rechtsaf [straat J] opreden.

14:12 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat de Dyna op de kruising [straat J] met [straat D] en de Horendonk, rechtsaf de Horendonk opreed in de richting van België. Vervolgens zag ik dat de Vito linksaf [straat D], en vervolgens onmiddellijk linksaf de parkeerplaats van restaurant [naam]. Ik zag dat de bestuurder van de Vito de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 1], was.

14:15 uur

Zag ik, verbalisant Q550, dat de Dyna [adres 2] te Horendonk Essen, inreed.

14:28 uur

Zag ik, verbalisant Q563, dat de Vito stond geparkeerd op de parkeerplaats van café restaurant [naam], gelegen aan [straat D] te Schijf.

14:54 uur

Zag ik, verbalisant Q550, dat de Dyna weer de uit [adres 2] reed.

14:55 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat de bestuurder van de Dyna [medeverdachte 4] was en dat als passagier de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 5], [medeverdachte 5], was.

14:59 uur

Zag ik, verbalisant Q563, dat de Dyna de Belgisch Nederlandse grens was gepasseerd. Ik zag dat hij vanaf de Horendonk, linksaf de [straat J] opreed. Ik zag dat [medeverdachte 1] in gezelschap van een mij onbekende vanuit de richting van restaurant [naam] in de richting van de aldaar geparkeerd staande Vito liep. Ik zag dat beiden instapten en vervolgens de [straat J] opreden in dezelfde richting als de Dyna.

15:01 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat zowel de Dyna als de Vito linksaf de doodlopende [straat K] in reden. Ik zag dat beide voertuigen vlak bij elkaar werden geparkeerd.

15:03 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat [medeverdachte 4], [medeverdachte 5], [medeverdachte 1] en een mij onbekend persoon zich rond de Vito en de Dyna bevonden. Ik zag dat door meerdere van de genoemde personen tenminste een 7-tal gevulde grijze vuilniszakken, vanuit de Dyna in de Vito werden gedragen. Ik zag dat [medeverdachte 4] tenminste 1 gevulde vuilniszak vanuit de Dyna in de Vito droeg. Ik zag dat door verschillende personen telkens 2 vuilniszakken tegelijkertijd in de Vito werden gelegd. Ik zag dat de vuilniszakken waren gevuld alsof in elke vuilniszak twee grote scheppen zand zaten. Ik zag dat de zakken onderaan bol van vorm waren, kennelijk door het gewicht. Ik zag vervolgens dat [medeverdachte 1] als bestuurder in de Vito stapte en de mij onbekende persoon als passagier. Ik zag dat [medeverdachte 5] als passagier en [medeverdachte 4] als bestuurder in de Dyna stapten. Ik zag dat beide voertuigen wegreden.

15:06 uur

Zag ik, verbalisant Q508, dat de Vito het bosgebied inreed tegen over het doodlopende deel van de [straat K], in de richting van de [straat L]. Ik zag dat de Dyna de [straat J] opreed in de richting van restaurant [naam].

15:08 uur

Zag ik, verbalisant Q515, dat de Vito op de [straat M] het bosgebied inreed gelegen tussen Roosendaal en Rucphen.

15:10 uur

Zag ik, verbalisant Q550, dat de Dyna stond geparkeerd bij de [naam] benzinepomp te Schijf aan de [straat N].

15:19 uur

Zag ik, verbalisant Q515, dat de Vito aan de zijde van de [straat O] uit het bos kwam gereden en rechtsaf deze straat op reed in de richting van Rucphen.

15:30 uur

Zag ik, verbalisant Q543, dat de Dyna stond geparkeerd op [adres 4] te Sprundel. Ik zag dat de Mercedes, XX-XX-XX, niet meer op [adres 4] stond geparkeerd.

10.

Het proces-verbaal met zaakcode 6003-0606.09, documentcode dossier A sub 2.7.4.17 (map 4), d.d. 11 augustus 2006, doorgenummerde pagina’s 988 t/m 992, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisanten:

Op woensdag 9 augustus 2006 werden wij belast met observatiewerkzaamheden ten behoeve van onderzoek DR206003.

Gegevens met betrekking tot subject(en): [medeverdachte 4].

10.00 uur

Ik, verbalisant Q508, zag dat de bedrijfsauto, merk Toyota, type Dyna, kleur groen, gekentekend XX-XX-XX, geparkeerd stond bij de sportschool gelegen aan de [straat F] te Sint-Willebrord.

10.15 uur

Ik, verbalisant Q508, zag dat ter hoogte van de sportschool een personenauto, merk Mercedes, type C, gekentekend TH-DD-59, parkeerde. Ik zag dat twee mannen uit het voertuig stapten. Ik zag dat deze mannen niets bij zich droegen en niet gekleed waren in sportkleding.

10.28 uur

Ik, verbalisant Q508, zag dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, vertrok. Ik zag dat een personenauto, merk Mercedes, type E, gekentekend XX-XX-XX, de voornoemde Dyna volgde. Ik, verbalisant Q517, zag dat de bestuurder van de Mercedes, XX-XX-XX, de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 5] betrof.

10.30 uur

Ik, verbalisant Q508, zag dat de Toyota Dyna, XX-XX-XX, en de Mercedes, XX-XX-XX, beide stopten in [adres 1] te Sint-Willebrord, ter hoogte van pand 9. Ik, verbalisant Q553, zag dat de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 4] uit de Toyota Dyna stapte. Ik zag dat de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 5] uit de Mercedes stapte. Ik zag dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] in de richting van het pand gelegen [adres 1] te Sint-Willebrord liepen.

10.34 uur

Ik, verbalisant Q508, zag dat de Toyota Dyna met bestuurder [medeverdachte 4] en de Mercedes met bestuurder [medeverdachte 5] vertrokken.

10.42 uur

Ik, verbalisant Q529, zag dat de Toyota Dyna en de Mercedes parkeerden ter hoogte van het pand [adres 4] te Sprundel.

10.54 uur

Ik, verbalisant Q533, zag dat de Toyota Dyna vertrok op [adres 4] en dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] beide in het voertuig zaten.

11.14 uur

Ik, verbalisant Q558, zag dat de Toyota Dyna de grensovergang met België passeerde.

11.42 uur

Wij, verbalisanten Q517 en Q558, zagen dat de ons bekende [medeverdachte 5] bij de toegangspoort stond het perceel [adres 2] te Klein Horendonk, België. Wij zagen dat de Toyota Dyna op het terrein geparkeerd stond.

11.43 uur

Wij, verbalisanten Q517 en Q558, zagen dat de Toyota Dyna het terrein van [adres 2] verliet.

11.45 uur

Wij, verbalisant Q517 en Q558, hoorden een duidelijk zoemend geluid, terwijl wij naast perceel [adres 2] te Klein Horendonk, België, stonden.

11.46 uur

Ik, verbalisant Q508, zag dat de Toyota Dyna de grensovergang met Nederland weer passeerde.

11.59 uur

Ik, verbalisant Q553, zag dat de Toyota Dyna geparkeerd stond bij de sportschool gelegen [straat F] te Sint-Willebrord.

12.00 uur

Ik, verbalisant Q517, zag dat de Mercedes, XX-XX-XX, bij de sportschool geparkeerd stond.

12.26 uur

Ik, verbalisant Q519, zag dat de Toyota Dyna vertrok.

12.30 uur

Ik, verbalisant Q513, zag dat de Toyota Dyna parkeerde ter hoogte van het pand gelegen [adres 1] te Sint-Willebrord. Ik zag dat de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] uitstapten en links langs pandnummer 9 naar de achterzijde van het pand liepen.

12.59 uur

Ik, verbalisant Q553, zag dat de Mercedes, XX-XX-XX, vertok bij de sportschool gelegen aan de [straat F] te Sint-Willebrord. Ik zag dat de bestuurder een klein zwart buideltasje in zijn handen droeg.

13.59

Ik, verbalisant Q588, zag dat valk achter de Toyota Dyna een personenauto, merk Dodge , type Ram, kleur zwart, XX-XX-XX, parkeerde. Ik zag dat een man van ongeveer 1,70 meter, met een breed postuur en zeer kort geschoren, dan wel kalend haar uit het voertuig stapte en links langs het pand [adres 1] te Sint-Willebrord naar de achterzijde van het pand liep. Ik zag dat de man een blauw met witte trui droeg.

14.26 uur

Ik, verbalisant Q558, zag dat de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] weer links langs het pand [adres 1] te Sint-Willebrord naar de straatzijde kwamen gelopen en in de Toyota Dyna stapten. Ik zag dat [medeverdachte 5] als passagier instapte.

14.29 uur

Ik, verbalisant Q558, zag dat de Toyota Dyna [adres 4] te Sprundel opreed.

14.31 uur

Ik, verbalisant Q558, zag dat de Mercedes, XX-XX-XX, [adres 4] uit kwam gereden. Ik zag dat de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 5] de bestuurder was.

14.35 uur

Ik, verbalisant Q562, zag dat de Mercedes, XX-XX-XX, parkeerde voor het pand [adres 1] te Sint-Willebrord.

14.36 uur

Ik, verbalisant Q553, zag dat de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 5] voorover gebukt stond in de kofferbak van het voertuig met kenteken XX-XX-XX. Ik, verbalisant Q529, zag dat de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 5] links langs het pand [adres 1] te Sint-Willebrord naar achteren liep.

14.56 uur

Ik, verbalisant Q529, zag dat de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 5] samen met de mij ambtshalve bekende [medeverdachte 1] links langs pand [adres 1] te Sint-Willebrord naar de straatzijde kwamen gelopen. Ik zag dat [medeverdachte 1] een blauw met witte trui droeg. Ik zag dat [medeverdachte 5] in de Mercedes, XX-XX-XX, stapte en dat [medeverdachte 1] in de Dodge Ram, XX-XX-XX, stapte. Ik zag dat beide vertrokken.

11.

Het proces-verbaal (stam proces-verbaal) met proces-verbaalnummer DR206003-024, documentcode dossier A sub 1.4 (map 1), d.d. 15 februari 2007, doorgenummerde pagina’s 26 t/m 149, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisanten:

(pag. 121)

Uit een gebruikt technisch hulpmiddel conform artikel 126g contra verdachte [medeverdachte 4] was gebleken dat het voertuig, Toyota Dyna, gekentekend XX-XX-XX in 2006 meerdere keren per maand op het parkeerterrein gelegen bij de toegangspoort van camping de Zilverden aan de Oliepot 9 te Rucphen kwam.

12.

Het proces-verbaal (stam proces-verbaal) met proces-verbaalnummer DR206003-024, documentcode dossier A sub 1.4 (map 1), d.d. 15 februari 2007, doorgenummerde pagina’s 26 t/m 149, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisanten:

(pag. 45)

Op dinsdag 29 augustus 2006 werd door het Belgische observatieteam gezien dat de verdachte [medeverdachte 4] met het voertuig, de Toyota Dyna, gekentekend XX-XX-XX, op de locatie [adres 2] te Essen, België, aankwam. Vervolgens zag men dat hij het pand binnenging en daar enig tijd verbleef. Omstreeks 13.10 uur werd verdachte [medeverdachte 4] door de Belgische politie bij het verlaten van het pand aan [adres 2] te Klein Horendonk aangehouden. Direct na de aanhouding van de verdachte [medeverdachte 4] werd door de Belgische autoriteiten het pand doorzocht. In het pand werd in de kelder een in werking zijnd laboratorium aangetroffen ter vervaardiging van synthetische drugs, als bedoeld op lijst I van de Opiumwet. Vastgesteld werd dat hier de laatste fase voor de vervaardiging van de synthetische drug MDMA plaatsvond met behulp van diepvriezers. Verder werd er in het pand aangetroffen een grote hoeveelheid MDMA, ongeveer 150 kg en ongeveer 30 kg amfetamine. Tevens werd in het pand een zak met ongeveer 3500 witte hartvormige pillen (1 kilogram) aangetroffen.

13.

Het proces-verbaal (met bijlagen) met proces-verbaalnummer 100268/2006, documentcode dossier C sub 1.5.1 (map 9), d.d. 5 september 2006, doorgenummerde pagina’s 2118 t/m 2164, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisanten:

(pag. 2119)

Op dinsdag negenentwintig augustus tweeduizend en zes om 14:00 uur begeven opstellers en 4 Officieren van de brandweer zich op vraag van de federale politie Antwerpen naar Essen, [adres 2], om bijstand te verlenen bij een huiszoeking in een pand waar mogelijk een labo synthetische drugs is opgesteld. Het betreft een kleine villa met kelder, gelijkvloers en een verdieping onder het dak. De kelder is toegankelijk via een trap buiten de woning.

Via een klein openstaand venster van de kelder wordt al de typische geur waargenomen van een labo synthetische drugs. In de kelder treffen wij drie vertrekken aan en een gang met trap naar het gelijkvloers. Via de kelderdeur komen we binnen in een ruimte (B op plan in bijlage). In deze ruimte staan 2 kofferdiepvriezers die in werking zijn. Ook staan er een aantal lege emmers met deksels. Vervolgens gaan we metingen uitvoeren in de diepvriezers. Het meettoestel geeft aan dat er in beide diepvriezers een explosief gasmengsel aanwezig is. De diepvriezers worden terug gesloten.

Vervolgens begeven wij ons naar de ruimte rechts (A op plan). In deze ruimte zijn er 4 kofferdiepvriezers waarvan er 3 in werking zijn, de andere is leeg. Wij volgen de hierboven vermelde procedure en stellen vast dat er in de 3 in werking zijnde vriezers ook een explosief gasmengsel aanwezig is. In de ruimte staan er ook verschillende plastic vaten en kartonnen dozen met daarin bussen met aceton.

Vervolgens begeven wij ons via een deur achteraan links naar de gang met een trap naar boven (C op plan). Onder en naast de trap staan dozen met lege bussen aceton, methanol en zoutzuur. Ook staan er enkele blauwe vaten. In deze ruimte wordt geen gevaar gemeten.

Vervolgens begeven we ons rechtdoor naar de laatste ruimte (D op plan). In deze ruimte staan 4 kofferdiepvriezers in werking. Na het volgen van de bovenvermelde procedure stellen we ook vast dat in de 4 vriezers een explosief gasmengsel aanwezig is. In de ruimte staan ook enkele lege emmers en enkele blauwe plastic vaten.

Bij de metingen in al de vriezers stellen wij vast dat er plastic emmers instaan. In deze emmers zit een bruine vloeistof met kristalaanslag aan de wanden van de emmers.

Vervolgens begeven wij ons naar het gelijkvloers. Op het eerste zicht zijn hier geen labo-activiteiten.

Vervolgens gaan wij naar de bovenverdieping. Op de overloop stellen wij vast dat er links en rechts een kamer is en recht voor ons een badkamer. In de badkamer stellen wij vast dat de badkuip zeer vuil is en aangetast is door een bijtend product.

(pag. 2122)

In de rechterkamer ligt een blauwe plastic over heel de vloer. Uit ervaring weten wij dat deze methode gebruikt wordt voor het drogen van de synthetische drugs. De deur van de linkerkamer is op slot. Wij forceren de deur om de kamer te betreden. In de kamer treffen wij verscheidene plastic bussen van 5 Liter methanol aan. Er staat ook een vacuümmachine en een elektronische weegschaal. Naast deze toestellen liggen verscheidene in plastic luchtdichte verpakte poeders. In het onderstel van het bed staan verscheidene lege vaten, emmers, een granulator, kartonnen dozen met poeder, 2 boormachines met menger, in de kleerkast staan enkele blauwe vaten, een menger, plastic zakken voor vacuümmachine, 2 zakken met poeder, handschoenen en filters voor gasmasker.

(pag. 2120 en 2121)

INVENTARIS

Kelder A

A1 Diepvries

A2 Diepvries (leeg)

A3 Diepvries

A4 Diepvries

A5 t/m A10: Blauw metalen leeg vat

A11: Blauw plastieken vat (vol) met vermelding ZZ

A12: Plastieken vat 5 liter - donkere vloeistof

A13: Plastieken vat 5 liter - donkere vloeistof

A14 Plastieken vat 10 liter - leeg

A15 Drie maatbekers

A16 5 liter zwavelzuur

A17 PH-meter (electronisch) Aquamedic

A18 11 x 5 liter acetone (FOREVER)

A19 17 x 4 x 5 liter aceton (Charbonneaux)

A20 10 x 4 x 5 liter aceton (Lambert Chemicals)

A21 Kast met 5 paar handschoenen en 2 maskers

A22 7 lege witte plastieken 25 liter vaten

A23 2 lege blauwe plastieken 25 liter vaten met vermelding ZZ

A24 dompelpomp

Kelder B

B1 Diepvries

B2 Diepvries

B3 1 kartonnen cylinder (vuilbak)

B4 1 blauw vat 25 liter (vol) met vermelding ZZ

B5 5 grote witte emmers (25 kg) leeg + deksels

B6 3 witte emmers (15kg) leeg + deksels

Kelder C

C1 79 kartonnen x 4 x 5 liter (LEEG - aceton/methanol / zoutzuur) (1 doos IBN)

C2 50 lege 5 liter vaten (methanol/aceton/zoutzuur)

C3 1 volle 1 liter aceton

C4 14 lege 1 liter aceton

C5 1 emmer met schroefdoppen

C6 4 blauwe 25 liter vaten met zwavelzuur 96% - UNIVAR Batch 36407

C7 1 blauw 30 liter vat phosphoric acid ASHLAND Chemical

C8 2 lege emmers

Kelder D

Dl t/m D4: Diepvries

D5 5 volle vaten 25 liter zout 28%

D6 3 emmers (15 kg) met deksels

D7 1 emmer (10 liter) fritessaus

D8 2 emmers met rode deksel

D9 1 metserskuip

D10 1 ventilator Everglades

D11 7 blauwe vaten 25 liter met vermelding ZZ

Linkse slaapkamer boven E

El Henkelmann 200A vacuümmachine

E2 Weegschaal Technic Byr Biesta BV

E3 Twee lege kartonnen cilinders

E4 1 droogzak voor centrifuge

E5 1 lege aceton 5 liter verpakking

E6 45 volle 5 liter methanol verpakking

E7 1 kartonnen doos met wit poeder (gesloten) vol

E8 1 kartonnen doos met wit poeder - halfvol

E9 witte pot met bruine pasta

E10 1 witte emmer 25 kg gevuld met wit poeder

E11 1 metserskuip

E12 3 witte potten met rode deksel (leeg)

E13 4 lege witte potten (25 kg)

E14 1 granulator Santosq

E15 1 grijs vat 25 liter (vol)

E16 1 doorzichtig vat 25 liter met vermelding MA

E17 3 blauwe vaten 25 liter zwavelzuur, UNIVAR batch 39799

E18 3 filters voor gasmaskers

E191 PH-meter (electronisch)

E20 2 dozen latexhandschoenen

E21 1 leeg wit vat met rode deksel

E22 1 emmer met rommel

E23 1 stapel vacuümzakken Hevel

E24 1 pak vacuüm getrokken poeder

E25 1 plastieken zak met poeder

E26 1 mengmachine Berg

E27 2 boormachines BOSCH/KINZO met menger

E28 3 vuilniszakken met poederrestanten in plastiek zakken

Garage

1 vat 154 kg aceton QUARON (bijna leeg) batch

AA0610393 + handpomp

14.

Het proces-verbaal met nummer 117596/2006, documentcode dossier C sub 1.5.2 (map 9), d.d. 30 augustus 2006, doorgenummerde pagina’s 2165 t/m 2166, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisanten:

Naar aanleiding van een bericht van de huiseigenaar van het pand [adres 2] te Essen, [de heer 1], die tijdens het verrichten van onderhoudswerkzaamheden in de tuin had vastgesteld dat er twee tonnen werden begraven achter de gemetselde BBQ, maakt de onderzoeksrechter een nieuw huiszoekingsbevel over.

In de tuin aan de achterzijde van het gebouw treffen wij achter de BBQ een door de eigenaar reeds opengemaakt gat aan waarin twee grote plastic emmers, van hetzelfde type als voorheen in de diepvriezers werd aangetroffen. Eén emmer is leeg, de andere bevat twee pakken van 1 kg wit poeder, zoals eerder ook aangetroffen op de zolder van de woning.

15.

Het deskundigenrapport met documentcode dossier C sub 1.5.3, d.d. november 2006, doorgenummerde pagina’s 2167 t/m 2180, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de onderzoeksbevindingen van gerechtelijk deskundige dr. C. van Haeren:

(pag. 2168)

Wij werden aangesteld om op 29 augustus 2006 aanwezig te zijn in het kader van een eventuele ontmanteling van een clandestiene productie van drugs in het pand te 2910 Essen, [adres 2].

(pag. 2170)

Afkortingen

MDMA: 3,4-methyleendioxy-N-methylamfetamine; eindproduct.

PMK: 3,4-methyleendioxyfenyl-2-propanon (het hof begrijpt, gelet op de bijlage van richtlijn 92/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1992 en de bijlage van de Verordening nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad, dat hiermee telkens wordt bedoeld: 3,4-Methyleendioxyfenylpropaan-2-on); precursor van MDMA.

BMK: fenyl-2-propanon (het hof begrijpt, gelet op de bijlage van de Richtlijn 92/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1992 en bijlage van de Verordening nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad, dat hiermee telkens wordt bedoeld: 1-fenyl-2-propanon); precursor van amfetamine

HCl: zoutzuur

Kamer A

In deze ruimte bevonden zich 4 diepvrieskisten (A1, A2, A3 en A4). A2 was leeg. A1 bevatte 6 vaten, A3 bevatte 5 vaten en A4 bevatte 2 vaten.

Bemonstering van kristallen en vloeistof uit één willekeurig vat van elke diepvrieskist.

(pag. 2171)

A1. De vloeistof bevat 3,3% MDMA-base en 6,5% PMK. De kristallen bevatten 99% MDMA-HCl.

A3. De vloeistof bevat 2,9% MDMA-base en 6,3% PMK. De kristallen bevatten 99% MDMA-HCl.

A4. De vloeistof bevat 2,9% MDMA-base en 6,2% PMK. De kristallen bevatten 93% MDMA-HCl.

Ter plaatse werd de inhoud van één van de vaten uit diepvries A gewogen (meest voorkomend vat, sommige vaten waren wat kleiner). Het gewicht van de vloeistof bedraagt ± 15 kg. Het gewicht van de nette kristallen bedraagt ± 5,2 kg. Na droging zou de opbrengst per vat 3 à 4 kg poeder kunnen bedragen. Voor 34 vaten komt dit neer op 100 à 140 kg poeder. Dit is een zeer ruwe schatting.

Verder bevonden zich in deze ruimte zes blauwe, metalen vaten genummerd A5 tot A10. In deze stalen werd hoofdzakelijk MDMA en PMK aangetoond.

Een blauw plastic vat (staal A11), twee vaatjes met etiket “aceton”, het een halfvol (A12) en het andere vol (A13) met een bruine vloeistof. Zeven witte vaten (± leeg), één ervan bemonsterd (A22).

Resultaat van de analyse: al deze stalen bevatten typische bestanddelen voor afval van de productie van MDMA, zowel de precursoren (safrol, isosafrol, piperonal, PMK) als het typische tussenproduct 1-MDfenyl-2-propanol, en formyl- en acetyl-MDMA en het eindproduct MDMA.

(pag. 2172)

Het plastic vaatje met Chinees etiket (A14) heeft een bruine vloeistofrest op de bodem.

Resultaten van de analyse: PMK, maar ook MDMA, formyl-MDMA en acetyl-MDMA werden aangetoond op de swaps. Ook op de swaps van de maatbeker werden deze bestanddelen aangetoond. De bruine vloeistof (A14) bevat weerom typische bestanddelen voor afval, zowel de precursoren (safrol, isosafrol, piperonal, PMK) als het typische tussenproduct 1-MDfenyl-2-propanol en formyl- en acetyl-MDMA en het eindproduct MDMA.

Zeven witte vaten (± leeg), één ervan bemonsterd (A22).

Resultaat van de analyse: amfetamine en de precursor BMK werden aangetoond.

(pag. 2173)

Kamer B

In deze ruimte bevonden zich 2 diepvrieskisten (B1 en B2). B1 bevatte 4 vaten en B2 bevatte 6 vaten.

Bemonstering van kristallen en vloeistof uit één willekeurig vat van elke diepvrieskist.

B1. De vloeistof bevat 3,2% MDMA-base en 4,8% PMK. De kristallen bevatten 98% MDMA-HCl.

B2. De vloeistof bevat 3,6% MDMA-base en 5,8% PMK. De kristallen bevatten 98% MDMA-HCl.

Kamer C

C2 is een assortiment van 5-litervaatjes. Eén ervan, met bruine, visceuze vloeistofrest werd bemonsterd (staal C2). In dit staal werd weerom hoofdzakelijk MDMA en PMK aangetoond.

C6 vier vaten met zwavelzuur.

Sterke zuren worden o.a. gebruikt bij het kristallisatieproces. Zo wordt zwavelzuur meestal gebruikt bij de kristallisatie van amfetamine-base tot amfetamine-sulfaat.

(pag. 2174)

Kamer D

In deze ruimte bevonden zich 4 diepvrieskisten (D1, D2, D3 en D4). D1 bevatte 3 vaten, D2 bevatte 2 vaten, D3 bevatte 2 vaten en D4 bevatte 4 vaten.

Bemonstering van kristallen en vloeistof uit één willekeurig vat van elke diepvrieskist.

D1. De vloeistof bevat 2,9% MDMA-base en 6,5% PMK. De kristallen bevatten 98% MDMA-HCl.

D2. De vloeistof bevat 3,3% MDMA-base en 4,6% PMK. De kristallen bevatten 99% MDMA-HCl.

D3. De vloeistof bevat 3,6% MDMA-base en 4,7% PMK. De kristallen bevatten 94% MDMA-HCl.

D4. De vloeistof bevat 3,5% MDMA-base en 4,6% PMK. De kristallen bevatten 99% MDMA-HCl.

D5 vijf ongeopende vaatjes met opschrift “zout 28%”; één ervan bemonsterd (D5). D11 zeven ongeopende vaatjes met opschrift “zz”; één ervan bemonsterd (D11). Voor beide geeft het pH-indicatorpapier een waarde die aantoont dat het gaat om een sterk zuur. Zoutzuur (HCl) wordt o.a. gebruikt bij de kristallisatie van MDMA-base tot MDMA-HCl.

(pag. 2175)

Kamer E (bovenverdieping)

(pag. 2176)

Resultaten van de analyse

E8 het wit poeder in de kartonnen doos is zuivere cafeïne. Cafeïne is een typisch versnijdingsmiddel o.a. voor amfetamine.

E9 de geel-bruine paste in het plastic emmertje bevat 36% amfetamine-sulfaat en 125 BMK.

E10 het poeder uit het tonnetje (brutogewicht 10,4 kg) bevat 35% cafeïne en 52% amfetamine-sulfaat.

E24 het poeder bevat 43% cafeïne en 28% amfetamine-sulfaat.

E25 het poeder bevat 40% amfetamine-sulfaat.

(pag. 2176 en 2177)

EL 1 t/m EL13 zijn twaalf pakken van 1 kg poeder en één pak van ½ kg poeder. Vier willekeurig gekozen pakken werden bemonsterd en de poeders werden geanalyseerd. De poeders zijn nog nattig en bevatten nog 35 tot 48% solvent. Na droging bevatten de poeders 63 à 70% amfetamine-sulfaat.

(pag. 2177)

ER 1 t/m EL9 zijn acht pakken van 1 kg poeder en één pak van ½ kg poeder. Drie willekeurig gekozen pakken werden bemonsterd en de poeders werden geanalyseerd. De poeders zijn nog nattig en bevatten nog 30 à 35% solvent. Na droging bevatten de poeders 34 à 40% cafeïne en 42 à 44% amfetamine-sulfaat.

Naast de beddenbak staan drie zakken. Een zak met een wit poeder (EB1) bevat zuivere cafeïne. Een tweede zak met wit poeder (EB2) bevat 13% amfetamine-sulfaat. Een zakje met een vochtige geelbruine pasta (EB3.1), samen verpakt met blauwgrijze tabletten (EB3.2). De geelbruine pasta (EB3.1) bevat 31% cafeïne, 11% BMK en 24% amfetamine-sulfaat,

De ronde blauwe met grijs-gespikkelde tabletten hebben aan één zijde het logo van een klavertjevier en aan de andere zijde een mediane breuklijn. Deze tabletten bevatten 39% MDMA-HCl.

(pag. 2178)

Keuken

De witte tabletten in de vorm van een hartje bevatten een spoor van MDMA.

Het wit poeder in een grijze plastic zak, gevonden in een keukenkast betreft natriumboorhydride. Natriumboorhydride (NaBH4) wordt gebruikt als reductiemiddel bij de reductieve aminering waarbij PMK in één stap omgezet wordt tot MDMA (koude methode, uitgevoerd in de diepvries).

(pag. 2178 en 2179)

Acht pakken poeder werden gevonden onder een dressoir (KD1 t/m KD8). In drie poeders werd enkel amfetamine aangetoond, in vijf poeders werd cafeïne en amfetamine aangetoond. Van drie willekeurig gekozen poeders werd de concentratie bepaald:

KD1 bevat 61% amfetamine-sulfaat.

KD2 bevat 59% cafeïne en 28% amfetamine-sulfaat.

KD8 bevat 70% amfetamine-sulfaat.

(pag. 2179)

In de tuin werden twee pakken poeder gevonden (stalen T1 en T2). Beide bevatten cafeïne en amfetamine. T1 bevatte 29% cafeïne en 42% amfetamine-sulfaat.

Samenvatting en conclusies

Uit de analysen van de bemonsterde vaten uit de diepvrieskisten en het aanwezige materiaal in de kelderruimten A, B en D leiden we af dat in deze vaten een kristallisatieproces plaatsvond. In de vaten bevond zich een bruine vloeistof bestaande uit aceton met daarin resten PMK en MDMA. De laag kristallen tegen de binnenwanden van de vaten betreft zuivere (95 tot 99%) MDMA-HCl.

Op de bovenverdieping werden grote hoeveelheden verpakte poeders gevonden. Deze bevatten hetzij amfetamine, hetzij amfetamine versneden met cafeïne. Er werd ook zuivere cafeïne aangetroffen. De uitrusting en de aanwezige poeders wijzen uit dat hier de amfetaminepoeders werden versneden, verdeeld, afgewogen en verpakt.

(pag. 2180)

De producten nodig voor het kristallisatieproces, met name aceton, zoutzuur en zwavelzuur, werden in grote hoeveelheden aangetroffen op de site.

16.

Een geschrift, zijnde het proces-verbaal (met bijlage) met nummer 117209/2006, documentcode dossier C sub 1.5.4 (map 9), d.d. 6 september 2006, doorgenummerde pagina’s 2181 t/m 2228, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de opsporingsambtenaren [functionaris 1], [functionaris 2] en [functionaris 3]:

(pag. 2182)

Wij hebben ons op 29.08.2006 begeven naar Essen, [adres 2], om technische vaststellingen te verrichten.

(pag. 2183-2184)

We onderzoeken diverse voorwerpen die door de bewoners van de woning worden gebruikt of aangeraakt. Met behulp van wit dactyloscopisch poeder maken we enkele vingersporen zichtbaar op:

- paarse asbak op de keukentafel (spoor A1).

Met behulp van zwart dactyloscopisch poeder maken we een vingerspoor zichtbaar op een suikerpot op de vensterbank in de keuken (spoor B1).

Met behulp van cyano-acrylaatopdamping en nabehandeling met zwart magnetisch poeder maken we een vingerspoor zichtbaar op een karton verpakkingsdoos van Lu time Out soft op de keukentafel en een zilververpakking van Lu Time Out uit de vuilnisemmer in de keuken (sporen E1-F1).

Uitslag vingersporenonderzoek: identificatie van de vingersporen:

A1 schijnt voort te komen van de rechterduim,

E1 schijnt voort te komen van de linker middelvinger,

F1 komt voort van de linker wijsvinger van [medeverdachte 5],

B1 komt voort van de linker middelvinger van [medeverdachte 4].

17.

Het proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer DR206003-287, documentcode dossier A 3.2. (map 6), d.d. 12 februari 2007, doorgenummerde pagina’s 1440 t/m 1480, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisant:

(pag. 1440-1445)

Op 29 augustus 2006 werd uitvoering gegeven aan een rechtshulpverzoek een zoeking te doen op de locatie [adres 1] te St. Willebrord (locatie B).

Lijst van inbeslaggenomen goederen:

2B Verpakkingsdoos van Motorola gsm type C139 (bovenop keukenluifel)

4B briefjes en notitieboekje (in lade van salontafel huiskamer)

5B briefje met telefoonnummers (uit kastje van faxapparaat in winkel)

6B notitieboekje (in linkerlade van dressoir in huiskamer).

(pag. 1446)

Goed 5B

Geschreven telefoonnummer [mobiel telefoonnummer] met vermelding PUK. Dit nummer blijkt als goed nr. 52C in beslag genomen te zijn op de locatie [adres 7] te Rotterdam en te horen bij een buzzer callmax van merk Philips.

Goed 6B

Op briefje volgende notitie:

[nummer]

Tja 51

pu 53

Do 54

KL 56

To 58

18.

Het proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen), proces-verbaalnummer DR206003-095, documentcode dossier A sub 3.2.4 (map 6), d.d. 8 september 2006, doorgenummerde pagina’s 1501 t/m 1512, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisant:

(pag. 1501 en 1502)

Op 29 augustus 2006 werd een doorzoeking gehouden in de woning [adres 1] te St. Willebrord, gemeente Rucphen, bewoond door [verdachte]. Hier werd o.a. aangetroffen: een kartonnen doos, de originele verpakking van een telefoon, blijkens opdruk, merk Motorola, type C139. Dit goed werd genummerd 2 B 1302-1. Op deze doos was een originele sticker aangebracht met hierop afgedrukt een aantal gegevens omtrent het toestel dat in die doos hoorde. Als IMEI nummer stond op de sticker vermeld: [nummer].

Op 7 september werd uit de fouillering van [medeverdachte 5] o.a. inbeslaggenomen:

een GSM, merk Motorola, type C139. Op 8 september verwijderde ik de batterij van dit toestel en zag dat onder de batterij in het toestel een typeplaatje was aangebracht. Ik zag dat hierop o.a. stond vermeld: IMEI: [nummer].

19.

Het proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen), proces-verbaalnummer DR206003-288, documentcode dossier A 3.3 (map 6), d.d. 12 februari 2007, doorgenummerde pagina’s 1522 t/m 1554, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisant:

(pag. 1522)

Op 29 augustus 2006 werd uitvoering gegeven aan een rechtshulpverzoek door een zoeking te doen op de locatie [adres 7] te Rotterdam (locatie C).

(pag. 1523 en 1524)

Lijst van inbeslaggenomen goederen:

10C diverse papiertjes met telefoonnummers en andere informatie (in dressoir woonkamer)

13C papiertje met berekeningen erop in dressoir woonkamer

52C Call Maxer (Philips) (in doos in opbergkast op zolder)

(pag. 1527-1528)

Toelichting op afwerking goederen:

10C:

Betreft een notitiebriefje met daarop geschreven nummer [mobiel telefoonnummer]. Uit de resultaten van de aanvraag printlijst historische en toekomstige gegevens van [telefoonnummer] van [pand], [adres 1], Sint-Willebrord bleek dat er met nummer [mobiel telefoonnummer] in de periode van 27-04-2006 t/m 07-07-2006 10 maal contact is geweest.

13C:

Betreft een notitietekening en berekening waarop vaten getekend staan met daarin

hoeveelheden aangegeven. Naast de vaten staan hoeveelheden en afkortingen. Deze notitie is ter interpretatie voorgelegd aan LFO-expert J. Voogt. De expert verklaarde dat de tekening mogelijk kan duiden op kristallisatieproces van MDMA.

52C:

Call Maxer: Op achterzijde bevond zich een sticker met nummer [mobiel telefoonnummer]. In inbeslaggenomen goed 5B 1101-2 in notitieblokje staat dit nummer bij de naam PUK.

20.

Het proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen), proces-verbaalnummer DR206003-293, documentcode dossier A sub 3.8 (map 6), d.d. 15 februari 2007, doorgenummerde pagina’s 1639 t/m 1661, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisant:

(pag. 1639)

Op 29 augustus 2006 werd uitvoering gegeven aan een rechtshulpverzoek om [medeverdachte 5] aan te houden.

Onderstaande lijst betreft een overzicht van de in beslag genomen goederen op locatie H, personenauto merk Mercedes voorzien van kenteken XX-XX-XX.

(pag. 1640-1641)

3H 02 2 notitieblokjes met telefoonnummers en codes

3H 03 - rood buzzerkaartje met nummer [nummer]

- geel memo kaartje

TJA 51

D 54

TO 58

KL 56

Toelichting afwerking goederen:

Goed 3H: notities en buzzerkaartje:

Hierin stond o.a. vermeld: [naam] [mobiel telefoonnummer]. Middels CIOT bevraging bleek dat nummer afgegeven aan [medeverdachte 1]. Genoemd telefoonnummer stond ook vermeld op wit briefje aangetroffen in woning [verdachte], goednr. 4B.

21.

Het proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen), proces-verbaalnummer DR206003-291, documentcode dossier A sub 3.6 (map 6), d.d. 12 februari 2007, doorgenummerde pagina’s 1587 t/m 1612, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de desbetreffende verbalisant:

(pag. 1587)

Op 31 augustus 2006 werd een collega telefonisch benaderd door een persoon die anoniem wenste te blijven. Deze persoon deelde mee:

“(…) Op de [adres 8] in Sprundel staat een container van Boels verhuur. Deze container wordt door het bedrijf dat daar gevestigd is gehuurd, maar doorverhuurd aan [medeverdachte 4]. [medeverdachte 4] kwam er af en toe bij kijken omdat er spullen van hem in opgeslagen waren (…)”.

(pag. 1588-1595)

Zoeking [adres 8]

Uit eerdere onderzoeksgegevens was gebleken dat het voertuig de Toyota Dyna, gekentekend XX-XX-XX, in gebruik bij de verdachte [medeverdachte 4], meerdere keren op bovenstaande locatie was geweest.

Het onderzoek in de container werd ingesteld in samenwerking met J. Voogt, werkzaam bij dienst nationale Recherche, unit operationele ondersteuning, groep LFO-FTO. Hierbij werd door de collega van de LFO de navolgende voorlopige conclusie getrokken:

Gelet op de aangetroffen goederen in de zeecontainer aanwezig is het zeer aannemelijk dat deze zeecontainer werd gebruikt voor de opslag van goederen ten behoeve van de productie van synthetische drugs. Er werden nieuw en gebruikte productie apparatuur (onder andere laboratorium glaswerk en toebehoren, verwarmingsmantel) en nieuw en gebruikte chemicaliën (vermoedelijk zwavelzuur, mierenzuur en afval) aangetroffen. Tevens werden verpakking met amfetamine (indicatief) aangetroffen.

Onderstaande lijst betreft een overzicht van de in beslag genomen goederen.

1F t/m 5F 5 maal 1 jerrycan, blauw á 25 ltr, inhoud heldere vloeistof (vermoedelijk zwavelzuur)

6F t/m 9F 1 jerrycan, wit á 22,5 ltr, inhoud heldere vloeistof (vermoedelijk mierenzuur)

10F + 11F 1 jerrycan, wit á 5 ltr, inhoud heldere vloeistof, methanol.

13F 1 glazen bolkoeler, lengte 92,5 cm

15F 2 thermometers (tot 300° C)

16F 2 bolkoelers (54,5 cm - 400 mm)

17F 3 bolkoelers (1x 110 cm, 2x 107,5 cm)

18F grijze vuilniszak met daarin een glazen buis (V-vormig –splitser. Gebruikt).

20F 1 kunststof Bügnertrechter met losse linnen doek (zie 14.1.A) 24 cm doorsnee (gebruikt)

21F linnen doek (gebruikt als filter)

22F Glazen scheidtrechter (1ltr) (gebruikt)

23F Glazen koppelstuk (gebruikt)

25F 1 Ventilator, merk Ostberg

28F 1 verwarmingsmantel, merk Horst, doorvoer in bodem is open (gebruikt)

29F 1 Hardwarecatalogus tbv laboratoriumapparatuur en toebehoren etc.

31F 1 glazen 3-halsrondbodemkolf met aansluiting voor thermometer - 20 ltr.

33F 1 glazen 1-halsrondbodemkolf met aftapkraan merk Schott Duran

34F 1 kartonnen doos, inh. 12 glazen bochtjes, div. maten, 1 koeler 39cm, 1 glazen verbindingsstuk, 1 gardena koppelstuk, 4 metalen klemmen

36F 1 glazen 2-halsrond bodemkolf (gebruikt - verm. Amfetamine)

38F 1 kartonnen doos, opschrift Panasonic Magnetron, model NN- E251

39F 1 restant rol aluminiumfolie

40F 1 glazen vacuümglas, merk Schott

41F 1gele kunststof trechter (gebruikt)

42F Diverse rubberen kraagjes, diverse maten, 1 metalen zeef en 1 metalen pollepel

43F Diverse gebruikte / kapotgesneden vacuümzakken.

45F 1 kunststof speciekuip doorsnee 60 x 37 cm (gebruikt)

46F 1 kunststof waterplantenbak (verm. tbv zeven)

47F Slijptol, merk Bosch, type GWS21-180H Professional met 3 nieuwe schijven en bijpassende sleutels.

51F 1 grijze vuilniszak inhoudende diverse stukgesneden lege jerrycans (opschrift Aceton, Methanol) - afval. Gebruikt.

54F 1 elektrische frituurpan, merk Tefal met daarin een gedroogde substantie. (test indicatief op MDMA)

56F 1 elektrische frituurpan, merk Princess met daarin een gedroogde substantie

59F + 60F 1 kunststof jerrycan met restafval (verm. van kristallisatieproces - MDMA)

65F Enkele stukgesneden lege jerrycans aceton. (Gebruikt)

67F 1 plastik zakje inhoudende een kleine hoeveelheid op amfetamine gelijkende stof, getest (indicatief op amfetamine)

68F Diverse gebruikte plastik

69F 1 paar linnen handschoenen

71F 1 plastik emmer met opschrift 5 kg (handgeschreven) inhoudende 3,5 kg bruto wit onbekend poeder

74F 1 plastik emmer, wit, met opschrift 5kg, inhoud 5,5 kg bruto inh. onbekend wit poeder (soortgelijk als 71F-33.1)

76F Een hoeveelheid gripzakken 50 x 50

77F Een hoeveelheid vacuümzakken 26 x 40 cm

82F Een hoeveelheid vacuümzakken 20 x 30 cm

83F 2 metalen en 1 kunststof zeef (diverse maten)

84F 1 elektronische weegschaal (tiptoets), merk Tamita

85F 1 paar rubberen handschoenen.

87F 1 volgelaatsmasker, rubber, met filter

88F 1 keukenmachine, dubbelmixer, merk Braun. Gebruikt.

89F 1 aluminium rolcontainer, met inhoud

90F 1Plastik zak, inhoudende circa 300 gram op XTC-tabletten gelijkende stof, kleur blauw, met Mitsubishu-logo en breuklijn (minus 20 tabletten voor onderzoek)

93F + 94F 1 plastik vacuümzakje met wit op amfetamine gelijkende stof, positieve

reactie op amfetamine

97F 1 dekzeil, blauw/groen

98F 1 gebruikte Coca Cola fles, inhoud olieachtige substantie (vermoedelijk PMK)

Goed F1, F7, F14-1A, F21-2, F22, F29-1, F30-1, F31-1B, F31-1C, F32-5, F33-1, F40-1, F40-4, F43: diverse monsters

Uit analyse bovengenoemde monsters is gebleken dat de precursors, de grondstoffen, voor de productie van amfetamine (BMK) en MDMA (PMK) aanwezig zijn. Tevens zijn de eindproducten Amfetamine en MDMA aangetroffen.

Goed 12F; 20F; 22F; 23F; 39F; 52F; 53F; 55F; 63F;70F; 73F; 84F; 87F; 98F: diverse onderzoeksitems:

Op nagenoeg alle sporendragers werd een vettige substantie aangetroffen.

Goed 20F:

Op de Bugnertrechter werden sporen van handschoenen aangetroffen die voorzien waren van ronde gripnopjes. Op de overige onderzochte spoornummers werden sporen van bedekte handen aangetroffen die achtergelaten waren door handschoenen.

Goed 93F en 94F: zakje met witte stof:

Bij testen van het materiaal werden bij 93F en 94F positieve reacties verkregen op de aanwezigheid van Amfetamine.

22.

Het proces-verbaal (met bijlage) met nummer 116531/2006, documentcode dossier C sub 1.7.1 (map 10), d.d. 29 augustus 2006, doorgenummerde pagina’s 2561 t/m 2566, voor zover – zakelijk weergegeven – de verklaring van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]):

(pag. 2563-2566)

Vraag: Welk zijn uw inkomsten?

Antwoord: Van mijn beroep als ijzervlechter indien ik werk. Ik heb ook verdiensten uit handel in verboden middelen, meer bepaald drugshandel.

Vraag: Over welke voertuigen heeft u de beschikking?

Antwoord: Een groene Toyota Dyna lichte vrachtwagen. Ik rij ook wel eens met de auto van mijn vader, een Mercedes CLK van blauwe kleur. Ik gebruik doorgaans de Toyota

Vraag: Wat is uw band met [adres 2] te Essen?

Antwoord: Ik huur dit pand sedert ongeveer een jaar. De huur is geregeld via makelaarskantoor HUVA. Ik betaal € 850 per maand aan huishuur. Ik heb dit pand enkel en alleen gehuurd met het oogmerk er verdovende middelen te produceren. Het was voornamelijk de ligging van het huis welke interessant was omwille van het feit dat het er afgelegen is in de bossen. Het pand was niet te ver van mijn woonplaats en was ook daarom interessant voor mij.

Ik produceer er ook sedert een jaar ongeveer verdovende middelen. Ik ben met de feitelijke productie sedert nieuwjaar ongeveer begonnen. Ik heb daar kennis van. Ik heb in het pand amfetamines en MDMA (XTC) geproduceerd. De reden dat ik me met dergelijke praktijk bezig houd is omdat ik financiële problemen heb en toch mijn gezin wil onderhouden. Ik zie het als een feit dat ik gespeeld heb en verloren heb momenteel.

Ik verduidelijk dat ik sedert nieuwjaar ongeveer amfetamines produceer, en sedert mei ongeveer ook MDMA in de diepvriezers in de kelder. Ik heb 10 diepvriezers in de kelder staan, ik heb deze allemaal nieuw gekocht in Breda nabij de meubelboulevard. Ik heb de vriezers niet allemaal tegelijk gekocht, maar met een tussenperiode.

Vraag: Kan u het productieproces uitleggen te beginnen met de productie van amfetamines?

Antwoord: Om amfetamines te produceren heb je een soort olie nodig, BMK genoemd. Ik koop dit in jerrycans van 25 liter. Ik heb deze nooit met mijn eigen geld moeten betalen. De 25 liter wordt verdeeld in 5 keer 5 liter in plastic bakkersemmers van Zeelandia. Daarbij voeg ik 5 maal anderhalve liter methanol per liter, dit is zeven liter en half. Ik meng dit in de emmers met een boormachine of in een speciale mengmachine welke ik heb. Per emmer voeg ik ongeveer 1 liter zwavelzuur en terwijl meng ik met de boormachine. Met de PH meter moet het cijfer 7 bereikt worden door toevoeging van meer of minder zwavelzuur. Dit mengsel wordt net yoghurt. Dit moet opstijven gedurende 24 à 36 uren met een deksel op de emmer. Dan heb je per emmer ongeveer 10,5 kilo amfetamines. Deze pasta trek ik dan vacuüm in zakken van 1 kilo. Het verpakken en afwegen van de amfetamines doe ik allemaal in het pand in [adres 2].

Dit is de productie. Ik produceer ongeveer één of twee keer per maand 50 kilo amfetamines. Er zijn ook wel maanden dat ik niets produceer.

Bij de productie draag ik steeds een gelaatsmasker met filter en latex handschoenen.

Mijn methanol koop ik wel eens bij firma [naam] in Essen. Ik kocht ook wel eens methanol in Schoten in een soort doe het zelf. Meestal kocht ik 20 of 25 liter. De zwavelzuur werd mij bezorgd.

Vraag: Kan u de productie van de MDMA ook toelichten?

Antwoord: Hierbij dien je van een andere soort olie te starten, nl. PMK. Ik heb wel eens bedragen gehoord van € 1.100 à € 1.400 per liter. De PMK koop ik in hoeveelheden van 160 liter. Tenminste de laatste keer kocht ik 160 liter. Het is een zwarte olie. Per liter PMK wordt 3 liter aceton toegevoegd in een maatbeker. Ik werk met 5 liter PMK waarbij ik 15 liter aceton voeg. Per liter van het nieuw mengsel voeg ik vervolgens ongeveer 3 liter zoutzuur. Deze dient geroerd te worden in het mengsel met een stok, want anders gaat het borrelen. Deze bakkersemmers met mengsel gaan voor 4 of 5 dagen de vriezer in tot de temperatuur in de emmer gezakt is tot min 22 graden. Na een week kan de emmer er uit.

Het mengsel in de emmer is dan nog steeds vloeibaar, en wordt overgegoten in kannen van 5 liter. In de leeggegoten emmer blijft een soort brij van kristallen zitten en dat is het product waarmee verder gewerkt wordt. Deze brij wordt gewassen met aceton.

Hiertoe doe ik schone aceton in een kuip en doe de brij in een laken of een doek. Het laken met inhoud dompel ik een aantal keren in de aceton en wring ik uit. Op de zolder van de woning gooi ik de brij op een zeil en laat deze drogen met de ramen open.

Deze gedroogde kristallen doe ik in zakken van 10 kilo uit de Grow Shop. Dit zijn speciale zakken met een knijpsluiting. Per emmer van 23 liter heb ik ongeveer 5 kilo afgewerkt product.

Ik had ook wel eens een keer 170 liter PMK. Maar ik had ook wel eens 7 liter PMK. Ik gebruik op [adres 2] dus de kelder en de verdieping voor de productie.

Vraag: Hoe vaak komt u op [adres 2]?

Antwoord: Een aantal keren per week om het pand na te kijken op inbraak, het zwembad na te kijken of de pomp in de put aan de kelder na te kijken. Ongeveer eenmaal per maand ga ik er produceren gedurende een aantal dagen.

Vraag: Wat doet u met het afgewerkt product?

Antwoord: Het gaat weg naar degene die het wil kopen.

Vraag: Wat zijn uw verdiensten met de productie?

Antwoord: Per kilo amfetamines krijg ik ongeveer 50 euro, en voor de MDMA ook zoiets, soms wat meer.

Vraag: Zegt de naam [medeverdachte 1] u iets?

Antwoord: Ik ken inderdaad wel een ‘[medeverdachte 1]’.

Vraag: Bij uw arrestatie bleek u in een schoudertas in een plastic zak twee kleinere zakjes, inhoudend witte pasta en poeder, te hebben. Wat is dit?

Antwoord: Dit is amfetamines. Deze heb ik vandaag geschept om te tonen aan iemand als voorbeeld. Het is een staal zeg maar. Ik weet nog niet aan wie ik het staal wilde tonen.

Ik wens hier nog aan toe te voegen dat de man welke mij soms vergezeld naar [adres 2] door mij '[medeverdachte 5]' wordt genoemd.

23.

Het proces-verbaal (met bijlagen) met nummer 116839/2006, documentcode dossier C sub 1.7.2 (map 10), d.d. 31 augustus 2006, doorgenummerde pagina’s 2567 t/m 2578, voor zover – zakelijk weergegeven – de verklaring van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]):

(pag. 2570-2571)

Vraag: Gebruikt nog iemand anders de Toyota?

Antwoord: Ik leen die auto nogal makkelijk uit aan iemand die hem nodig heeft. Vrienden en kennissen die de auto willen gebruiken, mogen hem altijd lenen van mij.

Vraag: Hoe betaalt u de huishuur van het pand in [adres 2]?

Antwoord: Ik heb een rekening bij de Dexia bank in België, via deze rekening betaal ik de huishuur rechtstreeks aan de huiseigenaar via bankoverschrijving. Een doorlopende opdracht.

Vraag: U blijkt volgens een factuur een aantal vacuümzakken te hebben gekocht bij Sligro. Waartoe dienen deze?

Antwoord: De zakken dienen om in [adres 2] geproduceerde drugs te verpakken. Die koop ik steeds bij Sligro.

Vraag: De factuur is gericht aan [naam]. Wat betekent dit?

Antwoord: Dat is de naam van mijn firma, als zelfstandig bouwvakker.

Vraag: In de tas in uw auto zat eveneens een beeper. Wat kan u hierover zeggen?

Antwoord: Dat is mijn beeper.

24.

Het proces-verbaal (met bijlage) met nummer 120641/2006, documentcode dossier C sub 1.7.4 (map 10), d.d. 23 oktober 2006, doorgenummerde pagina’s 2582 t/m 2586, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]):

(pag. 2585-2586)

Vraag: u had op regelmatige tijdstippen chemicaliën nodig voor het labo in Essen. Kocht u deze zelf in of werden deze geleverd door derden?

Antwoord: indien ik maar enkele liters nodig had ging ik deze zelf aankopen bij de firma [naam] in Nieuwmoer. Als het om meer ging werden de stoffen aangeleverd. Gewoonlijk reed ik ook naar Nieuwmoer, op de parkeerplaats bij het café [naam]. Daar kreeg ik de dozen aceton aangeleverd. Soms ging het om 300 liter, de andere keer ging het om 500 liter. Het betrof een Nederlander, die ik [medeverdachte 3] noemde. Deze kocht zelf de producten in België. Op sommige dozen stond een bedrijf in Schoten. Op het laatst meldde deze me dat het steeds moeilijker werd om grote hoeveelheden te bestellen omdat er in dat geval een soort meldingsplicht was. Ik ben ook een aantal keer naar het tuincenter te Moerkant geweest.

Ik moest daar parkeren, een koffie drinken, en wanneer ik terug kwam waren de chemicaliën in de auto geladen. Gewoonlijk was [medeverdachte 3] hiervoor verantwoordelijk. Er zijn echter ook anderen geweest. Ik heb ook wel enkele keren chemicaliën gaan halen in Sint-Willebrord. Het was wel gek dat de chemicaliën van België naar Nederland gingen en vervolgens terug door mij werden overgebracht. In het centrum van Essen, heb ik ter hoogte van het Dexia kantoor, mijn busje soms achtergelaten ik liep toen wat rond in Essen. Enige tijd later werd dan het busje in de omgeving van het kantoor Dexia door [medeverdachte 3] terug geplaatst met een lading chemicaliën. Weer iemand anders heeft me naar een zekere "Kneus" gestuurd, om daar chemicaliën te gaan halen. Hij kwam met een busje dat vol chemicaliën zat, meerbepaald zwavel- en zoutzuur. De producten werden op straat overgelaten in Sint-Willebrord. Kneus is een Belg en reed met een blauwe gehuurde Mercedes bus.

Vraag: wat weet u verder over die [medeverdachte 3]?

Antwoord: het is een dronkenlap die in Sint-Willebrord woont. Hij rijdt regelmatig met een witte bestelwagen, ik dacht een Ford Transit. Ik vermoed dat hij die huurt.

Vraag: Wie betaalde u de huur van het pand [adres 2]?

Antwoord: ik kreeg van anderen elke maand een bedrag van 1.000 euro. Ik had een rekening bij Dexia, van waar € 850 werd gestort op naam van de eigenaar [de heer1], en € 150 aan Luminus.

25.

Het proces-verbaal (met bijlagen) met nummer 121254/2006, documentcode dossier C sub 1.7.5 (map 10), d.d. 30 oktober 2006, doorgenummerde pagina’s 2587 t/m 2593, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]):

(pag. 2589-2590)

Vraag: tijdens het vorige verhoor hebt u verteld dat een zekere "[medeverdachte 3]" de man was die op geregelde tijdstippen chemicaliën kwam leveren. Wij hebben hier een fotoserie klaargemaakt met een aantal personen die mogelijk in aanmerking komen.

Antwoord: ik heb nazicht verricht van de fotoserie. [medeverdachte 3] is de man op nummer 11.

Verder ken ik nog volgende personen:

foto nummer 19: [medeverdachte 5]

foto nummer 20: [betrokkene 1]

foto nummer 22: [betrokkene 2]

foto nummer 23: [medeverdachte 1]

foto nummer 24: [betrokkene 3]

Vraag: kunt u ons aanduiden hoeveel keer [medeverdachte 3] u producten heeft geleverd, en hoeveel in totaal?

Antwoord: ik dacht dat hij mij vijf tot zes keer chemicaliën, aceton en methanol, heeft geleverd, mogelijks een 1500 tot 1800 liter in totaal.

Vraag: hoe werden de afgewerkte poeders eigenlijk vanuit Essen naar hun bestemming gebracht?

Antwoord: ik deed de poeders in gewone grijze vuilniszakken van het merk KOMO. In elke zak zat tien kilogram. Ik deed de poeders eerst in een grote gripzakken, die ik vervolgens dichttrok, en vervolgens deed ik er zo'n KOMO zak rond, die ik dichtknoopte. Ik pakte die zakken gewoon met de blote hand vast. Vervolgens reed ik naar steeds verschillende plaatsen in Nederland, een keer in een bos, aan een begraafplaats en nabij een kerk. Het is ook wel eens bij [adres 2] gebeurd, vlak over de grens.

Vraag: hebt u ooit vuilniszakken overhandigd aan een persoon met een Mercedes Vito?

Antwoord: ja, dat is meerdere keren gebeurd, misschien twee of drie keer. Soms was het aan de bestuurder alleen, soms zaten er twee mensen in de auto. Dit gebeurde in een zijstraat bij het restaurant [naam], op de grens, niet ver van [adres 2]. Ik denk dat het op het grondgebied van Nederland ligt.

Vraag: hebt u ooit poeders afgegeven aan [medeverdachte 3]?

Antwoord: neen, dat weet ik zeker. [medeverdachte 3] stond enkel in voor de chemicaliën. Ik kan nog zeggen dat [medeverdachte 5] er soms bij aanwezig was toen ik poeders ging afleveren.

Vraag: hoeveel kilo bracht u dan weg?

Antwoord: ik bracht niet steeds alles tegelijk weg, het gebeurde dat alles er weken lang bleef liggen. Ik bracht tussen de veertig en zeventig kilogram per keer weg.

Vraag: hoeveel keer is dat zo in totaal gebeurd?

Antwoord: minder dan tien keer.

26.

Het proces-verbaal (met bijlage) met nummer 121841/2006, documentcode dossier C sub 1.7.9 (map 10), d.d. 9 november 2006, doorgenummerde pagina’s 2610 t/m 2617, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]):

(pag. 2613)

Vraag: Wie hebben dat huurcontract ([adres 2]) ondertekend?

Antwoord: [naam vrouw] en ik hebben dat huurcontract ondertekend.

Vraag: Hoe ben jij aan het adres [adres 2] te Essen gekomen?

Antwoord: Ik ben zelf niet aan dat adres gekomen. Dat hebben anderen voor mij gedaan. Ik heb dat adres via [betrokkene 1].

Vraag: Heeft [betrokkene 1] jou een adres laten zoeken of had hij dat adres al en heeft hij jou dat huurcontract op laten stellen?

Antwoord: Het adres was al uitgezocht door iemand anders. [betrokkene 1] kwam daar mee aan. Ik hoefde dat huis alleen maar te gaan huren op mijn naam.

(pag. 2614)

Vraag: Hoe kwam jij aan die 850 euro die je iedere maand voor de huur van die woning moest betalen? Je hebt al eens verklaard dat je dat geld, 850 euro huur en 150 euro voor gas licht en water van anderen kreeg. Wie zijn die anderen?

Antwoord: Van [betrokkene 1]. Volgens mij had [betrokkene 1] dat bord in de tuin van [adres 2] zien staan en die kwam er mee aan. Het geld voor de borg en de huur kreeg ik van [betrokkene 1].

(pag. 2615)

Vraag: Je hebt zo al verklaard over [medeverdachte 3] uit St. Willebrord en dat hij chemicaliën zoals aceton leverde of afgaf in St. Willebrord. Hij had toen gedronken. Wanneer en waar was dat? Wie waren daarbij of wie waren daarvan op de hoogte? Hoe ging dat zo'n overdracht van chemicaliën? Om welke chemicaliën ging het?

Antwoord: Het ging om aceton en methanol. [medeverdachte 3] verdiende er zo een zakcentje bij. [medeverdachte 3] mocht ook niet op [adres 2] komen. Op [adres 2] kwam alleen ik.

Vraag: En [medeverdachte 5]?

Antwoord: En [medeverdachte 5] maar dat zal het onderzoek al wel uitgewezen hebben.

Vraag: In uw verklaring van 31 oktober 2006 kwam jij, buiten de toen door jouw afgelegde verklaring om, terug op die buzzers/ piepers, waarvan er één in jouw bezit was. Ook is toen weer het lijstje besproken met de codes:

Tja 51

Pu 53

Do 54

KL 56

To 58

De cijfers 51, 53, 54, 56 en 58 zijn de laatste cijfers van het piepernummer [nummer]. Jij noemde toen een naam in wiens opdracht of op wiens verzoek je die piepers hebt gekocht en aan wie je de gekochte piepers afgaf. Wil je dat nu nogmaals vertellen zodat het in jouw verklaring kan worden opgenomen?

Antwoord: Ik heb die dingen gekocht via de gsm-shop in Tilburg. Ik heb er vijf gekocht. Ik heb die piepers in de verpakking bij [betrokkene 1] afgegeven.

Vraag: Volgens Callmax zijn de buzzers in november 2005 geactiveerd.

Antwoord: Dan klopt dat wel.

(pag. 2616)

Vraag: To58 staat voor jouw naam [medeverdachte 4]. Wat deed jij als jouw pieper overging?

Antwoord: Dan reed ik naar [adres 1], naar de woning van [betrokkene 1].

27.

Het proces-verbaal (met bijlage) met nummer 122600/2006, documentcode dossier C sub 1.7.10 (map 10), d.d. 21 november 2006, doorgenummerde pagina’s 2618 t/m 2623, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]):

(pag. 2620)

Vraag: Kunt u ons zeggen hoe en door wie u in aanraking bent gekomen met de bende. U had het er toch over dat u in het begin had opgetreden als koerier?

Antwoord: Zoals reeds verklaard had ik op een bepaald moment een serieus tekort aan geldelijke middelen. Dit was bij verschillende mensen bekend. Ik was lid van de sportschool in Sint-Willebrord. Daar was ook [betrokkene 1] lid. Hij heeft me gevraagd om bij hem thuis in [adres 1] wat klusjes te komen uitvoeren, zoals schilderwerken enzovoort. Ik heb er enkele werken uitgevoerd. Na enkele keren is mij door [betrokkene 1] gevraagd of ik bereid was iets weg te brengen. Op dat ogenblik wist ik nog niet wat het was. Het betrof gewoon een boodschappentas met een of meerdere zakken erin. Ik weet nu nog steeds niet wat er precies in zat. Ik heb er nooit in gekeken. Deze zakken moesten dan op een bepaalde tijd in een afvalbak aan een parkeerplaats gedropt worden. Het moest wel exact op het juiste uur gebeuren. Dat kon in heel Nederland gebeuren. De volgende stap was dat ik [betrokkene 5] leerde kennen, die naar mij toe werd gestuurd door [betrokkene 1]. Hij zei me dat hij door [betrokkene 1] gestuurd was. Hij moest me de knepen van het vak leren om in een labo te kunnen fungeren. Ik wist toen wel degelijk dat het over drugs zou gaan. [betrokkene 5] woonde in Sprundel. Hij zou nu met zijn vriendin gevlucht zijn naar Estland. [betrokkene 5] heeft toen op een avond een beetje product aangemaakt om het procedé te tonen, misschien een halve liter. Nadien heb ik hem nooit meer gezien. Toen ik alles meende te kennen zei [betrokkene 1] dat hij een pand voor allerlei doeleinden in Essen wist. Hij sprak nooit over een labo, maar ik wist wel dat het om zoiets zou gaan. Ik noem het zelf ook geen labo daar ik alleen maar drie spullen bij mekaar gooide, meer niet.

(pag. 2621)

Vraag: wanneer hebt u daar voor de eerste keer iets geproduceerd?

Antwoord: ik meen dat ik voor het eerst met kerstmis 2005 wat geproduceerd heb. Dit gebeurde toen nog niet met diepvriezers. Ik moest gewoon zwavelzuur bij de olie gooien, wat amfetamines opleverde.

Vraag: van waar of wie kwamen deze olie en zwavelzuur? Antwoord: het gebeurde wel in opdracht van [betrokkene 1], maar eigenlijk niet voor [betrokkene 1]. De spullen werden me in jerrycans aangeleverd door [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]). Deze werkte niet officieel in de winkel van [betrokkene 1] in [adres 1]. Het betreft een winkel in gordijnen en tapijten. Ik heb hem daar leren kennen. Hij regelde zulke dingen allemaal. De afgewerkte producten zijn terug naar [medeverdachte 2] gegaan. Het ging toen om acht kilogram speed.

Vraag: was [medeverdachte 5] toen al aanwezig?

Antwoord: neen, die is mij pas later voorgesteld door [betrokkene 1] of [medeverdachte 1]. Feit is dat deze regelmatig samen waren en zeer goed bevriend zijn. Hij was steeds goed op de hoogte van al wat er op druggebied te gebeuren stond.

Vraag: hoe is het labo verder tot stand gekomen?

Antwoord: de eerste diepvriezer heb ik aangekocht in opdracht van [betrokkene 1]. Het betrof een heel klein tafelmodel, dat snel weer is verwijderd. Het grote werk is pas begonnen nadat [medeverdachte 5] en ikzelf in opdracht van [medeverdachte 1] de tien diepvriezers heb aangeschaft. Zeven hebben we zelf afgehaald op verschillende adressen, de drie overige werden ter plaatse afgeleverd door [medeverdachte 1]. We kochten ze fonkelnieuw bij verschillende adressen. We kregen gewoon geld mee van [medeverdachte 1] en brachten ze met mijn busje naar Essen. Ze kostten ongeveer 1.000 euro per drie. Ik herinner me nog dat ik ze kocht bij de firma [naam] op de Haagdijk in Breda. De facturen en garantiebewijzen werden gelijk door ons weggegooid. De echte productie is rond eind januari - begin februari van start gegaan. Ik praat nu over 170 liter per productie. Dat was het maximum dat we per keer konden doen. We deden daar een week over. De ene maand gebeurde dit twee keer, de andere maand één keer. Het komt er dus op neer dat we tijdens de maand februari twee keer hebben geproduceerd, één keer in maart, twee keer in april, drie keer in de periode mei-juni. Daarna zijn we een week of zes gestopt en zijn terug begonnen op 25 augustus.

Vraag: hoe werden de producten aangeleverd?

Antwoord: de aceton en metanol werden aangeleverd door [medeverdachte 3]. De olie werd op het vrachtwagentje gezet. Ik zette mijn vrachtwagen in opdracht van [medeverdachte 1] ergens weg, bijvoorbeeld naar [bouwmarkt], een kerk of bij McDonald’s en moest daar een tasje koffie drinken. Indien ik hierbij gevolgd ben moet dat zijn vastgesteld. De laatste keer gebeurde het bij de Sligro in Roosendaal. Daar is [medeverdachte 1] aangekomen met zijn Mercedes Vito en hebben we van voertuig gewisseld. Hij is vervolgens met mijn Toyota weggereden. Toen hij na een half uurtje terugkwam stonden de blauwe vaten met olie erin. Het betreft de producten voor de laatste aanmaak.

Vraag: kwamen [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] ooit naar het labo?

Antwoord: neen, ze meden die plaats zeer zorgvuldig. Dat was ook de reden waarom ik steeds van de plaats weg moest rijden om de producten te halen en te brengen. [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] waren zeer voorzichtig en raakten nooit iets aan. Alleen [medeverdachte 5] en ikzelf kwamen naar Essen.

Vraag: wat deed u met de afgewerkte producten?

Antwoord: ik laadde de afgewerkte poeders amfetamines of XTC op mijn vrachtwagen en reed naar een plaats die door [medeverdachte 1] werd aangegeven. Deze gaf me meestal de orders. De poeders werden soms afgegeven bij [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]), op een parkeerplaats in het bos bij zijn camping in Rucphen. De poeders werden gewoon in vuilniszakken verpakt, de grijze KOMO zakken. Andere keren moest ik een aantal zakken in mijn vrachtwagentje laden en vervolgens ergens achterlaten, op dezelfde manier als reeds beschreven.

(pag. 2621 en 2622)

Vraag: hebt u ooit poeders aan [medeverdachte 1] afgegeven?

Antwoord: ja, maar hij kwam nooit naar België. In voorkomend geval moest ik met de poeders de grens over. Hij kwam ze soms bij mij thuis afhalen. Ik heb hem ook net over de grens enkele zakken overhandigd. Deze waren echter ingepakt door [medeverdachte 5], zodat ik niet precies weet wat erin zat. We zijn dan samen naar de grens gereden. [medeverdachte 1] wachtte ons er op. Hij was vergezeld van een andere man, doch ik kende hem niet. Het liefst ging ik alles afzetten bij [medeverdachte 2], dan was ik er ineens van af. Ik wil er nog aan toevoegen dat het soms [medeverdachte 5] was die de zakken ging wegbrengen. Gewoonlijk was dit bij zeer dringende leveringen.

(pag. 2622)

Vraag: wat gebeurde er met het chemisch afval?

Antwoord: de vloeistoffen werden door mij opgevangen waarna ik ze terugdeed in de 5 liter recipiënten van de aceton, die vervolgens per vier in de originele kartonnen dozen werden verpakt. Wanneer ik zo'n 1.200 liter bij mekaar had, dus een zestigtal dozen, belde [medeverdachte 5] naar [medeverdachte 1], daar ik nooit zelf telefoneerde. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] hadden mekaars telefoonnummer. Vervolgens werd door [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 1] een datum vooropgesteld waarom het afval diende te worden afgehaald zodat deze nog enkele dagen de tijd had om alles te regelen. Op de gestelde dag laadden wij het afval in het huurbusje dat we ergens waren gaan afhalen waar het was achtergelaten door [medeverdachte 1] en zetten het weer terug op de plaats waar we het afgehaald hadden.

Vraag: door wie werd u betaald voor uw prestaties?

Antwoord: ik weet niet wie er betaalde, maar wel wie er uitbetaalde. Meestal stak het geld in een enveloppe in het busje. [medeverdachte 1] was de man van de betalingen.

Vraag: hoe kunt u de functie van [medeverdachte 5] omschrijven?

Antwoord: [medeverdachte 5] stond een heel eind boven mij, maar heeft al heel wat krediet verloren. Hij zit al lang in het milieu. Hij moest dit werk gaan doen om reden dat hij al zoveel gezakt was in de rangorde. [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]) was dan weer de allerlaagste in het systeem.

Vraag: wie betaalde het materiaal in het labo?

Antwoord: ik betaalde alles zelf. Een deel van de emmers heb ik van mijn buurman gekregen, die bij een groothandel in bakkerijproducten werkte en ze had meegebracht voor een feestje. De andere emmers heb ik aangekocht bij de firma [naam] in Nederland. Ook de maskers heb ik zelf bekostigd, evenals enkele doucheschermen, die ik gebruikte om de aceton af te filteren van het poeder.

Vraag: kunt u ons de rangorde binnen de bende duiden?

Antwoord: [medeverdachte 1] was volgens mij de baas. [betrokkene 1] is de man met de contacten. Hij kan overal aankomen en met iedereen praten. Hij kan je ook maken of breken. [medeverdachte 1] was meer de man van de uitvoering. Ik kon er niet zo goed mee overweg.

Vraag: kunt u ons nog meer vertellen over de buzzers?

Antwoord: ik wist alleen dat ik naar [betrokkene 1] moest rijden als het ding begon te werken. TJA is van [medeverdachte 2], de bijnaam die [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]) aan [betrokkene 1] gaf. DO stond voor [medeverdachte 1].

Vraag: hoeveel kreeg u uitbetaald voor de afgewerkte producten?

Antwoord: ik kreeg 37,50 euro per kilo MDMA. Ik moest hiervan wel mijn onkosten van diesel, emmers, kuisproducten enzovoort regelen. Voor een kilo amfetamine kreeg ik 25 euro, min de onkosten. Een liter olie leverde twee kilo poeder op. Voor de MDMA kregen zowel [medeverdachte 5] als ikzelf de 37,50 euro, maar de 25 euro moest ik delen met hem.

28.

Het proces-verbaal (met bijlagen) met nummer 123137/2006, documentcode dossier C sub 1.7.12 (map 10), d.d. 28 november 2006, doorgenummerde pagina’s 2624 t/m 2640, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]):

(pag. 2626-2630)

Vraag: wat is uw betrokkenheid met betrekking tot de container die door ons werd aangetroffen te Sprundel, [adres 8]?

Antwoord: de container huurde ik in opdracht van [betrokkene 1] bij Boels. Hij werd door Boels op die plek gezet. [betrokkene 1] gaf mij het huurgeld van 150 euro per maand cash, dat ik vervolgens doorgaf aan [naam] van de firma Bero, op wiens terrein de container stond. Deze gaf de huur dan aan Boels.

Vraag: wat zat er volgens u in deze container?

Antwoord: er zat nieuw en oud glaswerk in ten behoeve van een labo voor de vervaardiging van synthetische drugs. Met oud glaswerk bedoel ik dat het voor dat doel gebruikt werd. Het was afkomstig van [naam], woonachtig te Tilburg. Deze had het glaswerk op de achterplaats van de woning van [betrokkene 1] geplaatst. [betrokkene 1] gaf me dan de opdracht zijn spullen over te brengen naar voornoemde container.

Vraag: weet u waarom [betrokkene 1] dit niet telefonisch regelde?

Antwoord: [betrokkene 1] belde nooit, hij wilde geen telefonische contacten. Hij besprak nooit zaken via de telefoon.

Vraag: waar kwam het nieuwe glaswerk vandaan?

Antwoord: dat stond ook bij [betrokkene 1] thuis. Hij heeft me verteld dat hij het in Limburg had gekocht. Ook nu vroeg hij me dit naar de container te brengen.

Vraag: er werden enkele frietketels gevonden. Hoe kwamen die in de container terecht?

Antwoord: die kwamen uit [adres 2]. Ik heb er een keer die olie mee laten verdampen. Iemand heeft het me toen voorgedaan. Het proces staat op een diskette die in de laptop zat die hier is aangetroffen.

Vraag: wat zat er verder nog in de container?

Antwoord: er waren nog een aantal jerrycans die er door mij waren in gezet. Ze waren blauw en wit doorzichtig. Het betrof allerlei soorten chemicaliën voor het labo. Er lag ook nog een nieuw documentatieboek met afbeeldingen van het glaswerk. Het zat bij het nieuwe glaswerk.

Vraag: wie is er met jou nog bij de container geweest?

Antwoord: enkel [medeverdachte 5]. Niemand anders.

Vraag: Wij vertonen u de printlijst van buzzer [nummer]. Kunt u zeggen of u deze herkent?

Antwoord: dit is de lijst van het nummer dat door mij gebruikt werd. Ik ken enkel zeggen dat ik dadelijk na het krijgen van een bericht naar [betrokkene 1] reed. [betrokkene 1] kende de codes en van hem kreeg ik vervolgens de nodige opdrachten. Meestal kwam het erop neer dat ik drugs moest gaan ophalen in [adres 2] en wegbrengen. Elke opdracht was trouwens drugsgerelateerd. Ik kan me herinneren dat ik rechtstreeks vanuit het labo in Belgie naar Tilburg ben gereden en er drugs heb afgeleverd op het [plein 2]. Ik weet niet meer aan wie dit was. Indien er op de lijst vermeld staat dat mijn buzzer gebeld werd van een telefooncel op dit plein kan dat dus kloppen. Ik bemerk op de lijst dat mijn buzzer een aantal keren is gebeld van een telefooncel te Sint-Willebrord, aan [adres 6], en dat steeds de code J1 of JO1 meekwam. Ik kan er alleen over zeggen dat de code 01 [betrokkene 1] betrof. Als het goed is zijn deze codes gebeld vanaf de telefoon van [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]), van [medeverdachte 1] of vanaf de telefooncel te Sint-Willebrord. Ze belden me wel allemaal via de bemiddeling van [betrokkene 1]. Hij was de regelaar maar was zelf regelmatig te stoned van het cocaïnegebruik.

Vraag: waar hebt u aan de hand van de via de buzzer van [betrokkene 1] verkregen opdrachten drugs afgeleverd?

Antwoord: Ik heb drugs geleverd in Tilburg, Rucphen, Breda, Roosendaal. Harddrugs in de vorm van MDMA of Amfetaminepoeder. Op de plaats van levering werd ik aangesproken door de persoon die [betrokkene 1] dan had gestuurd. Mijn busje valt nogal op en was voor de mensen makkelijk te vinden. Ik ontving dan steeds de betaling van die personen en gaf dit vervolgens aan [betrokkene 1]. Het zat meestal in een dichtgeplakte enveloppe. Ik heb het ook wel eens in een busseltje gezien. Het ging toen om en bij de 1000 euro. Pillen heb ik nooit rondgebracht. De pillen heb ik wel eens gezien op de camping bij [medeverdachte 2]. Ze werden geslagen door mensen met een Russisch accent.

Vraag: wie waren de personen die erbij waren op 08 juni bij Jagersrust?

Antwoord: ik weet nog dat ik toen samen met [medeverdachte 5] een aantal zakken met MDMA poeder heb afgegeven aan [medeverdachte 1]. Op het terras zaten nog andere mensen die te maken hadden met het slaan van pillen of PMK. Dat heeft [medeverdachte 5] me toen verteld. Tenslotte ben ik er bijna zeker van dat ook [betrokkene 1] erbij was. Het was een unicum dat ik rechtstreeks aan [medeverdachte 1] heb geleverd. [medeverdachte 1] huurde ook wel eens een bus op andermans naam, ondermeer de mijne, bij Woestenberg, op de weg van Sprundel naar Rucphen.

29.

Het proces-verbaal, documentcode dossier C sub 1.7.15 (map 10), d.d. 12 december 2006, doorgenummerde pagina’s 2654 t/m 2657, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]):

Vraag: U toont mij een lijst met als titel: "Bakenlocatie in België m.u.v. [adres 2].

Ik kan u over de plaatsen met bijbehorende straatnamen het volgende verklaren:

Essen, [straat E] – [straat H]: Ik kreeg iedere maand rond de 20ste duizend euro van [betrokkene 1]. Ik ging vervolgens met dat geld naar de Dexia bank gelegen bij de [straat E] en de [straat H] waar ik het geld stortte op een speciaal daarvoor geopende rekening.

Wildert: In deze plaats ben ik op verzoek van [betrokkene 1] enkele keren met mijn Toyota Dyna met nummerplaat XX-XX-XX geweest om een briefje bij iemand af te geven. Ik weet nog dat het een houten chalet in het bos betrof. Ik weet dat daar [medeverdachte 3] woont. Ik bedoel daarmee [medeverdachte 3] uit St. Willebrord. Ik ben ook een keer samen met [medeverdachte 1] naar die houten chalet van [medeverdachte 3] in Wildert gereden.

De levering van aceton voor [adres 2] kreeg ik op de navolgende wijze:

[betrokkene 1] gaf geld aan [medeverdachte 3] om aceton te kopen. [medeverdachte 3] kocht dit vervolgens en koppelde naar [betrokkene 1] terug dat hij aceton had en deelde vervolgens aan [betrokkene 1] de datum tijdstip en plaats mede waar ik de aceton weer in ontvangst kon nemen. [betrokkene 1] gaf dit vervolgens weer aan mij door. Dit gebeurde altijd in België. Dit betrof de 300 of 500 liter aceton. Ik ben slechts een keer bij [medeverdachte 3] thuis aan de [straat O] geweest.

Dit betrof slechts een kleine hoeveelheid. Het lag toen in de witte Ford Transit die bij hem thuis stond. Wij spraken af in Nieuwmoer nabij de kerk, in Essen nabij café onder de toren, bij de bar genaamd [naam] en bij een tuincentrum gelegen aan de Moerkantsebaan, de weg van Essen naar Huijbergen. [medeverdachte 3] nam ook wel eens mijn busje mee en bracht hem korte tijd later weer terug. [medeverdachte 5] was er vaak bij als ik de aceton op ging halen. Ik maakte bij het ophalen van de aceton altijd gebruik van mijn groene Toyota Dyna, kenteken XX-XX-XX.

De methanol kreeg ik ook van [medeverdachte 3]. Ik weet dat [medeverdachte 3] voor de methanol en aceton van tevoren altijd geld kreeg van [betrokkene 1]. Ik weet dit omdat ik het meerdere keren zelf heb gezien dat [medeverdachte 3] bij [betrokkene 1] thuis, of in de winkel geld kreeg. Ik weet van [medeverdachte 3] dat hij als beloning voor de werkzaamheden een euro per liter kreeg.

U vraagt mij wat ik wel eens deed bij [adres 6] te St. Willebrord, bij de [zaak] van [betrokkene 4]. Ik ben een aantal keren voor [betrokkene 1] bij het [zaak] van [betrokkene 4] geweest. Ik ken [betrokkene 4] goed omdat zijn vriend [naam] mijn kapper is. [betrokkene 4] en [naam] kwamen ook wel eens bij mij thuis om koffie te drinken. Tijdens een van de bezoeken bij mij thuis liet [betrokkene 4] mij op mijn computer op internet zien dat je via internet in Ierland een tabletteermachine kon kopen. Ik had van [medeverdachte 5] en [betrokkene 1] vernomen dat zo'n tabletteermachine ongeveer 25.000,- kostte. Ik heb voor [betrokkene 1] meerdere keren iets afgegeven bij de [zaak] waar ik geen geld voor terug kreeg. De aankoop van de tabletteermachine bedroeg 2.500,- euro. Ik heb dit min of meer betaald met geld van [betrokkene 1] wat [betrokkene 1] nooit had gekregen voor de goederen die ik had afgegeven.

U toonde mij zojuist een lijst met als titel: "Baken in Nederland”.

Bosgebied Schietbaan/Oliepot. Dit betreft de camping Zilverden waar [medeverdachte 2] en [betrokkene 6] verbleven. Als ik vanaf [adres 2] kwam met drugs dan stopte ik met mijn Toyota busje op het parkeerterrein bij de camping "De Zilverden". [medeverdachte 2] stond er dan meestal. Ik had van te voren via [betrokkene 1] of [medeverdachte 2] of [medeverdachte 1] of [medeverdachte 5] opdracht gekregen om bij [medeverdachte 2] af te leveren. [medeverdachte 2] laadde de drugs over in zijn Jeep Cherokee en reed daarmee de camping op. Ik ben daarnaast ook een keer samen met [medeverdachte 5] vanaf [adres 2] drugs af gaan leveren bij [medeverdachte 2]. Terwijl ik daar net stond kwamen ineens [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] er aanrijden. Volgens mij waren ze met de grijze Mercedes bus van [medeverdachte 1]. [medeverdachte 2] stond er al toen ik aan kwam rijden. Ik weet dit nog omdat ik toen nog heb geroepen: als nu de politie komt dan zijn we alle vijf de klos. Ik weet niet meer hoeveel maar ik had toen dacht ik enkele tientallen kilo's MDMA bij me. Met drugs bedoel ik iedere keer MDMA poeder en/of amfetamine. Ik ben ook wel eens bij de chaletwoning van [medeverdachte 2] geweest. Als je via de klapdeuren naar binnen ging stond er rechts in de schuur een diepvriezer. Dit betrof een tafelmodel diepvriezer met aan de bovenzijde een klep.

Rechts naast dit schuurtje stond nog een schuurtje. In dit schuurtje heb ik een doos met daarin XTC pillen gezien. Er zaten duizenden XTC pillen, rond van model, in die doos. Ik heb daar ook zakken met MDMA poeder afkomstig uit [adres 2] zien liggen.

Ik wil u nog verklaren dat van de container op de [adres 8] bij [betrokkene 1] thuis een reservesleutel lag. [betrokkene 1] had ook een reservesleutel van de Toyota Dyne. Deze sleutel lag op de vensterbank en kon door iedereen gepakt warden.

Ik wil nog even terug komen op mijn eerder afgelegde verklaring wat betreft de jerrycan die ik bij [naam] heb opgehaald. De inhoud van die Jerrycan betrof accuzuur.

Ik heb op een bepaald moment a-olie gehaald, dus olie die al verwerkt was. Waar wil ik niet zeggen. Ik heb deze olie verder verwerkt op het Lab in [adres 2]. Ik ben uiteindelijk met de "Speed", minimaal 50 kilo, naar IKEA in Breda gereden. Ik reed toen met de Dyna, [medeverdachte 5] zat bij mij in de auto. [betrokkene 1] stond op het parkeerterrein van Ikea. De dozen met speed werden overgedragen aan iemand van een koeriersdienst, een kennis van [medeverdachte 5]. Ik ben op het moment dat die dozen werden afgeleverd tussen [betrokkene 1], [medeverdachte 5] en die man van de koeriersdienst naar de benzinepomp gelopen. Toen ik terug kwam was de deal gesloten. Ik heb toen geld van [betrokkene 1] gehad, ik dacht iets van 5000 euro, omdat ik met hen mee had gelopen. Ik zou het geld hebben gekregen voor het kristalliseren en niet voor de deal.

[medeverdachte 2] en [betrokkene 1] zijn ook op het Lab aan [adres 2] geweest. Jullie zullen van hen mogelijk daar geen sporen vinden, omdat het lab door ons ook een keer helemaal geschoond is. [medeverdachte 2] en [betrokkene 1] hebben allebei geholpen met het inpakken van speed met de sealmachine. Dit is maar een keer voor gekomen, ergens vorig jaar. Ik kan ook nog wel zeggen dat [naam] een keer op het lab is geweest. Hij heeft toen ook voorgedaan over dat uitkoken van de olie in de frietpannen die zijn aangetroffen in de container van de [adres 8].

U toont mij de lijst met een overzicht van de door mij gebruikte buzzer (31)660656756. Ik wil daarover verklaren dat [betrokkene 1] aan "klanten" van hem mijn buzzernummer gaf. Zo waren de laatste cijfers ook wel eens procenten. Ik wist dit omdat ik de keren daarvoor met die code een bepaalde hoeveelheid drugs in het lab aan [adres 2] had opgehaald en bij een van de klanten van [betrokkene 1] had bezorgd.

30.

Het proces-verbaal van verhoor, documentcode dossier C sub 1.7.16 (map 10), d.d. 14 december 2006, doorgenummerde pagina’s 2658 t/m 2662, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]):

(pag. 2659-2661)

Ik werd door [betrokkene 1] benaderd dat ik voor hem een pand moest gaan huren voor de opslag van aan drugs gerelateerde spullen. [betrokkene 1] had daar een bord uit de grond getrokken en stuurde mij op pad om de woning aan [adres 2] te gaan huren.

[betrokkene 1] heeft de borg van het pand betaald. Zoals ik reeds eerder heb verteld werd de huur door [betrokkene 1] betaald. [betrokkene 1] betaalde mij elke maand € 1.000,00, € 850,00 voor de huur en € 150,50 voor stroom en elektriciteit. [betrokkene 1] heeft tegen mij gezegd dat ik in België een rekening bij een bank moest openen wat ik bij de Dexia bank in Essen heb gedaan. Zo heb ik ook op mijn naam een contract aangegaan bij de water- en elektriciteitsmaatschappij. [betrokkene 1] wilde niets op zijn naam hebben.

Kort daarna werd ik door [betrokkene 1] in contact gebracht met [betrokkene 5]. Hij deed mij in opdracht van [betrokkene 1] voor hoe ik speed en MDMA, synthetische drugs kon maken. Het gebeurde ergens in een schuur van een voor bij onbekende die ergens in het dorp woonde. Bij het voordoen was [betrokkene 1] ook aanwezig.

Kort daarna kreeg ik van [betrokkene 1] de opdracht naar de woning aan [adres 2] te gaan om daar de zaak te gaan "opkloppen". Met opkloppen bedoel ik drugs maken en synthetisch stoffen bij elkaar voegen. Ik deed dat met een gewoon boormachientje. Ik kreeg in begin van [betrokkene 1] een altijd een jerrycan van 5 liter mee en moest daar dan mee naar [adres 2] gaan. Ik kreeg de jerrycans in de woning aan [adres 1]. Het was ook wel eens zo dat [medeverdachte 2] een jerrycan kwam brengen. [betrokkene 1] zei dan tegen [medeverdachte 2]: "Ga voor [medeverdachte 4] nog eens een kannetje halen". [medeverdachte 2] ging dan weg en kwam kort daarna weer terug. Ik bracht dat kannetje dan naar [adres 2]. Op [adres 2] mixte ik de inhoud. De inhoud van het kannetje wat ik mee kreeg was een A-olie. Dit betreft een basisstof voor speed. Ik moest de speed per liter aanmaken. Ik gebruikte 1 liter olie waar ik 1,3 liter methanol en zwavel bij moest doen tot ik een zuurgraad van 7 bereikt had. Dit gaf 1,5 tot 2 kilo "speed". Vervolgens moest de gemengde inhoud een paar dagen blijven staan tot alles hard werd. De spullen, zuurmeter, meetkannen, emmers, zwavel, Methanol, meet- en weegapparaten werden allemaal door [betrokkene 1] gebracht of geleverd. Deze spullen waren niet van mij. Als de emmer een paar dagen had gestaan verkreeg ik een soort tandpasta-achtige pasta die ik in zakken van een kilo moest doen. Ik woog deze af op de weegschaal en laste de zakken dicht. De verzegelde zakken bleven dan opgeslagen in de woning of in tonnen die ik had ingegraven in de tuin van het pand. De spullen bleven daar tot het moment dat [betrokkene 1] aangaf om de spullen mee terug te brengen of aan [medeverdachte 2] te geven.

Na verloop van tijd ben ik met hoeveelheden van 5 liter gaan werken, wat weer 8,5 kilo speed opleverde. Ik kan mij nog een keer herinneren in die tijd waar ik over verklaard heb dat [medeverdachte 2] en [betrokkene 1] ook een keer op het lab aan [adres 2] zijn geweest en dat er snel geproduceerd moest worden. Zo werd de nog warme pasta snel verpakt. Het inpakken werd gedaan door [medeverdachte 2] en [betrokkene 1]. Ik weet nog dat ik in opdracht van [betrokkene 1] heel het huis moest schoon maken. Ik moest de woning poetsen met chloor. Dit was om de sporen van [betrokkene 1] en [medeverdachte 2] uit de woning te wissen. Ik moest letterlijk alles schoonmaken. [medeverdachte 2] en [betrokkene 1] zijn daarna ook nooit meer geweest. [betrokkene 1] raakte in principe nooit iets aan, bang om sporen achter te laten. Die keer week hij daarvan af kennelijk was druk te hoog dat er snel geleverd moest worden. [betrokkene 1] en [medeverdachte 2] namen ongeveer 30 tot 40 kilo speed mee.

In de periode dat ik de speed maakte op [adres 2] kwam [medeverdachte 1] ook al vaak bij [betrokkene 1] thuis in [adres 1]. Ik heb hem daar pas echt leren kennen.

Door [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] was besloten dat ik ook MDMA moest maken. Ik moest daartoe drie diepvriezers gaan kopen. [medeverdachte 5] [medeverdachte 5] is erbij gekomen omdat [medeverdachte 1] mij niet vertrouwde. Hij werd me door [medeverdachte 1] voorgesteld alsof ik het hem moest leren, zodat we efficiënt konden gaan samenwerken. Ik kreeg al snel de indruk dat [medeverdachte 5] het proces beter kende dan ik en [medeverdachte 1] hem gewoon op mijn nek gestuurd had om mij te controleren. We hebben de eerste drie diepvriezers met geld van [medeverdachte 1] aangeschaft. Ik kreeg zowel van [medeverdachte 1] als van [betrokkene 1] opdracht om de base-olie op diverse locaties in Nederland op te halen. Ik reed ermee naar [adres 2]. De aceton voor het maken van MDMA kreeg ik via [betrokkene 1] aangeleverd door [medeverdachte 3]. Het zoutzuur werd gewoonlijk gelijktijdig met de base-olie geleverd, soms ook apart. Het kwam ook wel eens voor dat [medeverdachte 2] van [betrokkene 1] of [medeverdachte 1] opdracht kreeg om met mijn busje olie te gaan halen. Ik bleef dan in [adres 1] wachten, of ik ging gewoon te voet naar huis. Korte tijd later had ik mijn bus met de olie terug en reed ik naar [adres 2] voor het maken van de MDMA.

Vervolgens parkeerde [medeverdachte 5] zijn auto bij mij thuis of ergens in [adres 6] in Sint-Willebrord en stapte vervolgens over in mijn Dyna waarna we naar [adres 2] reden. We bereidden er gezamenlijk MDMA en speed. Ik mengde de boel met zoutzuur. [medeverdachte 5] deed de aceton en de base-olie.

Ik was meer de uitvoerder, [medeverdachte 5] was de man die ook de administratie erbij nam; het aantal liters base-olie en de andere chemicaliën. Het inpakken deden we beiden. Als [medeverdachte 5] en ik de base olie met de aceton en het zoutzuur hadden gemengd plaatsten wij het voor minimaal 72 uur in de diepvriezer. Ik pakte de periode meestal ruim en maakte er een week van.

Vervolgens haalden wij het er uit, goten de olie af en verpakten de MDMA in gripzakken. [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] wilden niet dat gripzakken met MDMA poeder bewaard werden op [adres 2]. [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] wisten precies wanneer de periode in de diepvriezer voorbij was. [medeverdachte 5] of ik deelde dan aan [medeverdachte 1] en of [betrokkene 1] mede dat wij de MDMA die dag in gripzakken gingen doen. Zij wisten dat als wij er 's morgens aan begonnen dat het 's avonds klaar was. Ik kreeg 's morgens, wanneer ik bij [betrokkene 1] thuis was, de opdracht om de gripzakken met MDMA poeder 's avonds mee te nemen en dan bij hem thuis af te zetten. Het gebeurde ook wel eens dat [betrokkene 1] mij de opdracht gaf om de gripzakken met MDMA op de parkeerplaats van de camping “Zilverden" bij [medeverdachte 2] af te geven. Het kwam al eens voor dat [medeverdachte 2] en [betrokkene 1] niet thuis waren, waarop [medeverdachte 5] uiteindelijk naar de Baladeberg in Roosendaal was gereden. Dit betreft het woonadres van [medeverdachte 1]. In ieder geval was het zo dat de gripzakken met MDMA in vuilniszakken gingen.

De spullen voor het vervaardigen van drugs waren allemaal van [betrokkene 1]. Ik heb samen met [medeverdachte 5] 7 diepvriezers gekocht bij [zaak] aan de Haagdijk. Voor de diepvriezer kreeg ik van [betrokkene 1] geld. Ik betaalde per drie diepvriezers € 1.100,00 en kocht deze in fases. [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] hebben zelf ook drie diepvriezers gekocht.

Als je over een rol verdeling wil spreken in het vervaardigen en de productie van synthetische drugs, tussen ons, daarmee bedoel ik, ikzelf, [medeverdachte 3], [medeverdachte 5], [medeverdachte 1], [betrokkene 1] en [medeverdachte 2], ziet er die als volgt uit: [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] waren de eigenaren van de drugs. Zij waren de mannen van de financiën, regelde de contacten, grondstoffen en de afvoer van de drugs en het restafval. [medeverdachte 1] zorgde voor de verdere verwerking van de MDMA poeder en regelde daar ook de verkoop van.

[medeverdachte 2] zorgde voor de opslag van de basisolie voordat deze naar [adres 2] ging. Ook zorgde hij voor de opslag als de speed van [adres 2] afkwam. [medeverdachte 2] werd ook door [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] gebruikt als transporteur van de drugs, waardoor [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] nooit daadwerkelijk in bezit waren van hun drugs.

[medeverdachte 3] was de leverancier van de grondstoffen voor het drugsproces. Hij leverde aceton en methanol. [medeverdachte 3] wist dat wat hij leverde bestemd was voor het vervaardigen van harddrugs voor [betrokkene 1]. [medeverdachte 3] wist echter niet van het bestaan van [adres 2].

[medeverdachte 5] had dezelfde rol als ik, met dien verstande dat hij ook de administratie bijhield. Ook had hij meer contacten met de anderen.

Dat was ook de reden dat er vijf "Buzzers" in omloop waren. Het idee kwam van [betrokkene 1]. [betrokkene 1] vond het een veilige manier van werken. Ik heb de "Buzzers" gekocht bij de GSM shop in Tilburg aan de Broekhovenseweg. Ik heb er toen vijf of zeven gekocht.

[medeverdachte 1] schermde zijn klanten meestal goed af. Hij had klanten in Dordrecht, Roosendaal en Bergen op Zoom, hiermee bedoel ik klanten in de drugshandel.

31.

Het proces-verbaal van verhoor, documentcode dossier C sub 1.7.17 (map 10), d.d. 15 december 2006, doorgenummerde pagina 2663, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]):

Vraag: tijdens de huiszoeking op [adres 2] is het ons opgevallen dat er praktisch geen grondstoffen, meerbepaald baseolie werd aangetroffen. Kunt u ons zeggen of er buiten de container in Nederland nog ergens anders producten zouden zijn opgeslagen.

Antwoord: Het betreft 50 liter, twee doorschijnende jerrycans van 25 liter, bestemd om amfetamines te maken. [betrokkene 1] heeft een week voor mijn arrestatie 60.000 euro gegeven om deze olie te kopen. Ik ben vermoedelijk donderdag 24/08/06 de olie gaan kopen en heb deze naar de woning van mijn ouders gebracht, [adres 9] in Terheijden.

Vraag: hoeveel amfetamines kon u met deze 50 liter aanmaken?

Antwoord: met 50 liter A-olie kan 100 kilo zuiver amfetaminepoeder worden aangemaakt.

32.

Het proces-verbaal van verhoor, documentcode dossier C sub 1.7.19 (map 10), d.d. 15 december 2006, doorgenummerde pagina’s 2671 t/m 2674, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]):

U deelde mij mede dat de twee vaten, welke op aanwijzing van mijn verklaring d.d. 15 december 2006, door u bij mijn ouders aan de [adres 9] te Terheijden op 15 december 2006 waren aangetroffen en in beslag genomen. U deelde mij vervolgens mede dat bij ingesteld onderzoek zich in de vaten amfetamine bevond.

Vraag: Wat kun je verklaren over de herkomst van deze vaten?

Antwoord: zoals ik al eerder heb verklaard heb ik de vaten in opdracht van en met geld van [betrokkene 1] enkele dagen voor mijn aanhouding op 29 augustus 2006 bij een persoon opgehaald en tijdelijk geplaatst bij mijn ouders. Ik moest deze vaten in opdracht van [betrokkene 1] verstoppen in het bos. Ik kon deze vaten zeker niet verbergen op [adres 2]. Daar lag namelijk al 170 kilo MDMA-poeder. [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] wilde de financiële risico's zoveel mogelijk spreiden. Zij wisten uiteraard niet dat ik het had verstopt bij mijn ouders aan [adres 9].

U deelde mij vorige keer mede dat [medeverdachte 3] had verklaard dat hij nooit in Nederland aan mij aceton of methanol had afgeleverd bestemd voor [adres 2]. Dit is pertinent niet waar. Ik was namelijk een keer bij [betrokkene 1] thuis aan [adres 1] te St. Willebrord. [medeverdachte 3] was toen ook bij [betrokkene 1]. Ik had tegen [betrokkene 1] verteld dat ik 100 liter methanol nodig had voor [adres 2]. [betrokkene 1] gaf vervolgens aan [medeverdachte 3] de opdracht om deze methanol op te halen met mijn busje, de groene Toyota Dyna. Ik weet in ieder geval dat er methanol was opgeslagen bij een vrouw welke eveneens in [adres 1] aan de zijde van [betrokkene 1] woonachtig was. Die vrouw is te goeder trouw. [Medeverdachte 3] was met mijn busje de methanol gaan halen en was na ongeveer 5 minuten weer terug.

Vervolgens wil ik nog het navolgende verklaren over [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2].

[medeverdachte 5] (het hof begrijpt: [medeverdachte 5], ook wel [medeverdachte 5] genoemd)

[medeverdachte 5] had regelmatig contact met een Engelsman waar [medeverdachte 5] speed aan leverde in opdracht van [betrokkene 1] (het hof begrijpt: verdachte [verdachte]). [medeverdachte 5] leverde meestal 10 kilo speed aan die Engelsman af. Voor zover ik weet heeft dat twee keer plaatsgevonden. Bovenstaande heeft in principe plaatsgevonden tussen januari 2006 en 29 augustus 2006.

[medeverdachte 2]

Onderstaande informatie weet ik omdat ik dat zelf had gezien dan wel dat ik dit had vernomen van [medeverdachte 2], [medeverdachte 5], [medeverdachte 1] en of [betrokkene 1].

[medeverdachte 2] bewaarde grijze en rode gasflessen. Dit heb ik zelf gezien. De flessen stonden bij familie van de vriendin van [medeverdachte 2] te weten [betrokkene 6], in Rucphen. [medeverdachte 2] had twee verschillende plaatsen in Rucphen waar hij bij familie van [betrokkene 6] goederen gerelateerd aan drugs verborg. De flessen stonden bij [medeverdachte 2] op de camping en bij een locatie in Rucphen. Ik had vernomen dat de draaiers de flessen nodig hadden. Ik weet wel dat het gestolen flessen betrof, omdat je ze namelijk niet vrij in de winkel kunt kopen.

[medeverdachte 2] bewaarde ook zout- en zwavelzuur voor [betrokkene 1]. Ik heb meerdere keren gezien dat terwijl ik bij [betrokkene 1] thuis op bezoek was dat [medeverdachte 2] die daar dan ook was de opdracht kreeg om deze mee te nemen naar de camping om het daar voor [betrokkene 1] te bewaren. [betrokkene 1] wilde namelijk niets thuis bewaren wat op enige wijze aan drugs gerelateerd was.

[medeverdachte 2] bewaarde voor [betrokkene 1] BMK, PMK en CAF. Met caf bedoel ik de cafeïne bestemd voor het versnijden van de speed. De caf was afkomstig van [medeverdachte 3] ook wel genaamd [naam]. De BMP, de PMK en de CAF bewaarde [medeverdachte 2] bij hem thuis op de camping en bij een van de twee adressen van zijn schoonfamilie in Rucphen. Ik weet dit omdat ik een keer CAF ben gaan halen samen met [medeverdachte 2] bij zijn schoonfamilie in Rucphen. Ik zag daar buiten de CAF ook de BMK en PMK daar staan.

Bij [medeverdachte 2] in de grootte schuur op de camping heeft een diepvriezer type tafelmodel gestaan. Deze diepvriezer had daarvoor bij [betrokkene 1] thuis gestaan. Ik had hem namelijk daar zien staan. In deze diepvriezer had op de camping speed gelegen afkomstig van [adres 2].

[medeverdachte 2] bewaarde xtc-pillen voor [betrokkene 1]. Ik heb deze pillen bij [medeverdachte 2] thuis in de schuur zien liggen.

[medeverdachte 2] bewaarde coke (cocaïne)voor [betrokkene 1]. Op enig moment was [betrokkene 1] daarmee gestopt want hij kreeg in de gaten dat [medeverdachte 2] zonder dat [betrokkene 1] het wist coke voor zichzelf gebruikte.

De PMK zat verpakt in een blauw vat welke weer met piepschuim in een kartonnen doos zat verpakt. Het betrof hier vaten van 25 liter waar slechts 21 liter in zat. Door het piepschuim hoorde je de PMK niet klotsen. De vaten werden ook door [medeverdachte 1] en [betrokkene 1] bij [medeverdachte 2] gewogen. Ik had dit van [betrokkene 1] vernomen. Enkele van deze vaten moeten zijn aangetroffen op [adres 2] op 29 augustus 2006. Zij waren leeg.

Voor het slaan van de tabletten had zowel [medeverdachte 1] als [betrokkene 1] ieder een afzonderlijke locatie.

33.

Het proces-verbaal van verhoor (met bijlagen), documentcode dossier C sub 1.7.20 (map 10), d.d. 21 december 2006, doorgenummerde pagina’s 2675 t/m 2707, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 4] (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]):

(pag. 2677-2682)

Voor het slaan van de tabletten had zowel [medeverdachte 1] als [betrokkene 1] ieder een afzonderlijke locatie. Ik bedoel daarmee dat zij personen hadden die de beschikking hadden over een ruimte en apparatuur om tabletten te staan.

Ik heb meerdere keren gezien dat [medeverdachte 1] aan [betrokkene 1], bij [betrokkene 1] thuis in de keuken, een grote hoeveelheid contant geld gaf. Met een grote hoeveelheid geld bedoel ik 20 tot 30 duizend euro.

De drugs waren van [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] alsmede de producten voor het maken van de drugs. [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] kochten samen de grondstoffen voor het vervaardigen van de drugs. Ik weet dit omdat ik regelmatig hoorde dat ze met elkaar overlegde indien er grondstoffen nodig waren.

Ik heb meerdere keren een busje gehuurd bij [autobedrijf] aan [straat P]. Ik heb enkele keren in opdracht van [betrokkene 1] een busje gehuurd voor een dag bij [autobedrijf]. Ik moest de bus bij [betrokkene 1] thuis neerzetten. Ik huurde altijd een witte VW transporter. Dit betrof een gesloten model. Het was meestal dezelfde bus die ik meekreeg. Ik heb ook wel eens de bus gehuurd in opdracht van [medeverdachte 1]. Ik heb in ieder geval een keer met een huurbus van [autobedrijf] afvalstoffen, restanten aceton/methanol met zwavelzuur en base olie, dan wel restanten aceton/methanol met zoutzuur en A-olie afgevoerd, dit vanaf de lab locatie naar een plaats in Roosendaal waarna deze werden overgenomen door personen die het uiteindelijk afvoerden.

In totaal is er vanaf [adres 2] maximaal ongeveer 4500 liter afval afgevoerd.

SCHOONMAKEN [ADRES 2]

Ik weet dat ik de lab locatie op [adres 2] een keer grondig moest schoonmaken. Dit was volgens mij in januari 2006. [medeverdachte 5] was toen aangehouden door de politie in Nederland. Hij moest een straf uit zitten. Ze hadden [medeverdachte 5] 's morgens van zijn bed afgelicht. [betrokkene 1] en [medeverdachte 1] waren bang dat het verband hield met [adres 2]. Ik moest op het lab alles schoon maken met chloor. Op deze wijze zouden ook alle achtergebleven vingerafdrukken verdwijnen. De andere keren dat ik de lablocatie wederom met chloor moest schoon maken was nadat [betrokkene 1] en/of [medeverdachte 2] er was geweest. Voor zover ik weet is [medeverdachte 1] nooit op de lablocatie geweest.

Verzonden codes vermeld op mijn printlijs van mijn buzzer.

U toonde mij onderstaande lijst dat een samengevoegde uitdraai betreft van mijn buzzer. Ik kan u alleen verklaren dat de code 6001 voor speed staat. Ik weet dat ik aan "klanten" van [betrokkene 1] 1, 2, 5 of 10 kilo speed leverde. Er was een afspraak gemaakt dat de achterste twee cijfers de procenten waren en de eerste twee het aantal kilo's. De code 01 was in ieder geval dat ik [betrokkene 1] moest bellen.

[medeverdachte 1] was Do 54.

PU 53 [medeverdachte 5] had een buzzer eindigende op 53. [medeverdachte 5] was PU 53.

TJA 51 [betrokkene 1] had een buzzer eindigende op 51. [betrokkene 1] was Tja 51

TO 58/ KL 56 Ikzelf had de buzzer eindigend op 58 moeten krijgen. Door omstandigheden kreeg ik echter de buzzer die eindigde op 56.

[medeverdachte 3] heeft nooit een buzzer gehad.

34.

Het proces-verbaal van verhoor, proces-verbaalnummer DR206003-222, documentcode dossier B sub 3.7.2 (map 8), d.d. 7 december 2006, doorgenummerde pagina’s 1934 t/m 1937, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 3]:

Ik kocht wel eens aceton in België voor iemand. Ik werd dan door die persoon benaderd en die vroeg mij dit te doen.

Ik kwam vaak in café [naam] in Essen, dit ligt tegen over de kerk. Ook kwam ik vaak in een café in Kalmthout.

Die persoon riep me dan apart in de wc en zei dat hij een hoeveelheid aceton wilde hebben. Dit ging dan 300 of 500 liter, dit was wel eens verschillend. Hij zei dan wanneer hij het wilde hebben en vervolgens ging ik aceton kopen dan wel eerst bestellen. Ik ging dan in België bij een verfwinkel de aceton kopen of bestellen. Ik ben in verschillende van dat soort winkels geweest en kocht per winkel in 1 keer de partij die ik nodig had. Ik ben in winkels geweest in Kalmthout en in Essen. Ik ging dan zo'n winkel binnen en bestelde wat ik nodig had. Ik ging gericht die aceton kopen en kon het meestal gelijk meenemen. Soms moest zo'n hoeveelheid aceton door de winkel ook besteld worden en ging ik het later ophalen. Wel betaalde ik dan gelijk zodat ik de aceton ook had voor de prijs van die dag. Ik ging dan vervolgens met die aceton naar een plaats die ik van te voren met die persoon had afgesproken. Ik werd daar niet specifiek over benaderd, bij het verzoek om het te gaan kopen werd dit gelijk verteld.

Ik reed dan naar de afgesproken plaats, een openbare parkeerplaats. Dit was een parkeerplaats in Essen, bij het tuincentrum aan de Moerkantsebaan en in Nieuwmoer, bij de kerk. Ik trof daar dan een persoon met een busje en vervolgens werd de aceton van mijn busje overgeladen in het busje van die andere persoon.

U vraagt mij met welk busje ik dan reed. Ik reed met een Ford Transit, wit van kleur.

Ik heb van verschillende personen opdracht gehad om aceton te kopen en ik heb ook bij verschillende personen de aceton afgeleverd.

U vraagt mij hoeveel personen dit dan waren. Dit waren twee verschillende personen. Dit geldt dus voor zowel het bestellen als het afleveren, in totaal dus maar 2 personen.

U vraagt mij hoe vaak ik aceton heb gekocht en afgeleverd aan die personen. Ik weet dat niet meer precies, er waren periodes bij dat het een aantal keer kort achter elkaar was maar ook een periode dat er niks besteld werd.

U vraagt mij naar de betalingen. Ik kreeg direct bij de bestelling van de aceton contant geld mee om dit te betalen. Hier zat ook mijn beloning bij in. Ik verdiende ongeveer 1,20 euro per liter.

U vraagt mij wat voor andere stoffen of goederen ik heb gekocht en afgeleverd.

Ik heb ook wel eens wat methanol geleverd, volgens mij twee keer of zo en een kleine hoeveelheid. Ik heb het dan over 45 doosjes per keer. In een doos zit 20 liter. Ik kocht deze methanol ook op verschillende plaatsen, bijvoorbeeld een keer bij de Carrefour nabij Antwerpen.

U vraagt mij of ik die methanol samen met de aceton kocht. Dat is niet zo, ik ging daar apart voor op pad. Deze bestelling, aankoop en aflevering ging op dezelfde manier als de aceton voor dezelfde vergoeding. De prijs, van methanol is vergelijkbaar met die van aceton.

35.

Het proces-verbaal van verhoor, proces-verbaalnummer DR206003-223, documentcode dossier B sub 3.7.3 (map 8), d.d. 12 december 2006, doorgenummerde pagina’s 1938 t/m 1943, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 3]:

(pag. 1939)

Vraag: Waar heeft u de aceton aangekocht?

Antwoord: Ik heb het afgelopen jaar aceton aangekocht bij een schildersbedrijf in Essen, een doe het zelfzaak in Kalmthout, bij een supermarkt te Antwerpen en andere bedrijven. Ik schat dat ik in het totaal ongeveer 2.500 liter aceton heb aangekocht.

(pag. 1940-1941)

Vraag: Werd de aceton altijd door u zelf weggebracht?

Antwoord: Ja.

Vraag: Waren daar andere personen bij aanwezig?

Antwoord: Het is voorgekomen dat iemand met mij is meegereden. Hij mocht dan na de aflevering met mij mee naar het café.

Vraag: Kent u [medeverdachte 4]?

Antwoord: Ja die ken ik van de sportschool. [medeverdachte 4] kwam eigenlijk vanaf het begin naar mijn woning toe en bestelde dan een hoeveelheid aceton. Hij gaf mij ook het geld en ik ging de aceton dan kopen. Hierna hadden we contact en werd een plaats van aflevering afgesproken. Ik vertrouwde [medeverdachte 4] volledig. Ik heb over deze gang van zaken nooit contact gehad met mijn opdrachtgever. Ik begreep dat [medeverdachte 4] ook contacten onderhield met deze persoon en dat hij het er mee eens was dat wij het zo regelde.

Confrontatie: Deze man is eerder aangehouden door de politie te België en hij heeft verschillende verklaringen afgelegd. Hij heeft onder andere verklaard dat hij van u hoeveelheden tussen de 300 en 500 liter aceton aangeleverd heeft gekregen.

Vraag: Klopt hetgeen [medeverdachte 4] heeft verklaard?

Antwoord: Ja dat klopt.

Vraag: Is [medeverdachte 4] wel eens bij u in St. Willebrord geweest?

Antwoord: Ja dat is voorgekomen. Hij is een aantal malen bij mij aan de woning geweest.

Vraag: Hij heeft ook verklaard dat u tussen de 1500 en 1800 liter aceton en of methanol van u aangeleverd heeft gekregen. Kunt u hierop reageren?

Antwoord: Ja dat klopt.

Vraag: Heeft [medeverdachte 4] de waarheid gesproken?

Antwoord: Ja. Ik zal nu ik dit weet alles vertellen m.b.t. de aflevering van de aceton. Dit om te voorkomen dat [medeverdachte 4] wordt aangezien als de grote man achter het geheel. Ik heb eerder verteld dat ik de aceton aangekocht in opdracht van een persoon. Ik blijf erbij dat ik de naam van deze persoon niet kan noemen. Het klopt helemaal dat ik het grootste gedeelte van de aceton heb afgeleverd aan [medeverdachte 4]. Ik had de opdracht gekregen van de persoon. Ik zal hem verder A noemen. Ik kreeg ook geld van A en hierna ging ik naar België toe. Ik reed dan met de bus naar de afgesproken plaats en ontmoette daar [medeverdachte 4]. [medeverdachte 4] reed in een groene bus. De aceton werd overgeladen vanuit mijn bus in de bus van [medeverdachte 4]. Hierna gingen we uit elkaar. Meestal was [medeverdachte 4] alleen. Ik had een enkele keer iemand bij mij, maar dit was gewoon als vrienden dienst.

Vraag: Kent u [betrokkene 1]?

Antwoord: Ja. Hij woont in [adres 1] te St. Willebrord.

Vraag: Kent u [naam]?

Antwoord: Ja die ken ik van het café. Dat is de persoon die wel eens met mij meeging bij de aankoop en aflevering van aceton.

Vraag: Klopt het dat u in Essen een partij van ongeveer 600 liter aceton heeft gekocht?

Antwoord: Ja dat klopt.

(pagina 1942)

Vraag: Kent u [medeverdachte 1]?

Antwoord: Ja die ken ik van de voetbal en uit de gordijnenwinkel van [betrokkene 1].

Vraag: Kent u [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2])?

Antwoord: Die ken ik ook vanuit de winkel van [betrokkene 1].

36.

Het proces-verbaal van verhoor, proces-verbaalnummer DR206003-304, documentcode dossier C sub 1.6.31 (map 10), d.d. 11 januari 2007, doorgenummerde pagina’s 2513 t/m 2514, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [betrokkene 7]:

[medeverdachte 2] heeft vanaf afgelopen zomer, volgens mij juni of juli, de sleutel van de poort van het toegangshek en de garage van mijn woning aan de [adres 10] te Rucphen. Het kwam wel eens voor dat [medeverdachte 2] bij ons thuis aanwezig was als [naam] en ik werken waren.

37.

Het (naar aanleiding van een rechtshulpverzoek aan de Belgische autoriteiten van 28 augustus 2007) afzonderlijk in het dossier gevoegd proces-verbaal van verhoor d.d. 25 juni 2007, doorgenummerde pagina’s 14 t/m 16, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [medeverdachte 5]:

Vraag: bent u samen met [medeverdachte 4] in België geweest?

Antwoord: ik ben met hem een aantal malen in zijn vakantiewoning geweest. Dit was een woning op een hoek op de heide in België.

Vraag: bent u ooit in de vakantiewoning binnen geweest?

Antwoord: ja, ik ben er een aantal keren binnen geweest, op de begane grond.

Vraag: bent u ooit in de kelder geweest?

Antwoord: Ja, ik ben daar wel eens geweest, maar daar wens ik niet over te praten.

38.

Het (kopie van een) huurovereenkomst, d.d. 30 november 2004, dossier C sub 1.5.5 (map 9), doorgenummerde pagina’s 2235-2238, voor zover dit geschrift – zakelijk weergegeven – inhoudt:

(pag. 2235)

Huurovereenkomst

Tussen de ondergetekenden:

A. [de heer 1] – [mevrouw 1]

Kleine Horendonk 36

2910 Essen

hierna genoemd de “verhuurder” en

B. [medeverdachte 4] – [naam]

[adres 4]

NL – 4714 HB Sprundel

hierna genoemd de “huurder”.

De verhuurder geeft in huur aan de huurder, die aanvaardt, woning in 2910 Essen Horendonk, [adres 2]. De huur wordt aangegaan vanaf 01/01/2005. De huurprijs is bepaald op

EUR 850/maand.

(pag. 2238)

Opgemaakt te Kalmthout op 30/11/2004

39.

Het (kopie van een) informatieblad huurder, dossier C sub 1.5.5 (map 9), doorgenummerde pagina’s 2240-2241, voor zover dit geschrift – zakelijk weergegeven – inhoudt:

(pag. 2240)

Gemeente: Essen

Adres: [adres 2]

Partijen – verhuurder: [de heer 1] – [naam]

huurder: [medeverdachte 4] – [naam]

1ste maand huur: betaald op 17/12/2004

40.

Het proces-verbaal van onderzoek zeecontainer, zaaknummer: 0109061430/Gletsjer DR206003/JV, documentcode dossier A sub 2.7.1.4 (map 3), d.d. 9 september 2006, doorgenummerde pagina’s 625-630, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als bevindingen van verbalisant J.A.J Voogt:

(pag. 625 en 626)

Omschrijving locatie

Gezien vanaf de openbare weg, de [adres 8] te Sprundel, bevond de zeecontainer zich aan de rechter achterzijde van het bedrijfsterrein. Direct na het openen van de deur rook ik de typische geur welke ik ambtshalve herken als de geur die vrijkomt bij de productie van synthetische drugs, met name van amfetamine.

(pag. 626)

Ik zag dat in deze container goederen waren opgeslagen. De in deze container aanwezige goederen werden door mij nader onderzocht en indien nodig bemonsterd.

(pag. 630)

Op 7 september 2007 werden de door mij genomen monsters voor analyse aangebonden aan het Nederlands Forensisch Instituut te ’s-Gravenhage.

Voorlopige conclusie

Gelet op de aangetroffen goederen in de zeecontainer aanwezig aan de [adres 8] te Sprundel is het zeer aannemelijk dat deze zeecontainer werd gebruikt voor de opslag van goederen ten behoeve van de productie van synthetische drugs. In de zeecontainer werden nieuwe en gebruikte productieapparatuur (onder andere laboratorium glaswerk en toebehoren, verwarmingsmantel) en nieuwe en gebruikte chemicaliën (vermoedelijk zwavelzuur, mierenzuur en afval) aangetroffen. Tevens werden verpakkingen met amfetamine (indicatief) aangetroffen.

41.

Het aanvullend proces-verbaal, zaaknummer: 0109061430/Gletsjer DR206003/JV/aanvullend, documentcode dossier A sub 2.7.1.4 (map 3), d.d. 3 januari 2007, doorgenummerde pagina’s 657-659, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als relaas en bevindingen van verbalisant J.A.J. Voogt:

(pag. 657)

Rapport Nederlands Forensisch Instituut

Op 21 december 2006 ontving ik van het Nederlands Forensisch Instituut het deskundigenrapport voorzien van het zaaknummer 2006.09.07.063.

Analyse resultaten NFI

Hieronder volgt een tabel met de analyse van de monsters, welke omschreven zijn in het proces-verbaal voorzien van het zaaknummer 0109061430/GletsjerDR206003/JV.

(pag. 657 en 658)

Monster nr. Omschrijving Analyse resultaat

F1 5 kunststof jerrycans, kleur blauw, inhoudsmaat Zwavelzuur

25 liter, allen geheel gevuld met, organoleptisch,

dezelfde heldere vloeistof, met een pH-waarde

(zuurgraad) van 0-1 (=zuur).

F7 4 kunststof jerrycans, kleur grijs, inhoudsmaat Mierenzuur

22,5 liter, allen geheel gevuld met, organoleptisch,

dezelfde heldere vloeistof, met een pH-waarde

(zuurgraad) van 0-1 (=zuur).

F14-1A Een gebruikt kunststof büchnertrechter, kleur Bevat MDMA

wit. Doorsnede 24 cm met daarin een linnen

doek (14-1-A).

F21-2 Een gebruikte glazen driehals rondbodemkolf, Bevat o.a. een geringe

merk Schott Duran, inhoudsmaat 5 liter, gevuld hoeveelheid BMK met aangekoekt materiaal.

F22-2 Een gebruikte glazen vacuümfles, merk Schott Bevat o.a. MDMA

Duran, inhoudende donker aangekoekt materiaal

F29-1 Een elektrische frituurpan, merk Tefal, met daarin Bevat afbraakproduct

aangekoekt materiaal NaBH4 (Natrium-

boorhydride) en wat

MDMA

F30-1 Een elektrische frituurpan, merk Princess, met Bevat MDMA en daarin aangekoekt materiaal afbraakproduct NaBH4 (Natrium-

boorhydride)

F31-1C Een kunststof jerrycan, inhoudsmaat 5 liter, geheel Bevat Amfetamine

gevuld met een licht kleurige vloeistof bepaald,

licht gele vloeistof.

F40 Een kunststof gripzak inhoudende een plastic zakje Bevat Amfetamine

gevuld met een hoeveelheid tabletten, kleur blauw,

voorzien van Mitsubishi logo en breuklijn

F43 Een petfles, inhoudsmaat 1,5 liter, voorzien van Bevat PMK

een etiket met opschrift: “Coca Cola”, inhoudende

een kleine hoeveelheid geel kleurige vloeistof,

ruikend naar PMK.

Conclusie

Uit de analyse van bovengenoemde monsters is gebleken dat de precursors, de grondstoffen, voor de productie van amfetamine (BMK) en MDMA (PMK) aanwezig zijn. Tevens zijn de eindproducten Amfetamine en MDMA aangetroffen.

(pag. 659)

Gezien bovengenoemde analyseresultaten is het zeer waarschijnlijk dat de aangetroffen chemicaliën en de aangetroffen hardware (diverse stukken nieuw en gebruikt laboratorium- glaswerk en een verwarmingsmantel) gebruikt zijn en gebruikt kunnen worden voor de illegale productie van synthetische drugs, met name van amfetamine en MDMA (XTC).

42.

Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, zaaknummer 2006.09.07.063, documentcode dossier A sub 2.7.1.4 (map 3), d.d. 12 december 2006, doorgenummerde pagina’s 666-668, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als onderzoeksbevindingen van vast gerechtelijk deskundige A.J. Poortman-van der Meer:

(pag. 667 en 668)

Kenmerk Omschrijving Conclusie

1/F2 monster heel licht bruine heldere vloeistof zwavelzuur

2/F7 monster kleurloze vloeistof mierenzuur

3/F14-1A een stuk doek met ducttape aan de randen (in bevat

gripzakje) MDMA

4/F21-2 monster bruin gele substantie, volgens opgave bevat o.a. afkomstig van aangekoekt materiaal in een 3-hals een geringe

rondbodemkolf hoeveelheid

BMK

5/F22-2 monster donkerbruine vloeistof, volgens opgave bevat o.a.

afkomstig uit een met methanol uitgespoelde MDMA

vacuümfles

7/F29-1 monster beige brokjes/platte schilfers, volgens bevat

opgave afkomstig van aangekoekt poeder in afbraak-

frituurpan product

van NaBH4 en wat

MDMA

8/F30-1 monster bruin geklonterd poeder, volgens opgave bevat

afkomstig van aangekoekt poeder in frituurpan MDMA en

afbraak-

product van

NaBH4

10/F31-1C monster gele vloeistof met bruine oliedruppels bevat

tegen de wanden amfetamine

13/F40 monster gleuftabletten (à 0,31 gram), lichtblauw bevat

amfetamine

15/F43 gele vloeistof in plastic monsterflesje, volgens bevat PMK

opgave afkomstig van een rest in een petfles

(pag. 668)

Amfetamine is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet. MDMA

(3,4-methyleendioxymethamfetamine) is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.

Piperonylmethylketon (PMK) is onder het synoniem 3,4-methyleendioxyfenylpropan-2-on (het hof begrijpt: 3,4-methyleendioxyfenylpropaan-2-on) vermeld op bijlage 1 onder categorie 1, behorende bij de Wet Voorkoming Misbruik Chemicaliën.

43.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 en 19 mei 2011, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van de getuige [medeverdachte 3]:

(pag. 4)

Ik heb gevraagd wat voor vloeistoffen ik moest kopen en [medeverdachte 4] antwoordde methanol en aceton. Ik zou een euro per liter verdienen. De hoeveelheid was toen nog niet ter sprake gekomen.

(pag. 5)

Het ging meestal om 300 of 500 liter. De leveringen hebben 4 of 5 keer plaatsgevonden en het aantal liters was verschillend. [medeverdachte 4] kreeg zelf de opdrachten van een ander, dat gebeurde niet rechtstreeks aan mij.

44.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 en 19 mei 2011, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van de getuige [medeverdachte 5]:

(pag. 12)

Ik ben een aantal keer met [medeverdachte 4] in Klein Horendonk geweest. Ik ben een aantal keer in dat pand (het hof begrijpt: het pand op het perceel [adres 2] te Klein Horendonk, België) geweest. Ik wilde gewoon wat geld verdienen in die tijd. Het klopt dat ik [medeverdachte 5] word genoemd.

(pag. 13)

Ik ben wel eens met de groene Toyota Dyna van [medeverdachte 4] meegereden.

(pag. 15)

Ik heb in die tijd een buzzer van [medeverdachte 4] gekregen. Ik heb deze een aantal dagen aangehad als [medeverdachte 4] mij nodig had.

(pag. 18 en 19)

Mij wordt gevraagd of een dergelijke ontmoeting als op 8 juni 2006, ondanks dat ik de dag niet meer weet, heeft plaatsgevonden. Ja, dat heeft wel eens plaatsgevonden. Mij wordt gevraagd of [medeverdachte 4] toen van tevoren tegen mij heeft gezegd waar we heen gingen en wat de bedoeling was. Dat zal ter sprake zijn gekomen. Mij wordt voorgehouden dat er zakken zouden zijn overgedragen en mij wordt gevraagd wat erin zat. Dat moet iets zijn geweest wat uit België vandaan kwam.

45.

Het proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer DR206003-383, documentcode dossier C sub 1.5.10 (map 9), d.d. 14 februari 2007, doorgenummerde pagina’s 2263-2277 (met bijlagen), voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als bevindingen van [verbalisant 1]:

(pag. 2267)

Met de tekst 13.01.2006 12.30 | [nummer] J 01 wordt bedoeld:

13.01.2006 = datum dat er gebeld was naar buzzer zoals vermeld in de printlijst.

12.20 = tijdstip dat er gebeld was naar de buzzer zoals vermeld in de printlijst.

[nummer] = beller welke heeft gebeld naar de buzzer zoals vermeld in de printlijst.

J 01 = code/data welke de beller had gebruikt bij het bellen naar de buzzer zoals vermeld in de printlijst.

Telecommunicatienummer [nummer]

[nummer] NAW: telefooncel in de plaats St. Willebrord

Voortkomend in buzzer eindigend op 51

13.01.2006 12.30 | [nummer] J 01

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[mobile nummer ]NAW: prepaid (ibn goed 24B)

Voortkomend in buzzer eindigend op 51

30.05.2006 02.51 |[nummer] J 9797

(pag. 2268)

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[mobiel nummer] NAW: prepaid naw gegevens onbekend

Voortkomend in buzzer eindigend op 51

15.07.2006 02.50 | [nummer] J 5

Voortkomend in buzzer eindigend op 53

21.02.2006 10.07 | [nummer] J 01

Voortkomend in buzzer eindigend op 56

21.01.2006 13.17 | [nummer] J 01

21.01.2006 15.58 | [nummer] J

21.01.2006 16.04 | [nummer] J 066066

02.02.2006 16.55 | [nummer] J 01

07.02.2006 10.07 | [nummer] J 01

08.02.2006 10.52 | [nummer] J 01

12.02.2006 08.32 | [nummer] J 066066

04.03.2006 16.16 | [nummer] J 01

Uit onderzoek was gebleken dat met het telecommunicatie nummer [nummer] meerdere keren was gebeld naar het telefoonnummer [mobiel nummer]. Bij doorzoeking woning verdachte [medeverdachte 5] werd op een briefje het telefoonnummer [mobiel nummer] aangetroffen.

(pag. 2269)

Uit de historische printgegevens bleek dat met het telecommunicatienummer [mobiel nummer] meerdere keren naar het buzzer nummer eindigend op 56 was gebeld.

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[mobiel nummer] NAW: pre paid gegevens onbekend

Voortkomend in buzzer eindigend op 53

07.12.2005 05.42 | [nummer] J

07.12.2005 04.54 | [nummer] J

07.12.2005 05.05 | [nummer] J

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[mobiel nummer] NAW: pre paid gegevens onbekend

Voortkomend in buzzer eindigend op 53

13.01.2006 14.23 | [nummer] J 11860

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[mobiel nummer] NAW: Rowe Koeriersdienst

Voortkomend in buzzer eindigend op 53

15.05.2006 20.17 | [mobiel nummer] J 06204514252045

Bij de in beslag genomen goederen uit de personenauto van de verdachte [medeverdachte 5] bevonden zich twee notitieboekjes. In een notieboekje stond bovengenoemd telefoonnummer 31620451425 met daarvoor de naam Pauli 1 vermeld. In het andere notitieboekje stond bovengenoemd telefoonnummer 31620451425 met daaronder de naam Pau vermeld.

(pag. 2270)

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[mobiel nummer] NAW: pre paid

Voortkomend in buzzer eindigend op 53

04.06.2006 10.44 | [nummer] J 0001

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[mobiel nummer] NAW: [mevrouw 2]

Voortkomend in buzzer eindigend op 54

12.12.2005 16.14 | [nummer] J 888

Voortkomend in buzzer eindigend op 56

04.01.2006 15.37 | [nummer] J 0643925258

Uit onderzoek was gebleken dat [mevrouw 2] de vriendin betrof van [medeverdachte 1].

Uit het landelijke politie herkenningssysteem (HKS) bleek dat [mevrouw 2] meerdere antecedenten had waaronder een antecedent van de Opiumwet van artikel 2 lid 1.

Telecommunicatienummer 31654947098

31654947098 NAW: [medeverdachte 1]

Voortkomend in buzzer eindigend op 56

05.12.2005 14.11 | [nummer] J 01

04.01.2006 15.11 | [nummer] J

03.01.2006 17.04 | [nummer] J 1

(pag. 2271 en 2272)

In het dashboardkastje van de personenauto XX-XX-XX, in gebruik bij verdachte [medeverdachte 5], werden meerdere goederen, waaronder een notitieboekje aangetroffen. In het notitieboekje stond het telefoonnummers [mobiel nummer] met daarbij de tekst [medeverdachte 1] vermeld.

(pag. 2272)

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[mobiel nummer] NAW: prepaid KPN geen naw gegevens bekend

Voortkomend in buzzer eindigend op 56

24.11.2005 19.30 | [nummer] J

24.11.2005 19.32 | [nummer] J 81

08.12.2005 20.08 | [nummer] J 817

11.01.2006 16.21 | [nummer] J 1

11.01.2006 16.21 | [nummer] J 8112

11.01.2006 16.21 | [nummer] J 815

11.01.2006 16.22 | [nummer] J 825

17.01.2006 11.43 | [nummer] J 825

17.01.2006 11.42 | [nummer] J 815

01.02.2006 11.00 | [nummer] J 8110

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[mobiel nummer] NAW: prepaid geen naw gegevens bekend

Voortkomend in buzzer eindigend op 56

08.12.2005 19.35 | [nummer] J 600110

24.03.2006 10.29 | [nummer] J 6001

24.03.2006 10.41 | [nummer] J 60015

24.03.2006 13.17 | [nummer] J 0629095811

03.04.2006 11.29 | [nummer] J 60016

08.04.2006 11.24 | [nummer] J 0629095811

08.04.2006 11.35 | [nummer] J 6001

08.04.2006 14.09 | [nummer] J 6001

19.04.2006 20.58 | [nummer] J 600107

20.04.2006 11.22 | [nummer] J 600107

08.05.2006 16.34 | [nummer] J 6001

09.05.2006 14.31 | [nummer] J 6001

09.05.2006 16.37 | [nummer] J 6001

09.05.2006 09.10 | [nummer] J 6001

09.05.2006 19.09 | [nummer] J 6001-0629095811

10.05.2006 10.02 | [nummer] J 6001

10.05.2006 11.18 | [nummer] J 6001

13.06.2006 20.52 | [nummer] J 6001

15.06.2006 18.43 | [nummer] J 6001-45-

(pag. 2273)

Bij navraag bij de gemeentelijke basisadministratie (GBA) bleek dat op de [adres 11] te Tilburg [de heer 2] staat ingeschreven. Volledige personalia: [namen].

Uit het landelijke politie herkenningssysteem (HKS) bleek dat [de heer 2] antecedenten had voor de Opiumwet. Bij de gevarenklasse stond vermeld dat hij een harddrugsgebruiker was.

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[nummer] NAW: telefooncel te Sint-Willebrord

Voortkomend in buzzer eindigend op 56

08.12.2005 11.54 | [nummer] J 01

14.12.2005 12.34 | [nummer] J 4001

06.01.2006 14.40 | [nummer] J 01

24.06.2006 12.39 | [nummer] J 01

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[mobiel nummer] NAW: mobiele telefoon naw [de heer 3]

(pag. 2274)

Voortkomend in buzzer eindigend op 56

14.12.2005 12.49 | [nummer] J 0653788545

14.12.2005 13.05 | [nummer] J 0653788545

Uit het landelijke politie herkenningssysteem (HKS) bleek dat [de heer 3] meerdere antecedenten had waaronder een antecedent van de Opiumwet.

(pag. 2275)

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[mobiel nummer] NAW: gsm prepaid Vodafone geen gegevens bekend (in 2005 in gebruik bij [naam], bron BPS)

Voortkomend in buzzer eindigend op 56

21.06.2006 17.40 | [nummer] J 6001

(pag. 2276)

Telecommunicatienummer [mobiel nummer]

[mobiel nummer] NAW: pre paid geen gegevens bekend

Voortkomend in buzzer eindigend op 58

16.08.2006 13.11 | [nummer] J 076001

16.08.2006 13.30 | [nimmer] J 0610202788

Bij doorzoeking woning verdachte [medeverdachte 5] werd op een briefje (goed nr 10C) aangetroffen in het dressoir in de woonkamer het telefoonnummer [mobiel nummer] aangetroffen. Bij dit briefje werd tevens een briefje (goed nr 13C) aangetroffen. Gezien omschrijvingen op het briefje heeft de notitie vermoedelijk te maken met het kristallisatieproces van de drug MDMA.

Uit de historische printgegevens bleek dat met het telecommunicatienummer [mobiel nummer] meerdere keren naar het buzzer nummer eindigend op 56 was gebeld.

46.

Het proces-verbaal van verhoor, documentcode dossier C sub 1.7.26 (map 10), d.d. 2 februari 2007, doorgenummerde pagina’s 2744-2746, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende als verklaring van [medeverdachte 4]:

(pag. 2745)

Wij laten u een foto zijn van een manspersoon, herkent u deze?

Opmerking opsteller: aan verdachte wordt door de Nederlandse collega een foto voorgelegd van de genaamde: [betrokkene 8]. (het hof begrijpt: [betrokkene 8]).

Ik kan zeggen dat het hier 100% de Marokkaan betreft uit Roosendaal (het hof begrijpt: in relatie) met de naam [naam]. Dit betrof ook de Marokkaan waar ik al eerder over heb verklaard dat die bij [betrokkene 1] in de winkel kwam en dan met [medeverdachte 2] zaken deed. Hij nam dan MDMA en Amfetamine af. De afname was wel in de orde van grootte van kilo’s, dus echt voor de handel en niet voor eigen gebruik. Ik weet ook wel dat hij wel eens pillen afnam.

Buzzer gebruik in relatie tot [de heer 2] uit Tilburg

Ik begrijp dat u met mij nog het één en ander wil doornemen wat betreft het buzzer gebruik. Ik heb aangegeven dat, als er codes meegezonden worden in relatie tot de drugshandel, deze door [betrokkene 1] werden uitgelezen.

U vraagt mij specifiek naar een nummer uit mijn buzzer (de code KL en het nummer [nummer]) wie de betreffende persoon is die mij voor [betrokkene 1] een bericht stuurt. Ik hoor van u dat dit betreft het nummer [nummer] en dat die erg vaak een bericht stuurt. Ik kan over dit nummer heel duidelijk zijn. Dit nummer is in gebruik bij [de heer 2] uit Tilburg. [de heer 2] woont in de [adres 11]. Ik weet dat, bij het uitlezen van het baken uit de Toyota Dyna, duidelijk te zien was dat ik op dat adres een aantal keren was geweest. Al die bezoeken hadden te maken met de handel in drugs. Ik weet dat [de heer 2 ] ook altijd de code 6001 meestuurde. Voor zover ik weet staat deze code eigenlijk voor levering van speed en dat ik dan naar Tilburg moest gaan voor [de heer 2]. Het was altijd zo, en dat kunt u ook wel zien dat als er een code 6001 kwam, ik naar Tilburg ging en kort daarvoor of de dag daarvoor bij [betrokkene 1] was geweest die mij de nodige opdrachten gaf.

(pag. 2745 en 2746)

De code voor Tilburg is in het leven geroepen omdat ik in het verleden vaak naar [de heer 2] in Tilburg moest rijden en dat [de heer 2] dan niet thuis was.

(pag. 2746)

U toont mij de lijst van de uitdraai van de buzzer. Ik zie dat telkens inderdaad de code 6001 wordt gestuurd. Ik zie ook dat achter de code soms of een telefoonnummer of een cijfer staat zoals: 10, 5, 6, 07 en -45-. Ik kan niet anders zeggen dan dat hier waarschijnlijk het aantal kilo’s mee bedoeld wordt.

47.

Het proces-verbaal van verhoor, documentcode dossier C sub 1.6.10 (map 10), d.d. 15 oktober 2006, doorgenummerde pagina’s 2439 t/m 2441, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [betrokkene 9]:

Ik heb die tabletteermachine gekocht voor een kappersklant van [naam] genaamd [medeverdachte 4]. [medeverdachte 4] is een aantal keer bij mij thuis geweest en we hebben op internet in de kapperszaak gekeken op internetsites om machines te kopen. [medeverdachte 4] zag een tabletteermachine op een site en zei dat ik voor hem moest bieden op die machine. Ik heb toen op die tabletteermachine via internet geboden. Die tabletteermachine is een week of zes à zeven geleden afgeleverd en een week of vier à vijf geleden opgehaald.

48.

Het proces-verbaal van verhoor, documentcode dossier C sub 1.6.10 (map 10), d.d. 16 oktober 2006, doorgenummerde pagina’s 2443 t/m 2446, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [betrokkene 9]:

De tabletteermachine die ik heb gekocht voor [medeverdachte 4] was nog niet klaar. Deze tabletteermachine is a wel opgehaald door mensen die naar mijn mening in contact staan met [medeverdachte 4].

49.

Het proces-verbaal van verhoor, documentcode dossier C sub 1.6.11 (map 10), d.d. 21 december 2006, doorgenummerde pagina’s 2447 t/m 2450, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van [betrokkene 9]:

[betrokkene 1] van de gordijnwinkel kwam ook bij ons in de zaak. Bij hem was altijd een grote kale vent. U zegt mij dat dit [medeverdachte 1] is. De naam komt me bekend voor.

50.

Het proces-verbaal inzake witwassen, proces-verbaalnummer DR206003-402, documentcode dossier C sub 3.5. (map 11), d.d. 14 februari 2007, doorgenummerde pagina’s 2761 t/m 2772, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de betreffende verbalisanten:

Op 29 augustus 2006 werden bij een doorzoeking van de woning van verdachte

[verdachte] geldbedragen aangetroffen.

Beslagnummer 21B 2101-1:

Betreft 4 pakketten met in totaal 19.820 Engelse en 180 Schotse ponden, aangetroffen in de onafgesloten kluis in de CV ruimte; deze bedragen waren verdeeld in de volgende coupures:

- 8 biljetten van GBP 5,-

- 265 biljetten van GBP 10,-

- 846 biljetten van GBP 20,-

- 4 biljetten van GBP 50,-

- 9 biljetten van SCP 20,-

Beslagnummer 23B 2201-1:

Betreft een pakketje met 40 bankbiljetten van € 20,- met een totale waarde van

€ 800,- dat werd aangetroffen op de commode naast het bed in een plantenbak in de ouderslaapkamer.

Beslagnummer 25B 2202-1:

Betreft een zilverkleurige doos van het merk Gucci met daarin een contant geldbedrag van € 3.900,-. Dit werd aangetroffen in een nachtkastje. Het geld werd aangetroffen in de volgende coupures:

- 28 biljetten van € 5,-

- 87 biljetten van € 10,-

- 67 biljetten van € 20,-

- 31 biljetten van € 50,-

Beslagnummer 26B 2203-1:

Betreft een geldbedrag van € 22.656,15 dat werd aangetroffen in een zwarte tas in de ouderslaapkamer en een geldbedrag van € 500,- dat werd aangetroffen in een apart vak op het bed in de ouderslaapkamer. Het geldbedrag van € 22.656.15 werd aangetroffen in de volgende coupures:

- 1 munt van € 0,05

- 2 munten van € 0,10

- 2 munten van € 0,20

- 3 munten van € 0,50

- 3 munten van € 1,-

- 3 munten van € 2,-

- 25 biljetten van € 5,-

- 7 biljetten van € 10,-

- 90 biljetten van € 20,-

- 317 biljetten van € 50,-

- 33 biljetten van € 100,-

- 3 biljetten van € 500,-

51.

Het proces-verbaal met proces-verbaalnummer DR206003-320, documentcode dossier C sub 2.4 (map 11), d.d. 15 februari 2007, doorgenummerde pagina’s 2751 t/m 2753, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de betreffende verbalisant:

Zoeking [adres 1] St. Willebrord (woonadres verdachte [verdachte])

Op 29 augustus 2006 werd er binnengetreden op [adres 1] te St. Willebrord. Een van de inbeslaggenomen goederen betrof goed nummer 29B, munitiedoosje met daarin 23 stuks scherpe munitie 9 mm (aangetroffen in inloopkast aangrenzend aan de ouderslaapkamer).

52.

Het proces-verbaal met proces-verbaalnummer DR206003-163, documentcode C sub 2.5.1. (map 11), d.d. 6 november 2006, doorgenummerde pagina 2754, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende het relaas van de betreffende verbalisant:

Het onder nummer 29B 2205-1 geregistreerde in beslaggenomen voorwerp betreft een munitiedoosje met daarin 23 stuks scherpe munitie, merk Fiocchi, kaliber 9 mm Luger. Het betreft munitie in de zin van artikel 1, onder 4, gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet wapens en munitie .

53.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Breda d.d. 24 januari 2008, doorgenummerde pagina’s 1 t/m 11, voor zover – zakelijk weergegeven – inhoudende de verklaring van verdachte [verdachte]:

(pag. 4)

Het klopt dat ik patronen had.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Bewijsoverwegingen

? Overwegingen omtrent de betrouwbaarheid van getuige [medeverdachte 4]

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep gesteld dat de door de getuige [medeverdachte 4] afgelegde verklaringen, waarop, in geval van een bewezenverklaring, het bewijs voornamelijk zou moeten worden gebaseerd, onbetrouwbaar zijn en derhalve dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Daartoe heeft de verdediging – kort gezegd – aangevoerd dat [medeverdachte 4] zijn verklaringen heeft afgelegd om zichzelf daarmee zo veel mogelijk te ontlasten, althans zijn aandeel in de strafbare feiten te minimaliseren, en de schuld in de schoenen van verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te schuiven, dit met het oog op strafvermindering. Dat de verklaringen van [medeverdachte 4] als onbetrouwbaar aangemerkt moeten worden volgt, aldus de verdediging, tevens uit de omstandigheid dat zij niet verankerd kunnen worden in enig steunbewijs.

Het hof overweegt daaromtrent het volgende.

Vooropgesteld dient te worden dat volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad extra zorgvuldig dient te worden omgegaan met een door een medeverdachte afgelegde verklaring. Aan de verdediging moet worden toegegeven dat [medeverdachte 4] in deze is te beschouwen als een medeverdachte, zodat zijn verklaringen met de nodige voorzichtigheid moeten worden bekeken.

In de onderhavige zaak heeft het hof wat betreft het onderzoek naar de betrouwbaarheid van getuige [medeverdachte 4] getracht een situatie te scheppen waarin het voor [medeverdachte 4] mogelijk zou zijn om ter terechtzitting in hoger beroep een heldere en betrouwbare verklaring af te leggen. Alle procesdeelnemers zijn het erover eens dat [medeverdachte 4] tijdens de terechtzittingen van het hof een zeer verwarde en stressvolle indruk heeft gemaakt en [medeverdachte 4] heeft slechts geringe medewerking verleend aan het beantwoorden van de aan hem gestelde vragen. Het hof heeft vergaande middelen ingezet om [medeverdachte 4] alsnog te brengen tot het beantwoorden van die vragen.

Psychiatrisch onderzoek en gijzeling getuige [medeverdachte 4]

Op de zitting van 19 mei 2011 zou [medeverdachte 4] ter terechtzitting als getuige worden gehoord. Gelet op de verwarde en stressvolle indruk die de getuige op die zitting gaf en de moeite met het beantwoorden van vragen, besloot het hof dat [medeverdachte 4] psychiatrisch moest worden onderzocht. Op die manier zou helderheid kunnen worden verkregen omtrent de oorzaak van de toestand waarin [medeverdachte 4] leek te verkeren en of hij in staat moest worden geacht om ter terechtzitting een verklaring af te leggen. In dat kader heeft psychiater P.K.J. Ronhaar uitgebreid gesproken met [medeverdachte 4], onder meer over zijn gezondheidstoestand en over de reden waarom hij ter terechtzitting van 19 mei 2011 de vragen van het hof niet heeft beantwoord, hetgeen heeft geresulteerd in het psychiatrisch rapport van 16 september 2011.

Op de terechtzitting van 21 september 2011 heeft het hof getracht het getuigenverhoor van [medeverdachte 4] voort te zetten, maar wederom beantwoordde [medeverdachte 4] niet alle vragen van het hof. Gelet daarop heeft het hof vervolgens ambtshalve, op grond van artikel 294 van het Wetboek van Strafvordering, de gijzeling van [medeverdachte 4] bevolen. Het hof heeft daarbij verzocht dat werd toegezien op de gezondheidstoestand van [medeverdachte 4] en tevens dat hij geen medicatie (Xanax) of andere middelen gebruikte waarop hij naar medisch oordeel niet was aangewezen. Op 22 september 2011 heeft het hof het onderzoek ter terechtzitting hervat en op die zitting is [medeverdachte 4] nader als getuige gehoord. Hoewel dit verhoor beter verliep dan ter terechtzitting van 19 mei 2011, heeft [medeverdachte 4] ook tijdens dit verhoor moeite gehad met het beantwoorden van de aan hem gestelde vragen.

Bruikbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 4] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep

Het voorgaande rechtvaardigt de vraag of de door [medeverdachte 4] ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaringen voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Uit voornoemd psychiatrisch onderzoek blijkt dat [medeverdachte 4] tenminste gedurende de laatste maanden, maar mogelijk al sinds de afloop van zijn detentie in het kader van zijn betrokkenheid bij de onderhavige zaak, niet functioneert op de wijze als daarvoor. Zijn toestand dient naar de mening van de psychiater geclassificeerd te worden als een zogenoemde aanpassingsstoornis, feitelijk een stoornis in het vermogen zich adequaat aan te passen aan stresserende omstandigheden. Bij [medeverdachte 4] zijn de angst en depressieve klachten bovendien ernstiger dan wat normaal gesproken verwacht kan worden bij blootstelling aan dergelijke factoren, reden waarom gesproken dient te worden van een aanpassingsstoornis, in geval van [medeverdachte 4] met gemengd angstige en depressieve stemming.

[medeverdachte 4] heeft aan de psychiater beschreven dat de hernieuwde confrontatie met de onderhavige zaak en de daarbij betrokken personen angstklachten heeft gegeven. Uit het geheel van beloop, klachten en symptomen maakt de psychiater op dat sommige aspecten van deze confrontatie voor [medeverdachte 4] eerdere traumatiserende gebeurtenissen hebben gereactiveerd, en dat hij – daarmee samenhangend – enkele symptomen vertoont van een posttraumatische stressstoornis (PTSS), zonder dat hij volledig voldoet aan de criteria hiervoor. Voorafgaand aan de zitting van 18 mei 2011 namen de angstklachten van [medeverdachte 4] al sterk toe, met een sterke toename op 17 mei 2011, wanneer hij zich met (vermeende) hartklachten meldt in het Amphia-ziekenhuis, en voorafgaand aan de zitting van 18 mei 2011, wanneer [medeverdachte 4] met zijn auto de weg kwijtraakt en onbedoeld in Duitsland terechtkomt.

Naar de mening van de psychiater wijst het functioneren van [medeverdachte 4] voorafgaand aan en tijdens de zitting van 19 mei 2011 op een toestand waarin angstklachten domineerden. Als gevolg daarvan imponeerde hij als overspannen en had hij last van concentratie- en geheugenproblemen, als reactie op de (hernieuwde) confrontatie met de strafzaak waarin hij zelf betrokken is geweest en met de personen die hiervan deel uitmaakten. Het voorafgaande gebruik van het middel Xanax heeft vermoedelijk een bijkomende negatieve invloed gehad op zijn functioneren tijdens de zitting.

Het functioneren van de getuige voorafgaand aan en tijdens de zitting van 19 mei 2011 komt naar de overtuiging van de psychiater niet voort uit onderliggend hersenorganisch lijden. Zo er al sprake zou zijn van schade in zijn cognitief functioneren, valt dit in het niet bij de invloed van de situationele factoren.

De daadwerkelijke confrontatie met de zitting, zijn eerdere veroordeling, de detentie, hetgeen daaraan is voorafgegaan alsmede de confrontatie met personen die hier direct (de medeverdachten) of indirect (de advocaten) bij betrokken zijn, leverden voor [medeverdachte 4] een zodanige angst en stressreactie op dat hij hierdoor problemen ondervond in zijn concentratievermogen en zijn geheugenfuncties. Genoemde reacties gaan verder dan wat normaal gesproken onder dergelijke omstandigheden verwacht kan worden. Afgaand op het onderzoek en de beschikbare informatie, acht de psychiater het zeer waarschijnlijk dat deze reacties samenhangen met de (op sommige punten vermoedelijk traumatiserende) impact die de gebeurtenissen op het leven van [medeverdachte 4] hebben gehad. De problemen die hij ondervond met zijn geheugen en zijn concentratievermogen werden zeer waarschijnlijk negatief beïnvloed door het voorafgaande gebruik van het middel Xanax. Van dit middel is bekend dat het overdag slaperigheid, afvlakking van het gevoel, verwarring en soms anterograde amnesie kan veroorzaken. [medeverdachte 4] had dit middel – naar de mening van de psychiater op juiste indicatie en in een juiste dosering – voorgeschreven gekregen door zijn huisarts. De psychiater heeft geen aanwijzingen gevonden dat [medeverdachte 4] dergelijke problemen ook in deze mate zou ervaren met willekeurige andere terechtzittingen en evenmin met andere publieke activiteiten.

Op basis van voornoemde bevindingen van psychiater Ronhaar, is het hof van oordeel dat de verwarring en het geringe meewerken van [medeverdachte 4] tijdens de verhoren op de terechtzittingen bij het hof in 2011 werden veroorzaakt door de situationele factoren van dat moment. Gelet op de gemoedstoestand waarin [medeverdachte 4] zijn verklaringen in hoger beroep heeft afgelegd, zal het hof die verklaringen niet tot het bewijs bezigen.

Bruikbaarheid en betrouwbaarheid van de door [medeverdachte 4] bij de politie afgelegde verklaringen

Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de door [medeverdachte 4] in 2006 en 2007 tegenover de (Belgische en Nederlandse) politie afgelegde verklaringen is van belang hoe hij ten tijde van het afleggen van die verklaringen functioneerde. Naar het oordeel van het hof doet de omstandigheid dat [medeverdachte 4] op de zittingen in hoger beroep imponeerde als overspannen en dat hij last had van concentratie- en geheugenproblemen, als reactie op de (hernieuwde) confrontatie met de strafzaak waarin hij zelf betrokken is geweest en met personen die hiervan deel uitmaakten, in combinatie met het voorafgaande gebruik van het middel Xanax, niets af aan die door hem in 2006 en 2007 bij de politie afgelegde verklaringen. Immers, de situatie waarin [medeverdachte 4] zijn verklaringen destijds bij de politie heeft afgelegd is niet vergelijkbaar met de situatie en de gemoedstoestand waarin [medeverdachte 4] zich tijdens de zittingen in hoger beroep bevond. Ook is het hof overigens niet gebleken van enige aanwijzingen die erop duiden dat [medeverdachte 4] tijdens het afleggen van zijn verklaringen bij de politie imponeerde als overspannen en dat hij last had van concentratie- en geheugenproblemen.

Het hof overweegt in het bijzonder nog het navolgende met betrekking tot de verhoren van [medeverdachte 4] bij de Belgische politie zoals die op 21 november 2006 en daarna hebben plaatsgevonden. [medeverdachte 4] besloot na zijn eerste verhoor op 21 november 2006 dat hij openheid van zaken wilde geven, waarna een tweede verhoor van hem is afgenomen. In dat verhoor en de daarop volgende verhoren is [medeverdachte 4] ingegaan op de productie van synthetische harddrugs in het pand aan [adres 2] te Klein Horendonk (België) en heeft hij belastend verklaard over verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. De verdediging heeft gesuggereerd dat [medeverdachte 4] in ruil voor zijn verklaringen gunstige perspectieven ofwel strafvermindering in het vooruitzicht is gesteld. Het hof overweegt met betrekking tot die suggestie dat daaromtrent een aantal verbalisanten door de rechter-commissaris zijn gehoord. Uit die verklaringen blijkt niet dat aan [medeverdachte 4] enige toezegging is gedaan in ruil voor zijn medewerking dan wel in ruil voor belastende verklaringen. Voorts blijkt uit die verklaringen naar het oordeel van het hof dat [medeverdachte 4] zijn verklaringen spontaan, in een normale gemoedstoestand en in volledige vrijheid heeft afgelegd.

Dat vanuit de Belgische politie of justitie aan [medeverdachte 4] toezeggingen zouden zijn gedaan zou ook moeten blijken uit het vonnis dat is gewezen in de in België tegen hem aanhangig gemaakte strafzaak, te weten door het daarin noemen van artikel 6 van de Belgische Drugswet. Op grond van dat artikel kan strafvermindering worden toegepast als een verdachte de identiteit van mogelijke medeverdachten aan justitie onthult. Als toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 6, dan wordt daarvan in het vonnis melding gemaakt. In het tegen [medeverdachte 4] gewezen vonnis wordt geen melding gemaakt van artikel 6, zodat het hof er van uit gaat dat hieraan geen toepassing is geven.

Gelet op voornoemde verklaringen en het in de strafzaak tegen [medeverdachte 4] gewezen vonnis, heeft het hof geen aanwijzingen dat aan [medeverdachte 4] toezeggingen zijn gedaan dan wel dat met hem enige afspraken zijn gemaakt in ruil voor zijn belastende verklaringen.

[medeverdachte 4] heeft vanaf het moment van zijn aanhouding op 29 augustus 2006 een groot aantal verklaringen afgelegd. In zijn eerste verhoren heeft [medeverdachte 4] reeds over zijn eigen aandeel verklaard en vanaf 21 november 2006 heeft hij, verspreid over een aantal verhoordagen, tevens openheid van zaken gegeven over (onder andere) het aandeel van verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij de productie van synthetische harddrugs in het laboratorium in het pand aan [adres 2] te Klein Horendonk (België). Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat deze verklaringen – waarin [medeverdachte 4] eveneens zichzelf belast – betrouwbaar zijn. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van die verklaringen hecht het hof aan de consistentie daarin en de daarin door [medeverdachte 4] genoemde details. Voorts worden zijn verklaringen op meerdere punten ondersteund door observaties, de aangetroffen drugs en drugsgerelateerde voorwerpen op verschillende locaties, bakengegevens, buzzercontacten, telefoongegevens en getuigenverklaringen.

De verdediging heeft nog gewezen op de opmerking in het dossier met betrekking tot het verhoor van [medeverdachte 4] op 30 oktober 2006, waaruit zou blijken dat door de politie informatie over verdachte en/of medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met [medeverdachte 4] is gedeeld, op basis waarvan [medeverdachte 4] vervolgens voor hen belastende verklaringen heeft afgelegd. Bovendien had [medeverdachte 4] reeds op 6 september 2006 kennis van het dossier en heeft hij telkens afschriften van zijn verhoren meegekregen. De verdediging stelt dat [medeverdachte 4], gelet hierop, precies wist wat de politie als bewijs tegen hem had, dat hij dat bewijs heeft ingekleurd met een verhaal waarbij hij voor verdachte en de medeverdachten belastend heeft verklaard en dat het voor hem op deze manier gemakkelijk was om consistent te verklaren.

Het hof overweegt ten aanzien van het verhoor van 30 oktober 2006 dat de verdediging doelt op de zinsnede opgenomen in het proces-verbaal op pagina 2587-2588, dat in het kort de inhoud van het verhoor weergeeft, maar waarin de weergave van het verhoor zelf niet is opgenomen. Op pagina 2588 wordt onder meer het volgende gerelateerd:

‘Bespreking van de inhoud van het verhoor:

[medeverdachte 4] werd door ons specifiek verhoord naar de medeverdachten toe.’

Naar het oordeel van het hof blijkt uit voornoemde opmerking niet dat de namen van verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op dat moment aan [medeverdachte 4] zijn voorgehouden. Immers, uit dit proces-verbaal blijkt slechts dat [medeverdachte 4] tijdens dit verhoor een fotoserie is voorgehouden, naar aanleiding waarvan hij onder andere verdachte en [medeverdachte 1] heeft herkend en daarbij hun namen heeft genoemd.

Het hof merkt hierbij op dat uit het dossier wel blijkt dat in andere verhoren van [medeverdachte 4] die voor 21 november 2006 hebben plaatsgevonden onder andere de namen van verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] door de verhoorders zijn genoemd. De naam van medeverdachte [medeverdachte 2] is dan nog niet ter sprake gekomen. Voorts overweegt het hof dat het evenals de verdediging heeft vastgesteld dat [medeverdachte 4] tijdens het verhoor van 6 september 2006 heeft verklaard reeds het dossier te hebben ingezien en dat uit het dossier blijkt dat hij na afloop van zijn Belgische verhoren telkens een afschrift van zijn verklaring heeft meegekregen.

Het vorenstaande doet naar het oordeel van het hof echter niet af aan de omstandigheid dat de verklaringen van [medeverdachte 4] zo gedetailleerd zijn en bovendien in belangrijke mate worden ondersteund door andere bewijsmiddelen – onder meer door de observaties, de aangetroffen drugs en drugsgerelateerde voorwerpen op verschillende locaties, bakengegevens, buzzercontacten, telefoongegevens en getuigenverklaringen – dat het niet aannemelijk is dat hij de betrokkenheid van verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij de productie van de synthetische harddrugs heeft verzonnen.

Slotconclusie

Alles overziende is het hof, anders dan de verdediging, van oordeel dat de door [medeverdachte 4] tegenover de politie afgelegde verklaringen als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt en voor het bewijs kunnen worden gebezigd.

Het hof verwerpt het verweer.

? Overige overwegingen omtrent het bewijs

Ten aanzien van de onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten

De verdediging heeft bepleit dat verdachte van de onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken, aangezien verdachte op geen enkele wijze betrokken is geweest bij het, in georganiseerd verband, produceren van synthetische harddrugs in het laboratorium aan [adres 2] te Klein Horendonk (België) en het in dat kader plegen van voorbereidingshandelingen. Daartoe is – kort gezegd – aangevoerd dat het verhaal van getuige [medeverdachte 4], waarin hij belastend heeft verklaard over verdachte, ongeloofwaardig is en dat dit evenmin wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

Het hof overweegt het volgende.

Het hof heeft hiervoor onder het kopje ‘Aan het bewijs voorafgaande overwegingen omtrent de betrouwbaarheid van getuige [medeverdachte 4]’ reeds overwogen dat het de verklaringen van getuige [medeverdachte 4] betrouwbaar acht. Het hof gaat voor het bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de bewezen verklaarde feiten ook uit van zijn bij de (Belgische en Nederlandse) politie afgelegde verklaringen, nu deze verklaringen worden ondersteund door de verschillende onder het kopje ‘Het bewijs’ opgenomen bewijsmiddelen, zoals observaties, peilbakengegevens, forensisch onderzoek en getuigenverklaringen.

Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten ontkend. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte echter wel degelijk deelgenomen aan een criminele organisatie, die zich onder meer bezighield met de productie van synthetische harddrugs en het plegen van voorbereidingshandelingen ten behoeve van die productie. Het hof gaat op basis van de verklaringen van [medeverdachte 4] uit van de volgende rolverdeling binnen die organisatie. Verdachte was, samen met medeverdachte [medeverdachte 1], verantwoordelijk voor de financiën, het aanleveren van de grondstoffen benodigd voor de productie van MDMA en amfetamine en de afvoer van de drugs en het restafval uit het laboratorium in België. Voorts was verdachte degene die doorgaans aan [medeverdachte 4] opdrachten gaf, bijvoorbeeld tot het kopen van buzzers en het huren van het pand waarin de productie van de synthetische harddrugs plaatsvond. Medeverdachte [medeverdachte 1] zorgde voor de verwerking van het eindproduct en regelde daarvan ook de verkoop. Medeverdachte [medeverdachte 2] zorgde voor de opslag van de basisolie voordat deze naar [adres 2] ging alsmede voor de opslag van het eindproduct (amfetamine). Voorts was [medeverdachte 2] verantwoordelijk voor het vervoeren van het geproduceerde eindproduct. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte binnen de criminele organisatie, samen met medeverdachte [medeverdachte 1], een leidende en coördinerende rol gehad.

De verdediging heeft nog aangevoerd dat uit de verklaringen van de verschillende getuigen die ter terechtzitting in hoger beroep onder ede zijn gehoord blijkt dat zij niets weten van de betrokkenheid van verdachte bij het laboratorium in Klein Horendonk (België). Het hof gaat van die verklaringen niet uit, nu deze – anders dan de verklaringen van [medeverdachte 4] – geen bevestiging vinden in het steunbewijs. Voorts zegt de omstandigheid dat die getuigen hebben verklaard geen weet te hebben van de betrokkenheid van verdachte bij de productie van de harddrugs nog niet dat verdachte daarbij niet betrokken is geweest. Naar het oordeel van het hof heeft hij als sleutelfiguur juist elke betrokkenheid bij die productie willen verhullen door zich zoveel mogelijk afzijdig te houden van de uitvoerende handelingen.

Het hof verwerpt het verweer.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde feit

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat verdachte in het kader van zijn stoffeerdersbedrijf [naam], zaken deed met personen afkomstig van buiten Nederland, dat hij daarom vreemde valuta had aangenomen en dat hieruit de aanwezigheid van de Engelse en Schotse ponden kan worden verklaard. Voorts heeft verdachte verklaard dat het aangetroffen geldbedrag in euro’s kan worden verklaard uit de inkomsten van zijn bedrijf. Verdachte heeft mitsdien een afdoende verklaring gegeven voor de herkomst van de aangetroffen geldbedragen op grond waarvan moet worden aangenomen dat deze bedragen een legale herkomst hebben, zodat hij van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

Het hof overweegt het volgende.

In de woning van verdachte is een ongebruikelijk geldbedrag in euro’s en vreemde valuta (Schotse en Engelse ponden) aangetroffen. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte geen aannemelijke verklaring gegeven voor de herkomst van deze geldbedragen. Het hof overweegt daartoe dat de verklaring van verdachte omtrent de herkomst van de aangetroffen bedragen geenszins steun vindt in het dossier, terwijl verdachte zijn stelling ook overigens op geen enkele wijze heeft gestaafd.

Het hof betrekt hierbij eveneens de verklaring van [mevrouw 3], de ex-partner van verdachte en eveneens werkzaam bij het stoffeerdersbedrijf [mevrouw 3]. Zij heeft verklaard dat zij alle contante ontvangsten van het bedrijf inde, dat van de aangetroffen geldbedragen een bedrag van EUR 17.000,- van haar was, dat dit bedrag in het nachtkastje lag, maar dat dit normaal in de kluis in het CV hok zou moeten liggen. Zij heeft verklaard dat zij niet wist aan wie de rest van het geld toebehoorde en dat zij niets wist van de aangetroffen Engelse en Schotse ponden. Deze verklaring strookt niet met de hoogte van de aangetroffen geldbedragen alsmede met de plaats waar deze zijn aangetroffen. Voorts strookt de verklaring van [naam] niet met de verklaring van verdachte, inhoudende dat hij de Engelse ponden betaald heeft gekregen voor de stoffering van een appartement en dat hij heel vaak voor werkzaamheden in buitenlandse valuta kreeg betaald. Naar het oordeel van het hof had [mevrouw 3], uitgaande van de verklaring van verdachte, daarvan op de hoogte moeten zijn gelet op haar verklaring dat zij alle contante ontvangsten van het bedrijf inde. Uit de verklaring van [mevrouw 3] blijkt daar niets van.

Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de aangetroffen geldbedragen uit enig misdrijf (mede gelet op de bewezenverklaarde feiten, in belangrijke mate uit drugshandel) afkomstig zijn, zodat het hof verdachte als witwasser van deze geldbedragen beschouwt.

Bewezenverklaring

Op grond van de hiervoor vermelde redengevende feiten en omstandigheden en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 17 december 2004 tot en met 29 augustus 2006 in Nederland en in Klein Horendonk (België), tezamen en in vereniging met anderen, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren van middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs) en

- het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen in verband met het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren van middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs);

2.

hij op tijdstippen in de periode van 17 december 2004 tot 29 augustus 2006 te Klein Horendonk (België) en binnen het arrondissement Breda, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd handelshoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde amfetamine en MDMA middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij op 29 augustus 2006 te Klein Horendonk (te België), tezamen en in vereniging met anderen (in een perceel aan [adres 2]) opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 150 kilogram van een materiaal bevattende MDMA en ongeveer 30 kilogram van een materiaal bevattende amfetamine en ongeveer 3500 tabletten van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en amfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 17 december 2004 tot 1 juli 2006 te Sint-Willebrord, gemeente Rucphen en/of op andere plaatsen in Nederland en/of te Klein Horendonk (België), tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet , te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs) voor te bereiden en/of te bevorderen

- (telkens) een of meer anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen en/of mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn, en

- zich en anderen (telkens) gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen, en

- (telkens) voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden voorhanden heeft gehad, waarvan hij verdachte en diens mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die delicten;

immers hebben verdachte en zijn mededaders op tijdstippen in voornoemde pleegperiode en op voornoemde pleegplaatsen

- een vakantiehuis uitgezocht en geld gegeven om de huur voor dat huis te betalen en geld gegeven om aceton te kopen en

- contacten gelegd en/of onderhouden (telefonisch en/of in persoon) met andere personen in Nederland inzake de productie en/of verkoop en/of afname en/of levering van hoeveelheden (synthetische) harddrugs en inzake de voor productie van (synthetische) harddrugs benodigde grondstoffen en

- grondstoffen benodigd voor de productie van (synthetische) harddrugs aangekocht en geleverd en

- grondstoffen (te Klein Horendonk aceton en zoutzuur en methanol en zwavelzuur en te Sprundel natriumboorhydride en mierenzuur en zwavelzuur en PMK) en apparatuur (te Klein Horendonk 10 diepvriezers en diverse vaten en een vacuümmachine en (te Sprundel) jerrycans en een büchnertrechter en een vacuümfles en frituurpannen) voor de productie van (synthetische) harddrugs voorhanden gehad, waarvan hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die delicten;

5.

hij, niet zijnde een houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet voorkoming misbruik chemicali ën en niet zijnde een persoon of instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet voorkoming misbruik chemicali ën, op tijdstippen in de periode van

17 december 2004 tot en met 21 februari 2006 in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk voorhanden hebben gehad een hoeveelheid

1-Fenyl-2-propanon, (synoniem van BMK) en een hoeveelheid

3,4-Methyleendioxyfenylpropaan-2-on (synoniem van PMK), zijnde voornoemde stoffen geregistreerde stoffen van categorie 1 van bijlage I bij de richtlijn 92/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1992, als genoemd in artikel 1 eerste lid onder b van de Wet voorkoming misbruik chemicali ën;

en

hij, als marktdeelnemer, op tijdstippen in de periode van 22 februari 2006 tot en met

29 augustus 2006 in Nederland en/of België tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk geregistreerde stoffen van categorie I van bijlage 1 van de Verordening nr. 273/2004 van het Europese Parlement en de Raad, te weten

3,4-Methyleendioxyfenylpropaan-2-on (synoniem van PMK) en 1-Fenyl-2-propanon (synoniem van BMK), zonder een door de bevoegde instanties afgegeven vergunning, in zijn bezit heeft gehad en/of in de handel heeft gebracht;

6.

hij in de periode van 17 december 2004 tot en met 29 augustus 2006, te Sint-Willebrord, gemeente Rucphen, 19.820 Engelse ponden, 180 Schotse ponden en 27.856 euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

7.

hij op 29 augustus 2006 te Sint-Willebrord, gemeente Rucphen, voorhanden heeft gehad 23 patronen (merk Fiocchi, kaliber 9 mm Luger), zijnde munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit overweegt het hof dat het is gekomen tot een bewezenverklaring van een kortere pleegperiode dan zoals die is ten laste gelegd. Immers, gelet op de op 1 juli 2006 in werking getreden wetswijziging van artikel 10a van de Opiumwet , kan het hof ten aanzien van de periode 2 juli 2006 tot en met 29 augustus 2006 niet komen tot een bewezenverklaring van het onderdeel “om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet”.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat, gelet op de daaraan in de wet gestelde eisen, bij de onder 4 en 5 bewezen verklaarde feiten geen sprake is van eendaadse samenloop en evenmin dat voornoemde feiten in zodanig verband staan met de onder 2 en 3 bewezen verklaarde feiten dat sprake is van een voortgezette handeling.

De hiervoor onder 1 tot en met 7 bewezen verklaarde feiten leveren op:

1. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

2. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

3. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

4. Medeplegen van: om een feit, bedoeld in het derde en vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet (oud), voor te bereiden of te bevorderen een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen, of om daarbij behulpzaam te zijn, zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit tracht te verschaffen, en voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

5. Overtreding van artikel 5 van de Wet voorkoming misbruik chemicali ën (oud), terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd

en

Overtreding van artikel 2 van de Wet voorkoming misbruik chemicali ën, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

6. Witwassen;

7. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie .

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

De eerste rechter heeft verdachte voor de onder 1 tot en met 7 bewezen verklaarde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft zich achter de door de eerste rechter opgelegde straf geschaard.

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Het hof overweegt het volgende.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals één en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft gedurende ruim anderhalf jaar deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezig hield met (een deel van) de productie van de synthetische harddrugs MDMA en amfetamine. Met zijn handelen heeft verdachte zich, tezamen met anderen, schuldig gemaakt aan het treffen van voorbereidingshandelingen voor en het produceren van synthetische harddrugs. Hij is daarbij voorbij gegaan aan de vergunnings- en meldingsplicht die geldt volgens Europese verordeningen en richtlijnen ter zake van het aanwezig hebben en het in de handel brengen van BMK en PMK, welke stoffen aangewend werden voor de illegale vervaardiging van de harddrugs. De professionaliteit van de organisatie blijkt niet alleen uit de relatief grote hoeveelheden chemicaliën en andere grondstoffen die zijn aangetroffen en de grote hoeveelheden drugs die in het laboratorium geproduceerd werden, maar tevens uit de hoge geldbedragen die hiermee waren gemoeid. Naar het oordeel van het hof had verdachte, samen met [medeverdachte 1], hierbij een leidende en coördinerende rol.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van criminele gelden en aan het voorhanden hebben van een hoeveelheid munitie.

Het hof rekent verdachte deze bewezen verklaarde feiten zwaar aan. Naar het oordeel van het hof kan dan ook – gelet op de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd – niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder rekening gehouden met:

? de omstandigheid dat harddrugs zoals MDMA en amfetamine, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren voor de gezondheid van die gebruikers opleveren, waarbij de productie van vorenbedoelde harddrugs vaak op zodanige wijze plaatsvindt, dat direct gevaar voor de omgeving ontstaat (zoals brand- of ontploffingsgevaar), terwijl de afvalproducten veelal illegaal worden geloosd met alle gevolgen van dien voor het leefmilieu en de natuur;

? de omstandigheid dat verdachte, blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 maart 2012, reeds eerder ter zake van Opiumwetgerelateerde misdrijven en handelen in strijd met artikel 26 van de Wet wapens en munitie is veroordeeld;

? de omstandigheid dat blijkens voornoemd Uittreksel artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is;

? de sleutelpositie van verdachte in de criminele organisatie.

Gelet op de hiervoor weergegeven overwegingen, is het hof van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren een passende reactie vormt.

Voorts heeft het hof ambtshalve vastgesteld dat sprake is van een schending van het recht van verdachte op berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM , aangezien verdachte op 21 februari 2008 hoger beroep heeft ingesteld en de behandeling in tweede aanleg niet met een eindarrest binnen twee jaar is afgerond. Daarvoor zijn evenwel bijzondere omstandigheden aan te wijzen, zoals de ingewikkeldheid van de zaak en de invloed van de verdediging op het procesverloop. De vertraging is echter deels ook te wijten aan omstandigheden waarop de verdediging geen invloed heeft gehad. Het hof is daarom van oordeel dat deze schending in dit geval tot strafvermindering moet leiden.

Alles overziende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 8 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Beslag

In de onderhavige zaak is een groot aantal voorwerpen in beslag genomen. Een deel van die voorwerpen, met behulp waarvan de onder 1 t/m 5 en 7 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten zijn begaan of voorbereid, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Van de in beslaggenomen en nog niet teruggegeven papiertjes met pukcodes, een gasfles en een kassabon (zie de nummers 1515B, 4747B en 6492F op de aan dit arrest gehechte beslaglijst), zal de teruggave aan de verdachte worden gelast, nu het hof ten aanzien van deze voorwerpen geen relatie met één van de bewezen verklaarde feiten heeft kunnen vaststellen.

Van de in beslag genomen dozen met anabole steroïden en hormonen (zie de nummers 1414B en 67 op de aan dit arrest gehechte beslaglijst) zal het hof de bewaring gelasten. Naar het oordeel van het hof kunnen deze goederen niet worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer op grond van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, zodat deze voorwerpen aan verdachte zouden moeten worden teruggegeven. Gelet echter onder omstandigheden in strijd met de wet en/of het algemeen belang worden geacht, zal het hof de bewaring van deze goederen gelasten teneinde het openbaar ministerie in de gelegenheid te stellen deze goederen aan de rechtmatige eigenaar terug te geven danwel zelfstandig een vordering tot onttrekking aan het verkeer in te dienen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 47, 57, 63, 140 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht , de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie , de artikelen 2, 10 en 10a (oud) van de Opiumwet , de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en de artikelen 2 en 5 (oud) van de Wet voorkoming misbruik chemicali ën, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren en 8 (acht) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals vermeld op de aan dit arrest gehechte beslaglijst onder de nummers 1313B, 1717B, 2222B, 2929B, 3030B, 3838B, 4040B, 4646B, 5312B, 543E, 5520F, 5621F, 5767F, 5869F, 5976F, 6082F, 6184F, 6285F, 6390F, 6593F, 6694F, 67, 68 en 69.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals vermeld op de aan dit arrest gehechte beslaglijst onder de nummers 1515B, 4747B en 6492F.

Gelast – onder verwijzing naar hetgeen het hof hierboven heeft overwogen onder het kopje ‘Beslag’ – de bewaring van de voorwerpen zoals vermeld op de aan dit arrest gehechte beslaglijst onder de nummers 1414B en 67.

Aldus gewezen door

mr. J.J. van der Kaaden, voorzitter,

mr. J.W. de Ruijter en mr. S.C. van Duijn, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J. Biljard en mr. N.S. Oort, griffiers,

en op 30 mei 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

De griffier mr. N.S. Oort is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature