< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Second Opinion Procedure

Uitspraak



GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.253.887/01

Zaaknummer rechtbank : 4624239 CV EXPL 15-50972

arrest van 14 mei 2019

inzake

Altijd Raak […] (De)montage B.V.,

gevestigd te Vlaardingen,

appellante,

hierna te noemen: [appellante],

advocaat: mr. P. E. Epping te Rotterdam,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats], Duitsland,

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. P.D. Bosma te Amsterdam.

Het geding

Voor het eerdere verloop van het geding verwijst het hof naar het tussenarrest van 5 maart 2019. Bij dat arrest is een comparitie gelast, die is gehouden op 9 april 2019. Van de comparitie is proces-verbaal opgemaakt. De zaak is daarna naar de rol van 16 april 2019 verwezen voor beraad. Partijen hebben vervolgens verzocht om toelating tot de Second Opinion-procedure. De behandelend advocaten hebben een SO-formulier als bedoeld in het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR ). De enige grief van [appellante] bestaat eruit dat de rechtbank Rotterdam (team kanton, locatie Rotterdam) niet heeft beslist overeenkomstig zij in eerste aanleg had gevorderd, te weten afwijzing van de vordering van [geïntimeerde].

2. Het hof – dat kennis heeft genomen van de stukken in eerste aanleg – neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.

3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellante] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door [geïntimeerde] betaalde griffierecht van € 318,- en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief, € 759,-.

Beslissing

Het hof

- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

- veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op een bedrag van € 318,- voor griffierecht en € 759,- salaris advocaat;

- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.J. Ruijpers, G. Dulek-Schermers en H.J.M. Burg en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2019 in aanwezigheid van de griffier.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature