< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Het hof spreekt de verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit, namelijk opzettelijk in strijd met waarheid aangifte doen.

Het hof bepaalt de op te leggen straf ter zake het onder 1, 3 en 4 bewezen verklaarde op een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



Rolnummer: 22-002123-14

Parketnummer: 11-870323-12

Datum uitspraak: 9 februari 2016

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 1 mei 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [dag] 1979,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 26 januari 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Blijkens de akte instellen rechtsmiddel van 14 mei 2014 is namens de verdachte onbeperkt appel ingesteld tegen het vonnis.

Bij akte van 19 januari 2016 is namens de verdachte het ingestelde hoger beroep partieel ingetrokken, namelijk voor zover het betreft de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde feiten. De beslissingen van de rechtbank ten aanzien van genoemde feiten zijn derhalve onherroepelijk geworden.

Nu in eerste aanleg ter zake van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten één hoofdstraf is uitgesproken, zal het hof op grond van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering alsnog een straf voor het in eerste aanleg onder 1, 3 en 4 bewezen verklaarde dienen te bepalen.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

2.hij op of omstreeks 09 november 2012 te Enschede aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat feit niet was gepleegd, immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van verbalisant [naam 1] van de Regiopolitie Twente opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan van diefstal van een Volkswagen Touareg (kenteken) op 08 november 2012 en/of 09 november 2012 te Utrecht.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat aan de verdachte ter zake het onder 2 ten laste gelegde ingevolge artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel zal worden opgelegd. De advocaat- generaal heeft voorts gevorderd dat ter zake de in eerste aanleg onder 1, 3 en 4 bewezenverklaarde feiten de straf zal worden bepaald op een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbepaling ex artikel 423 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering

Nu in eerste aanleg ter zake van de onder 1, 2, 3, en 4 ten laste gelegde feiten één hoofdstraf is uitgesproken, zal het hof op de voet van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering een hoofdstraf voor het in eerste aanleg onder 1, 3 en 4 bewezen verklaarde bepalen.

Uit het vonnis van de rechtbank blijkt dat het bij feit 1 ging om de uitvoer van ruim 570 kilogram softdrugs. De feiten 3 en 4 betroffen het voorhanden hebben van twee vlindermessen, een boksbeugel en een ploertendoder.

Volgens de in het ressort gehanteerde indicatiepunten voor de straftoemeting geldt bij een hoeveelheid van 250 t/m 1.000 kilogram softdrugs een vrijheidsstraf tot 24 maanden. Hierop gelet hebben naar het oordeel van het hof de onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde feiten geen zelfstandige betekenis gehad bij de door de eerste rechter opgelegde straf.

Derhalve acht het hof het onder 2 bewezen verklaarde feit van dermate ondergeschikt belang, dat de op te leggen straf ter zake het onder 1, 3 en 4 bewezen verklaarde zal worden bepaald op een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt de door de rechtbank opgelegde straf voor het onder 1, 3 en 4 bewezen verklaarde op een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. .

Dit arrest is gewezen door mr. G.P.A. Aler,

mr. E. van Die en mr. TH.P.L. Bot,

in bijzijn van de griffier mr. C. de Bruin.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 februari 2016.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature