E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHDHA:2020:580
Gerechtshof Den Haag, BK-18/00772 en 18/00778

Inhoudsindicatie:

Ten aanzien van belanghebbende en zijn echtgenote is over de jaren 2004-2014 een informatiebeschikking genomen met vragen over een rekening bij de Zwitserse UBS bank waarvan de echtgenote van belanghebbende en haar broer als rekeninghouders staan geregistreerd. Het Hof oordeelt dat het verbod op gedwongen zelfincriminatie (nemo tenetur-beginsel) niet in de weg staat aan het nemen van een informatiebeschikking. Het is (uiteindelijk) de rechter die over de bestraffing of beboeting oordeelt, die zal moeten waarborgen dat een belastingplichtige diens recht om niet mee te werken aan zelfincriminatie effectief kan uitoefenen. Hoewel belanghebbende zelf geen rechthebbende is van de rekening, is zijn echtgenote gehouden aan belanghebbende inzicht te geven in haar positie ten behoeve van de gezamenlijke grondslag van het inkomen uit sparen en beleggen.

In hoger beroep heeft de Inspecteur alsnog aannemelijk gemaakt dat uitstel is verleend aan belanghebbende voor het doen van aangifte IB 2004, zodat de informatiebeschikking ook voor 2004 in stand kan blijven. Het Hof wijst belanghebbendes verzoek om de zaken opnieuw naar een geheimhoudingskamer te verwijzen af.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie