E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHARN:2005:AU9082
LJN AU9082, Gerechtshof Arnhem, 2004/579

Inhoudsindicatie:

Het centrale geschilpunt in de onderhavige procedure is de vraag of het door [appellant] gekochte pand de eigenschappen bezat die hij op grond van de met de gemeente gesloten koopovereenkomst mocht verwachten. De vraag wat een koper mag verwachten, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en wordt ingevuld onder meer met verwijzing naar hetgeen de koper reeds wist omtrent goederen als het gekochte in het algemeen dan wel het gekochte in concreto en naar hetgeen de verkoper heeft medegedeeld of juist niet heeft medegedeeld omtrent het gekochte object. Daarbij is onder meer van belang de aard van de zaak, de hoedanigheid van partijen (hun deskundigheid en eerdere ervaring met soortgelijke transacties) en de vraag met welk doel het object is gekocht. Als uitgangspunt formuleert artikel 7:17 lid 2 BW de regel dat de koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik van de zaak nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bij de overeenkomst voorzien bijzonder gebruik.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie