E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHDHA:2019:1777
Gerechtshof Den Haag, BK-18/00825

Inhoudsindicatie:

De in geschil zijnde woning is voor het jaar kalenderjaar 2017 gewaardeerd op € 172.000. Belanghebbenden hebben hiertegen bezwaar gemaakt onder overlegging van een bouwkundig rapport waarin de “direct noodzakelijke kosten” zijn geraamd op € 66.750. In de uitspraak op bezwaar is de waarde nader vastgesteld op € 140.000 en is het verzoek om toekenning van een vergoeding voor het van de zijde van belanghebbenden opgesteld bouwkundig rapport afgewezen. Blijkens een afschrift uit het Kadaster is de woning op 12 september 2017 door de erven verkocht voor een bedrag van € 166.100. De heffingsambtenaar dient aannemelijk te maken dat hij de waarde van de woning bij de uitspraak op bezwaar niet op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Naar het oordeel van het Hof heeft de heffingsambtenaar aan de op hem rustende bewijslast voldaan. Naast de verkoopcijfers van de vergelijkingsobjecten is ook het eigen verkoopcijfer van de woning goed bruikbaar, gelijk belanghebbenden ter zitting eveneens zelf hebben verklaard. De Rechtbank is in haar beslissing voorbij gegaan aan het beroep van belanghebbenden tegen de afwijzing in de uitspraak op bezwaar van de vergoeding van het bouwkundig rapport. Het Hof is met belanghebbenden van oordeel dat wel degelijk recht bestaat op vergoeding van dit deskundigenrapport. Nu de door belanghebbende overgelegde factuur geen specificatie van het totaalbedrag bevat, berekent het Hof het te vergoeden bedrag in lijn met de Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties, Raad voor de Rechtspraak, Stcrt. 2012, nr. 26039, op € 212 (4 uren (inpandige taxatie) maal € 53 per uur).

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie