E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHDHA:2019:3762
Gerechtshof Den Haag, BK-19/00313

Inhoudsindicatie:

In hoger beroep is in geschil, net als voor de Rechtbank, of de aandelenverwerving door belanghebbende de verschuldigdheid van overdrachtsbelasting meebrengt. Meer specifiek dient alleen de vraag te worden beantwoord of de met de aandelentransactie verworven onroerende zaken dienstbaar zijn als bedoeld in artikel 4, lid 1, aanhef en onder a, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer . Indien het Hof de vraag bevestigend beantwoordt, in die zin dat terecht overdrachtsbelasting is nageheven, is mede in het kader van het incidentele hoger beroep in geschil of de door de Rechtbank in goede justitie bepaalde heffingsgrondslag juist is. De Inspecteur bepleit een heffingsgrondslag van ten minste € 107.913.617 en belanghebbende stelt dat de heffingsgrondslag € 65.018.871 is.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie