E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHDHA:2020:1364
Gerechtshof Den Haag, 200.256.668

Inhoudsindicatie:

Door de man is aangetoond dat partijen een geldlening zijn aangegaan bij de BV voor de financiering van de eigenwoning. De vrouw is voor de helft draagplichtig met betrekking tot die schuld, naast de schuld aan de bank van ruim € 2.000.000,00. De verdeling van de onderwaarde van de woning. De man heeft een rekening-courantschuld bij zijn eigen BV van € 3.148.603,00. De vrouw weet niet hoe die is ontstaan. De vrouw is voor een bedrag van

€ 500.000,00 draagplichtig met betrekking tot deze rekening-courantschuld. Het hof acht het niet redelijk en billijk dat de man alleen de rekening-courantschuld moet dragen nu deze schuld is ontstaan door het uitgavenpatroon van beide partijen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie