E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHSHE:2006:BA2530
LJN BA2530, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04/01643

Inhoudsindicatie:

Belanghebbende is van mening dat de vergoeding voor extra reisuren onder de definitie van overwerkloon valt zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, letter c, ten tweede van de WVA en derhalve niet tot het loon in de zin van de WVA behoort. Hieromtrent merkt het hof het volgende op. Op grond van artikel 1, lid 1, letter c van de WVA juncto artikel 10 van de Wet LB behoort de vergoeding voor extra reisuren in beginsel tot het loon in de zin van de WVA. Indien, zoals belanghebbende stelt, de vergoeding voor extra reisuren is aan te merken als overwerkloon, wordt deze vergoeding niet tot het loon voor de WVA gerekend. Naar het oordeel van het hof, rekening houdende met de maatschappelijke opvattingen, is slechts sprake van overwerk indien arbeid, niet zijnde woon-werkverkeer, wordt verricht buiten de reguliere werktijden om. Nu in de onder 2.5 omschreven aanstellingsbrief is opgenomen dat de 40-urige werkweek op het project (of kantoor), ter plaatse moet worden gerealiseerd en voorts gesteld noch gebleken is dat gedurende de extra reisuren door de werknemer feitelijk arbeid wordt verricht, kwalificeert de vergoeding voor extra reisuren naar het oordeel van het hof niet als overwerkloon. Het hof wijst in dit kader mede op hetgeen de Staatssecretaris ter zake van overwerk en reistijd in zijn Besluit van 14 december 2005, nr. CPP2005/2122M, onder meer gepubliceerd in V-N 2006/2.16, heeft opgemerkt:

"(...) Er zijn CAO 's die werknemers recht geven op een vergoeding voor reistijd. Het recht op vergoeding ontstaat als een tijdelijke arbeidsplaats ver van de woon/verblijfplaats van de werknemer gelegen is. Het geldende uurloon is in veel gevallen het uitgangspunt. De vergoeding voor reistijd telt in het algemeen niet als overwerkloon. Dit is alleen anders voorzover aannemelijk is dat de werknemer arbeid verricht tijdens de reistijd naar een tijdelijke arbeidsplaats.

De WVA wijst voor het begrip loon naar de Wet LB. Overwerkloon is de beloning voor arbeid die de werknemer verricht gedurende de tijd die uitgaat boven de voor hem geldende arbeidsduur (zie artikel 26, vijfde lid, van de Wet LB). Er is dus sprake van overwerk als de werknemer meer arbeid verricht dan contractueel is overeengekomen. Als de werknemer geen arbeid verricht tijdens zijn reistijd is die reistijd geen arbeidstijd. Het gevolg is dat het loon voor dergelijke reistijd voor de toepassing van de WVA geen overwerkloon kan zijn. Dit loon maakt in zulke gevallen deel uit van het WVA-loon.(...)"

Het hof kan zich met de bovenstaande mening van de staatssecretaris verenigen aangezien die visie naar het oordeel van het hof op de aldaar genoemde gronden juist is.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie