< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Verzoek tot benoeming mentor over een in het buitenland wonende persoon. Nederlandse rechter onbevoegd: onvoldoende aanknoping.

Uitspraak



GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 23 december 2009

Zaaknummer : 200.023.235/01

Zaaknr. rechtbank : 797132 EJ VERZ 08-84003

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. R. Lever te Leiden,

tegen

[geïntimeerde I],

wonende te [woonplaats], hierna te noemen: de moeder,

en

[geïntimeerde II],

wonende te [woonplaats] hierna te noemen: de tante,

verweerders in hoger beroep,

advocaat mr. J.J.M. van Lint te Sassenheim.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 7 januari 2009 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 27 november 2008 van de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage.

De moeder en tante hebben op 1 oktober 2009 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de vader zijn bij het hof op 27 oktober 2009 en 13 november 2009 aanvullende stukken ingekomen.

Van de zijde van de moeder en tante zijn bij het hof op 4 november 2009, 9 november 2009, 13 november 2009 en 17 november 2009 aanvullende stukken ingekomen

Bij beschikking van 5 augustus 2009 van dit hof is de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking.

Op 18 november 2009 is de zaak mondeling behandeld. Tijdens de mondelinge behandeling is gepleit in de zaak met nummer 200.030.591/01. Verschenen zijn: de advocaat van de vader alsmede de moeder en de tante, bijgestaan door hun advocaat. Voorts zijn als toehoorder met de moeder en de tante meegekomen mevrouw [B.], persoonlijk begeleider van [P.], en mevrouw [O.], zus van verzoeksters. De vader en [P.] zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Partijen hebben het woord gevoerd, de raadslieden van partijen onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotities.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking is een mentorschap ingesteld ten behoeve van: [P.], geboren op [geboortedatum in] 1980 te [geboorteplaats en geboorteland], hierna: [P.], en zijn de moeder en de tante benoemd tot mentor over [P.]. Deze beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Het hof gaat uit van de door de kantonrechter vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is het instellen van het mentorschap en de benoeming van de moeder en de tante tot mentor ten behoeve van [P.].

2. De vader verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende, primair te bepalen dat de Nederlandse rechter onbevoegd is om van het verzoek kennis te nemen, althans subsidiair het verzoek af te wijzen, althans meer subsidiair te bepalen dat verzoeker zal worden benoemd tot mentor van [P.].

3. De moeder en de tante bestrijden het beroep en verzoeken, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te bekrachtigen en de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep, althans de verzoeken van de vader, waaronder het voorwaardelijk verzoek tot benoeming als mentor, af te wijzen, met veroordeling van de vader in de kosten van beide instanties.

4. De vader stelt zich primair op het standpunt dat de Nederlandse rechter zich onbevoegd had moeten verklaren om kennis te nemen van het verzoek van de moeder en de tante, aangezien [P.] sinds medio 2007 in Cyprus woont, althans verblijft en er sprake is van litispendentie. Verder heeft de rechtbank ten onrechte het mentorschap ten behoeve van [P.] uitgesproken. [P.] is in staat om haar niet-vermogensrechtelijke belangen zelf waar te nemen en kan zelf bepalen waar zij wenst te wonen. Het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden nu de kantonrechter de vader niet heeft opgeroepen en [P.] en de vader niet zijn gehoord. Voorts is het niet in het belang van [P.] dat de moeder en de tante tot mentor worden benoemd, nu zij beiden niet woonachtig zijn in Cyprus, terwijl [P.] al geruime tijd woont en verblijft in Cyprus. In dat geval zou het meer voor de hand liggen dat de vader die in Cyprus woont tot mentor zal worden benoemd.

5. De moeder en de tante stellen dat de Nederlandse rechter bevoegd is om op het verzoek tot instelling van het mentorschap te beslissen aangezien één van de verzoekers in Nederland woont. Verder is de zaak ook anderszins voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden. Bovendien zijn in deze zaak geen verdragen en verordeningen van toepassing.

Voorts is van litispendentie geen sprake nu de procedure in Cyprus betrekking heeft op vermogensrechtelijke zaken. De rechtsfiguur van mentorschap is onbekend in Cyprus. Het is in het belang van [P.] dat zij terugkeert naar de moeder en haar Nederlandse familie. Ten aanzien van het meer subsidiaire verzoek van de vader stellen de moeder en de tante dat de vader ongeschikt is om de taken van mentor uit te oefenen.

6. Het hof overweegt als volgt.

Bevoegdheid van de Nederlandse rechter

7. Partijen twisten allereerst over de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Daarbij gaat het over de vraag of deze ook in de onderhavige zaak wordt beheerst door het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Artikel 3 sub a Rv bepaalt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft indien hetzij de verzoeker, of indien er meerdere verzoekers zijn, één van hen, hetzij één van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft.

8. De gedachte achter de regeling van artikel 3 sub a Rv is dat in verzoekschriftprocedures, die veelal op het personen- en familierecht betrekking hebben, het de verzoeker is om wiens belangen het in de eerste plaats gaat en in wiens woon- of gewone verblijfplaats de maatregelen die in de procedure worden gevraagd, niet zelden moeten worden uitgevoerd. In deze zaak gaat het echter niet of nauwelijks om de belangen van de in Nederland wonende verzoekster. Primair gaat het om de belangen van de niet in Nederland wonende of gewone verblijfplaats hebbende [P.] voor wie het mentorschap wordt aangevraagd. In dit geval is de aanknoping in artikel 3sub a Rv bij de woon- of verblijfplaats van de verzoeker te ruim.

9. Er is onvoldoende aanknoping met de rechtssfeer van Nederland om de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 sub c Rv bevoegd te achten. Het enkele feit dat [P.] de Nederlandse nationaliteit bezit is daartoe onvoldoende. Dat [P.] tot haar 14e jaar in Nederland werd behandeld voor haar epilepsie en een goede band met haar Nederlandse familie heeft, maakt naar het oordeel van het hof niet dat er thans een concreet aanknopingspunt met Nederland bestaat.

10 Het hof is van oordeel dat in dit geval aansluiting gezocht kan en moet worden bij de internationale rechtsontwikkeling ten aanzien van de meerderjarigenbescherming.

11. Het door Nederland, Groot-Brittannië en Cyprus ondertekende, maar door Nederland en Cyprus (nog) niet geratificeerde Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen, Den Haag 13 januari 2000; Trb.2000-10, ( hierna: Verdrag 2000) wijst in artikel 5 lid 1 de gerechtelijke of administratieve autoriteiten van de verdragsluitende staat waar de volwassene zijn gewone verblijfplaats heeft als bevoegde instantie aan terzake van maatregelen die strekken tot de bescherming van een volwassene, van diens persoon of vermogen. Deze toedeling van rechtsmacht sluit aan bij de ontwikkeling die terzake de ouderlijke verantwoordelijkheid voor minderjarige kinderen is uitgemond in het Haags kinderbeschermingsverdrag 1961 (hierna: HKV 1961) en de verordening nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid ( hierna: Brussel II bis). Voor het al dan niet aannemen van rechtsmacht wordt aangeknoopt bij de woonplaats althans de werkelijke verblijfplaats van de betrokken belanghebbende.

Achtergrond daarvan vormt de gedachte dat de verlening van de verzochte maatregel behoort te berusten op een beoordeling van de toestand van de betrokkene zelf en haar directe leefomgeving. Het hof is van oordeel dat dit belang ook in de onderhavige zaak bepalend behoort te zijn.

12. In het midden kan blijven of Nicosia of het Troödos-gebergte althans Cyprus als de woonplaats of de werkelijke verblijfplaats van betrokkene kan worden aangemerkt, nu de stukken waarop beroep wordt gedaan teneinde aan te tonen dat betrokkene zonder haar instemming op Cyprus wordt vastgehouden aan betrokkene toegeschreven uitlatingen bevatten waaruit niet anders kan volgen dan dat zij de wens zou hebben zich in Londen, althans Groot-Brittannië te vestigen, zodat hoe dan ook haar woonplaats of vaste verblijfplaats niet kan worden geacht in Nederland te zijn gelegen.

13. Het hof is van oordeel dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toekomt. Dit betekent dat de bestreden beschikking zal worden vernietigd.

14. Voor een veroordeling van de vader in de proceskosten is gezien deze conclusie geen plaats. Omdat het hier gaat om een procedure tussen de ouders van [P.] worden de kosten van de procedure in hoger beroep gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

15. Op grond van het vorenstaande wordt als volgt beslist.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking en in zoverre opnieuw beschikkende:

verklaart de Nederlandse rechter onbevoegd kennis te nemen van het geschil;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Bouritius, Van Dijk en Fockema Andreae-Hartsuiker bijgestaan door mr. Pol als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 december 2009.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature