E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHSHE:2006:AY8201
LJN AY8201, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, C0600451

Inhoudsindicatie:

Met grief 2 betoogt [appellante] dat de voorzieningenrechter in het vonnis had dienen uit te gaan van de letterlijke tekst van het non-concurrentiebeding zoals in de koopovereenkomst opgenomen, en deze niet had mogen uitleggen. De voorzieningenrechter heeft, aldus [appellante], ten onrechte overwogen dat de letterlijke tekst van het concurrentiebeding geen eenduidig antwoord geeft omtrent de reikwijdte van het beding.

Het hof overweegt dat de betekenis van een omstreden beding in een schriftelijke overeenkomst door de rechter niet aan de hand van de letterlijke bewoordingen daarvan moet worden vastgesteld, maar aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen overeenkomstig de zin zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (vgl. HR 12 januari 2001, NJ 2001,199) Deze in de jurisprudentie van de Hoge Raad ontwikkelde norm brengt mee dat de voorzieningenrechter in het vonnis terecht en op goede gronden heeft overwogen dat hij, bij onduidelijkheid tussen partijen over de reikwijdte van het litigieuze beding, dit beding (voorlopig oordelend) dient uit te leggen. De grief treft derhalve geen doel.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie