< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

geschil bij gezamenlijk gezag en co-ouderschap inzake de inschrijving op een school

Uitspraak



GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 23 juni 2010

Zaaknummer : 200.046.735/01

Rekestnr. rechtbank : 09-6274

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. A.B. Sluijs te Leiden,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. C.M. Schönhagen te Leiden.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 9 oktober 2009 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 9 september 2009 van de rechtbank 's-Gravenhage.

De moeder heeft op 8 december 2009 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de vader zijn bij het hof op 3 november 2009 aanvullende stukken ingekomen.

De raad voor de kinderbescherming te 's-Gravenhage heeft het hof bij brief van 26 april 2010 laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.

Op 27 mei 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en de moeder, bijgestaan door haar advocaat. Partijen en hun raadslieden hebben het woord gevoerd, de advocaat van de vader onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotities.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij de bestreden beschikking is – uitvoerbaar bij voorraad – aan de moeder toestemming verleend – welke toestemming die van de vader vervangt – om de hierna te noemen minderjarigen in te schrijven op de [naam school] te [woonplaats].

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de door de moeder verzochte vervangende toestemming om de minderjarige kinderen van partijen over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen: [naam minderjarige], geboren op [datum] 2005 te [plaats], en [naam minderjarige], geboren op [datum] 2005 te [plaats], hierna gezamenlijk te noemen: de minderjarigen, in te schrijven op de [naam school] te [woonplaats].

2. De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het verzoek van de moeder tot het verlenen van toestemming om de minderjarigen in te schrijven op de [naam school] te [plaats] af te wijzen, althans te ontzeggen, en te bepalen dat de vader vervangende toestemming verkrijgt om de minderjarigen in te schrijven op de [naam school] te [plaats], uitvoerbaar bij voorraad.

3. De moeder bestrijdt het beroep en verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen en af te wijzen het verzoek van de vader om aan hem vervangende toestemming te verlenen om de minderjarigen weer in te schrijven op de [naam school] te [plaats].

4. De vader stelt dat de rechtbank ten onrechte vervangende toestemming aan de moeder heeft verleend om de minderjarigen in te schrijven op de [naam school] te [plaats]. Partijen hebben destijds voor de basisschool [naam school] in [plaats] gekozen, omdat de kinderen uit de buurt naar deze school gingen en partijen zich goed voelden bij de uitgangspunten, het leerprogramma en de normen en waarden die deze school voorstaat.

De belangen van de minderjarigen bij een ongewijzigde leef- en schoolomgeving wegen zwaarder dan het belang dat de moeder heeft om de minderjarigen naar school te laten gaan in haar huidige woonplaats. Bovendien was de moeder ten tijde van de echtscheidingsbemiddeling al werkzaam in [plaats] en was zij er duidelijk over aldaar woonruimte te zoeken.

De situatie waarbij de minderjarigen in [plaats] op school zouden gaan, was derhalve voorzienbaar en vormde voor de moeder destijds geen reden om andere afspraken te maken dan die, welke thans in het convenant zijn opgenomen. De moeder had evengoed voor een woning in [plaats] kunnen kiezen.

5. De vader stelt voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat door de verhuizing van de moeder de situatie voor de minderjarigen erg onrustig is geworden. Geen van partijen heeft dit argument naar voren gebracht.

6. De vader stelt daarnaast dat de rechtbank ten onrechte in haar oordeel heeft meegewogen dat de moeder op maandag tot en met woensdag meer tijd aan de verzorging van de minderjarigen kan besteden. De omstandigheid dat de minderjarigen op maandag en dinsdag niet hoeven over te blijven, geldt slechts voor de winterperiode. De moeder is immers in de zomer op maandag werkzaam, nu dit in de horeca de drukste tijd van het jaar is.

7. Ten slotte stelt de vader dat de rechtbank ten onrechte van oordeel is dat de situatie waarbij de minderjarigen in [plaats] op school gaan beter aansluit bij wat partijen bij het aangaan van het co-ouderschap voor ogen hadden. Partijen hebben dit argument niet naar voren gebracht. De zorgverdeling is zeer pragmatisch tot stand gekomen, vanwege de werktijden van partijen en zelfs aangepast op de werktijden van de moeder, en staat niet ter discussie in de procedure.

8. De moeder heeft de stellingen van de vader gemotiveerd weersproken. De moeder stelt dat partijen na het uiteengaan goede afspraken hebben kunnen maken met betrekking tot de minderjarigen en dat er bewust gekozen is voor het co-ouderschap. De wens om de minderjarigen naar een school in [plaats] te laten gaan, is ingegeven door het feit dat de moeder in de situatie dat zij de minderjarigen in [plaats] naar school moest brengen erg weinig contact met de minderjarigen had en niet of nauwelijks haar zorgtaak kon invullen of daaraan een goede inhoud kon geven. Dit had zijn weerslag op de minderjarigen. De minderjarigen gaven aan hun moeder te missen en niet meer lief te vinden, wat voor de moeder heel erg was. Na het uiteengaan was de moeder voor het vinden van een nieuwe woning aangewezen op de woonruimteverdeling via woningbouwcorporaties, omdat zij financieel niet in staat was te kopen of particulier te huren. In november 2008 is haar een urgentie toegekend voor de regio [naam regio]. In april/mei 2009 heeft de moeder een woning in [woonplaats] betrokken, alwaar zij haar werk en familie heeft en zij na de echtscheiding een nieuwe start kon maken. Terecht is de rechtbank bij haar beslissing ervan uitgegaan dat de moeder in [woonplaats] zal blijven wonen. De [naam school] te [plaats] valt onder dezelfde stichting als de [naam school] in [plaats], te weten de Stichting [naam stichting]. Er is sprake van volstrekt gelijkwaardige scholen.

9. Het hof overweegt als volgt. Tussen partijen staat vast dat bij het uiteengaan co-ouderschap is overeengekomen en dat zij dit wensen te handhaven. De afspraken die partijen hebben gemaakt zijn vastgelegd in het echtscheidingsconvenant van 4 augustus 2008. Naar het oordeel van het hof heeft de moeder onvoldoende aangetoond dat er voor haar nadien een noodzaak was om naar [woonplaats] te verhuizen die een wijziging van school voor de minderjarigen rechtvaardigt. Ter zitting heeft de moeder verklaard dat haar ook geschikte woningen in [plaats] zijn aangeboden, maar dat haar voorkeur uitging naar [woonplaats] in verband met haar werk, haar familie en de wens om in een nieuwe omgeving te wonen. Hoewel het hof begrip heeft voor de wens van de moeder om na echtscheiding een nieuwe start te maken, acht het hof dit onvoldoende reden om de minderjarigen van de hun vertrouwde school af te halen en in [plaats] naar school te laten gaan. Door de plaatsing van de minderjarigen op de school te [plaats] zitten zij niet langer met hun oude buurtvriendjes op school en worden zij niet langer opgevangen door de grootmoeder vaderszijde, hetgeen een wezenlijke verandering in de leefwereld van de minderjarigen teweeg heeft gebracht. In de stellingen van de moeder ziet het hof onvoldoende rechtvaardiging voor het verbreken van de continuïteit van woon- en sociale leefomgeving van de minderjarigen, nu de moeder het in de hand had en heeft om, zonder onoverkomelijke problemen voor haar, te wonen in [plaats]. De bestreden beschikking zal dan ook worden vernietigd en het inleidend verzoek zal worden afgewezen.

10. Nu de moeder ter terechtzitting heeft verklaard dat zij zich neerlegt bij de beslissing van het hof en in voorkomend geval zal meewerken aan de inschrijving bij de [naam school], zal het hof het verzoek van de vader met het oog op die inschrijving vervangende toestemming te verlenen, toewijzen, waarbij het hof ervan uitgaat dat de vader van die beslissing slechts gebruik zal maken voor zover de moeder in weerwil van haar toezegging ter terechtzitting haar medewerking aan die inschrijving alsnog zou onthouden.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en, opnieuw beschikkende:

wijst het inleidend verzoek van de moeder om vervangende toestemming om de minderjarigen in te schrijven op de [naam school] te [plaats] in te schrijven af;

verleent toestemming aan de vader – welke toestemming die van de moeder vervangt – om de minderjarigen:

[naam minderjarige], geboren op [datum] 2005 te [plaats], en

[naam minderjarige], geboren op [datum] 2005 te [plaats],

in te schrijven op de [naam school] te [plaats];

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. van Nievelt, Mink, Bouritius, bijgestaan door mr. Quarles van Ufford-van Waning als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2010.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature