E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHSHE:2011:BR6098
LJN BR6098, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10/00478

Inhoudsindicatie:

Belanghebbende exploiteert een tandartspraktijk. De heer A is dga en als tandarts in dienstbetrekking werkzaam bij belanghebbende. Mevrouw B is ook als tandarts bij belanghebbende in dienstbetrekking. Mevrouw B ontvangt een hoger brutoloon dan de heer A. De inspecteur heeft op grond van art. 12a Wet LB voor het verschil tussen de brutoloonbedragen van de heer A en mevrouw B een naheffingsaanslag opgelegd. Het hof stelt voorop dat op de inspecteur de last rust feiten en omstandigheden aan te voeren en, bij betwisting, aannemelijk te maken dat ter zake van soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt in het economische verkeer een hoger loon gebruikelijk is dan het aan de heer A toegekende loon. De inspecteur heeft louter gewezen op de aan mevrouw B toegekende brutoloonbedragen. Belanghebbende heeft daartegenover onweersproken gesteld dat de enkele verwijzing naar het loon van mevrouw B onvoldoende is, omdat mevrouw B geen recht heeft op andere beloningselementen waar de heer A wél recht op heeft (pensioen, auto, onkostenvergoeding). De aan de heer A toegekende arbeidsbeloning is als geheel beschouwd ongeveer 70% hoger dan de arbeidsbeloning van mevrouw B. Voorts werkt mevrouw B fulltime terwijl de heer A negen maanden per jaar werkzaam is. Nu de inspecteur zijn bewijsvoering niet op enig ander vergelijkingsgegeven dan het brutoloon van mevrouw B heeft gebaseerd, acht het hof de inspecteur niet geslaagd in zijn bewijslast. Het gelijk is aan belanghebbende.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie