< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

kort geding. Moet de executieplicht van het OM wijken ten faveure van een door de veroordeelde gestelde afspraak dat zijn straf niet ten uitvoer zal worden gelegd?

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.273.013/01

Zaak-, rolnummer rechtbank : C/09/584148 / KG ZA 1901155

arrest in kort geding van 28 april 2020

inzake

[appellant],

wonende te [woonplaats], thans verblijvende in de penitentiaire inrichting [...] te [plaatsnaam],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. L.J.H. Kortz te Utrecht,

tegen

de Staat der Nederlanden,

zetelend te Den Haag,

geïntimeerde,

hierna te noemen: de Staat,

advocaat: mr. C.M. Bitter te Den Haag.

Het geding

Bij exploot van 16 januari 2020 is [appellant] met spoed in hoger beroep gekomen van een door de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag tussen partijen gewezen vonnis van 19 december 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:13687) (hierna: het bestreden vonnis). In de appeldagvaarding heeft hij vier grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord heeft de Staat de grieven bestreden.

Ten slotte heeft [appellant] de stukken overgelegd en is arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

samenvatting van het geschil in kort geding

De in het bestreden vonnis genoemde feiten zijn niet in geschil en ook het hof zal hiervan uit gaan.

Het gaat in deze zaak, heel kort samengevat, om het volgende. Bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 1 augustus 2017 (parketnummer: [parketnummer]) is [appellant] strafrechtelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar, met aftrek van voorarrest. Op basis hiervan resteert nog een te executeren gevangenisstraf van ruim 10 maanden (hierna: het strafrestant). [appellant] heeft zich in dit verband op 8 januari 2020 gemeld bij de penitentiarie inrichting [plaatsnaam]. Hij meent dat, op basis van gedane toezeggingen c.q. gemaakte afspraken met het OM, hij het strafrestant niet hoeft uit te zitten. [appellant] heeft daarom deze kort gedingprocedure aanhangig gemaakt teneinde, kort gezegd, de – volgens hem onrechtmatige – executie van het strafrestant te stoppen dan wel te schorsen.

De Staat heeft in eerste aanleg gemotiveerd verweer gevoerd.

beslissing van de voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis de vorderingen van [appellant] afgewezen en hem veroordeeld in de proceskosten.

5. Kort gezegd heeft de voorzieningenrechter hiertoe vooropgesteld dat in het wettelijk stelsel besloten ligt dat een veroordelende beslissing van de strafrechter, waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, niet alleen mag, maar ook ten uitvoer moet worden gelegd.

Anders dan [appellant] stelt, is volgens de voorzieningenrechter voor een uitzondering op deze regel in zijn geval geen plaats. De door [appellant] gestelde afspraak, dat het strafrestant niet door het OM zou worden geëxecuteerd, wordt door de Staat betwist en kan daarom niet voor juist worden gehouden. Evenmin kan een – nog door [appellant] in te dienen – herzieningsverzoek aan de executieplicht in de weg staan. Van een afspraak ex artikel 226g Sv is geen sprake.

vorderingen in hoger beroep en de grieven

6. [appellant] vordert in appel vernietiging van het bestreden vonnis, (alsnog) toewijzing van zijn vorderingen en een veroordeling van de Staat in de proceskosten in beide instanties.

7. De grieven zijn (in de kern genomen) alle gericht tegen het oordeel dat, in het geval van [appellant], geen sprake is van bijzondere omstandigheden (als bedoeld in de Aanwijzing executie Openbaar Ministerie (hierna: de Aanwijzing)), waarvoor de executieplicht van het OM moet wijken.

beoordeling van de grieven

8. De grieven lenen zich voor een gezamenlijke behandeling

9. Het hof stelt voorop dat de voorzieningenrechter met juistheid heeft overwogen dat op het OM de wettelijke plicht rust om vonnissen en arresten ten uitvoer te leggen zodra tenuitvoerlegging mogelijk is. Dit is slechts anders indien de executiebevoegdheid is vervallen op de voet van een wettelijk voorschrift of een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarmee de strafrechter bij zijn beslissing geen rekening heeft kunnen houden, tot de conclusie dwingt dat die beslissing op zodanige wijze tot stand is gekomen dat niet meer kan worden gesproken van een eerlijke behandeling van de zaak als bedoeld in art. 6 lid 1 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat is in deze zaak niet aan de orde. Ook de Aanwijzing, welke kan worden aangemerkt als ‘recht’ in de zin van art. 79 RO, stelt de executieplicht van het OM voorop en maakt het slechts onder bijzondere omstandigheden mogelijk dat besloten kan worden tot het stopzetten van executie (zie onder meer Hoge Raad 27 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:500).

10. Anders dan [appellant] betoogt, spelen in deze zaak geen bijzondere omstandigheden die maken dat van de executieplicht moet worden afgeweken. De stelling van [appellant], dat er sprake is van duidelijke toezeggingen van het OM met betrekking tot het niet hoeven uitzitten van het strafrestant kwalificeert niet als een dergelijke omstandigheid. Een officier van justitie is niet bevoegd om de door de rechter opgelegde straffen kwijt te schelden en [appellant] – bijgestaan door zijn advocaat – mocht er evenmin vanuit gaan dat de officier hiertoe het bevoegde orgaan was.De beweerde toezegging dat hij het strafrestant niet hoefde uit te zitten, is bovendien, gelet op de gemotiveerde betwisting door de Staat, niet aannemelijk geworden. [appellant] heeft in hoger beroep weliswaar opnieuw een beroep gedaan op de schriftelijke verklaring van zijn (voormalige) advocaat mr. E.J. Kuiters van 6 december 2019 (productie 1 memorie van grieven), maar de betreffende brief is vrij vaag, verwijst niet naar een ‘harde toezegging’ en is dus reeds hierom niet genoeg. De passage “In de bunker in Amsterdam is eertijds door het OM aangegeven dat u wat het OM betrof niet meer hoefde te zitten. (…) Er waren geen mitsen, maren of voorwaarden (….)”, kan in ieder geval niet als zodanig gelden. Voor nadere bewijsvoering op dit punt is het kort geding niet aangewezen.

Ook de stelling van [appellant] dat hij materieel een ‘deal-getuige’ is, als bedoeld in art. 226g Sv, betreft geen bijzondere omstandigheid als bedoeld in de Aanwijzing. Los van het feit dat niet is gesteld noch is gebleken dat de door [appellant] gestelde afspraak voldoet aan de vereisten van de leden 1 t/m 3 van art. 226g Sv, geldt dat een dergelijke ‘afspraak’ niet verder kan strekken dan dat de officier van justitie in het geval van vervolging een (maximaal 50%) lagere strafeis formuleert. Uiteindelijk blijft het in een dergelijk geval de strafrechter die oordeelt over de strafmaat, waarna de opgelegde straf moet worden geëxecuteerd.

11. Ten slotte geldt dat [appellant] in hoger beroep evenmin heeft toegelicht waarom een eventueel nog door hem in te dienen herzieningsverzoek, aan de executie van de het strafrestant in de weg zou staan.

conclusie

12. Uit het voorgaande volgt dat de grieven falen. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit hoger beroep worden veroordeeld.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het bestreden vonnis;

- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep; aan de zijde van de Staat begroot op € 760,-- aan griffierecht, op € 1.074,-- aan salaris van de advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart dit arrest wat de proceskosten betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, P. Glazener en R.F. Groos en is

ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. J.E.H.M. Pinckaers, rolraadsheer, op 28 april 2020.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature