< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

mediation zaak

Uitspraak



Rolnummer: 22-004821-19

Parketnummer: 10-151357-19

Datum uitspraak: 29 september 2020

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 15 oktober 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren met aftrek van voorarrest zodat een taakstraf voor de duur van 38 uren, subsidiair 19 dagen hechtenis, resteert.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

zij, op of omstreeks [pleegdatum] te [pleegplaats], haar moeder, [aangeefster], heeft mishandeld door die [aangeefster] in haar arm te bijten.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met uitzondering van de opgelegde straf en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 uren met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij, op [pleegdatum] te [pleegplaats], haar moeder, [aangeefster], heeft mishandeld door die [aangeefster] in haar arm te bijten.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte haar moeder, aangeefster, weliswaar heeft gebeten maar dat zij uit noodweer heeft gehandeld. Aangeefster heeft de verdachte van achteren aangevallen en heeft haar op haar hoofd geslagen. Daarop heeft de verdachte haar moeder, ter verdediging van zichzelf, in haar arm gebeten.

Het hof is van oordeel dat de verdachte de haar verweten gedraging niet heeft verricht in een situatie waarin en op een tijdstip waarop voor haar de noodzaak bestond tot verdediging van eigen lijf tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, dan wel het onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor.

Het verweer wordt derhalve verworpen.

Het bewezenverklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte

is dus strafbaar.

Geen straf of maatregel

Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte en haar moeder een geslaagd mediationtraject hebben doorlopen.

Daarbij zijn, tot grote tevredenheid van zowel de verdachte als aangeefster, veel pijnpunten naar elkaar uitgesproken en duidelijke (gedrags-)afspraken gemaakt. Het hof hecht veel belang aan hetgeen is vastgelegd in de mediation overeenkomst en houdt op grond van het bepaalde in artikel 51h van het Wetboek van Strafvordering daar in het voordeel van de verdachte rekening mee.

Op grond hiervan acht het hof het daarom raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel aan de verdachte zal worden opgelegd.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door mr. O.E.M. Leinarts,

mr. A.J.M. Kaptein en mr. H.M.D. de Jong, in bijzijn van de griffier mr. C.E. Koppelaars.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 september 2020.

Mr. O.E.M. Leinarts is buiten staat dit arrest te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



∧ naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature