< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Ondertoezichtstelling en een positief verlopende ontwikkeling. Het hof bekort de periode waarvoor de ondertoezichtstelling is verleend vanuit het perspectief dat Jeugdzorg en de moeder binnen de nog resterende periode de vrijwillige hulpverlening afdoende georganiseerd zullen krijgen.

Uitspraak



GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 15 oktober 2008

Zaaknummer. : 200.006.915.01

Rekestnr. rechtbank : JE RK 07-3095

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. A. Schellekens,

tegen

de raad voor de kinderbescherming,

kantoorhoudende te ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: de raad.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1. de heer [naam],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vader,

2. de stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland,

kantoorhoudende te Leiden,

hierna te noemen: Jeugdzorg.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De moeder is op 16 mei 2008 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 19 februari 2008 van de kinderrechter in de rechtbank te ’s-Gravenhage.

De raad heeft op 6 augustus 2008 een verweerschrift ingediend.

Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 11 juli 2008 en 13 augustus 2008 aanvullende stukken ingekomen.

Van de zijde van Jeugdzorg is bij het hof op 18 september 2008 een aanvullend stuk ingekomen.

Op 24 september 2008 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder bijgestaan door haar advocaat, namens de raad de heer O. Enten en namens Jeugdzorg de gezinsvoogd mevrouw J. Ratterman. De vader is opgeroepen doch niet verschenen. De aanwezigen hebben het woord gevoerd, de advocaat van de moeder onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotitie.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is, uitvoerbaar bij voorraad, de na te noemen minderjarige [naam] ondertoezicht gesteld van 19 februari 2008 tot 19 februari 2009.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de ondertoezichtstelling van de minderjarige:

[naam], geboren op [datum] 2007 te [geboorteplaats], hierna te noemen: [de minderjarige]. De moeder is alleen belast met het ouderlijk gezag.

2. De moeder verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te beëindigen.

3. De raad bestrijdt haar beroep en verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen.

4. De moeder stelt dat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd omdat de rechtbank haar beslissing heeft gebaseerd op achterhaalde feiten. De raad heeft om een ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verzocht op basis van de zorgen die de raad destijds had over de ontwikkeling van de zus van [de minderjarige], [naam zus]. Omdat de huidige situatie van [de minderjarige] anders is, bestaan er thans geen gronden voor een ondertoezichtstelling van [de minderjarige]. De moeder stelt dat zij in staat is [de minderjarige] de opvoeding en verzorging te geven die hij nodig heeft. De moeder woont sinds lange tijd alleen met de kinderen op hetzelfde adres. Er is geen sprake van wisselende partners. De thuissituatie van [de minderjarige] is stabiel. De moeder ontvangt hulpverlening van Cardea in het kader van de ondertoezichtstelling van [de zus] en daarnaast van het consultatiebureau. [De zus] is inmiddels uit huis geplaatst in verband met haar gedragsproblemen als gevolg van seksueel misbruik. De samenwerking met de hulpverleningsinstanties verloopt goed. De raad onderbouwt zijn stelling dat een ondertoezichtstelling in het onderhavige geval als ultimum remedium noodzakelijk is niet, aldus de moeder.

5. De raad stelt dat de ondertoezichtstelling van [de zus] grond gaf om ook onderzoek te doen naar de opvoeding van [de minderjarige]. De ondertoezichtstelling van [de minderjarige] is verleend omdat de moeder niet in staat is [de minderjarige] een stabiele en gestructureerde opvoeding te bieden. De raad maakt zich zorgen over de pedagogische vaardigheden van de moeder en het gezinssysteem waarin [de minderjarige] opgroeit. De moeder is vaak verhuisd en heeft wisselende partners gehad, wat heeft geleid tot een instabiele thuissituatie. De moeder ziet niet in dat haar handelen negatieve consequenties heeft voor de ontwikkeling van [de minderjarige]. Bovendien staat de moeder ambivalent tegenover de hulpverlening. Hoewel de moeder stelt dat de samenwerking met de hulpverlening goed verloopt, onderbouwt zij haar stelling niet. De raad stelt dat hulpverlening van het consultatiebureau niet voldoende is om de moeder te ondersteunen in de opvoeding en verzorging van [de minderjarige]. De raad erkent dat er sprake is van een positieve ontwikkeling maar dat moet worden afgewacht of deze positieve ontwikkeling op lange termijn voortduurt.

6. De gezinsvoogd verklaart ter terechtzitting namens Jeugdzorg dat de moeder wel beschikt over pedagogische vaardigheden maar dat zij het grote geheel niet overziet. De moeder is makkelijk beïnvloedbaar door familieleden waardoor haar pedagogische vaardigheden onder druk komen te staan. De moeder krijgt hierin begeleiding van de gezinsvoogd; de samenwerking verloopt goed. Voorts stelt de gezinsvoogd dat de situatie van [de zus] anders is dan die van [de minderjarige]. [De zus] heeft een ernstige persoonlijke problematiek waardoor zij begeleiding nodig heeft. Dit is bij [de minderjarige] niet het geval.

7. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het hof gebleken dat, hoewel de gronden voor een ondertoezichtstelling nu nog aanwezig zijn, de opvoeding en verzorging van [de minderjarige] zo goed verloopt dat de moeder samen met de gezinsvoogd kan toewerken naar een situatie waarbij de moeder [de minderjarige] opvoedt en verzorgt met hulpverlening in het vrijwillige kader. Het hof neemt hierbij in overweging dat de moeder de afgelopen maanden heeft gezorgd voor een veilige en stabiele thuissituatie waarin [de minderjarige] zich leeftijdsadequaat lijkt te ontwikkelen. Daarbij komt dat de moeder heeft geprofiteerd van de hulpverlening; zowel de moeder als de gezinsvoogd hebben ter terechtzitting verklaard dat de samenwerking goed verloopt. In het licht hiervan is het, naar het oordeel van het hof, voor een onbedreigde ontwikkeling van [de minderjarige], van belang dat de moeder en de gezinsvoogd de komende maanden ervoor zorgen dat de veilige en stabiele thuissituatie waarin [de minderjarige] thans opgroeit en de vrijwillige hulp in dat verband, worden bestendigd. Gelet op het voorgaande zal het hof de ondertoezichtstelling met ingang van 1 januari 2009 opheffen, zodat beslist moet worden als volgt.

8. Mitsdien dient als volgt te worden beslist.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking voor zover het betreft de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de periode van 1 januari 2009 tot 19 februari 2009 en, in zoverre opnieuw beschikkende:

heft de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] met ingang van 1 januari 2009 op;

bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, Mos-Verstraten en Van Montfoort, bijgestaan door mr. Prins als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2008.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature