< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Appel tegen de beslissing op grond van artikel 18, lid 2 van de Rijkswet op het Nederlanderschap is niet mogelijk ; geen sprake van uitzondering (doorbrekingsgronden). Gevolg: niet ontvankelijkheid.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Uitspraak : 10 oktober 2012

Zaaknummer : 200.109.551/01

Rekestnummer rechtbank : HA RK 10-75

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. A.L. Ruiter te Enschede,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN

(Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Immigratie- en Naturalisatiedienst),

zetelende te ’s-Gravenhage,

verweerder in hoger beroep.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De man is op 4 juli 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 5 april 2012 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

Op 21 september 2012 is de ontvankelijkheid van het verzoek in hoger beroep, door mr. Lückers als raadsheer-commissaris, mondeling behandeld.

Partijen zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de man, vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit, afgewezen.

DE ONTVANKELIJKEID VAN HET HOGER BEROEP

1. De man heeft beroep ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap . Uit dit wetsartikel blijkt dat tegen de beschikking van de rechtbank geen hogere voorziening openstaat behoudens cassatie in het belang der wet.

2. Tegen de op grond van artikel 18, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap gegeven beschikkingen staan geen hogere voorzieningen open, behoudens cassatie in het belang der wet. Uit vaste jurisprudentie (HR 29 maart 1985, LJN AG4989; NJ 1986/242 (Enka/Dupont) en HR 30 juni 2000, LJN AA6342; NJ 2000/674) blijkt dat een appelverbod kan worden doorbroken indien gesteld wordt dat:

- de rechter een artikel ten onrechte heeft toegepast;

- de rechter een artikel ten onrechte niet heeft toegepast;

- de rechter buiten het toepassingsgebied is getreden;

- sprake is van essentieel vormverzuim.

Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een van deze gronden.

3. Mitsdien wordt als volgt beslist.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Lückers, Husson en Kamminga, bijgestaan door Verheijen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2012.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature