E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ9209
LJN BQ9209, Gerechtshof Arnhem, 21-004294-10

Inhoudsindicatie:

Het hof acht, gelet op de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden en de volgorde waarin die zich hebben afgespeeld, op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat een ander dan verdachte met gebruikmaking van het IP adres van verdachte de gewraakte debug-codes via de publiekssite heeft aangeroepen. Verdachte heeft immers zelf verklaard dat hij zeer kort voor zijn vertrek bij het bedrijf een onderdeel van de broncode van het systeem heeft aangepast en de debugcodes op het systeem heeft geplaatst. Daarbij komt dat verdachte in de periode voorafgaand aan het plegen van de tenlastegelegde feiten als enige medewerker van het bedrijf over deskundigheid beschikte op het gebied van ICT. Het hof acht voorts niet aannemelijk geworden dat verdachte de schadelijke codes (op zijn laatste werkdag) niet opzettelijk op de live-server en in de produktieomgeving van het bedrijf zou hebben geplaatst. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat gelet op de deskundigheid van verdachte als IT-medewerker mag worden aangenomen dat verdachte wist wat hij deed en dat hij zijn technische handelingen bewust verrichtte. Hij ontwikkelde voor het bedrijf de softwaretool [naam software] en de code die naar aanleiding van het invoeren van de codes ‘debug=1’ of ‘debug=2’ zorgde voor het wissen van gegevens bleek in het beveiligde systeem te zijn opgenomen in de broncode door middel van deze door verdachte ontwikkelde softwaretool [naam software]. Voorts neemt het hof in aanmerking dat sprake was van een verslechterde arbeidsrelatie tussen verdachte en het bedrijf.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie