< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Het wettelijke stelsel van de schuldsaneringsregeling brengt mee dat een tussentijdse beëindiging niet mogelijk is op grond van feiten en omstandigheden die bij de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling aan de rechter bekend waren.

Uitspraak



Beschikking d.d. 29 maart 2011

Zaaknummer 200.068.817

HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN

Beschikking in de zaak van

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. H.M.A. Breuls, kantoorhoudende te Nieuw Amsterdam,

tegen

de officier van justitie,

geïntimeerde,

hierna te noemen: de officier van justitie,

Belanghebbende:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Meppel,

gevestigd te Meppel,

hierna te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 17 maart 2010 heeft de rechtbank Assen de verbetering gelast van de akte met het nummer 100012, voorkomend in het register van geboorten van de gemeente Meppel over het jaar 2000, in die zin dat:

- de voornaam van de moeder wordt verbeterd in: [naam];

- de geslachtsnaam van de moeder en het kind wordt verbeterd in: [naam];

- als geslachtsnaam van de vader wordt vermeld: [naam];

- als voornaam van de vader wordt vermeld: [de vader];

- als plaats van geboorte van de vader wordt vermeld: [geboorteplaats];

- als dag van geboorte van de vader wordt vermeld: [1975].

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie op 16 juni 2010, heeft de moeder verzocht de beschikking van 17 maart 2010 te vernietigen en opnieuw beslissende te bepalen dat haar achternaam en de achternaam (het hof begrijpt: geslachtsnaam) van het kind ongewijzigd blijven.

Van de zijde van de officier van justitie is geen verweerschrift binnengekomen.

Het hof heeft tevens kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een faxbericht, binnengekomen bij de griffie op 11 januari 2011, van J.E. de Leeuw van de gemeente Meppel, een faxbericht van 28 januari 2011 van mr. Breuls en een brief, met bijlagen, van 3 februari 2011 van mr. Breuls. Laatstgenoemde brief is op verzoek van het hof na de zitting toegezonden.

Ter zitting van 3 februari 2011 is de zaak behandeld. Verschenen zijn mr. Breuls en de ambtenaar van de burgerlijke stand. De moeder is niet verschenen.

De beoordeling

Vaststaande feiten

1. Op [datum] is ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Meppel aangifte gedaan van de geboorte van [naam kind], geboren op [2000]. In die akte zijn als gegevens van de moeder opgenomen: [naam moeder], geboren te [geboorteplaats], op [1978]. Als geslachtnaam van [Naam kind] is Avetisian vermeld. In de akte zijn geen gegevens van de vader opgenomen.

2. In een verklaring onder ede/belofte heeft de moeder ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Emmen op 12 juni 2001 onder meer verklaard dat zij op [1995] is gehuwd met [de vader] [naam], geboren op [1975] te [geboorteplaats].

3. Bij inleidend verzoekschrift van 4 maart 2010 heeft de officier van justitie verzocht de geboorteakte van [Naam kind] te verbeteren in die zin dat als voornaam van de moeder [naam] en als geslachtsnaam van de moeder en [Naam kind] [naam] wordt vermeld, en de gegevens van de vader alsnog in die akte worden opgenomen.

4. Bij de beschikking waarvan beroep heeft de rechtbank daarop beslist als hiervoor vermeld onder het kopje "Het geding in eerste aanleg".

De rechtsgang in eerste aanleg

5. Voor zover de moeder heeft geklaagd over de wijze van tot stand komen van de bestreden beschikking - in het bijzonder over het niet in acht nemen van het beginsel van hoor en wederhoor - daargelaten het antwoord op de vraag of de rechtbank bij de totstandkoming van voornoemde beschikking heeft gehandeld in strijd met voornoemd beginsel - heeft zij geen belang bij behandeling van de klacht. Immers, de moeder heeft thans in hoger beroep de zaak in zijn geheel ter beoordeling aan het hof voorgelegd en is in de gelegenheid gesteld haar inhoudelijke bezwaren tegen de beschikking van 17 maart 2010 kenbaar te maken. Voorts strekt de procedure in hoger beroep er mede toe eventuele onvolkomenheden uit de eerste aanleg te verbeteren.

De wijziging van de geboorteakte van de minderjarige [Naam kind]

6. Het hof dient eerst te bezien welk naamrecht van toepassing is op de onderhavige zaak, aangezien [Naam kind] en de moeder niet de Nederlandse nationaliteit bezitten, maar wel in Nederland verblijven. Op grond van artikel 1, eerste lid van de Wet Conflictenrecht Namen worden de geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling bepaald door het recht, waaronder begrepen de regels van het internationaal privaatrecht, van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft.

7. De moeder heeft bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst opgegeven dat zij in Armenië, een deelrepubliek van (de toenmalige) Sovjetunie, is geboren en de Armeense nationaliteit bezit. Voorts heeft zij verklaard geen andere taal, behoudens een klein beetje Russisch, dan de Armeense te spreken. Het hof gaat er dan ook vanuit dat de moeder de Armeense nationaliteit bezit. Op grond van de stukken acht het hof eveneens aannemelijk dat de vader de Armeense nationaliteit heeft. In de verklaring onder ede/belofte die de moeder op 12 juni 2001 ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Emmen heeft afgelegd heeft de moeder namelijk verklaard dat de vader in Okdemberyan, de voormalige Sovjetunie, thans Armenië, is geboren. Aangezien volgens het Armeense recht een kind de Armeense nationaliteit verkrijgt als zijn beide ouders de Armeense nationaliteit hebben en niet is gebleken dat de ouders de Armeense nationaliteit hebben verloren, hetgeen gevolgen zou (kunnen) hebben voor de nationaliteit van een kind jonger dan veertien jaar, is het eveneens aannemelijk dat [Naam kind] de Armeense nationaliteit bezit. Nu het hof ervan uitgaat dat de moeder en [Naam kind] de Armeense nationaliteit hebben, is het Armeense recht op de onderhavige kwestie van toepassing.

8. Volgens de in Nederland bekende bronnen van het Armeense internationaal privaatrecht is op de naam van een persoon zijn nationale recht van toepassing (artikel 1264 BW). Uit de hier bekende bronnen van Armeens naamrecht blijkt het volgende. Bij de huwelijkssluiting kiezen de echtgenoten de geslachtsnaam van een van hen als gemeenschappelijke geslachtsnaam of ieder van hen behoudt de eigen geslachtsnaam. Een kind draagt de geslachtsnaam van zijn ouders. Indien de ouders verschillende geslachtsnamen dragen, kiezen de ouders gezamenlijk voor de geslachtsnaam van de vader of de moeder.

9. Uit de stukken komt naar voren dat de moeder bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft opgegeven dat haar achternaam bij geboorte Avedisyan was en dat haar achternaam door het huwelijk met de vader [naam] is geworden. Bovendien blijkt uit de verklaring onder ede/belofte die de moeder op 12 juni 2001 ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Emmen heeft afgelegd dat de moeder heeft opgegeven dat haar achternaam [naam] is. Voorts is in de kennisgeving van inschrijving van de beschikking waarbij de echtscheiding tussen de moeder en de vader is uitgesproken vermeld dat de achternaam van de moeder [naam] is. Gelet op het voorgaande gaat het hof ervan uit dat de moeder en de vader bij de huwelijkssluiting de geslachtsnaam van de vader als gemeenschappelijke geslachtsnaam hebben gekozen. Het hof gaat dan ook alleen al om die reden voorbij aan de stelling van de moeder dat er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel - te weten ongelijke behandeling op grond van haar geslacht - indien haar door de verbetering van de geboorteakte tegen haar wil de achternaam van de vader wordt opgelegd. Weliswaar is het huwelijk tussen de vader en de moeder inmiddels ontbonden en heeft de moeder bezwaren tegen de wijziging van haar geslachtsnaam in de geboorteakte van [Naam kind], maar dit neemt niet weg dat de geboorteakte de gegevens dient te bevatten zoals deze waren ten tijde van het opstellen van de akte. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de geslachtsnaam van de moeder in de geboorteakte van [Naam kind] dient te worden verbeterd in [naam].

10. Nu op grond van de stukken aannemelijk is geworden dat de ouders er bij de huwelijkssluiting voor hebben gekozen de achternaam van de vader te dragen en uit de verklaring onder ede/belofte van 12 juni 2001 blijkt dat het andere kind van de moeder en de vader, te weten [naam kind 2], geboren op [1998], de achternaam van de vader draagt, dient naar het oordeel van het hof de geslachtsnaam van de vader als achternaam van [Naam kind] te gelden. Het voorgaande betekent dat de geslachtsnaam van [Naam kind] in de geboorteakte van [Naam kind] dient te worden verbeterd in [naam]. De omstandigheid dat de moeder alleen het gezag over [Naam kind] uitoefent, maakt het oordeel van het hof niet anders.

Slotsom

11. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep te worden bekrachtigd.

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature