< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Ondertoezichtstelling. Bekrachtiging.

Uitspraak



GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 17 oktober 2012

Zaaknummer : 200.110.789/01

Rekestnummer rechtbank : JE RK 12-1088

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. I.K. Oosterveen te Rotterdam,

tegen

de raad voor de kinderbescherming te Rotterdam,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de raad.

Als belanghebbende zijn aangemerkt:

1. [de vader],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vader,

2. William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Diemen,

hierna te noemen: WSS.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 30 juli 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 11 mei 2012 van de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam.

De WSS heeft op 17 september 2012 een verweerschrift ingediend.

De zaak is op 26 september 2012 mondeling behandeld.

Ter zitting waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- mevrouw S. van der Beek namens de raad;

- de vader;

- mevrouw S. van den Bos en mevrouw E. Valk (gezinsvoogd) namens de WSS.

De advocaat van de moeder heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is de minderjarige [naam], geboren op [datum] 2002 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: de minderjarige) onder toezicht gesteld voor de duur van zes maanden met benoeming van Jeugdzorg tot stichting in de zin van de Wet op de jeugdzorg. Verder is bepaald dat de ondertoezichtstelling zal worden uitgevoerd door de WSS. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Het hof gaat uit van de door de kinderrechter vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van zes maanden.

2. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen zodat de ondertoezichtstelling van de minderjarige zal worden beëindigd met onmiddellijke ingang, althans met ingang van een datum door het hof in goede justitie te bepalen.

3. De WSS bestrijdt het beroep en verzoekt het hof het door de moeder ingestelde beroep niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

4. De moeder stelt zich op het standpunt dat er geen reden is om de minderjarige onder toezicht te stellen. Zij is van mening dat zij zelf in staat is om de minderjarige op te voeden en te verzorgen. Dat zij de minderjarige niet altijd op tijd op school kreeg, is volgens de moeder mede te wijten aan een file tussen de woonplaats Schiedam en de school van de minderjarige in Rotterdam. De door de raad genoemde kindfactoren – de beperkte cognitieve mogelijkheden, de algehele ontwikkelingachterstand, het taalbegrip en gebruik en door de school opgemerkte kenmerken van autisme, angstig en stemmingsgestoord gedrag – herkent de moeder niet in de thuissituatie. De moeder erkent wel dat de minderjarige een jongen is met problemen, waaraan gewerkt moet worden. Zij is ook bereid daarvoor de benodigde hulp voor de minderjarige in te schakelen. Zo heeft de moeder zelf logopedie voor de minderjarige geregeld en de hulp ingeschakeld van Bureau Kinderkwesties. Tot slot wijst de moeder erop dat de ondertoezichtstelling spanningen bij haar en haar gezin oplevert. De contacten met mevrouw Van Deutekom van Bureau Kinderkwestie verlopen daarentegen wel plezierig. Haar adviezen zijn ook waardevol, aldus de moeder.

5. De WSS stelt dat minderjarige na de start van het nieuwe schooljaar – ook als de moeder hem zelf brengt – vrijwel dagelijks te laat op zijn huidige school (De Regenboog) is gekomen. Volgens de WSS lijkt het probleem te zitten in de planning rondom het ochtendritueel, nu de minderjarige ook op zijn vorige school (De Singel) te laat kwam en deze dicht bij zijn huis was. Verder wijst de WSS erop dat de moeder niet alleen met de huidige school een verschil van mening heeft over de wijze waarop het belang van de minderjarige het beste kan worden gediend. Dit heeft eerder gespeeld op de voormalige scholen van de minderjarige, De Violier en De Singel. De moeder heeft de minderjarige in verband met een meningsverschil met De Violier na twee weken van school gehaald. Voorts wijst de WSS erop dat zij ook problemen ondervindt bij het maken van afspraken voor huisbezoeken en bij het verkrijgen van informatie. De moeder heeft altijd redenen waarom een afspraak niet gemaakt kan worden en waarom zij informatie niet direct kan of wil geven. Ook wordt de gezinsvoogd bij een (gepland) huisbezoek niet of pas na langere tijd binnengelaten. Volgens de WSS hoeft dit geen onwil te zijn, maar kan deze houding door anderen worden opgevat als onwillig. Dit geeft veel communicatieproblemen en misverstanden. Verder roept dit twijfels en zorgen op over de situatie van de minderjarige thuis. De vasthoudendheid en doortastendheid van de gezinsvoogd is nodig om informatie boven water te krijgen en om de misverstanden met school zoveel mogelijk op te lossen. Daarmee kan worden bereikt dat de school en de moeder weer samen kunnen werken, aldus de WSS.

6. De raad heeft ter terechtzitting verklaard dat er tussen de moeder en de school al zes jaar een verschil van mening bestaat over het gedrag van de minderjarige. Vanwege de meningsverschillen heeft de moeder er in het verleden voor gekozen de minderjarige op een andere school te plaatsen. De raad acht de voortzetting van deze situatie niet in het belang van de minderjarige.

7. De vader heeft ter terechtzitting erkend dat de minderjarige een leerachterstand heeft. Het beeld van de ouders en de school verschilt echter, aldus de vader.

8. Het hof stelt voorop dat een ondertoezichtstelling zoals bedoeld in artikel 1:254 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek slechts kan worden verleend indien de wettelijke gronden daarvoor aanwezig zijn. Het hof zal derhalve onderzoeken of de minderjarige zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen.

9. Op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het hof van oordeel dat de wettelijke gronden voor een ondertoezichtstelling aanwezig zijn. Het hof neemt daartoe in aanmerking dat het de moeder – ook na de start van het nieuwe schooljaar – niet lukt om de minderjarige op tijd op school te krijgen. Hierdoor mist de minderjarige delen van zijn les en krijgt hij door zijn late binnenkomst een andere positie dan de andere kinderen. Ook is er in het kader van de Leerplichtwet inmiddels een strafzaak aanhangig gemaakt. De door de moeder genoemde omstandigheden – de file op de snelweg tussen de woning van de minderjarige en zijn school of de gezondheidstoestand van de minderjarige – zijn incidenten en kunnen het veelvuldige schoolverzuim niet verklaren. Verder is gebleken dat de samenwerking tussen de moeder en de school van de minderjarige stagneert, doordat de moeder een geheel andere opvatting heeft over de ontwikkeling van de minderjarige en een eigen beleving van zijn functioneren heeft. Zo kan zij zich bijvoorbeeld niet vinden in de door de school opgemerkte kenmerken van autisme, angstig en stemmingsgestoord gedrag. De moeder en de huidige school van de minderjarige hebben hierdoor een verschil van mening over de manier waarop het belang van de minderjarige het beste kan worden gediend. Ook in de contacten met de voormalige scholen van de minderjarige speelde dit probleem, hetgeen voor de moeder in het verleden ook een reden is geweest om de minderjarige van De Violier te halen. Daarnaast neemt het hof in aanmerking dat de moeder de zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige bagatelliseert en het voor de hulpverleners lastig is om een afspraak met de moeder thuis te maken. Afspraken worden afgezegd of niet nagekomen en de benodigde informatie wordt met moeite door de gezinsvoogd verkregen. Door het verzet en het wantrouwen van de moeder ten opzichte van de hulpverlening, is tot op heden geen inzicht verkregen in de thuissituatie van de minderjarige. Ook mevrouw Van Deutekom van Kinderkwesties is het tot op heden niet gelukt om de minderjarige in zijn thuissituatie te observeren. Het hof acht deze houding van de moeder in strijd met het belang van de minderjarige.

10. Uit het voorgaande volgt dat de minderjarige zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en dat andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. Daarmee wordt voldaan aan de wettelijke gronden voor de ondertoezichtstelling. De bestreden beschikking dient te worden bekrachtigd.

11. Mitsdien beslist het hof als volgt.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Kempen, Lückers en Willems, bijgestaan door mr. Evertsen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2012.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature