E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3865
LJN BU3865, Gerechtshof 's-Gravenhage, BK-10-00390

Inhoudsindicatie:

Precariobelasting. Belanghebbende is, zoals blijkt uit het instemmingsbesluit dat is verleend op grond van art. 5.2 Telecommunicatiewet, aanbieder in de zin van de Telecommunicatiewet van een openbaar telecommunicatienetwerk of omroepnetwerk. De instemming betreft kabels die uitsluitend ten dienste van een openbaar telecommunicatienetwerk of omroepnetwerk of NOZEMA-omroepzendernetwerk in de grond worden gebracht. De mantelbuizen zijn ten dienste van het hiervoor aangeduide openbaar netwerk in de grond gebracht. Er is dan geen reden de mantelbuizen niet te rekenen tot de (beschermingswerken van de) kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet. De gemeente Rijswijk dient het in de grond brengen van de mantelbuizen te gedogen. Onder die omstandigheden is, gelet op de in art. 5.1 Telecommunicatiewet neergelegde gedoogverplichting van kabels en beschermingswerken, voor heffing van precariobelasting in de onderhavige tijdvakken geen plaats. Het oordeel van de rechtbank dat de beoordeling van de rechtmatigheid van een aanslag die voor een bepaald heffingstijdvak is opgelegd, behoudens zich hier niet voordoende uitzonderingen, geschiedt aan de hand van de voor dat tijdvak geldende wettelijke bepalingen inzake de heffing van de desbetreffende belasting is juist. Vertrouwen te ontlenen aan instemmingsbesluit. Met het oog op mogelijke overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak in de bezwaar- en de beroepsfase worden de Minister van Veiligheid en Justitie en de Inspecteur in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over een veroordeling tot vergoeding van immateriƫle schade.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie