E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHARN:2012:BY1274
LJN BY1274, Gerechtshof Arnhem, 200.108.861

Inhoudsindicatie:

Zin in het inleidend verzoekschrift van de stichting bevat de verklaring die lid 4 van artikel 29b Wjz voorschrijft (dat zich een geval als bedoeld in het derde lid van artikel 29b WJZ voordoet ). Dat sprake moet zijn van een aparte verklaring of van een ander vormvereiste, schrijft de Wjz niet voor en volgt evenmin uit de memorie van toelichting op de Wjz (Tweede Kamer 2005-2006, 30644). Dat tussen het onderzoek (verklaring gedragswetenschapper van 29 februari 2012) en het inleidend verzoek (20 april 2012) ruim zes weken zit, betekent niet dat appellant niet ‘kort tevoren’ is onderzocht. In de wet wordt geen nadere termijn gesteld voor de invulling van het begrip ‘kort tevoren’. De wetgever heeft het van belang geacht dat de actualiteitswaarde van het advies van de gedragswetenschapper hoog is. Dat kan per situatie verschillen. Het stellen van een termijn zou aan de actualiteitswaarde van het advies juist afbreuk kunnen doen en bovendien leiden tot onnodige bureaucratie in geval een advies net buiten een gestelde termijn is gegeven.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie